Beter worden met internet

6

door Karianne Vermaas van WAU?!

Print

op donderdag 8 mei 2008 om 07:51 uur

dokter.jpgOnline diensten op het gebied van gezondheidszorg kunnen de patiënt kritischer maken, de arts-patiëntrelatie veranderen en ook nog kostenbesparingen opleveren. De vraag is in hoeverre deze diensten al gebruikt worden en of we veranderingen in het (ook offline) gedrag van mensen zien als het gaat om gezondheidszorg. Worden mensen nou echt beter van al die online toepassingen?

In twee recente onderzoeken wordt daar vanuit het perspectief van de burger of patiënt aandacht aan besteed. In het onderzoek Breedband en de Gebruiker is eerst eens geïnventariseerd onder bijna 1.500 Nederlandse internetgebruikers wat zij nou eigenlijk aan online activiteiten ondernemen als het gaat om gezondheidszorg. Met 43% staat het bezoeken van websites van zorginstellingen, zoals ziekenhuizen en apotheken, op nummer 1. Ook 60+ers weten dit soort websites goed te vinden.

Hoewel een stuk minder vaak gedaan (22%), is een tweede populaire online bezigheid het vergelijken van prijs en kwaliteit van ‘zorgproducten’. Dit kunnen bijvoorbeeld medicijnen zijn, maar ook zorgverzekeringen en behandelingen. De top 3 wordt afgesloten met het geven van een reactie aan een zorginstelling via e-mail of webformulier (15%).

graf-1.jpg

Figuur 1 Wat doen mensen aan online gezondheidsactiviteiten? Bron: Breedband en de Gebruiker

Innovatieve diensten blijven achter in gebruik

Hoewel internet dus al een belangrijke plek blijkt in te nemen binnen het zoekproces van informatie over gezondheidszorg, zijn echte innovatieve en breedbandige diensten nog weinig gebruikt. Natuurlijk komt dat enerzijds doordat deze diensten, zoals het contact met artsen via videotoepassingen, nog nauwelijks worden aangeboden. Aan de andere kant zien we ook dat de mensen die wel gebruik hebben gemaakt van deze toepassingen niet onverdeeld en laaiend enthousiast zijn. Het contact houden met familie en vrienden in een zorginstelling via video, kreeg bijvoorbeeld een magere 5.7 als waardering. En contact via video met zorginstellingen kreeg zelf een 5.2.

Misschien heeft onbekendheid daar ook mee te maken, maar een slechte kennismaking, geeft natuurlijk een kleine kans op nieuwe pogingen. Gebruiksvriendelijkheid en begeleiding zullen daarom erg belangrijk zijn bij het invoeren van dit soort toepassingen. Dat moet niet over het hoofd gezien worden!

Online community’s

Ondanks de mooie mogelijkheden die internet ervoor biedt, blijken online community’s voor lotgenotencontact weinig gebruikt (5%). Toch kan daarvan niet gezegd worden dat ze niet belangrijk zijn. Als we kijken naar een recent onderzoek van de Universiteit Utrecht, waarbij de respondenten voornamelijk op online gezondheidscommunity’s zijn geworven, dan zien we dat het merendeel van de mensen de huisarts als informatiebron nog wel ziet als de voornaamste bron van informatie, maar dat internet door deze groep ook veel gebruikt wordt voor het raadplegen van gezondheidsinformatie. Het gaat dan om websites en natuurlijk ook de community’s.

graf-2.jpg

Figuur 2 waar wordt gezondheidsinformatie gezocht? Bron: Zorg over internet inzicht

Bij nadere analyse blijkt voornamelijk dat chronisch zieken veel baat hebben bij deze online communities. Een huisarts blijkt toch op een bepaald moment niet die specialistische kennis in huis te hebben voor deze groep patiënten en de specialisten hebben soms ook geen afdoende oplossing en dus grijpt deze groep naar andere middelen zoals online lotgenotencontact. Bovendien blijkt deze groep een hogere score toe te kennen aan dit lotgenotencontact als het gaat om kwaliteit van informatie.

Wat doet men met de online informatie?

‘Voordat ik naar een huisarts ga, zoek ik eerst relevante informatie op internet’, geeft 43% van de respondenten van Breedband en de Gebruiker aan. Hoewel het me aan de ene kant niet verbaasde (je hoort het veel om je heen), mogen we dat toch wel beschouwen als een hoog percentage. Op zich niets mis mee, mits de informatie geen hypochondrische gevoelens aanwakkert, zou je zeggen. Wat mogelijk wel zorgwekkend is, is dat 50% de op internet gevonden informatie niet met de (huis)arts bespreekt. Als het gaat om de vraag hoe een klein sneetje aan je vinger ontsmet nog niet zo’n groot probleem, maar wat als het gaat om de diagnose en behandeling van een veel ernstigere aandoening? Daarover geeft het onderzoek helaas geen verdere informatie. Wel komen we nog te weten dat de op internet gevonden informatie voor 14% van de respondenten invloed heeft op de uiteindelijke therapie of behandeling.

Voor de respondenten uit het onderzoek van de Universiteit Utrecht, liggen de percentages nog hoger. Niet verwonderlijk, want deze mensen zijn al actief op online gezondheidscommunity’s. Ongeveer 67% van de respondenten heeft aangegeven medische informatie te zoeken voordat hij of zij naar de huisarts gaat. Van deze 67% geeft 33% aan dat zij door de gevonden informatie (eerder) naar de huisarts is gegaan. Vervolgens heeft 62% van de respondenten de internetinformatie besproken met de huisarts, en geeft 33% te kennen dat het bespreken van deze informatie van invloed is geweest op de te volgen behandeling.

graf-3.jpg

Figuur 3 Wat doet men met de online gevonden informatie? Bron: Zorg over internet inzicht

Hoewel het bij het onderzoek van de Universiteit Utrecht dus gaat om een specifieke groep (niet direct representatief voor de Nederlandse bevolking dus), zijn dit toch signalen dat online gezondheidsinformatie verstrekkende gevolgen heeft voor het (offline) zorggedrag van mensen.

Toekomstbeeld

Zorg op afstand wordt door de respondenten van Breedband en de Gebruiker wel degelijk gezien als iets dat in de toekomst steeds belangrijker zal worden (59%). 38% denkt ook dat breedbandinternet hieraan een positieve bijdrage kan leveren.

Onderstaande figuur laat zien dat ruim de helft van de Nederlandse internetgebruikers een directe (audio/video)verbinding met de huisarts overweegt te gaan gebruiken. Ook een toepassing als het contact onderhouden met een naaste in het ziekenhuis via beeld en geluid blijken veel mensen te overwegen.

graf-4.jpg

Figuur 4 Denkt men beeldcommunicatie in de gezondheidszorg te gaan gebruiken? Bron: Breedband en de Gebruiker

Een positief beeld dus vanuit de burger. Tel daarbij de grote kostenbesparingen online toepassingen kunnen hebben en de toekomst voor online zorgtoepassingen ziet er erg rooskleurig uit. Een obstakel, zoals wel vaker binnen de gezondheidszorg, is geld. Men (patiënten of zorgconsumenten) is niet bereid om extra te betalen voor online toepassingen; dat zou op de zorgverzekeraars verhaald moeten kunnen worden. Zo vindt 48% dat de verzekeraar moet zorgen voor een goede internetverbinding als patiënten gebonden zijn aan huis. Het Nederlandse zorgstelsel zit natuurlijk te ingewikkeld in elkaar om het zo simpel op te lossen, maar de vraag is: moeten en kunnen de zorgverzekeraars dit oppikken en bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe online zorgdiensten, zoals audio/video communicatie?

Lees ook de eerdere artikelen uit deze serie: ‘Internet als Winkel van Sinkel‘ , ‘Koffie, krantje, croissantje of ff checken?‘ en ‘Mediawijsheid: maken we ons druk om niets?‘.

Het volledige rapport Breedband en de Gebruiker 2007 (108 pagina’s) is te downloaden via www.breedbandgebruiker.nl. Het rapport Zorg over internet inzicht is op te vragen bij Guido Ongena via ongena@dialogic.nl.

Karianne Vermaas werkt als senior onderzoeker/adviseur bij onderzoeks- en adviesbureau Dialogic innovatie & interactie en is projectleider van het onderzoek ‘Breedband en de Gebruiker’.

0 stemmen stem
  1. Q5 Webdesign van q-5.nl op 9 mei 2008 om 00:27 uur

    interessant artikel, zit wel wat in. Internetten, goed voor de gezondheid dus :)

  2. Astrid van onlineresults.nl op 9 mei 2008 om 11:38 uur

    Een maand geleden hebben wij een soortgelijk onderzoek uitgevoerd, zij het niet kwantitatief maar online kwalitatief. We hebben 139 personen die gebruikmaken van internet als medische informatiebron uitgebreid gevraagd naar hun ervaringen en meningen. Interessant te constateren dat de uitkomsten in grote lijnen hetzelfde zijn als de door hier genoemde resultaten.

    Enkele andere opvallende uitkomsten uit ons onderzoek zijn:
    Voor enkele personen bood het internet – in tegenstelling
    tot advies van de reguliere arts – wel de juiste diagnose. Zoals een jonge moeder toelicht: “Bij het consultatiebureau zeiden ze dat het eczeem en de benauwdheid van mijn baby niets met koemelkallergie te maken had, maar een bezoek aan internet leerde mij dat daar wel degelijk de oorzaak lag”. En een vrouw die ruim een jaar lang gekweld werd door rode, opgezwollen ogen: “Zelfs de dermatoloog kwam niet verder dan een hormoonzalfje, maar op Allergieplein leerde ik dat het te maken had met een allergie voor coco midopropyl betaine”.

    Dokter keurt ‘zelf dokteren’ af
    Patiënten, oftewel de respondenten, zijn het er grotendeel mee eens dat dokters het niet op prijs stellen dat heel Nederland aan het ‘zelf dokteren’ is:
    “Een arts stelt dat niet op prijs. De informatie op internet geeft een overzicht van “mogelijke” verschijnselen. Veel mensen interpreteren dat fout in de zin van: zie je wel, dat heb ik ook.”
    Wel geven ze aan dat jongere artsen het waarschijnlijk meer op prijs stellen, omdat zij er immers ook mee zijn opgegroeid. Oudere artsen zien het als ‘wijsneuzerig gedrag’ volgens de respondenten.

    De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek op onze website http://www.onlineresults.nl onder het laatste nieuws.

  3. Marcel Cramer van incircle.nl op 9 mei 2008 om 11:46 uur

    Erg goed artikel. We hebben in het verleden wel eens een videospreekuur bedacht en voor een deel ontworpen.Daardoor werd m’n aandacht meteen getrokken door het artikel.

    De acceptatie van verschillende media door gebruikers heeft tijd nodig. Daarnaast is het zo dat je doelgroepen moet leren hoe ze moeten leren. Daarnaast is het erg belangrijk mensen zo voor te lichten dat ze in staat zijn ambassadeur te worden van een bepaalde toepassing. Er mag dus een flinke dosis tijd en geld in de marketing en communicatie gestoken worden om dit voor elkaar te krijgen. Heb er een goed geloof in dat het dan sneller zal gaan met acceptatie en gebruik.

    De komst van sociale media gaan hier mits goed toegepast een goede ondersteuning bieden. Immers kun je de sociale interactie op internet perfect gebruiken om zaken duidelijk te maken en ambassadeurs te kweken. Lijkt me leuk om hier eens een goed gesprek over te voeren.

    Groet,
    Marcel

  4. Jeroen de Miranda van wordpress.com op 10 mei 2008 om 15:40 uur

    interessant in dit kader is het interview met Paul F. Levy MBA, CEO & President, Beth Israel Deaconess Medical Center over het transparent maken van zorgresultaten van ziekenhuizen, zie:

    http://jeroendemiranda.wordpress.com/2008/04/28/those-hospitals-that-publish-their-results-will-do-better-transparency-and-quality-improvements-in-healthcare/

  5. Ewout Wolff van onedaycompany.nl op 14 mei 2008 om 10:03 uur

    Opvallend om te zien dat artsen `zelfdokteren` nog steeds zo afkeuren. Natuurlijk kan het lastig zijn, maar is dat niet de verantwoordelijkheid van iemand zelf? Ik ben nog verbaasd hoe weinig je in NL testjes e.d. kan bestellen ,zodat je je eigen gezondheid kan checken.

    Dezelfde reacties zie je op die MRI-total body scan. Alsof het niet boeiend is om te weten wat er binnen in je lichaam gebeurt.

    Alleen al daarom blijft Medisch voor mij een interessant gebied om in de gaten te houden, bedankt voor het artikel.

  6. Coach Arnhem van sprengcoaching.nl op 11 november 2009 om 11:47 uur

    Prima artikel, bedankt! Online zorgtoepassingen zijn onontbeerlijk in de toekomst en zullen m.i. een cruciale rol spelen om de gezondheidszorg eficienter te maken en daarmee betaalbaar te houden.

Schrijf een reactie


Opmaak uitschakelen