Hoe werkt traditionele webcommunicatie ook alweer? (1)
30 mei 2008 - 16:35
Tags: Management, Web 2.0, Web 3.0
Arme, arme communicatieprofessionals. Zijn ze eindelijk een beetje gewend aan dat rare ‘Web 2.0’, beginnen de eerste goeroes al over ‘Web 3.0’ te toeteren! Moeten ze nou wéér iets nieuws leren? Eigenlijk vraag ik het me af. Want vaak blijkt het al best lastig om de principes van Web 1.0, zeg maar ‘traditionele’ webcommunicatie, zo goed mogelijk toe te passen. Daarom in een serie van 5 artikelen een aantal tips en trucs beknopt op een rij. Vandaag deel 1: hoe richt ik een webproject eigenlijk in?
Een succesvol webproject in twee fasen: strategie en uitvoering
Hoe richt je een webproject in? Wat is er voor nodig? Wie zijn er bij nodig? Jesse James Garret van Adaptive Path ontwikkelde in 2003 een (nog altijd) heel bruikbaar model dat laat zien hoe het samenbrengen van 9 pijlers in 2 fasen een succesvol webproject mogelijk maakt. Zijn model, ‘The Nine Pillars of Succesful Web Teams’, ziet er als volgt uit:

Garrett scheidt een webproject in een strategische en een uitvoerende fase (‘tactical’ in het model). Zijn pijlers zijn overigens mensen, of op z’n minst ‘functies’ die je bij een webproject moet betrekken. Hij licht de pijlers, die je ook ‘kerncompetenties’ of ‘bouwstenen’ zou kunnen noemen, verder toe. Hoewel hij het niet over een volgorde heeft, zijn de pijlers ook te lezen als stappenplan; het een volgt uit het ander of levert input.
Strategische fase: onderzoek, doelstellingen en concretere plannen
Op strategisch niveau begin je met doelgroeponderzoek, dat het uitgangspunt vormt voor een sitestrategie. Doelgroeponderzoek achterhaalt behoeften, wensen en gedrag van je doelgroep. Met andere woorden, onderzoek geeft inzicht in de mensen die de website moet bedienen. En geeft richting aan hoe je je processen (dus) moet inrichten. (Doelgroeponderzoek is overigens een continu proces, want ook tijdens het ontwikkelen van de site én daarna is het cruciaal voor het succes van je site om te blijven peilen of ‘ie nog aan de wensen en eisen van je bezoekers voldoet.)
Op basis van het doelgroeponderzoek bepaal je vervolgens de sitestrategie:
- Doelstellingen (Wat moet de site bijdragen aan je bedrijfs- of communicatiestrategie?)
- Prioritering van de doelstellingen (Welke doelstellingen zijn het meest belangrijk?)
- Methode van monitoring (Bereiken we de doelstellingen? Hoe meten we dat?)
Vervolgens vertaal je deze uitgangspunten door in meer toegespitste strategische plannen. Bezoekers komen op je site vanwege de content die je er aanbiedt. In de contentstrategie bepaal je op welke manier je de verwachtingen van de bezoekers realiseert. Dit vormt de basis voor de contentproductie door bijvoorbeeld tekstschrijvers, fotografen, illustratoren of AV-producenten. De contentstrategie beantwoordt de volgende vragen:
- Welke content verwachten je bezoekers?
- Welke content bied je aan?
- Hoeveel content is dat?
- In welke vorm bied je wat aan?
- Welke stijl of tone of voice hanteer je?
Je bepaalt in de technology strategy:
- Keuzes voor een platform waar de site op draait (bijvoorbeeld welk CMS je kiest)
- Welke technologie je gebruikt (bijvoorbeeld wel of geen flash)
- Aan welke standaarden de site moet voldoen (bijvoorbeeld ‘Drempels vrij’)
- Hoe je dat allemaal op één lijn brengt
Schakelpunt tussen de strategische en uitvoerende fase is het interactieontwerp en de informatiearchitectuur (‘abstract design’). De informatiearchitectuur en het interactieontwerp vertalen de strategische doelstellingen naar conceptuele ‘user experience’: op welke manier kan een bezoeker op de site wat vinden? (Dit is nog niet een écht grafisch ontwerp.)
Uitvoerende fase: projectmanagement, ontwerp, content en bouw
Als de strategische uitgangspunten allemaal helder zijn geformuleerd, kun je aan de slag. Daarvoor heb je nodig:
- Stevig projectmanagement, dat zorgt voor het realiseren van de website, binnen de gestelde tijd en voor maximaal het gestelde budget.
- Een goed smoelend grafisch ontwerp, dat een grafische schil om de uitgangspunten legt. Of, in normaal Nederlands: het grafisch ontwerp zet het interactieontwerp om in wat een bezoeker van je site daadwerkelijk ziet.
- Een goed ingericht contentproductieproces, waarin de in de contentstrategie en informatiearchitectuur vastgelegde content gerealiseerd wordt. Je selecteert tekstschrijvers, fotografen, illustratoren en eventueel AV-producenten. Je richt de redactionele workflow in, bepaalt hoe autorisatie en goedkeuring van de content verloopt en bij wie dat belegd is
- Ten slotte is er uiteraard een partij nodig voor de technische implementatie: het bouwen van de site
Tot slot: wat kun je verder van deze serie verwachten?
Tot slot nog even een outline van wat je in deze serie artikelen leest:
- In artikel 2 lees je hoe je doelgroep bepaalt en beschrijft.
- Artikel 3 beschrijft dan hoe je je doelstellingen formuleert.
- Vervolgens lees je in artikel 4 hoe je een contentstrategie ontwikkelt.
- Ten slotte besluit artikel 5 over contentproductie en -beheer de serie.
Wat behandelt deze serie niet?
Zoals je misschien ziet, zijn de onderwerpen uit deze serie uitwerkingen van 3 van de 9 pijlers uit het hierboven beschreven model van Garrett. Nu is je auteur van huis uit ook een van die arme, arme communicatieadviseurs. Dat betekent dat ik niet van alle technische ins and outs op de hoogte ben. Of wil zijn. Want voor een communicatieadviseur is techniek vaak datgene wat onder de motorkap zit. Communicatieprofessionals willen een beetje specificaties (Hoeveel pk heeft ’ie?), maar vooral weten wat er functioneel kan (Hoe hard kan ’ie?) en wat dat betekent in termen van kansen en bedreigingen (Hoe veilig is ’ie?). Daar houdt het bij op.
En dat is ook goed. Ieder zijn terrein. Wat betreft techniek: er zijn talloze anderen die daar veel meer van begrijpen. En daar dus beter over kunnen schrijven. Met andere woorden: deze serie gaat niet in op de technische aspecten van succesvolle traditionele webcommunicatie.
Discussie? Graag!
Wat mij leuk lijkt, is een discussie over de onderwerpen in mijn serie. Mocht je dus vinden dat ik het hélemaal bij het verkeerde eind heb, of iets vreselijk over het hoofd heb gezien… Reageren!
Boudewijn Bugter is (web)communicatieadviseur en directeur van Sabel Communicatie Den Haag. Daarnaast is hij voorzitter van de themagroep Webcommunicatie van Logeion, vereniging voor communicatie. Hij publiceert regelmatig over zijn vak.
3423x gelezen 6 reacties



30 mei 2008 om 22:38
Ik ben op dit moment bezig af te studeren op het gebied van internetcommunities en ook de bouw van nieuwe communities, onder andere door middel van een website.
Wat mij in dit model het meest als achterhaald beschouwd kan worden is het uiteindelijke doel van de site, wat ook in mijn onderzoek gevonden is, is dat de verschuiving van content voor de mensen, naar content door de mensen groot wordt.
Hier horen totaal andere structuren en inzichten bij, naast ook psychologische gevolgen. Misschien sla ik wel enorm door in mijn eigen filosofie, maar met een website met ‘eenzijdige’ content (weinig feedback vanuit de gebruikers) scoor je niet meer tegenwoordig, een belang wat (in mijn optiek) nog te vaak wordt vergeten bij het inrichten van kleine (met name in het MKB) bedrijfswebsites of projectportals
1 juni 2008 om 01:06
Maar heb je als bezoeker van een kleine bedrijfswebsite wel behoefte aan een website waar je heel veel mogelijkheden om je feedback te geven? Als ik naar de website van mijn kapper ga, ben ik niet geïnteresseerd in andere mensen die daar ook hun haar laten knippen. Ik wil weten wat hun openingstijden zijn, hoe ik een afspraak kan maken en hoe ik ze kan bereiken.
Bij veel sites wordt in mijn optiek de fout gemaakt een site 2.0 te maken omdat dat de trend is. Waar het écht om draait is de vraag, voldoet mijn (bedrijfs)website aan de wensen van mijn klanten/prospects. Geeft hij antwoord op de vragen die ze hebben. Weten waar je bezoekers naar op zoek zijn, is belangrijker dan het vormen van een community. Wanneer een bedrijf zijn huiswerk goed doet, weet hij wat zijn klanten willen. Een community is een middel, geen doel.
1 juni 2008 om 12:58
Mond op mond reclame is altijd de meest goedkope manier van reclame geweest, naast dat het nog enkele voordelen heeft.
Uiteraard moet de community niet het uiteindelijke doel van de website zijn, maar de functionaliteit om als middel te fungeren moet er in mijn optiek zeker zijn.
Werd dit vroeger bijvoorbeeld gedaan in de vorm van een ‘gastenboek’, daar zou in mijn optiek toch zeker ook bij een kapper niet een ‘babbelhoekje’ o.i.d. misstaan, wellicht met bijvoorbeeld tips voor haarverzorging of nieuwe trends gevuld door de kapper zelf.
Natuurlijk is de behoefte aan extra informatie niet altijd nodig, maar het voegt zeker wat toe aan de beleving van producten (en in dit geval een dienst)
Ik denk zelf voor elke branche/organisatie/product wel een rol voor een community te kunnen bedenken.
2 juni 2008 om 09:44
@Kees:
Dit model is ook nadrukkelijk NIET bedoeld als model om een succesvolle community op te zetten. En Sjors heeft volkomen gelijk als hij zijn vraagtekens zet bij de ‘het kan dus het moet’-gedachte van interactiemogelijkheden voor gebruikers. Ik denk dat je inderdaad ‘doorslaat in je eigen filosofie’ ;-)
Je zegt: “(…) met een website met ‘eenzijdige’ content (weinig feedback vanuit de gebruikers) scoor je niet meer tegenwoordig (…)” Dat vraag ik mij dus ernstig af. Want wat is ’scoren’? Als je datgene doet wat het meest relevant is voor je doelgroep, toch? Dat is niet a priori de mogelijkheid geven tot feedback of het starten van een community.
Bovendien geef je aan voor elke branche, organisatie of elk product wel een rol voor een community te kunnen bedenken. Gek, want een contradictie met wat je hiervoor schrijft: het gaat om content dóór gebruikers. En de kern daarvan is toch, dat het vanuit hén geïnitieerd of in elk geval door hen gesteund wordt?
Ten slotte: ervaring bij inmiddels tientallen klanten leert dat het inderdaad vaak al moeilijk genoeg is om web 1.0 te implementeren, om allerlei redenen. Vandaar dat dit artikel op deze manier geschreven is.
2 juni 2008 om 09:57
Doorgeslagen mag je het inderdaad wel noemen zo te zien… Ik heb aandachtig het artikel doorgelezen, behalve het begin waaruit blijkt dat ik het begrip en de toevoeging van user input/feedback onnodig toevoeg.
Zelf heb ik ook voldoende web1.0 (dan spreek ik simpelweg even over een website met CMS voor invoer van dynamische pagina’s) ervaring en moet ik je gelijk geven over de implementatie daarvan tegenover 2.0.
16 augustus 2008 om 14:23
De keuze voor een web 1.0 - 2.0 - 3.0 of X.0 valt onder de Site Strategy ;)