De Nederlander gevangen in het sociale web?
30 juni 2008 - 07:00
Tags: Maatschappelijk, Onderzoek, Social networking, Web 2.0
Ruigrok|NetPanel peilt jaarlijks de status van de Nederlander op het gebied van ‘web 2.0’ of ‘het sociale web’. In maart 2008 is het onderzoek uitgevoerd onder een representatieve steekproef van 1807 Nederlanders. In dit artikel wordt ingegaan op een aantal bevindingen uit dit onderzoek: zijn we allemaal als vliegen gevangen in het sociale web? Of zijn we voorlopig nog afwachtend? En hoe zit het met de steeds voortdurende groei van online netwerken
Met name sites met sociale component groeien in bekendheid en gebruik
De term ‘web 2.0’ is ten opzichte van 2007 meer bekend in Nederland, maar de massa kent het begrip (nog) niet. In 2007 had 10% ervan gehoord, nu is dat 18%. Ondanks de lage bekendheid van de term, blijken web 2.0 toepassingen steeds meer geïntegreerd in ons dagelijks leven: kennis en gebruik van een steeds grotere diversiteit aan toepassingen nemen toe.
Online toepassingen met een sociale component zijn het meest gestegen in bekendheid. Voorbeelden hiervan zijn online netwerken zoals Hyves (van 53% in 2007 naar 81% in 2008), Facebook (4% naar 16%) en LinkedIN (4% naar 11%). Opvallend is dat de bekendheid van een aantal toepassingen is gedaald: de geholpen bekendheid van SecondLife is afgenomen van 22% tot 14% en ook Video.google.com moet het ontgelden. Waarschijnlijk ten goede van YouTube, die in bekendheid is gestegen van 65% naar 82%.
Hyves verslaat Marktplaats als voornaamste site
Naast bekendheid is ook gekeken naar het gebruik en het relatieve belang van sites en toepassingen. Hoewel Marktplaats nog steeds op nummer 1 staat als meest gebruikte toepassing in Nederland, is Hyves de nieuwe nummer 1 geworden als belangrijkste toepassing voor de Nederlander.
Een kwart van de Nederlanders die Hyves regelmatig gebruiken geeft aan dat dit voor hen de meest belangrijke site is. In 2007 stonden Marktplaats en Wikipedia nog op de eerste en tweede plaats als belangrijkste sites.
Nederlander netwerkt steeds meer online
Veel Nederlanders zien in online netwerken - zoals Hyves - de grootste trend van dit moment op internet. Dit is ook zichtbaar in de cijfers. Vorig jaar gaf 59% aan niet actief te zijn op online netwerken, in 2008 is dit nog maar 41%. Deze stijging zit met name in online sociale en zakelijke netwerken. Ook besteden online netwerkers er anno 2008 meer tijd aan.
Ook de houding op online netwerken verandert: we beginnen te wennen aan de nieuwe digitale vrienden. Nederlanders zijn nu minder selectief in het toelaten van mensen in het netwerk. In 2007 weigerde 57% van de netwerkers nog regelmatig de mensen toegang tot hun netwerken, nu is dat ‘nog maar’ 45%.
Motieven verschillen per online netwerk
In het onderzoek is gekeken naar de motivaties van de Nederlanders om actief te zijn op het voornaamste online netwerk. Motieven zijn verschillend per netwerk, omdat ieder netwerk voor de doelgroep zijn eigen benefits heeft. Zo is Hyves vooral voor het zoeken en vinden van mensen en communicatie, MSN Spaces voor goedkope communicatie op afstand, Schoolbank voor het zoeken van oude bekenden en LinkedIn voor het vergroten van carrièrekansen.
De voornaamste motieven per netwerk:
Hyves
- Oude bekenden zoeken / vinden (54%)
- Communiceren met goede contacten (26%
- Communiceren met mensen die ver weg wonen (25%)
- Plezier (25%)
- Nieuwsgierigheid (24%)
- Foto’s bekijken van mijn contacten (18%)
- Kijken wat mijn contacten bezighoudt (16%)
- Communiceren met minder goede contacten (18%)
- Op een goedkope manier berichten sturen (10%)
- Foto’s laten zien aan mijn contacten (9%)
MSN Spaces
- Communiceren met mensen die ver weg wonen (43%)
- Op een goedkope manier berichten sturen (31%)
- Communiceren met goede contacten (31%)
- Plezier (28%)
- Nieuwsgierigheid (22%)
Schoolbank
- Oude bekenden zoeken / vinden (77%)
- Nieuwsgierigheid (37%)
- Plezier (19%)
- Foto’s kijken van mijn contacten (16%)
- Communiceren met goede contacten (12%)
- Mijn carrièrekansen vergroten (32%)
- Mezelf beter vindbaar maken (27%)
- Nieuwsgierigheid (27%)
- Mezelf profileren (24%)
- Communicatie met zakelijke relaties (23%)
Mannen versus vrouwen op het sociale web
Waar web 1.0 meer een mannendomein was, is het sociale web juist aan de vrouw goed besteed. Uit meer van onze onderzoeken is gebleken dat vrouwen meer worden gedreven door hun sociale motieven in hun online gedrag dan mannen. Vrouwen zijn meer sociaal-emotioneel, mannen meer informatief-instrumenteel. Vrouwen noemen relatief vaker ‘communicatie’ als reden om online sociaal te netwerken, terwijl mannen juist vaker ‘jezelf laten zien’ en ‘jezelf beter vindbaar maken’ als motieven noemen. Het is dan ook niet verbazend dat mannen vaker het aantal vrienden op een netwerk zien als een graadmeter voor succes dan vrouwen.
Ook de mate van betrokkenheid bij een netwerk blijkt te verschillen: mannen hebben bijvoorbeeld minder moeite om over te stappen naar een ander netwerk als ze zien dat contacten daar naartoe verhuizen dan vrouwen.
Netwerker wil eerlijkheid
Al het enthousiasme over online netwerken heeft ook een keerzijde. Een ruime meerderheid van de online netwerkers ervaart teleurstellingen (88%) over deze manier van netwerken. Niet gek, want de karakteristieken van dit medium brengen dilemma’s met zich mee: wat laat ik van mezelf zien? Hoe ga ik om met de openbaarheid van mijn gegevens?
De voornaamste teleurstellingen zijn: fakers en nepprofielen (32%), reclame (32%) en mensen die zich anders en beter voordoen dan ze zijn (31%). Schijnbaar verwachten we in al onze openheid dat anderen zichzelf ook naar waarheid laten zien. Andere voorname ergernissen zijn: gevonden worden door mensen waar je geen zin in hebt (23%), trage en drukke websites (23%) en de openbaarheid van je gegevens (18%).
Online netwerken levert offline vrienden op
Naast teleurstellingen kan online netwerken de slimme gebruiker veel opleveren, zoals nieuwe vrienden. De stellingname dat ‘digitaal sociaal zijn’ afbreuk doet aan het gewone offline leven is door dit onderzoek verworpen. Slechts 5% van de Nederlanders zegt minder tijd over te houden voor vrienden in het ‘echte’ leven door online verworven contacten. 27% geeft zelfs aan dat online verworven contacten leiden tot vriendschappen in het echte leven.
Relativeer
Als het gaat om het bepalen van het belang van sociale media voor de Nederlandse consument blijft enige relativering ook in 2008 noodzakelijk. Er zijn genoeg mensen die het sociale web laten voor wat het is en gebruiken internet met name voor informatieve doeleinden. Ze geven aan niet de kennis en kunde te hebben om zichzelf online te profileren uiten, hebben er geen interesse in of voelen niet de behoefte, blijkt uit het onderzoek.
Daarnaast is er een grote groep online die sociale media wel uitproberen door accounts en profielen aan te maken, maar die er weinig mee doen. Het is van belang om deze groepen in communicatiestrategieën niet te vergeten. Het blijft vooralsnog een kleine groep die de grootste hoeveelheid content en traffic genereert, die het best bereikt wordt door online communicatie.
Mail voor meer informatie over dit onderzoek naar hanneke@ruigroknetpanel.nl. Zie ook het eerdere artikel Ik ben online zichtbaar, dus ik besta.
Hanneke Vos houdt zicht binnen full service marktonderzoekbureau Ruigrok | NetPanel bezig met de opzet en uitvoering van kwalitatief en kwantitatief online onderzoek. Haar grootste interesse ligt bij het onderzoeken en monitoren van ontwikkelingen en trends op het gebied van nieuwe media.
4026x gelezen 11 reacties










30 juni 2008 om 10:47
Super artikel Hanneke, een heleboel vermoedens worden nu ook cijfermatig ondersteund!
30 juni 2008 om 12:00
Een helder en leesbaar verhaal. En passend in het idee dat het toch echt om mensen gaat en niet om technische mogelijkheden (alleen). Dat vergeten ‘we’ nog weleens….
30 juni 2008 om 13:07
Bekend verhaal, maar leuk om dit nog eens met wat extra (Nederlandse) cijfers bevestigd te zien. Wel een kanttekening bij sommige aspecten van het onderzoek. Hoe belangrijk is het bijvoorbeeld dat de gemiddelde Nederlander de term ‘web 2.0′ kent? Voor professionals is het een handig stukje jargon, voor de consument heeft het weinig meerwaarde.
Hoe is er trouwens geredeneerd bij het opstellen van de vragen over de verschillende sociale netwerken? Ik snap dat elk netwerk zijn eigen unieke kwaliteiten heeft die je in kaart wilt brengen, maar ik had eigenlijk wat meer gemeenschappelijke punten verwacht zodat je de netwerken beter tegen elkaar af kunt zetten. Nu lijkt het meer op een stukje onderzoek om te kijken wat gebruikers belangrijke activiteiten vinden in verschillende netwerken, in welk geval er misschien wat specifiekere vragen gesteld hadden kunnen worden.
1 juli 2008 om 10:29
Ik vraag me af waar Netlog in het rijtje thuishoort. Dit is het grootste pan-Europese netwerk, maar staat nergens vermeld. Nochtans zijn er heel veel gebruikers in Nederland en overal in Europa (meer dan 35 mio gebruikers).
Ik zou ook niet van motivaties spreken, maar eerder van uses. Motivaties verklaren waartoe iets gedaan wordt en niet wat. De uses dan, correleren met de functies van de platformen, niet met de motivaties van waarom mensen daarin participeren.
1 juli 2008 om 11:08
Dank voor jullie reacties en toevoegingen!
@ Joery: Ik ben het eens dat het kennen van de term ‘web 2.0′ weinig zegt over de waarde ervan voor consumenten. De reden dat we het hebben voorgelegd is ook om aan te tonen dat de term web 2.0 voor veel consumenten nog relatief nieuw is, terwijl het voor professionals alweer ’so 2007′ is.
@Joery en Davy: Dat het meten van ‘motivaties’ om te participeren op online netwerken definitiekwesties met zich meebrengt ben ik zeker met jullie eens. Het is een interessante discussie, om te bedenken wanneer je iets een ‘motief’ kan noemen. Wetenschappelijke communicatiemodellen voor traditionele en nieuwe media geven er verschillende indelingen voor.
Dit heb ik eerder ondervonden tijdens mijn afstudeerscriptie in 2006 waarin ik de motivaties van Hyvers uitvoerig onderzocht. Daaruit kwam naar voren dat bepaalde functionaliteiten, ‘benefits’ of ‘gratificaties’ voor Hyvers juist vaak voorname motieven zijn. De reden is dat deze uniek zijn voor het medium en daarom gebruikers drijven om actief te zijn.
2 juli 2008 om 12:50
Hoe definieert Ruigrok ‘representatief’? Zijn de punten waarop gescoord is (motivatie, teleurstelllingen) tot stand gekomen nalv interviews en vervolgens geobjectiveerd? Of heeft Ruigrok de schalen zelf gedefinieerd? Ben benieuwd naar het paper/de methode-sectie, waar vind ik die?
2 juli 2008 om 13:40
Goed verhaal Hanneke. Leuk om te lezen en het is natuurlijk altijd goed om te zien dat relaties meer en meer de overhand krijgen. Een trend die je overal terug ziet de laatste tijd. Persoonlijk vind ik het ook leuk om te zien dat de trend zich doorzet dat online vriendschappen ook offline worden aangehaald. Ik heb het idee dat dit in de toekomst een steeds grotere rol gaat spelen naarmate de scheidslijnen tussen online en offline komen te vervagen.
2 juli 2008 om 13:54
@ Pim: De lijst voorgelegde motieven is met name gebaseerd op mijn afstudeerscriptie en de resultaten van dit onderzoek in 2007. Toen is in open vragen gemeten wat motieven van respondenten zijn. Genoemde antwoorden zijn gecategoriseerd en meegenomen in het onderzoek voor 2008. Voor wat betreft de representativiteit: de verdeling in de steekproef voor wat betreft geslacht, leeftijd en opleiding is gelijk aan die in de Nederlandse bevolking. Voor meer informatie over de methodiek wil ik je vragen mij te mailen.