De grote opknapbeurt van web 2.0: web 2.5

13

door Freek Bijl van eFocus

Print

op woensdag 17 september 2008 om 08:46 uur

Web 2.5Positivisme en de economie zijn onderhevig aan een conjunctuur. Een hoogtepunt wordt altijd weer gevolgd door een dieptepunt. En dat is maar goed ook. Web 1.0 werd gevoed door positivisme 1.0: ongebreideld en vaak ongefundeerd enthousiasme. Web 2.0 heeft zo haar eigen vorm van positivisme: gevoed door de gedachte dat het internet “here to stay” is en we nu (pas) de volle mogelijkheden zien. Het nieuwe web is open, sociaal en gebruiksvriendelijk. Nu web 2.0 als onderwerp van gesprek over zijn hoogtepunt lijkt te zijn, klinken de eerste geluiden over het volgende web alweer. Web 3.0, oftewel: het semantische web. Ik zelf ben een product van na de bubbel. Ik ben een positivist 2.0 en zelfs schuldig aan diverse posts over web 3.0. Maar dit is mijn ‘pas op de plaats post‘. Het huidige web (2.0) kent nog een aantal grote ‘bugs’ en is daarom toe aan een update voordat het klaar is voor de volgende grote stap.

De 5 belangrijkste uitdagingen voor web 2.5

Ik besef dat onderstaand overzicht geen eindige lijst is. Het is zeker geen overzicht van alles wat er nog te verbeteren valt. Web 3.0 is immers ook nog aan de beurt. Mocht je dingen missen af aanvullingen hebben: reageer!

1. Professionalisering van online businessmodellen

Het huidige web is nog in teveel gevallen een kostenpost. Hoewel we gefundeerder en meer realistisch naar het huidige web kijken, blijkt het nog steeds lastig om een goed online businessmodel op te zetten. Er wordt volop gedacht en geëxperimenteerd over manieren om geld te verdienen, maar in veel gevallen is het onvoldoende. Dit lijkt paradoxaal, aangezien adverteerders ook beseffen dat ‘push’ modellen (traditioneel adverteren) verliezen aan effectiviteit. Vraag en aanbod komen dus nog onvoldoende samen.

Eén van de grootste uitdagingen is om met de verdere professionalisering van online een goede boterham verdienen. Web 2.0 heeft absoluut laten zien dat geld verdienen mogelijk is, maar de kritieke massa is hiermee nog niet gediend. Het gebrek aan tijd en geld staat veel partijen in de weg naar verdere groei.

2. ‘Ontzuiling’ van data

De afgelopen tijd wordt er redelijk wat gesproken over data portability; het ‘ontzuilen’ van data, zodat het vrij kan bewegen over het web. Hier worden aardige vorderingen mee gemaakt, maar het moet beter. We hebben nog steeds tientallen (zo niet honderden) logins. Dezelfde data staat nog steeds op verschillende plekken. OpenID moet gebruiksvriendelijker worden en API’s minder vrijblijvend.

Binnen het principe van ontzuiling van data past ook een flinke verbetering van de (RSS) readers en viewers (en daarmee de feeders). We maken nu al redelijk gebruik van RSS (feed)readers zoals Google Reader of Netvibes, maar dit staat nog in de kinderschoenen. Met name websites van contentmakers zullen meer als ’service’ moeten gaan fungeren en hun content helemaal open moeten stellen voor publicatie buiten de eigen omgeving. (En dan komen we direct weer bij uitdaging 1 terecht, omdat veel websites juist het geld verdienen binnen de eigen omgeving.)

3. Oplossen on-/offline probleem

Een derde belangrijke uitdaging is de oplossing van het on-/offline probleem. Steeds meer taken en programma’s worden online uitgevoerd. Langzaam verhuist de desktop naar de browser (en andersom). Dit gaat allemaal goed zolang er een internetverbinding is. Als deze wegvalt heb je een probleem. Adobe AIR en Google Gears moeten voor oplossingen zorgen, maar de échte oplossing zal toch in de browser zitten.

4. Internet volwassen op TV

Internet breekt dit jaar door op het kleine scherm van de mobiele telefoon. Al die drukte doet ons bijna vergeten dat er nog een scherm te winnen is, namelijk dat van de televisie. Hoewel veel over gesproken en veel mee geëxperimenteerd, zijn we tot op heden niet in staat om het filmpje wat we online kijken makkelijk op de televisie af te spelen. Natuurlijk zijn er oplossingen, maar deze zijn onvoldoende gebruiksvriendelijk of duur. Net als internet op de mobiel nu de massa bereikt moet dit ook nog gebeuren voor de televisie. Philips komt volgend jaar met Net TV. Hopelijk een doorbraak.

5. Betere selectie- en zoekmechanismen

Het huidige web kent nog onvoldoende goede selectiemechanismen. Google doet erg zijn best om een onderscheid te maken tussen relevant en minder relevant. Om bovenaan te komen in een resultatenlijst moet je de juiste en toegankelijke content hebben én populair zijn. Momenteel zitten we in de situatie waarbij informatiedomeinen grotendeels zijn ‘bezet’. Vele websites hebben dusdanig veel content geproduceerd en links opgebouwd dat kleine nieuwe spelers er nauwelijks meer tussenkomen. Hoe goed hun kwaliteit ook is. Anno 2008 in je eentje een nieuwe Frankwatching beginnen en hopen dat je hetzelfde succes haalt is bijna onbegonnen werk.

Sites als Digg en NuJij zijn een redelijke oplossing voor dit probleem door een sociaal element toe te voegen (aanbeveling), maar ook deze services zijn gebaseerd op het aantal mensen dat iets relevant vindt. Een site met veel bezoekers wordt doorgaans door meer mensen relevant gevonden.

Wat relevant is voor een persoon wordt voor een groot deel (ook) bepaald door het netwerk waar in hij zich begeeft. Twitter (voor mij een netwerk van zo’n 100 mensen) is bijvoorbeeld voor mij één van de belangrijkste bronnen van relevante content. Selectie- en zoekmechanismen op basis van je (sociale) omgeving moeten nog doorbreken.

Conclusie: web 2.0 is net als de iPhone

De iPhone is een geweldige en veelbelovende innovatie. Maar het is niet de eerste, noch de tweede iPhone die volwassen genoeg is om aan de alle kritische gebruikerseisen te voldoen. Niet 2.0, maar 2.5 is het moment waarop je echt tevreden mag zijn.

Freek Bijl is internet strateeg bij eFocus en blogt ook op Bijlbrand.

1 stem stem
  1. Matthijn van itude.com op 17 september 2008 om 09:38 uur

    Goed artikel, leuke blog heb je ook. Ga ik zeker meer van lezen. Punt 1 en 2 herken ik erg sterk. Er bestaan nog bedrijven die nog geen beleid hebben over online mogelijkheden. Wellicht bevinden die bestuurders zich nog, qua gedachten, in web 1.0. Binnen mijn bedrijf wordt gewerkt aan webservices en communities. Waanzinnig interessant. Er moet nog veel gebeuren, niet zozeer op technisch vlak, maar bij de potentiële gebruikers. Deze nieuwe technieken/methoden zijn nog onbekend en onbeproefd. De uitdaging is dus om een stap te maken in het denkproces: de zaken vanuit een ander perspectief te bekijken.

  2. Arjan Bakker van arjanbakker@blogspot.com op 17 september 2008 om 09:49 uur

    Wat mij betreft moet het nog makkelijker gemaakt worden om social networks met elkmaar te combineren. Ik houd mijn blog bij op blogger en profiel op liked in. Nu zijn ze wel te koppelen, maar ik zou echt niet weten hoe je ze kunt integreren zodat ik alles over mezelf in een scherm kan laten zien. Wie het weet mag het me uitleggen, ik zal er dankbaar gebruik van maken. Wat mij betreft een duidelijke web2.0 verrijking.

  3. Bram op 17 september 2008 om 10:07 uur

    @Arjan, je zou een Netvibes account aan kunnen maken, waarop je de RSS-streams van zowel je LinkedIn als je blog samenbrengt in een Netvibes Universe (mocht je het publiekelijk willen maken). Zo heb je in 1 overzicht al je persoonlijke feeds en posts bij elkaar.

    Goed artikel Freek! Wel wil ik als 6e punt toevoegen, dat web 2.5 ook betere beslissingen moet hebben gemaakt voor wat betreft eigendomsrecht van informatie ‘chunks’. Liefst onder een Creative Commons license zoals bijvoorbeeld op Flickr al wel goed gebeurt.

  4. Carl Mangold van mangold.nl op 17 september 2008 om 10:19 uur

    Het is goed om na te denken over de verdere ontwikkeling van Web 2.0, maar je maakt helaas weer de denkfout dat Web 1.0, Web 2.0 en Web 3.0 elkaars opvolger zijn. Terwijl het gewoon naast elkaar bestaande manieren van internetgebruik zijn.
    http://www.adformatie.nl/column/bericht/de-web-drie-eenheid

  5. Ramon van mijnnaamisramon.nl op 17 september 2008 om 10:27 uur

    Goed artikel! Ik vind het ook opvallend dat het hele “location based services” is komen te vervallen in de race naar het web 2.0 gebeuren. Maar dat komt vast wel weer terug als GPS gemeengoed wordt en de telefoons beter met internet kunnen omgaan.

  6. Kees Romkes van d-tek.nl op 17 september 2008 om 10:58 uur

    Internet in de opkomende landen (china/india) ís mobiel. Dat wij hier gewend zijn aan een groot toetsenbord en dito beeldscherm is daar veel minder gewoon, voor hen is dat onbereikbaar.

    Innovaties op dat gebied, bijvoorbeeld met slim gebruik van navigatie en een goed deel interaction design zijn daar erg nodig.

    Combineren van ‘eigen’ gecreeerde content kan inderdaad prima met een ‘public’ netvibes of plaxo.

  7. Freek Bijl van bijlbrand.nl op 17 september 2008 om 12:07 uur

    Dank voor de reacties en toevoegingen allen! Zoals ik al zei is mijn lijst niet compleet en ik lees al een aantal zaken die ik mis in mijn eigen verhaal.

    @Arjan helemaal eens en goed punt. Dit bedoel ik ook met de opmerking ‘minder vrijblijvende API’s’. Spelers als LinkedIn zullen meer open moeten worden zodat wij daar meer eigen dingen mee kunnen doen.

    @Carl Goed punt. Het naast elkaar zetten van 1.0 – 3.0 leidt tot het misverstand dat deze zaken ook daadwerkelijk naast elkaar bestaan. Het zijn echter difuse begrippen die ook difuus naast elkaar (kunnen) bestaan.
    Wel is het zo dat er een duidelijke trend waarneembaar is een aantal ontwikkelingen die te bundelen zijn in een begrip: Web X.0. Dat maakt discussieren over het onderwerp weer makkelijker. Op dat punt ben ik het met je eens. Wel vind ik dat de ontwikkelingen niet helemaal naast elkaar zijn te plaatsen en dat de aanduiding van 1.0-3.0 ook staat voor de volwassenwording van het web.

  8. Chris Stapper van Expand.nl op 17 september 2008 om 18:53 uur

    Zeer goed artikel Freek!

    Ik ben een beetje sceptisch over het gebruik van termen als web2.x, iedereen geeft daar een andere invulling aan. Maar het geeft wel een aardige indicatie over waar je over praat.
    Recent las ik iets over 3.0, ik denk op het google blog. 3.0 zou het semantische web zijn en 4.0 is het idee dat websites/computers in staat zijn proactief informatie te verschaffen, bijvoorbeeld door op basis van een gesprek informatie op te zoeken.

    Punt 1 ben ik het zeker mee eens, maar het verdient misschien nog de aanvulling dat verdere professionalisering niet alleen beter getunede businessmodellen bevat. Ik denk dat die professionalisering ook in zou moeten houden dat bestaande bedrijven web2.0 toepassen om te besparen op tijd en geld intensieve activiteiten. Bijvoorbeeld werving en selectie, daar valt nog een wereld te winnen.

    Zeer goed artikel en uiteraard opgeslagen in de geschiedenis van mijn RSS.

  9. Davied van ambtenaar20.nl op 17 september 2008 om 22:32 uur

    Freek, prima pas op de plaats inderdaad.

    Maar dan? Aan al deze zaken wordt natuurlijk wel gewerkt, deze ontwikkelingen gaan constant door. Een jaar geleden had je iets anders geschreven, over een jaar weer iets anders.

    Dus, nu een blogje over de stand van zaken bij het oplossen van bovenstaande uitdagingen? Gaan ze allemaal even hard? Of is op een specifiek terrein een duwtje nodig wat jou betreft?

  10. Freek Bijl van efocus.nl op 18 september 2008 om 06:52 uur

    @Davied Je hebt helemaal gelijk. Die post moet er komen. Kost wat uitzoekwerk, maar ik kom daar op terug (heb ook nog meer op het lijstje staan van posts die ik nog moeten schrijven, zoals iets met overheid ofzo;) )

  11. Jasper op 2 oktober 2008 om 13:24 uur

    Een zeker goed stuk en een reeks nette reacties die hier staan. Ik ben het er zeker mee eens dat er bij de eindgebruikers nog steeds een hoop scholing nodig is. (Als ik het toevallig een keer heb over een client/server model moet ik het naar mijn zin nog steeds te vaak uitleggen.)

    Ik ben zelf echter een grote tegenstander van de term Web2.0. In mijn ogen is het meer een soort quasi technische ‘hypeterm’ die vaak verward word met wat er echt technisch gaande is. In mijn ogen zijn wij momenteel nog steeds in de tijd van Web1.0 en hebben wij er alleen maar een paar uitbereidingen op gekregen. Denk hierbij aan php, javascript, CSS en dergelijke. RSS is echter geen uitbereiding, maar een afgesproken standaard die het ver geschopt heeft.

    Ik zit echter nog steeds te wachten op de daadwerkelijke (correcte) wereldwijde implementatie van IPv6 met XML transfer protocollen. De sprongen vooruit die wij de laatste jaren gezien hebben gezien zullen verbleken bij de sprong voorwaarts die dat zal zijn. Op dat moment ga ik het web pas Web2.0 noemen.

    Een latere implementatie van push achtige technologieën die er momenteel al lang zijn, maar nog steeds in de ijskast liggen te wachten op wereldwijd IPv6 word in mijn ogen pas Web2.5 en Web3.0 heb ik als informaticus me nog niet eens een droomvoorstelling van gemaakt.

Schrijf een reactie


Opmaak uitschakelen