Wat redacteuren over Webrichtlijnen moeten weten

14

door Jeroen Blokhuis van Romae internet en content

Print

op vrijdag 6 maart 2009 om 16:00 uur

Dame achter WikipediaDe webrichtlijnen zijn zo onderhand gesneden koek voor ontwikkelaars, bouwers, projectleiders en adviseurs. Zij lezen de artikelen van bijvoorbeeld Ferry den Dopper en Anne-Roos Hassing en weten wat ze moeten weten. Maar webredacteuren hebben vaak nauwelijks een idee van wat er concreet van hen wordt verwacht. En dat is best veel. Dit artikel is een inleiding in ‘webredactie volgens de webrichtlijnen’ .

Grofweg zijn er drie redenen om de webrichtlijnen te volgen. Het moet (ook lagere overheden hebben dat afgesproken). Het is handig (door standaardisering is het voor alle partijen makkelijker communiceren). Het is goed voor je doelgroep (en dus voor jou).

Webredacteuren worden dan ook vaak aangesproken op die webrichtlijnen (en op de score in de Overheidsmonitor). En ze zijn van goede wil, maar die webrichtlijnen zijn geen sinecure. Zo lijkt het tenminste.

  • Het zijn er veel: honderdvijfentwintig.
  • Ze zijn grotendeels onbegrijpelijk (technisch!).
  • Of ze zijn vaag (”schrijf begrijpelijk voor je doelgroep”).

Er is wel veel over de webrichtlijnen te vinden, maar niet voor redacteuren. Zelfs de site Webrichtlijnen.nl vertelt een redacteur niet wat in zijn werk nou echt de bedoeling is.

Uit de weg

De webrichtlijnen zeggen eigenlijk dat je doelgroep niets in de weg mag staan om jouw informatie tot zich nemen. De techniek niet, en de webredactie niet.

Ongeveer tweederde van de webrichtlijnen is ‘technisch’. Maar de rest is direct van belang voor het werk van webredacteuren. Die moet je dus eigenlijk uit je hoofd kennen. Ze gaan over wat je moet doen met je CMS, en over hoe je teksten moet schrijven.

Schrijven voor machines

Frans BauerDe pagina’s op je website zijn bedoeld voor mensen.

Maar besef dat er altijd eerst nog een machine aan te pas komt, voor deze mensen een blik op je content slaan. Een PC of een notebook, een iPhone of een Nokiaatje.

Maar ook browsers: Internet Explorer of Firefox of een tekstbrowser of een brailleregel, een RSS-reader, een voorleesfunctie, een lettervergroter… Dat maakt nogal uit. En niet te vergeten: zoekmachines. Als ze je pagina met Google niet vinden, zullen ‘m zeker niet bekijken.

Om al deze machines optimaal te bedienen, moet je CMS optimaal ingericht zijn. Dat is het technische deel van de webrichtlijnen. Als redacteur heb je daar vaak niet zo veel mee te maken. Maar als het CMS eenmaal op orde is, kun jij er nog wel een hoop aan verpesten.

Meer dan alt-teksten

Mooie afbeelding in je pagina? Machines kunnen hem niet zien. Een tekstbrowser of een oude PC zien wel dat er een plaatje staat, maar niet wat dat plaatje voorstelt. Beeld snappen ze niet, tekst snappen ze wel. Daarom geef je voor visuele content altijd een alternatief: een alt-tekst bijvoorbeeld.

Dit geldt voor plaatjes, maar ook bij kaartjes, video’s en pdf’s moet je zorgen voor een alternatief (meer over alt-teksten en andere alternatieven op Popolo.nl).

Lay-out

De verschillende elementen van je content moeten dus machine-proof zijn. Dat geldt ook voor de structuur van die content. Daarom is het zaak je CMS te gebruiken zoals het bedoeld is.

Gebruik bijvoorbeeld de editor voor tussenkopjes (simpelweg vet-gemaakte regeltjes voldoen niet), voor het maken van tabellen, voor het lay-outen van afbeeldingen.

Er is veel te vertellen rond dit onderwerp. Over formulieren bijvoorbeeld. En over hyperlinks en navigatie. Maar ik wil nu van de machines af.

Begrijpelijkheid

Want als de machines eenmaal klaar zijn met je content, kan de mens eraan beginnen. Bekijk die mensen hierboven nog eens. Zij kunnen lezen, maar wellicht minder goed dan je denkt. De webrichtlijnen schrijven voor dat je voor hen “begrijpelijk” bent. En daarom moet je je teksten schrijven op taalniveau B1.

Kort door de bocht: mensen met taalniveau B1 begrijpen De Volkskrant, Trouw en NRC niet. De Telegraaf begrijpen ze wel. Van de Nederlanders zit zo’n 65% op taalniveau B1 of hoger. (Een aanzienlijk deel bereik je dus nog steeds niet.)

Bij Romae gebruiken we een checklist van ongeveer dertig punten om teksten op begrijpelijkheid te analyseren. Hieronder een selectie die je een goed idee geeft van wat begrijpelijk schrijven inhoudt:

  • Concreet woordgebruik
  • Frequente woorden
  • Betekenisvolle titels
  • Kernachtige inleiding
  • Betekenisvolle tussenkoppen
  • Eén onderwerp per alinea
  • Alinea’s starten met topic-zinnen
  • Afwisseling lange en korte zinnen
  • Opsommingen niet in lopende tekst
  • Spreek de lezer aan
  • Feiten en cijfers in menselijke maat
  • Geen tangconstructies
  • Geen jargon (zonder toelichting)
  • Geen ongebruikelijke afkortingen

Voorbeelden van (on)begrijpelijkheid

Screendump van www.zwolle.nl

Wie deze pagina van de gemeente Zwolle via Google binnenkomt, heeft moeite te bepalen waar deze tekst over gaat:

  • Wat is de titel precies (‘Samenhang’ of ‘Wat zegt het structuurplan’)?
  • De tekst heeft geen intro of topiczin.
  • Bovendien zijn de drie zinnen op deze pagina passief en onpersoonlijk. Bijvoorbeeld: “De visie die met het Structuurplan is neergelegd streeft naar een evenwichtige gemeente met samenhang.”
    Er is dus een visie, die is ‘neergelegd met het Structuurplan’. (Staat die visie in het plan te lezen? De tekst geeft er in elk geval geen informatie over.) Deze visie streeft naar een evenwichtige gemeente met samenhang. Iedereen voelt wel zo’n beetje aan wat daarmee wordt bedoeld, maar niemand weet het precies. Er is ook niemand aan wie je het kunt vragen: het streven is niet van mensen afkomstig, maar van “de visie”.

Screendump van www.olst-wijhe.nl

Een goede inleiding, topiczinnen, het komt op hetzelfde neer: vertel wat je gaat vertellen. Deze pagina op de website van Olst-Wijhe is onduidelijk omdat titel en eerste alinea geen verband met elkaar hebben. Omdat je niet weet wat je verder op de pagina kunt verwachten, weet je ook niet met welke ‘blik’ je moet lezen.

Stuk tekst op www.arnhem.nl

Bovenstaande tekst op www.arnhem.nl toont een mooi staaltje van vaag taalgebruik. Als lezer ‘kun je er niks mee’.

  • “Verminderen van en beter omgaan met de negatieve kanten van de ruimtelijke kloof…”
  • “De problematiek”…welke problematiek precies?
  • ” Sociale structuur”…wat bedoelt u daar precies mee?
  • “Door het imago te versterken worden ook ontwikkelingen in gang gezet die de andere doelen dichterbij brengen”… De inhoud van deze zin ‘ zweeft’, is niet vast te pinnen.
  • Met als uitsmijter een onversneden tangconstructie (zie screenshot).

Hoe moet het dan wel?

Echt begrijpelijke, goed geschreven pagina’s zijn moeilijk te vinden op informatieve overheidssites. Maar een prachtig voorbeeld is de site van Steunpunt Huiselijk Geweld; wat zeg ik, een schoolvoorbeeld. Deze site voldoet als een van de weinige voor 100% aan webrichtlijnen, en dat geldt dus ook voor de begrijpelijkheid van de teksten.

Screendump van www.shginfo.nl

Tijd genoeg?

Mist jouw redactie kennis en vaardigheden om aan de webrichtlijnen te voldoen? Dat heb je nog bijna twee jaar. Maar waarom zou je eigenlijk zo lang wachten?

Jeroen Blokhuis blogt op Popolo.nl en werkt voor Romae.

6 stemmen stem
  1. Michel H op 6 maart 2009 om 16:21 uur

    Sorry Jeroen, maar je slaat de plank wel flink mis door niet even in de opening van je artikel te vermelden wat de Webrichtlijnen zijn. Ik wist het niet en snapte daarom niets van de eerste alinea. Toen ik in het begin van de tweede alinea ook nog eens las “Het moet”, was dat alleen maar extra frustrerend.

    Inmiddels weet ik wel wat de Webrichtlijnen zijn en kan ik Ferry’s vraag in de titel van zijn artikel beantwoorden met: suf.

  2. Jeroen Blokhuis van op 6 maart 2009 om 20:14 uur

    De eerste zin van mijn artikel klopt dus niet ;-) Maar Michiel, je hebt een punt.
    Dat de webrichtlijnen suf zijn, ben ik dan weer niet met je eens: ze staan voor kwaliteit.

  3. Erwin van blogspot.com op 6 maart 2009 om 21:42 uur

    De webrichtlijnen zijn echt niet moeilijk. Wat ik mis in een redactie is dat men ‘elkaar helpt’. Door als groep naar elkaars teksten te kijken, kun je in twee of drie maanden enorme sprongen vooruit maken!

  4. Erik van Erne, stichting Milieunet van andersbekekenblog.nl op 8 maart 2009 om 14:46 uur

    Op zich een interessant stukje. De toelichting en verwijzing naar slechte en volkomen onbegrijpelijke websites is niet moeilijk. Daar zijn zoveel voorbeelden van.

    De verwijzing naar de site onder het kopje: Hoe moet het dan wel, heb ik eens even bekeken. Ben altijd op zoek naar goede voorbeelden.

    Tja, het kan aan mij liggen, maar ik kan er niet enthousiast van worden. Ok, duidelijk taalgebruik dat wel. Vormgeving: tekst, heel veel tekst in kleurvlakken.

  5. Erik van Erne, stichting Milieunet van andersbekekenblog.nl op 8 maart 2009 om 14:48 uur

    @Erwin,

    Dat is inderdaad een heel goed idee. Door eens op positief kritische, opbouwende wijze naar elkaars werk te kijken, kun je inderdaad snel verbeteringen aanbrengen en van elkaar leren.

    Mocht er iemand tijd hebben dan hou ik mij aanbevolen voor kritische opmerkingen over onze weblog.

  6. Jeroen Blokhuis van op 8 maart 2009 om 20:45 uur

    @Erik, inderdaad is het veel moeilijker om voorbeelden te vinden van hoe het dan wel moet. Daarom werd ik juist heel blij van shginfo.nl; het design is niet boeiend, maar de teksten zijn perfect.

  7. Evert van redkiwi.nl op 10 maart 2009 om 12:14 uur

    Ik kon de volgende 5 webrichtlijnen voor tekst vinden:

    1.Beschrijf niet het mechanisme achter het volgen van een link.
    2.Schrijf heldere, beschrijvende tekst voor links.
    3.Gebruik het minimum aan tekst dat nodig is om te begrijpen waar de link naartoe leidt.
    4.Schrijf korte, bondige tekst, waarin de belangrijkste boodschap bovenaan de pagina al wordt genoemd.
    5.Gebruik taal die de bezoeker begrijpt: beperk het gebruik van jargon, moeilijke termen en afkortingen.

    Voor een webredacteur bij een overheidsinstantie kan ik me voorstellen dat punt 4 een opgaaf is. Deze zitten vaak te diep in de materie om onderscheid te maken wat de belangrijkste boodschap is. Mijn ervaring is dat met wat onderzoek en testen er veel concreter naar de informatie gekeken worden.

    In een voorbeeld uit de praktijk heb ik in twee fasen onderzoek gedaan naar de informatie behoefte van scholieren die voor een profiel keuze staan. Ik stond voor de taak een grote hoeveelheid informatie over de bèta techniek te filteren.

    Door middel van een groepsinterview is vooraf bepaald wat het beeld van de scholieren over de bèta is en waarop ze hun keuze voor een profiel baseren.

    Vervolgens is het prototype inclusief informatie op de scholieren losgelaten. Voor en na het testen zijn vragen gesteld over de bèta techniek en hun profiel keuze. Zo kon ik achterhalen welke informatie ook daadwerkelijk aansloot bij hun behoeften.

  8. Ferry den Dopper van den-dopper.com op 13 maart 2009 om 14:29 uur

    @Evert en Bas: Ik denk zelf dat er meer dan 5 richtlijnen zijn waar redacteuren mee te maken krijgen. Begrijpelijk en doelgroepgericht schrijven hoort bij het vak. Daarin ligt ook niet de grootste impact van de Webrichtlijnen voor redacteuren, mijns inziens. Waarin dan wel? Het correct semantisch opmaken van tekst, bv. het aangeven van afkortingen, definities, taalwisselingen, citaten enz. Daarbij zijn redacteuren natuurlijk vaak afhankelijk van de mogelijkheden van de rich text editor. Daardoor kunnen ze zelfs genoodzaakt zijn deze html-tags handmatig aan te brengen in hun content.

  9. Jeroen Blokhuis op 16 maart 2009 om 09:34 uur

    Inderdaad, wat Ferry aangeeft klopt: de webrichtlijnen betekenen voor redacteuren meer dan alleen begrijpelijk schrijven. Ze moeten voorzien in alternatieven voor visuele elementen en juiste (ook semantisch juiste) opmaak van de pagina’s. In dit artikel komt dat misschien niet duidelijk genoeg uit de verf; wellicht maak ik daarom een deel II.

  10. Raph van webrichtlijnen.nl op 24 maart 2009 om 10:19 uur

    @Jeroen Blokhuis:
    Je schrijft: “Zelfs de site Webrichtlijnen.nl vertelt een redacteur niet wat in zijn werk nou echt de bedoeling is.” Dat is juist. De huidige versie van het kwaliteitsmodel richt zich vooral op het proces dat moet leiden tot de oplevering van een website die in zo hoog mogelijke mate aan de webrichtlijnen voldoet.

    Op http://www.webrichtlijnen.nl/handleiding/exploitatie/inhoud/ staat hierover: “Er zijn geen vaste richtlijnen met betrekking tot het ontwikkelen van de inhoud van websites. Terwijl het in de rest van de handleiding gaat over de duurzame toegankelijkheid van de technische aspecten van websites, gaat het in de hierna volgende ‘best practices’ om de toegankelijkheid van de informatie op zich in de ogen van de bezoeker van de website.”
    Dus een aantal best practices wordt wel behandeld.

    Mijn collega Jules is de afgelopen tijd aan de slag gegaan met een wiki-pagina die over webredactie gaat, zie http://wiki.webrichtlijnen.nl/Webredactie.
    Het stuk is nog volop in bewerking (dus alle bijdragen en verbeteringen zijn van harte welkom!), maar het biedt al wel een bruikbaar overzicht van welke webrichtlijnen een relatie hebben met het werk van redacteuren. Dat zijn er meer dan vijf…

    Trouwens, in het artikel had een vermelding van het boek ‘Het geheim van de overheidswebsite’ eigenlijk niet mogen ontbreken. Dit boek, geschreven door Wiep Hamstra, is specifiek gericht op webredacteuren en verscheen in oktober 2007. De Webrichtlijnen zijn gebruikt als basis voor een optimale internetcommunicatie.
    Voor meer informatie over het boek, zie http://www.managementboek.com/boek/GemeenteOplossingen/Het_geheim_van_de_overheidswebsite

  11. Jeroen Blokhuis van op 25 maart 2009 om 09:46 uur

    @raph: Boek en wiki zijn goede tips (en initiatieven) die ik zeker ga lezen en bekijken.
    Verder is kennelijk in deze reacties de indruk ontstaan dat er maar vijf webrichtlijnen van belang zijn voor redacteuren; mijn punt is juist dat ze met veel webrichtlijnen te maken hebben.

  12. Wiep van wieperbij.nl op 7 april 2009 om 11:53 uur

    Beste Jeroen,
    Kon je het boek nog bestellen? Het is (bijna) uitverkocht! Er verschijnt dus een nieuwe editie. Ik ga het zeker uitbreiden met het onderdeel toegankelijkheid van teksten, dus schrijven op niveau B1.
    @ Raph: dank dat je mijn werk nog even onder de aandacht brengt.
    Wiep
     
     

  13. arjend op 23 mei 2009 om 22:51 uur

    Heeft iemand tips hoe te bepalen voor welk (meetbaar/gedefinieerd) niveau je moet schrijven als het om ‘de Nederlander’ gaat? Het niveau B1 in dit artikel is voor zover ik kan nagaan bedoeld als aanduiding voor tweede taal leerders. Dat lijkt me wat anders dan moedertaalsprekers.

Schrijf een reactie


Opmaak uitschakelen