Vroeger was het alleen het zenden en de inhoud, nu gaat het ook om het kanaal en het publiek. Roeland Stekelenburg, hoofd Nieuwe Media bij de NOS, vertelde gisteren op iMMovators Cross Media Zomercafé over de strategie van de NOS. Een verhaal over het belang van distributie, de doorbraak van mobiele video en het geheim van de innovatiemotor.
De NOS is een echte pionier als het gaat om nieuwe concepten op het vlak van nieuws en sport. Roeland Stekelenburg vertelt wat er bij de NOS zoal speelt en geeft in zijn presentatie onder meer voorbeelden uit het afgelopen jaar en belicht de plannen voor het komende seizoen.

Roeland Stekelenburg
Stekelenburg vertelt dat sommigen ter discussie stellen dat de omroep zich ook met distributie bezig houdt. Dat is wat hem betreft een achterhaalde discussie. Vroeger was het alleen de inhoud en het zenden, nu gaat het ook om het kanaal en het publiek. Kortom we hebben het over een echt product. Zelfs de context is vandaag de dag belangrijk geworden omdat het product zo goed mogelijk afgestemd moet worden op het publiek.
Men krijgt bij de NOS veel reacties van het publiek op de manier waarop de distributie geregeld is. Dat gebeurt onder meer in de vorm van reacties op internet artikelen, reacties op Twitter tweets etc. “Interactiviteit is er en het zal nooit meer weg gaan, daar zullen we met zijn allen aan moeten wennen.”
Maar wat is dan de strategie, zo vraagt Stekelenburg zich hardop af. Hij beantwoord die vraag in eerste instantie met een filmpje en dat laat niks aan duidelijkheid te wensen over, het nieuwe motto is: ‘Altijd overal voor iedereen’. “De NOS wil daar zijn waar het publiek is, we volgen het publiek. Als het publiek nieuws op de iPhone wil, dan moet dat. En als ze Teletekst op het LCD-scherm van de magnetron willen, dan moet zelfs dat kunnen. Ook het altijd is belangrijk. Een zomerstop kennen we bij de NOS niet.”
Stekelenburg vervolgt zijn presentatie met een aantal cases die dit verhaal illustreren. Hij laat in de vorm van een screenshot van jaar geleden zien hoe de NOS de voetbalwedstrijden van het EK op internet bracht. Een tv-beeld verrijkt met onder meer statistieken en – naar wens – het geluid van de radioreportages.

Vorig jaar waren er ook voor het eerst livebeelden van de Tour de France via mobiel. Maar het was ook het jaar vn de 13 simultane livestreams van de Olympische Spelen die via mobiel beschikbaar waren.
In de figuur zie je het aantal kijkers op internet, in blauw de livestream van Nederland 1 en in rood de andere streams van de andere sporten. De conclusie is snel getrokken: de andere streams werden gezamenlijk meer bekeken dan de Nederland 1 stream. Het is sowieso mooi materiaal dat op deze manier beschikbaar komt. Je kunt bijvoorbeeld ook het aantal unieke bezoekers per sport achterhalen. Beachvolleybal doet het bijvoorbeeld erg goed. Dat dit alles beschikbaar is betekent dat er ook waardevolle marktinformatie voorhanden is, je kunt eruit afleiden waar er kansen voor andere partijen liggen.
Een ander groot project vorig najaar waren de Amerikaanse verkiezingen. Ook hier konden mensen zelf de keuze maken wat ze wilden zien. De eigen stream, een aantal buitenlandse zenders en radiostreams. Maar ook een interactieve kaart waar real-time de uitslagen van de verschillende staten binnenkwamen. Dat is nog eens herhaald bij de Europese verkiezingen, dat bewees toen ook meteen haar waarde. Omdat de stemmen laat binnenkwamen konden mensen namelijk na het afsluiten van de tv-uitzending via internet toch alles blijven volgen.

Dit alles heeft de NOS geen windeieren gelegd, de omroep werd tot Mediabedrijf van het jaar uitgeroepen (Trouw) door de vooruitstrevende manier waarop men videocontent beschikbaar stelt aan het publiek. Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om het bereik, en ook dat groeit fors zo blijkt uit onderstaande figuur. Er is goed te zien hoe evenementen tot pieken leiden, maar tegelijk ook hoe het bodemniveau steeds hoger wordt.
Mobiel is in het afgelopen half jaar echt een substantiële factor geworden. m.nos.nl (tekstversie) was ooit de eerste stap. Vorig jaar werd de NOS mobiel applicatie gelanceerd waarin ook al de genoemde sportevents zaten.Vervolgens kwam m.nos.nl, daarna de Tour de France applicatie en Beijing. Een volgende stap was het NOS journaal op m.nos.nl, via symbian, iPhone etc. De iPhone is overigens sowieso een verhaal apart met 15 miljoen pageviews per maand. De meest recente ontwikkeling was afgelopen maand de livestream van de Tour de France op de iPhone, als eerste in Europa.
De Tour de France 2009 gaf meteen al mooie getallen: 58.000 opgestarte livestreams alleen al via de iPhone plus nog 30.000 andere livestreams via NOS Mobiel app. Ter vergelijking: de Olympische Spelen van 2008 genereerden 21.000 opgestarte streams en het laatste Journaal heeft er elke dag zo’n 13.000 tot 14.000 via mobiel. Dat aantal is al bijna net zo hoog als het aantal dat via Uitzendinggemist wordt opgevraagd. Ineens zie je nu ook in de lijst met meest bezochte sites de mobiele site op nummer 15 verschijnen, hoger dan bijvoorbeeld de portals van de omroepen. Dit terwijl een deel van het mobiele verkeer nog niet gemeten kan worden. “Kortom: mobiel is booming”, aldus Stekelenburg.

Bijzonder is ook de wijze waarop de omroep samenwerkt met derden en de innovaties die dit oplevert. Hoe werkt dat nou, die innovatiemotor bij de NOS? Men werkt er veel met freelancers uit het circuit van de nieuwe media, onder meer Raimo van der Klein (de man achter het onlangs gelanceerde Layer). Het werk gebeurt in een klein groepje, een man of 5, een soort mix van invloeden van binnen en buiten. Het is voor de NOS belangrijk dat men met veel voeten in innovatieve clubjes staat. Men bouwt veel websites zelf omdat men ook zelf de kennisopbouw wil doen.
De eerste week van september 2009 lanceert de NOS een Teletekst applicatie voor de Android, uiteraard straks gratis te downloaden. De Jeugdjournaal applicatie voor de iPhone is ook klaar, maar Apple heeft nog steeds geen toestemming gegeven (dat gebeurt binnenkort vast wel). Verder zit er ook een NOS Journaal applicatie voor Android in de planning. Ook user generatied congtent van het publiek (MeOnTV en Mobypicture) zal geïntegreerd gaan worden.
Verder zal er een Voetbal LIVE pagina gelanceerd worden, met standen, tussenstanden etc. Bijzonder is ook 50 Jaar Studio Sport. Tot slot is er de Philips netTV. Philips reguleert de openingspagina maar Stekelenburg vindt het maar niks dat de kijker zelf niet kan bookmarken. Daarom biedt men een alternatief voor deze kijkers op http://tv.nos.nl. Ook andere tv-producenten en game consoles komen in aanmerking voor dit soort toepassingen.

Hij sluit af met de stelling dat men van multimediaal naar crossmediaal moet. De redactie zal nieuwe vormen moeten vinden om die journalistieke verhalen te vertellen. Dat betekent ook dat er een nieuwe site moet komen. Men wil tussen alle content in de database via metadata relaties kunnen leggen. In november is er een beta-versie beschikbaar van de nieuwe NOS-site (er worden nog beta-testers gezocht).
Presentatie Roeland Stekelenburg van de NOS
De kabelaars hebben problemen met het feit dat de publieke omroep steeds meer content via internet aanbiedt, zo stelt Peter Olsthoorn. Stekelenburg geeft als antwoord dat de NOS grote problemen heeft met de belemmeringen die de kabelaars opwerpen. Het beschikbaar komen van allerlei nieuwe uitingsvormen en apparaten geeft de NOS steeds meer mogelijkheden. “Zou de NOS zich niet bij productie moeten houden en de distributie aan anderen moeten overlaten?,” zo vraagt Olsthoorn zich af. “Dat is een model, maar het zou jammer zijn als het die kant opgaat. De mogelijkheid die je nu hebt om content af te leveren met een duidelijke afzender, dat heeft de voorkeur,” aldus Stekelenburg.
“Don’t tell us what you think, tell us what you know” zo luiden de afsluitende woorden. Je moet op zoek naar een plek waar mensen het leuk vinden om kennis te delen, dat vindt Stekelenburg belangrijk. De NOS zal verschillende fabrikanten ook altijd gelijkwaardig behandelen. “Doordat de NOS nu prime content via mobiel beschikbaar stelt, zet je nu ook echt wat in werking,” zo besluit hij.
Meer verslagen van het Cross Media Zomercafé 2009 verschijnen in de komende dagen op de iMMovator site. iMMovator is sinds kort ook op Twitter te vinden (http://twitter.com/immovator).



Ik heb interesse in deelname aan het betaprogramma van nos.nl. Waar kan ik daar op intekenen?
De NOS wordt dus steeds meer een innovatiebedrijf dat mediatoepassingen voor internet bedenkt en opzet. En ze zijn er succesvol in! Waarom de kabelaars daar problemen mee hebben, is me niet helemaal duidelijk. De kabelaars stellen hun netwerk toch ook open voor internet? Een goede contentleverancier als de NOS moet dan juist een welkome gast op het kabelnet zijn.
Aanvulling op mijn vorige reactie:
Of zijn de kabelaars soms bang dat de markt van het mobiele internet een serieuze bedreiging voor het kabelnetwerk gaat vormen? Dat zou kunnen gebeuren, maar zover zijn we nog niet. Voorlopig zijn de technologieën complementair.
@ Stan Lenssen
> Voorlopig zijn de technologieën complementair.
En dat niet alleen, want ook de manier waarop beeld thuis op de bank, op een pc of op een mobiel apparaat wordt genoten, is ook volstrekt complementair aan elkaar. Want ik kan me niet voorstellen dat, als je thuis bent, je de laatste aflevering van Lost op je mobiel gaat zitten kijken, of onderweg in de trein een herhaling van Zomergasten. Het zijn andere vormen van consumeren.
Waar ik me echt mateloos aan kan storen is het feit dat de NOS zich een mediaBEDRIJF noemt en dat het daar nog voor geroemd wordt ook. Met overheidsgeld – onze belastingcenten(!) – is het makkelijk ondernemen en kun je inderdaad heel innovatief zijn.
Hier valt bijna niet mee te concurreren! Oneerlijk! Zeker ook met het bereik dat ze hebben op TV. Elke journaal uitzending wordt er nog even promotie gemaakt voor hun website.
Op alle vlakken waar de NOS zich op richt zijn ook hardwerkende ondernemers actief, die hun boterham moeten verdienen in plaats van dat ze van oom overheid een mooi budget krijgen waar ze mee mogen spelen. Wat nu als de NOS ineens een GRATIS krant zou oprichten en ging concurreren met Telegraaf, NRC en Volkskrant??? Dat zou precies hetzelfde zijn. Immers gelijksoortige content, ander medium. Dan zou iedereen de kranten ook gelijk geven als deze zouden klagen.Kortom, NOS blijf bij wat je van oorsprong bent – een TV zender – en ga niet het gras voor de voeten wegmaaien van innovatieve ondernemers in nieuwe bedrijfstakken.Stijn
Geheel mee eens Stijn. Overheids gefinaceerd instellingen moeten niet de concurent worden van de hard werkende ondernemer. Die vervolgens ook nog eens de helf (al dan niet meer) van zijn omzet weer aan de staat moet geven (wat waarschijnlijk weer een deel van naar NOS gaat). Maar als we gaan klagen over de overheid heeft volgens mij iedereen tegenwoordig wel wat te meleden. Dus overhied: ZET JE OGEN NOU AUB EENS OPEN!!!!
Always chech before you send….’gefinancierd’
@ Stijn
> Waar ik me echt mateloos aan kan storen is het feit dat de NOS
> zich een mediaBEDRIJF noemt en dat het daar nog voor geroemd
> wordt ook. Met overheidsgeld – onze belastingcenten(!) – is het
> makkelijk ondernemen en kun je inderdaad heel innovatief zijn.
Je hebt hier wel een punt. Het is de kern van de discussie over het al dan niet toekennen van subsidies aan (lokale, regionale of landelijke) dagbladen. Een kleine nuancering, echter: omroepen krijgen ook inkomsten uit de STER-reclames.
De NOS is, net als andere omroepen, primair een radio- en tv-omroep. Dit neemt niet weg dat het ze vrij staat om andere media te gebruiken. Echter, dan treedt het punt van oneerlijke concurrentie op, wanneer de betreffende omroep het kijk- en luistergeld (belastingcenten) hiervoor aanwendt.
Wordt het nieuwe medium — of het nu een magazine of krant is, een site of ander medium — echter gefinancierd met de inkomsten uit radio- en tv-reclame, of, beter nog, moet het zichzelf bedruipen uit abonnements- of reclame-inkomsten, dan is er in mijn beleving geen sprake van valse concurrentie.
@christiaan
Het is dan toch van de zotte dat de omroepen zeg maar ‘winst’ kunnen maken, of anders gezegd geld over houden?
Dus ze krijgen een potje om programmas mee te maken. Blijkbaar is dat potje met kijk en luister geld helemaal niet nodig of veel te veel, want ze houden met programmas maken geld over, waar ze leuke innovatieve dingen mee te doen…
En dan hoor ik die Roeland Stekelenburg heel trots zeggen dan hij zulke mooie dingen bedacht heeft en zoveel mensen bereikt per maand. Hij zou pas trots mogen zijn als het kostendekkend zou werken, maar daar snapt hij geen snars van.
@ Stijn
We hebben in Nederland nu eenmaal een bijzonder systeem van publieke omroepen. Elke omroep maakt content voor en/of namens zijn achterban. Primair doen ze dit op radio (sinds begin 20e eeuw) en tv (sinds medio jaren 50). Sinds midden jaren 90 verspreiden ze content echter ook via nieuwe media: web, mobiel, et cetera.
Op basis van de grootte van hun achterban, krijgen omroepen (een deel van) het kijk- en luistergeld te besteden. Punt is echter dat omroepen het volgens mij niet redden van alleen maar dat belastinggeld. Daarom zijn de STER-inkomsten een welkome aanvulling.
Kijkend naar die commercieel verkregen inkomsten, staat de omroepen, als stichting of vereniging, feitelijk niets in de weg om winst te maken. Echter, omdat ze een ideële grondslag hebben, moet die winst terugvloeien in de organisatie in de vorm van investeringen in nieuwe programmaformats, nieuwe, betere apparatuur, betere presentatoren en ander personeel, enzovoort.
(vervolg)
Dat dit tot gevolg heeft dat er oneerlijke concurrentie ontstaat, is een gegeven waar we denk ik mee moeten leven. Want een volledig door/via de overheid gefinancierde publieke omroep, a la de Britse BBC, lost dit probleem niet op. Ook daar concurreert de nieuwsredactie met commerciële radio- en tv-kanalen én met dag- en weekbladen.
Het andere uiterste is om geen of heel weinig overheidsfinanciering aan publieke omroepen te geven, met als gevolg dat de inhoudelijke programma’s van wat nu de ideële publieke omroepen zijn, goeddeels zullen verdwijnen. Kijk- en luistercijfers worden (nog) heilig(er) dan nu, en zo verdwijnt het onderscheid tussen publieke en commerciële partijen.
@ ChristiaanJij zegt…>>>moet die winst terugvloeien in de organisatie in de vorm van investeringen in nieuwe programmaformats, nieuwe, betere apparatuur, betere presentatoren en ander personeel, enzovoort<<<Ik vind het normaal dat ze dit geld door investeren in de punten die jij noemt, maar het klopt gewoon niet dat er aan de ene kant subsidie in gaat en dat er aan de andere kant geld over blijft waar oneerlijk geconcurreerd wordt met andere media.
Uiteraard ben ik wel het eens met je stelling dat er geld bij mag om kwaliteitsprogramma’s te maken. Maar er hoeft geen geld bij om oneerlijk te gaan concurreren met andere media.
Ik ben voor de restrictie van de overheid dat winsten alleen geïnvesteerd morgen worden in zaken die primair tot de activiteiten behoren: TV en radio programma’s maken.
@ Stijn
Ik kan een eind met je meegaan, en ik ben voor het beperken van oneerlijke concurrentie, maar omroepen alleen maar toestaan radio- en tv-programma’s te maken, gaat me net te ver.
Ik zeg niet dat ze het niet mogen doen. Ik zeg alleen dat de inkomsten uit STER en subsidie niet mogen gebruiken om andere dingen te ondernemen dan hun primaire activiteiten om op die wijze oneerlijke concurrentie te voorkomen.
Ik doel dan niet op applicaties zoals uitzending gemist en de tour de france. Dat zit binnen hun core business. Maar wel op bijvoorbeeld de Voetbal LIVE website met uitslagen, livescores en standen die ze volgends dit artikel willen gaan maken.