Doodgaan in de online wereld: het is momenteel een hot topic. De berichten over suicidemachine.org en haar problemen met MySpace en Facebook leverden de afgelopen weken steeds meer media-aandacht op en wakkerde (eindelijk) een discussie aan die lang niet onder ogen is gezien: je online profiel moet kunnen worden opgeheven. Maar wat voor consequenties heeft dit voor het sociale online landschap?
Met het verwijderen van je profiel via suicidemachine.org is niet duidelijk of al jouw ooit geplaatste berichtjes op andermans profiel ook verdwijnen bij een virtuele zelfmoord. Daarmee wordt er in de discussie geen aandacht besteed aan de historische waarde van online communicatie, terwijl juist het sociale deel van het internet steeds sterker vorm geeft aan hoe het internet er überhaupt uit ziet.
De vraag is dus: moeten alle ooit geplaatste berichtjes van een online profiel met het profiel mee verdwijnen, waarmee het online landschap wordt veranderd, conversaties niet meer terug te lezen zijn, en een ‘nabestaande’ geen virtuele herinneringen meer overhoudt op het eigen profiel? Betekent het deleten van een profiel automatisch dat de persoon in kwestie online niks mag achterlaten en niet herinnerd mag worden? Hoe willen we eigenlijk om gaan met historische data in een steeds socialer wordend web?
Online nalatenschap
Op onze herinnering-en nalatenschapsbehoefte speelt Hiernamail (overigens niet de eerste in zijn soort) goed in. Waar webcemeteries en online memorials vooral dienen als rouwplaats ingericht door en voor nabestaanden, geeft Hiernamail de mogelijkheid aan de overledene om iets na te laten, zoals foto’s, of laatste berichten die worden verstuurd zodra jouw naam in het overlijdensregister opduikt.

Maar eigenlijk doen je online profielen dit werk al: het worden plekken van herinnering, waar berichten aan de overledene worden achtergelaten, persoonlijke herinneringen van de overledene kunnen worden bekeken, en met enig speurwerk zelfs hele conversaties achterhaald kunnen worden.
Unheimliche aanwezigheid
Op internetfora is dit nog sterker: je hoeft maar een conversatie op te roepen waar de overledene aan mee heeft gedaan en het is net alsof de overledene nog steeds leeft. Enerzijds omdat we hebben geleerd een online foto plus geschreven tekst te lezen als een ‘gesprek’ en deze steeds sterker associëren met de fysieke persoon, en anderzijds omdat deze conversaties op 1 plek plaatsvinden, waar recente conversaties er exact hetzelfde uitzien als conversaties van 3 jaar geleden op die plek. Met uitzondering van die hele kleine lettertjes die de datum van de post aangeven. Maar zeg nu zelf, wie let daar nu écht op?

MyDeathSpace, de virtuele rouwadvertentiepagina
Het is best een eng idee dat sommige deelnemers aan conversaties inmiddels misschien niet meer leven, en dat is ook zeker niet iets waarmee je als nietsvermoedende internetter geconfronteerd wilt worden door onderscheid te zien in ‘levende’ en ‘niet meer levende’ gebruikers. Maar het is ook erg unheimlich om per ongeluk tegen een oude conversatie van een overleden vriendin aan te lopen, alsof ze nog springlevend is.
Maar iemand laat nu eenmaal niet standaard al zijn of haar online wachtwoorden achter om gedeactiveerd te kunnen worden, en niet iedereen wil na zijn of haar dood uit het online landschap verdwijnen omdat je juist op het internet je sporen nalaat en daarmee in zekere zin in de publieke sfeer ‘door kunt leven’ na de dood. Het eeuwige leven is daarvoor voor de gewone burger dichterbij dan ooit.
Markeren van online historie
Hoe kan je nu zorgen dat het online landschap niet wordt veranderd als er iemand echt overlijdt of als iemand virtuele zelfmoord pleegt, zonder dat de gebruiker wordt geconfronteerd met de fysieke staat van de medegebruiker? Alles online ziet er even actueel uit, en daarom is belangrijk dat er online een historisch gevoel wordt ontwikkeld, voor oude posts, oude conversaties, en oude nieuwsberichten. De datum in kleine lettertjes is niet voldoende; deze zie je alleen als je er bewust op let, terwijl (offline) papier vergeelt en fysieke foto’s vervagen.
Maar juist in dat vergeelde papier zou wel eens de oplossing kunnen schuilen; wat als nou alle online informatie die langer dan een x aantal weken of maanden oud is, een soort doorzichtige grijze laag, een soort sluier, eroverheen krijgt? Dan weet de gebruiker in 1 oogopslag dat hij of zij naar een oude website, een (deels) oude conversatie, of oud nieuws kijkt, en dan kunnen de doden of de virtuele zelfmoordenaars ongestoord online blijven bestaan; het is dan duidelijk wat het ‘nu’ is en wat niet. Nalatenschap blijft bestaan, maar is duidelijk gemarkeerd als historie; je online sporen zien eruit als sporen.
Ilona van de Bildt studeerde in 2008 af met een onderzoeksscriptie over dit onderwerp.
















probleem voor sociale netwerken is dat je juridisch een ‘overlijdingsverklaring/akte’ moet hebben voordat je een profiel ‘onder water kan zetten’.Je mag natuurlijk niet zomaar aan de haal met data van derden…..letterlijk verwijderen kan ook niet, omdat dat het profiel en de content op allerlei plaatsen staan binnen een on-line netwerk en dat kun je er niet zomaar tussen uit halen.
Ander dilemma is het auteursrechtelijke eigendom van zaken: stel een overledenen heeft een bijdrage gedaan op een wiki. Auteursrechtelijk is die content dan eigendom van de overledene of is door deelname automatisch de wikieigenaar nu eigenaar van die content? En als nabestaanden die content ‘claimen’ hoe check je dan of de nabestaasnde werkelijk de juridieche nabestaanden zijn. Je kunt voor Nederland best wel iets bedenken, maar voor de overige landen?
[...] Online afterlife op het sociale web – Ilona van de Bildt Doodgaan is een hot topic op het web, als je dit artikel mag geloven [...]
Ik zie het feit dat berichten na je dood nog verschijnen eigenlijk niet als een probleem.
Ter vergelijking: als je een e-mail stuurt naar iemand, dan kan de ontvanger die ook nog lezen na je dood, of nadat jouw e-mailadres werd afgesloten.
Of als je een liefdesbrief krijgt kan je die later toch ook herlezen, ook al is de persoon er niet meer, of woont hij niet meer op het verzendadres?
Interessant onderwerp, dat nu met “suicidemachine” opeens nog meer ter sprake komt. Er zijn nog niet heel veel online diensten die deze uitdaging, die in de toekomst exponentieel zal groeien, op de juiste wijze oplost. Het punt dat Ronald van den Hoff aanstipt is belangrijk, het wettelijke erfrecht speelt ook een rol in de nalatenschap.
Suicidemachine is een dienst die je bij leven kan gebruiken, de keuze ligt bij jezelf. Wie kan iets met jou digitale nalatenschap? Los van het feit dat niemand precies weet waar je digitaal aanwezig was (met de meest uiteenlopende “anonieme” usernames). Volgende week wordt de beta release van “Shadow-me”, dat de behoefte rondom dit vraagstuk beoogd op te lossen, gelanceerd. Een samenwerkingsverband met het notariaat is opgenomen, georganiseerd. Mensen die hun digitale nalatenschap goed willen regelen kunnen bij Shadow-me terecht. Niet alleen ter kennisgeving aan de nabestaande, je kan ook over je dood ‘regeren’.
ik snap het probleem niet; sterker nog: sporen uitwissen op deze manier is een kwalijke vorm van geschiedvervalsing; als levende ben je nu eenmaal onverbreekbaar verbonden met je werkelijke en virtuele context. Daardoor is een ‘delete-operatie’ ondoenlijke en krijgt het al snel paradoxale consequenties. Een berichtje dat je stuurt is evengoed van de ander geworden. Gewoon accepteren dat de doden onder ons zijn en ja… dan kom je soms op een dood spoor.