Het internet heeft ons besef van tijd wezenlijk veranderd. Op het net is alles real time, dicht op de huid van de toekomst. E-mails vergaan niet, staan altijd in de tegenwoordige tijd en suggereren een permanente staat van nu, waarin het onderscheid tussen gisteren, vandaag en morgen voorgoed is vervaagd. Toch bestaat er nog een wereld zonder internet en in die wereld staat zelfs het nu soms stil – mensen gaan namelijk dood.
Zodra een beroemdheid waar ook ter wereld overlijdt, verandert zijn of haar lemma op Wikipedia razendsnel van een biografie in een necrologie. Hoewel de beroemdheid in kwestie nog miljoenen keren springlevend te aanschouwen is op puntgave foto’s en video’s is het definitieve bewijs van de dood geleverd door dat ene veranderde lemma.
Maar zodra een gewone sterveling de laatste adem uitblaast, verandert er ogenschijnlijk niets op het internet. Foto’s, profielpagina’s op social media, naamsverwijzingen en alle andere bewijzen van de online aanwezigheid van die persoon lijken tot in de eeuwigheid op het web te circuleren. Mensen sterven eigenlijk niet op internet, ze zullen altijd blijven bestaan, als geesten die tussen de websites wonen.
Wat gebeurt er met de e-mail en social media accounts van overledenen. Worden die automatisch opgeheven? Hebben nabestaanden toegang tot die accounts? Mogen wachtwoorden worden vrijgegeven aan notarissen?
Miljarden correspondenties zijn opgeslagen in de inboxen op het wereldwijde web, correspondenties die oceanen aan informatie bevatten. Staatsgeheimen, de uitkomsten van complexe wiskundige formules, manuscripten van romans, zakelijke contracten, digitale kattebelletjes tussen geliefden, informatie in allerlei hoedanigheden schiet voortdurend heen en weer tussen zender en ontvanger, maar wat als die ontvanger er plotseling niet meer is? Gezien de waarschijnlijke omvang van die correspondenties is de sociale, economische, politieke en historische waarde van de inhoud van al die inboxen onvoorstelbaar groot.
Een eenvoudig, maar schrijnend voorbeeld van die waarde: ouders kunnen via die inboxen een idee krijgen van de sociale context waarin hun kind leefde, al die vrienden en kennissen van hun kind die ze nog nooit hebben ontmoet. Op die manier kunnen ze zelfs een beeld krijgen wie ze allemaal op de hoogte moeten stellen van de dood van hun kind. Dat geldt natuurlijk ook voor kinderen die hun ouders overleven en voor partners die alleen achterblijven. Dit betekent tegelijkertijd dat er informatie kan opduiken die pijnlijk is voor de nabestaanden. Waar vroeger een kist op zolder met brieven duidelijk maakte dat er ergens nog een halfbroer of halfzus rondliep, kan zoiets nu blijken uit willekeurige e-mails of opgeslagen chatsessies.

Afgezien van de emotionele gevolgen, heeft de dood ook vele juridische consequenties en het vrijgeven van wachtwoorden door systeembeheerders kan dan ook serieuze implicaties hebben voor onderdelen van het informatierecht, zoals de privacywetgeving.
Veel social media-profielpagina’s fungeren vlak na een sterfgeval als een soort ontmoetingsplek voor rouwenden. Condoleanceberichten en blijken van medeleven worden op een vrij publieke manier gedeeld met de rest van de wereld. Vervolgens worden die pagina’s op verzoek van de familie verwijderd of juist in stand gehouden. Zo heeft Facebook inmiddels een speciale status gecreëerd voor de profielpagina’s van overleden personen, de zogenaamde Memorialized accounts.
Ook zijn er initiatieven ontstaan die iets doen met internet en de dood. Zo bestaat er de digitale begraafplaats Respectance.com en is het zelfs mogelijk om digitaal “zelfmoord” te plegen via Suicidemachine.org, een site waarmee mensen zichzelf kunnen laten verwijderen van het internet.
Toch is de dood een thema waar de meeste mensen online, net zoals in het echte leven, niet al te veel mee bezig zijn. Gezien de ernst van de materie is het echter wel tijd om hier meer over na te denken, want ook al vergaan e-mails niet, wij mensen doen dat wel…
Op 1 februari 2010 schreef Ilona van de Bildt op Frankwatching ook een artikel over online nalatenschap.

















Goed blog over een interessant onderwerp waar je, zoals besproken, niet zo snel over na denkt. Zet me aan het denken, bedankt.
En wat nou als je een reïncarnatie hebt en jezelf terug herkend? Met het internet van nu zou dat mogelijk zijn
Je weet hem weer eens te raken!
As we speak ben ik momenteel een scriptie aan het afronden die als onderwerp draagt ‘een digitale levenslijn’. Hierin zet ik ook een grote tegenstelling tussen vroeger en nu neer waarin de oude schoenendozen vol met persoonlijke documenten nu digitaal worden ontsloten via allerlei sociale netwerken en mediasites.
Als iemand sterft, vind ik het zelf belangrijk dat er aan het einde van dat leven een archief achterblijft waar de controle bij de personen blijft die er dicht mogelijk bijstaan. Vroeger was dit wel zo, aangezien die informatie analoog vaak tastbaar was. Tegenwoordig is al deze informatie in bezit van al die grote filters op het internet (Google, Facebook, YouTube etc etc). Wat gebeurt er eigenlijk met die informatie als iemand overlijdt? De auteursrecht schrijft dat deze informatie 70 jaar na overlijden eigendom blijft van de maker. Maar wie maakt er bezwaar als er van die persoonlijke digitale documenten gebruik wordt gemaakt door anderen? De maker is er niet meer maar is wel de rechtmatige eigenaar. Hoe gaan de grote filters van het internet hiermee om die deze geïndexeerd / opgeslagen hebben? En wat kan er mogelijk gebeuren na die 70 jaar? Ik ga er vanuit dat over 70 jaar alle digitale informatie nog niet zal zijn verdwenen, net zoals wij ook nog steeds persoonlijke documenten terugvinden van honderden jaren oud.
Zomaar even een gedachtekronkel van mijn kant, zeker interessante materie en post!
In 2008 heb ik mijn scriptie over dit onderwerp geschreven, om inderdaad na te denken over de implicaties hiervan en om een theoretisch raamwerk te creeren van waaruit er concreet verder gedacht kan worden hierover. Want: wat is online identiteit, en hoe ervaren we online aanwezigheid van anderen uberhaupt? Mijn artikel van een paar dagen geleden op Frankwatching stipt hiervan een paar issues aan en 1 concrete suggestie hoe we om kunnen gaan met wat we online achterlaten.
Qua rechten is de vraag of de 70-jaar regel wel geldt voor online communicatie. Het is wel belangrijk om richtlijnen vast te stellen hoe er met verouderde informatie omgegaan moet worden, en welke informatie wel en niet gebruikt mag worden door derden. Daarnaast zouden verzekeringspartijen als Dela een online clausule oid in hun policy op kunnen nemen, zodat iedere verzekerde in moet vullen wat hij/zij wil dat er gebeurt met de online identiteit, en als consequentie een lijstje met usernames en wachtwoorden bijhouden. Alleen zo krijg je dat gereguleerd imho.
Goed stuk Maurice!
Boeiend stuk Maurice. Heb jezelf ideeën over hoe dit beter kan? Een centraal orgaan hiervoor misschien?
Probleem is ook dat er eigenlijk altijd meer doden dan levenden zijn, nu is dat op een jong medium als internet niet het geval maar dit wordt vroeg of laat toch ingehaald.
Ik denk dat als je echt uit gaat rekenen wat alle doden de wereld nog kosten aan databases (dus stroom) en bandbreedte dat dit aanzienlijk is.
Mijn oplossing alvast: gewoon niet dood gaan ;)
Even afgezien van de serieuze kant: ik moet denken aan Sander Lantinga in het programma VOC deze vrijdag – die stond in uniform een requiem te houden voor de overleden gamehelden zoals TerMin8or86 en MarioKiller79, incl. minuut stilte met reveille! Ik vond het humor.
Wel serieus: tegenwoordig koppel je alle social media netwerken aan elkaar en kun je met 1 tweet alles updaten. Misschien is er een markt voor http://www.overlijdensbericht.nl, waar je al je social media etc. aan koppelt en je nabestaanden toegang toe geeft? Met 1 bericht, laten zij je gehele netwerk weten wat er gebeurd is, zonder dat je je wachtwoorden hoeft te verklappen en hen met grote lasten opzadelt.
Volgens mij zijn er zoveel problemen die dit artikel overslaat.
Niemand weet mijn wachtwoorden van de door mij gebruikte communicatiekanalen, daarnaast weten de meeste vrienden niet eens welke communicatiekanalen ik gebruik.
Denk ook eens aan de waarde van al je digitale bezittingen, denk aan de waarde op een poker account of de waarde van een digitale bankrekening, wel handig om dat ergens vast te leggen welke accounts je allemaal hebt en hoe jouw erfgenamen daar ooit na je dood bij kunnen.
@ Martijn: dank je wel! Graag gedaan!
@ Richard: zou interessante gesprekstof op kunnen leveren tussen jou en je reincarnatie op internet
@ Benjamin: thanks!
@ Sebastiaan: voor meer juridische aanknopingspunten wil ik je graag doorverwijzen naar een verhelderend artikel over dit onderwerp van mr. E.N.M. Visser, advocaat bij Stibbe, die zo aardig was mij hierop te wijzen, http://www.stibbe.com/upload/1628148320114f9a62a3c0169ac.pdf
@ Ilona: las inderdaad jouw blog hierover. Ben het zeker met je eens dat hier niet zomaar auteursrecht 1 op 1 toegepast moet worden, maar dat er speciale richtlijnen vanwege het specifieke karakter van internet.
@ Jochem: dank u. Leuk dat je het hebt gelezen!
@ Prepaidkeuze: een centraal orgaan is wereldwijd moeilijk te organiseren, maar wellich dat er in Nederlands of Europees verband wel iets valt te realiseren. Persoonlijk denk ik dat het in de praktijk vooral afwachten is op de eerste rechtzaken van erfgenamen om de digitale nalatenschap.
@ Zonnie: ja, dat zou een goeie zijn voor het centraal op de hoogte stellen van de dood van iemand, maar de informatie in de inboxen blijft dan nog wel ontoegankelijk en soms is het juist die informatie die relevant is.
@ Jasper van Weerd: dit artikel pretendeert zeker niet volledig en allesoverlappend te zijn. Het is vooral bedoeld als eye opener. Verder lijkt het me vreemd dat jouw vrienden niet weten welke communicatiekanalen jij gebruikt. Met wie communiceer je dan?
@
@Maurice,
In mijn online (en gaming) netwerk(en) heb ik contacten opgedaan in Stockholm, Torronto, de Philipijnen, etc
Vier van deze mensen heb ik enkele malen ontmoet in reallife. Een paar mensen uit deze lijst deel ik echt alles mee, zij ook met mij (Familie, werk, fotos, studieideeen, etc). Hoop ook nog naar meer meet-ups te gaan in de toekomst, nu nog niet vaak voor gekozen.
Deze mensen zijn echter niet bekend met mijn relaties in Nederland, zelfs niet in het gezin. In Nederland heb ik een groep vrienden met wie ik actief dingen onderneem, maar deze mensen komen niet in contact met mijn online netwerken.
Daarnaast heb ik nog informele relaties online, waar ik wel veel plezier aan beleef, deze relaties zijn niet volledig vriendschappelijk, maar wel ondersteunend voor dingen die ik onderneem op het web en hopelijk in de toekomst ook daarbuiten (Nu nog in de studiebanken, maar ik hoop leuke dingen te gaan beleven in de grote boze wereld van E-Commerce)
Daarnaast even een paar platformen waar ik contacten heb die veel mensen niet zullen kennen (in willekeurige volgorde);
Xfire, Twitter, ICQ, Facebook, EveOnline, Guildwars, Torrent Forums, Utopia, IRC, (virtuele) studiegenoten, Public Forums, etc…
@Jasper van Weerd: kijk, voor jou zou mijn suggestie dus goed werken! Je hebt er geen behoefte aan dat die groepen met elkaar gaan mixen, je wilt ook niet je wachtwoorden vrijgeven aan zelfs je familie, maar als er iets met je gebeurt wil je wel dat ze het allemaal weten. http://www.overlijdensbericht.nl, alles daaraan koppelen en alleen dat wachtwoord aan je moeder/vrouw geven. Ik geloof dat ik even een domeinnaam moet gaan claimen…
@zonnie, misschien kan ik je ondersteunen in het opzetten van het zakelijke concept, loop er al tijden mee rond, maar heb niet de middelen om het van de grond te tillen.
@zonnie, zou trouwens met plezier met mijn gezin de wachtwoorden delen, maar ik update ze zo vaak, dat het niet bij te houden zal zijn voor hen. Ook werk ik nog met een zeer schone PC, er logt echt heel weinig automatisch in…
Dan moet ik ook nog denken aan het probleem dat de interfaces van de meeste games en forums echt niet uit te leggen zijn aan mijn ouders. Mijn beste vrienden kan ik het nog wel uitleggen, maar dan is de updatesnelheid van die interfaces weer een probleem.