It’s all in the games

5

Door van IVLOS Universiteit Utrecht

Print

op vrijdag 12 maart 2010 om 12:00 uur

100x100Is gamen vooral geweldig of geeft het juist veel problemen? Het boek ‘It’s all in the games’ omvat allerlei adviezen voor begeleiders en opvoeders van kinderen tussen de 8 en 25 jaar. Dat doen ze door objectieve informatie te geven, adviezen en door de lezer kennis te laten maken met de wereld van het gamen en de beleving van gamers. Het boek helpt jongeren en begeleiders in het streven naar gezond gamen.

Veel boeken over gaming gaan ofwel over de negatieve aspecten van games, zoals gameverslaving, of over de positieve aspecten, met name wanneer de game als onderwijsmiddel wordt ingezet.  Dit boek gaat op beide kanten net zo veel in. Het heeft dan ook twee voorkanten: één voor de zonnige en één voor de schaduwzijde van het gamen. Het boek geeft informatie over de wereld van het gamen en de beleving van gamers, er worden adviezen gegeven en dit wordt geïllustreerd aan de hand van fragmenten van interviews met gamers. Het concept waarbij twee kanten van het verhaal ook fysiek als twee kanten worden weergeven, werkt goed en maakt het overzichtelijk.

boek its all in the gamesHet boek geeft een drietal verhalen weer van (ouders van) gamers die verslaafd waren en een succesverhaal van een jongen die uitblinkt in games. Bovendien zijn er twee zelfrapportages in opgenomen, die ingevuld kunnen worden door de jongere en de begeleider. De uitkomsten dienen als uitgangspunten voor een gesprek tussen deze twee partijen.

Het boek is prettig geschreven, mooi vormgegeven en de praktische adviezen lijken me heel bruikbaar voor de doelgroep.

Adviezen voor begeleiders gaan vooral over gameverslaving, hoe dit te herkennen is, hoe het ontstaat en hoe de begeleider er mee om kan gaan. Dat het vooral over gameverslaving gaat, is niet verrassend want bij gezond game-gedrag hoeft de begeleider niet in te grijpen.

Voor opvoeders wordt als belangrijkste advies gegeven: ‘Houd goed contact met je kind’. Dit is altijd belangrijk, maar ook bij gamen geldt dat het goed is om samen te praten over waar de jongere mee bezig is, waarom het gamen leuk vindt en hoe je als ouder de jongere het beste kunt begeleiden, rekening houdend met zijn of haar karakter en met de context. Kijk met je kinderen mee en speel de game ook eens.

Zowel gamende jongeren als ouders geven aan dat het belangrijk is om kaders vast te stellen. Denk bijvoorbeeld aan het:

  • afspreken van een tijdslimiet
  • gezamenlijk stellen van prioriteiten (bijvoorbeeld eerst huiswerk maken)
  • gebruiken van controlemiddelen, zoals ‘parent control’, ‘TimeSlot’, ‘YourSafetynet’
  • checken of de game past bij de leeftijd van het kind (bekijk de PEGI: de kijkerwijzer voor games, die met symbolen op het game aangegeven is)
  • bespreken van de risico’s met je kind.

auteursAls je als ouder actief bezig bent met het game-gedrag van je kind, is het risico op gameverslaving kleiner, het contact met je kind waarschijnlijk beter en mocht er toch een probleem optreden, dan heb je minimaal het gevoel dat je er alles aan hebt gedaan om dit te voorkomen. Dat is niet altijd even makkelijk. In drukke tijden is het gamen een  ’makkelijke oppas’: het is vaak best prettig als je kind bezig is met een game, zodat je zelf  rustig je werk af kunt maken. Bovendien kunnen kinderen zelf erg vasthoudend zijn in het gamen. Een uitspraak van een ouder die dit illustreert is: ”Eigenlijk zou ik stevig moeten ingrijpen, maar ik zie op tegen die ruzie die daar vrijwel zeker van komt.” Het bevechten van regels geldt natuurlijk niet alleen voor gamen, zeker wanneer het pubers betreft, maar het kan bijzonder moeilijk zijn om telkens de confrontatie aan te blijven gaan en vast te blijven houden aan de gestelde grenzen. Als ouder voelt het soms tegenstrijdig aan met het advies om de band met je kind te verstevigen.

Een advies wat in het boek gegeven wordt, is om het kind aantrekkelijke alternatieven aan te bieden. Dat kunnen andere games zijn, maar ook andere (gezamenlijke) activiteiten, zoals het bouwen van een boomhut, samen winkelen, sporten of een maaltijd koken.  Verdiep je in de wereld van de jongere en gebruik je creativiteit om leuke alternatieven te vinden. Dat kost de ouder meer energie, tijd en aandacht, maar verstevigt de band met de jongere.

Game overEen vraagteken valt te zetten bij de doelgroep waar het boek zich volgens de omschrijving op richt. Dit betreft het gamegedrag van jongeren van 8 tot 25 jaar. Kinderen in deze brede leeftijdscategorie bevinden zich in heel verschillende leeftijdsfasen met bijbehorende verschillende adviezen voor begeleiders. Voorbeelden en adviezen in het boek gaan vrijwel allen over oudere kinderen en volwassenen. Dit boek past daarom beter bij jongeren op het voortgezet onderwijs dan bij kinderen op de basisschool.

Ik kan dit boek aanbevelen aan elke ouder en aan elke begeleider van gamers. Klik voor een impressie in pdf of bezoek de website van de auteurs voor meer informatie. Meer informatie over gamen en opvoeden is onder andere te vinden op de Gamewijzer, Weet wat ze gamen en  Ouders online.

cover.inddTitel: It’s all in the games
Auteurs: Herm Kisjes en Erno Mijland
Uitgever: InnoDoks, Middelbeers
Jaar: 2009
Nummer: ISBN: 978-94-90484-01-9.
Mediatype: Boek (124 pagina’s full colour)
Prijs: € 18.95

Renée FiliusRenée Filius werkt als projectmanager en adviseur Hoger Onderwijs bij het IVLOS, Universiteit Utrecht.

Meer over deze auteur: profiel, website linkedin

  1. Jasper van Weerd van mynameise.com op 12 maart 2010 om 13:27 uur

    1 afspreken van een tijdslimiet
    2 gezamenlijk stellen van prioriteiten (bijvoorbeeld eerst huiswerk maken)
    3 gebruiken van controlemiddelen, zoals ‘parent control’, ‘TimeSlot’, ‘YourSafetynet’
    4 checken of de game past bij de leeftijd van het kind (bekijk de PEGI: de kijkerwijzer voor games, die met symbolen op het game aangegeven is)
    5 bespreken van de risico’s met je kind.

    1 en 3 zijn gekoppeld aan een negatieve benadering, als kind heb je het idee dat je straf krijgt voor het niet volgen van de richtlijn, gewoonte, je ervaart dat andere kinderen vrij spel hebben.

    2 en 5 kun je als positieve benadering opnemen, denk dat kinderen veel meer open staan voor een beloningsbeleid en open beleid als straffen en beperkingen. Er zijn vast nog meer positieve benaderingen.

    4 – als games door dezelfde commissie methoden word bepaald als we hebben gezien in de film This film is not yet Rated, wat zegt het dan? – maar het idee is goed.

    *

    Het grootste gemis in de gamewereld is waarschijnlijk de belevingswereld tussen de gamer en de ouder. Waarbij ook vriendjes en vriendinnetjes bijdragen in de leefwereld. De ouders staan hier vaak ver van af. Natuurlijk heb je helemaal een probleem als je ouders digibeet zijn.

  2. Jasper van Weerd van mynameise.com op 12 maart 2010 om 13:34 uur

    Kom net ook een mooie blog tegen over een vriendin die een relatie heeft met een WoW vader – http://www.scarybooster.com/?p=991

  3. Stefan van shenky.com op 12 maart 2010 om 15:10 uur

    De ouders zullen er weer een hele kluif aan hebben om hun kids van games af te krijgen wanneer Sony zijn nieuwe motion controller released voor de PS3:D

  4. Ellen de Lange-Ros
    Ellen de Lange-Ros van faxion.nl op 15 maart 2010 om 11:12 uur

    ”Eigenlijk zou ik stevig moeten ingrijpen, maar ik zie op tegen die ruzie die daar vrijwel zeker van komt.”

    Tja, ik denk dat een groot deel van een gameverslaving (en andere problemen bij kinderen) daar mee te maken heeft. Ouders die zo graag de lieve vrede bewaren dat ze absoluut geen grenzen meer durven te stellen. Het kind krijgt dan alle regie en groeit razendsnel uit tot een klein dictatortje dat alles naar z’n hand zet en dreigt met driftbuien als het z’n zin niet krijgt. Gebeurt ook veel bij kinderen die ‘niks lusten’ en dus met het avondeten alleen nog maar zelf bepalen wat ze eten. Dat probleem is dus niet typerend voor games, maar veel meer typerend voor ouders die geen grenzen stellen.

    Ik kijk uit naar een deel 2 in de serie, waarin vooral wordt ingegaan op de KANSEN die games bieden, bijvoorbeeld in het onderwijs. Waarom kennen jongens van 9 ruim 500 verschillende namen van Pokomons met alle eigenschappen? Hoe zou je dit kunnen inzetten om kinderen ook nuttige dingen te leren (woorden in een vreemde taal). Hoe kun je games gebruiken om andere vaardigheden en kennis te verbeteren op een leuke manier? Waarom maakt het onderwijs hier nog zo weinig gebruik van? Waarom vinden ouderen games nog zo vaak ‘eng’. Hoe kunnen we er voor zorgen dat veel meer ouders en volwassenen zich wel verdiepen in de mogelijkheden die games bieden.

    Deel 2 mag wat mij betreft helemaal gaan over de gemiste KANSEN van games, omdat volwassenen er nog zo onbekend mee zijn en er te vaak bang voor zijn. Lijkt me een mooie tegenhanger van het eerste deel dat vooral gaat over ‘de bedreigingen’ van games.

  5. Renée Filius
    Renée Filius van uu.nl op 15 maart 2010 om 11:25 uur

    Beste Ellen,

    Confrontaties aan durven gaan, maar ook het houden van goed contact met je kinderen, zijn inderdaad adviezen die niet alleen voor gaming gelden, maar veel generieker van aard zijn. Je kunt ze ook toepassen op het snoepen, bedtijd, het gebruik van alcohol, uitgaan, huiswerk maken, klusjes in huis doen, omgaan met bepaalde vrienden. etc.

    Zo’n deel twee is een goed idee. In het betreffende boek wordt wel enigszins ingegaan op de positieve aspecten, maar de nadruk ligt daar niet op.
    Ook in het onderwijs wordt steeds meer gebruik gemaakt van de mogelijkheden van games. Ook zijn bepaalde vaardigheden moeilijk aan te leren in het reguliere onderwijs, maar met behulp van games wel mogelijk. Dit geldt vooral voor vaardigheden die geoefend moeten worden in situaties die gepaard gaan met grote risico’s of kosten.
    En zo langzamerhand worden er ook steeds meer onderzoeksresultaten bekend over het gebruik van games om er van te leren.
    Er is inderdaad voldoende stof voor een deel twee!

    Renée Filius

Schrijf een reactie


Opmaak uitschakelen



Favoriete blogs