Veel organisaties vinden dat ze iets moeten doen met social media. Tegelijkertijd hebben ze geen idee hoe ze dat moeten aanpakken. Gelukkig werden ze afgelopen vrijdag op het congres CommOnline aardig op weg geholpen. Het meest gehoorde advies: begin gewoon ergens, maar denk wel na over een online strategie.
Voor aanvang drink ik koffie met een andere bezoeker van CommOnline, een persvoorlichter van een semioverheidsorganisatie. We hebben het over social media, omdat die term veelvuldig voorkomt in het programmaboekje van het congres. De persvoorlichter biecht op dat hij er nog niets mee doet, terwijl collega’s van andere afdelingen al wel op Twitter, Hyves of Facebook zijn te vinden. Dat zit hem niet lekker. Soms zeggen zijn collega’s op internet iets over het beleid van de organisatie, terwijl dat eigenlijk zijn taak is. Hij is immers de woordvoerder. Hij is degene die bepaalt wat er over de organisatie naar buiten komt en op welke manier. Tenminste, zo zou het moeten zijn. Toch?
Het gesprek geeft direct het belang aan van een congres als CommOnline. De huidige ontwikkelingen op het gebied van online communicatie dwingen de communicatiespecialist nog eens goed te kijken naar zijn takenpakket. Of hij het wil of niet: zijn werkveld is veranderd. En dat vergt een nieuwe aanpak. Maar hoe moet die aanpak er precies uitzien?
Use the force
Keynote speaker Steve Rubel licht een tipje van de sluier op. “Bedrijven moeten zich in hun online communicatie niet meer richten op websites maar op communities”, zegt hij. “En dan niet alleen communities van potentiële klanten, maar vooral ook op de community binnen de organisatie.” Door de opkomst van social media kan bedrijfscommunicatie namelijk niet langer slechts een taak zijn van één persoon of één afdeling binnen het bedrijf. Alle medewerkers zouden zich ermee moeten bezighouden. Dat klinkt natuurlijk mooi, maar hoe pak je zoiets aan?
Rubel geeft een aantal tips:
- Zorg voor digitale ambassades. Maak werknemers tot ambassadeurs.
- Zorg voor diversiteit. Breng je boodschap op veel verschillende manieren. Niet iedereen wordt op dezelfde wijze getriggered. Bovendien onthoudt iemand vaak pas iets als hij het vaker heeft gehoord.
- Use the force, don’t fight it. Social media is overal. Verzet is zinloos. Probeer het zo goed mogelijk te incorporeren in je online strategie.
Het woord is gevallen: online strategie. Je medewerkers aan het twitteren krijgen is misschien helemaal niet zo moeilijk. De uitdaging zit vooral in de gedachte die erachter moet steken. Iemand moet hen daarom vertellen hoe het bedrijf zich wil profileren op internet. En daarmee samenhangend: wat ze wel en niet kunnen zeggen over het bedrijf. Dat is de nieuwe rol van de communicatiespecialist. Volgens Rubel moet elke organisatie één of meer social media experts in dienst hebben. Zij moeten de online strategie opstellen en de overige medewerkers trainen in het omgaan met social media.
Verhalen beïnvloeden
Keynote speaker René Jansen haakt in op de communitygedachte met een filosofische noot over de identiteit van bedrijven. Volgens Jansen wordt die identiteit tegenwoordig voor een groot deel bepaald door consumenten. Het gaat er niet om wat waar is. Het gaat erom wat mensen dénken dat waar is. Die waarheid komt naar voren in de verhalen die ze elkaar vertellen (denk ook aan het boek The Wisdom of Crowds van James Surowiecki). Het is de taak van de communicatiespecialist om de verhalen zo te sturen dat ze voordelen opleveren voor zijn bedrijf.
Bedrijfsstructuur op de schop
Dat lijkt misschien op het oude vertrouwde brandmanagement, maar dat is het volgens Jansen niet. Vroeger ging het vooral om het verhaal dat het bedrijf vertelde aan de buitenwereld. In de nieuwe situatie is het onderscheid tussen binnen en buiten weg. Het verhaal wordt verteld door een community die zich niet laat begrenzen door muren. Om ervoor te zorgen dat je controle houdt over het verhaal, moeten zo veel mogelijk medewerkers deelnemen aan dat verhaal. Als bedrijf moet je daarom een sfeer creëren waarin medewerkers graag hun kennis delen met anderen. En volgens Jansen kan dat alleen als je de bedrijfsstructuur wezenlijk verandert. “We moeten af van het idee van verschillende afdelingen. In de nieuwe situatie is binnen bedrijven geen plaats meer voor hiërarchie. De focus moet liggen op mensen met elkaar verbinden.”
Wat betekent dat concreet?
Ik hoor het je denken: wat een abstracte overpeinzingen! Wat kan ik hier nu concreet mee? Waar moet ik beginnen? Dat is precies wat ik ook dacht. Gelukkig werd ik op mijn wenken bediend. “Begin klein”, adviseert Sjaak van Heukelum, senior manager innovatie bij Achmea. Samen met drie vakgenoten heeft hij op het podium plaatsgenomen om zijn praktijkervaringen te delen. Bij Achmea begonnen ze met Yammer, een soort Twitter maar dan gericht op interne communicatie binnen bedrijven. Op die manier konden de medewerkers van Achmea spelenderwijs kennismaken met social media. Daarna werd ook geïnvesteerd in externe netwerken, bijvoorbeeld met Myler, een platform voor ZZP’ers.
Zelfstandigen kunnen op Myler terecht voor opdrachten, advies en om hun netwerk uit breiden. Het centrale idee is om mensen met elkaar in contact te brengen, zodat ze elkaar verder kunnen helpen. Van Heukelum: “In een community is veel kennis aanwezig. Het enige wat je hoeft te doen is de juiste mensen aan elkaar verbinden.” Op die manier werkt Achmea nu ook aan zijn online strategie. De verzekeraar heeft een collaborative e-book opgezet, waarin medewerkers hun gedachten over de online projecten kunnen opschrijven. “Op die manier hebben we een online brainstorm waaruit uiteindelijk een online strategie naar voren komt waarin iedereen zich kan vinden.”
Online strategie
Daar is die term weer: online strategie. Je kunt blijkbaar niet zonder. Je kunt klein beginnen, wat experimenteren met collega’s onder elkaar. Maar als je echt iets wilt bereiken met social media, dan moet je een gedegen online strategie hebben. En die hebben veel organisaties niet. Dat weet ook Arjan van Liere, directeur van Present Media. Tijdens zijn sessie ‘Online strategie met impact’ vertelt hij dat veel bedrijven niet eens een organisatiestrategie hebben. Van Liere gaat met zijn klanten daarom vaak helemaal terug naar de basis. “Je moet eerst helder hebben wat het bestaansrecht is van je bedrijf. Je moet weten wat je precies wilt. Pas daarna kun je onderzoeken hoe je dat online kunt faciliteren.” De essentie van een goede strategie is volgens van Liere dat je keuzes maakt. Wat doe je wel en wat doe je niet? Hoe speel je in op de huidige ontwikkelingen? Dat houdt ook in dat je je online strategie regelmatig aanpast aan die ontwikkelingen. Van Liere: “Je moet je continu afvragen: waarom doe ik dit en bereik ik daarmee wel mijn doelen?”
Interactie
Wat je online strategie ook is, zorg er in ieder geval voor dat je de interactie aangaat. Dat zegt Noelle Aarts, bijzonder hoogleraar strategische communicatie aan de Universiteit van Amsterdam, in haar slotwoord. Volgens Aarts gaat het oude model van zender en ontvanger niet op voor social media. “Als je echt deel wilt uitmaken van een sociaal netwerk, kun je je niet beperken tot zenden of ontvangen. Het gaat bij social media niet meer om personen, maar om de interactie tussen die personen. Dat is hetgeen wat zaken kan maken en breken.” Het beste model om social media mee te benaderen is volgens Aarts daarom het netwerkmodel. Als organisatie moet je een plek zien te verwerven in het netwerk. Je moet meedoen met het proces.
Een succesvol voorbeeld daarvan is volgens de bijzonder hoogleraar de aanpak van Shell. De olie- en energiemaatschappij betaalt studenten om zich op internet te mengen in gesprekken die met het bedrijf te maken hebben. Het doel daarvan is om een positiever beeld te creëren van Shell. Volgens Aarts is dat een zeer effectieve vorm van bedrijfscommunicatie omdat het persoonlijk is. Shell communiceert op die manier niet meer alleen van bedrijf tot consument, maar ook van persoon tot persoon. Die verschuiving naar persoonlijke communicatie is volgens Aarts overigens ook zichtbaar bij online communicatie in het algemeen: social media brengt communicatie terug naar de basis: het gesprek.
Het gesprek
Terug naar mijn eigen gesprek met de persvoorlichter die ik aan de koffietafel ontmoette. Wat moet hij nu met zijn collega’s die er vrolijk op los twitteren zonder hem erover in te lichten? Moet hij ze verbieden iets te zeggen over hun organisatie? Waarschijnlijk niet. Moet hij ze vertellen dat ze eerst toestemming aan hem moeten vragen als ze gevoelige informatie naar buiten willen brengen? Misschien wel. Het belangrijkste is dat hij daar eens goed over nadenkt, samen met zijn directie en eventueel een externe partij. Social media is niet meer weg te denken uit de huidige bedrijfscommunicatie. Iedereen in de organisatie moet daarom weten waar de mogelijkheden en grenzen liggen. De tijd is rijp voor een gedegen online strategie.
CommOnline 2010 werd georganiseerd door CommOnline Academy, een initiatief van Sabel Communicatie.
Update: Noelle Aarts schrijft in haar reactie hieronder dat ze per abuis Shell noemde in haar presentatie. Het gaat om een ander bedrijf.











[...] Veel organisaties vinden dat ze iets moeten doen met social media. Tegelijkertijd hebben ze geen idee hoe ze dat moeten aanpakken. Gelukkig werden ze afgelopen vrijdag op het congres CommOnline aardig op weg geholpen. Het meest gehoorde advies: begin gewoon ergens, maar denk wel na over een online strategie. Lees meer [...]
“De olie- en energiemaatschappij betaalt studenten om zich op internet te mengen in gesprekken die met het bedrijf te maken hebben.”
Ik ben hier geen fan van. Het is goed om je in gesprekken te mengen, maar laat dat (vaste medewerkers) doen en geen stagiaires of studenten. Hebben studenten het juiste beeld (en de cultuur) van Shell zomaar te pakken? Kunnen zij het ‘gezicht’ van Shell zijn? En waar moeten ze heen als er vragen komen die ze niet kunnen beantwoorden? Een medewerker die ervaring heeft met de organisatie, kan sneller schakelen door de juiste personen te vinden.
Interessant onderwerp, maar helaas helpt het artikel je nog niet concreet verder.
Tijd voor een (model)stappenplan?
In zoverre helpt het je wel een goed beeld te vormen over wat er op dit moment speelt op het genied van Social media. Het is misschien wat algemeen maar tips als het van binnenuit werken aan social media zijn in mijn ogen zeker waardevol.
Goed artikel! (model) stappenplan lijkt me zeer interessant maar vraag me af of dit een universeel stappenplan kan zijn?
@Marcel Mee eens. Zou een sociale strategie niet in een stappenplan te vatten zijn? Het is bij elke organisatie anders, maar de vragen zullen voor iedereen hetzelfde zijn.
Ps. Vergeten te zeggen in mijn vorige opmerking, maar het was een fijn verslag om te lezen!
@Marcel. Ben het ook met je eens dat een stappenplan handig zou zijn. Of in ieder geval een keuze model.
@Tineke. De vragen kunnen inderdaad een handvat zijn. Immers is niet voor iedere organisatie (neem de retail) Twitter, Facebook, Foursquare e.d. interessant. Maar een stemwijzer-achtige opzet voor gebruik van Social Media zou inderdaad handig zijn. En op basis van de uitkomst een advies hoe je e.e.a. in kunt vullen.
Denk dat ik er maar eens een op ga zetten. Altijd handig voor mijn klanten…
Goed artikel. Als alles goed benut wordt, krijgen we volledige transparantie en uitsluitend fijne bedrijven om bij/voor te werken. Alleen wat dan weer jammer is dat de commercie weer de overhand krijgt en zoals Shell doet, er mensen worden ingehuurd om (volgens de instructie van de aloude communicatiemanager?) de berichtgeving over de organisatie te manipuleren. Gevolg is dat de geloofwaardigheid weg is en we er niets mee opschieten. Jammer!
“Moet hij ze verbieden iets te zeggen over hun organisatie? Waarschijnlijk niet. Moet hij ze vertellen dat ze eerst toestemming aan hem moeten vragen als ze gevoelige informatie naar buiten willen brengen? Misschien wel.”
Mensen praten (irl) op feestjes en met vrienden ook over hun werk en hun bedrijf. Ook dan zeggen zij soms dingen die je liever niet naar buiten wilt brengen of die simpelweg vertrouwelijk zijn. Het gaat volgens mij vooral om het bijbrengen van dat besef: wat is vertrouwelijk en wat niet? Je hebt als werknemer nu eenmaal de verplichting om discreet om te gaan met bepaalde informatie. Of mensen dat nu twitteren, facebooken of live vertellen maakt dan minder uit.
Haha wat een geweldige inleiding. Die schandelijke zin ‘daar doe ik weinig mee’ hoor je zo vaak, tenenkrommend voor een marketingcommunicatie specialist 2.0
Leuk artikel voor de beeldvorming, maar, zoals ook eerder genoemd, niet concreet genoeg. Daarnaast is de aanpak van Shell helemaal niet een ‘succesvol voorbeeld’.. misschien in de cijfers wel, maar als het publiek door krijgt wie er achter zitten dan werkt het juist averechts. En studenten die betaald krijgen om de beeldvorming positief bij te stellen, zijn helemaal geen ‘fans’ van je merk, maar willen gewoon een zakcentje bijverdienen..
Bart,
Leuk artikel.. Ik spreek regelmatig bedrijfen en communicatie medewerkers die totaal niet weten wat Social Media voor hen kan betekenen. Daarnaast weten zij vaak ook geen raad hoe om te gaan met medewerkers die over de organisatie schrijven. Het zomaar verbieden zal niet werken. Ga er met een creatieve manier mee om en breng de medewerkers idd het besef bij wat vertrouwelijk is en wat niet, zoals Cécile al opmerkte.
Zorg dat je daarnaast bijhoud wat er over de organisatie geschreven wordt. Dit kan redelijk eenvoudig door http://www.socialmediacheck.nl/?controller=Content&action=index hier is op Frankwatching al eerder een artikel over geschreven door Denise Lappain http://www.frankwatching.com/archive/2010/03/22/social-media-check-wat-zeggen-ze-over-jouw-merk/
Jammer dat er zo nadrukkelijk wordt gezegd dat je de controle moet houden over wat er gezegd wordt.
Sociale media gaat niet om controle. Je moet aanvaarden dat er positieve en negatieve dingen over jouw organisatie worden gezegd. Hoe kan je je op een authentieke manier profileren, wanneer er allerlei regeltjes worden opgesteld over het social media gebruik.
Natuurlijk kan niet alle informatie zomaar worden verspreid, maar zulke “regels” gelden niet per se voor sociale media, maar in het algemeen.
Even ter correctie: het is niet Shell die studenten recruteert om zichzelf te profileren in sociale netwerken. Het gaat hier om een bedrijf, webrepassociates genaamd dat studenten met dit doel inhuurt voor diverse klanten, waaronder een aantal grote bedrijven (zie de website: http://www.webrepassociates.com). Iemand heeft ten onrechte Shell in dit verband genoemd en dat heb ik al te klakkeloos overgenomen, waarvoor mijn welgemeende excuses.
Dit geval laat overigens heel mooi het corrigerende vermogen binnen sociale netwerken zien!
Bij de paragraaf over Shell is toch de plank misgeslagen als je het mij vraagt. Noelle Aarts gebruikte het voorbeeld van studenten die betaalt worden door Shell om zich te mengen in discussies om persoon-tot-persoon communicatie te illustreren, maar niet als een positieve manier om te communiceren via Social Media. Dat komt niet over in het artikel. (achtergrond: In het voorbeeld waren de studenten niet stagiaires/medewerkers bij Shell, en reageerden ook niet openlijk uit naam van Shell)
Als je het mij vraagt is het juist de manier waarop het NIET moet. Een sterke Social Media strategie draait juist om authenticiteit en transparantie. Mensen betalen om goede verhalen over je bedrijf te verspreiden (zonder daarbij te vermelden dat het namens het bedrijf is) is toch niet anders dan hoe China bloggers inzet om te propaganderen?
Kortom: Betaal geen mensen, om zich (zonder te vermelden dat het om een “Shellmedewerker” gaat) te mengen in discussies. Laat medewerkers zelf reageren of zet een webcareteam in, maar vermeld dat ook in het bericht. Anders ben je niet oprecht en wordt je daar ook op den duur op afgerekend.
@Noelle Ah, dat is een ander verhaal. Ik zie ook dat Webrep wel altijd transparant (uit naam van bedrijf) reageert. Dus wat ze aanbieden is niets anders dan een geoutsourced Webcareteam.
@Lisanne, goede reactie. Laat de controle los, zowel extern als intern. Tegenwoordig maken de werknemers zelf wel uit wat ze communiceren, dat kun je hooguit sturen, maar niet opleggen.
Wie goed doet, goed ontmoet.
Goed, dus we moeten het zo maar wat laten gaan, er gaat vanzelf wat gebeuren en wellicht dat er iets uitkomt dat zinnig is voor het bedrijf.
Ik neem aan dat jullie bedrijven geen directies en aandeelhouders hebben dan, en dat er geld zat is… ;)
Op deze manier gaat social media het achterlijke broertje van een toch al niet al te snuggere tak van sport (ICT) worden…
@Patrick Ik snap je opmerkingen niet. Sinds wanneer is ICT een niet al te snuggere tak van sport? Ik zie er toch heel erg slimme mensen in werken.
Ok, Tineke, dit verdient wat uitleg ;)
ICT is natuurlijk een breed begrip, maar laat ik me beperken tot de meer tastbare uiting ervan: applicatie-ontwikkeling.
Ik heb veel gewerkt in multi-disciplinaire projecten, mechatronische systemen. Ik was bijvoorbeeld architect van de software van de gerobotiseerde ECT-containerterminal (delen ervan), en van software voor marineschepen enz.
Vergeleken met electronica en werktuigbouw / mechanica, is software-ontwikkeling een volkomen achterlijk gebeuren. Software is ook vrijwel altijd de achilleshiel van dit soort projecten. De kwaliteit van het product (de software zelf) maar ook van het proces (de ontwikkeling) is veel en veel minder dan van vrijwel elke andere engineering discipline.
Een voorbeeld. Ik kan werktuigbouwkundig engineers in Nederland een apparaat laten ontwerpen en tekenen en met de tekeningen onder mijn arm een Chinese fabriek binnenlopen om het te laten bouwen. Dat werkt. Hetzelfde in de electronica. Of de hydraulica.
In software-ontwikkeling is dat onmogelijk. Wij werken met black magic als UML, een soort inconsistent flauwekul gedoe om schetjes mee te maken die niemand op dezelfde manier interpreteert en die nadat de software in elkaar in geflanst ook niet meer zijn terug te herkennen in die software. Er is geen enkele ‘traceability’. Eén van de belangrijkste doelen van elk gestructureerd ontwikkelproces. Wat er dan gebeurt is dat iedereen het maar een beetje zelf gaat zitten verzinnen en interpreteren.
In het hele software-ontwikkelings traject is geen enkele evenredigheid te vinden van functionele specificaties naar uiteindelijk software. In electronica en mechanica is dat wel zo.
Ik reviewde vroeger C++ applicaties van 350.000 regels en ging die dan reverse-engineeren naar het ontwerp om te kunnen inschatten wat de kwaliteit was. Totaal onmogelijk. Ik zou een bord spaghetti nog beledigen met een vergelijking.
Zo uitontwikkeld en geevolueerd als andere engineering disciplines zijn, zo amateuristisch is het allemaal in de ICT.
Waarom denk dat je dat die zooi altijd maar mislukt en crashed en uit het budget loopt?
[...] Lees het volledige verslag van Roy op Frankwatching. [...]
[...] http://www.frankwatching.com/archive/2010/05/30/commonline-wat-moet-een-bedrijf-met-social-media/ # [...]
Prima artikel. Ik zou i.i.g. adviseren te beginnen met het monitoren van Social Media. Op deze manier weet je iig wat er over je merk/bedrijf geschreven wordt en kan je daar op reageren.