Inspiratie

Musea en het web revisited: trends en ontwikkelingen

0

Het jaarlijkse congres Museums and the Web biedt een mooi overzicht van de stand van zaken rond musea en internet. Trending topics waren vanzelfsprekend de onderwerpen die ook elders relevant zijn, zoals mobiel, augmented reality, social media etc. Ook was er veel aandacht voor de online collecties, open data, organisatie van web projecten, het ontwikkelen en delen van web strategie en het Google Art Project.

LOVE van Robert Indiana, PhiladelphiaNet als het vorige jaar doe ik ook dit jaar graag verslag van het Museums and the Web congres dat door een groeiende groep Nederlanders wordt bezocht, bevolkt en gevuld. Dit jaar was het congres in Philadelphia.

De opzet van het congres

Het congres heeft al jaren een vaste structuur van pre-conference workshops, pre-conference tours, plenaire en parallelle sessies, demonstraties, unconference sessies, crit rooms, ontbijtsessies (birds of feather) en recepties. Daarnaast natuurlijk ontmoetingen en gesprekken in de gangen, de lobby van het hotel en ’s avonds in de kroeg. En ook veel, heel veel getwitter. Erfgoed 2.0 uit Nederland was met 528 van de 13.650 tweets met de hashtag #mw2011 volgens Summarizr de meest twitterende.

De opening was wat teleurstellend met een sessie over statistieken (Grounding Digital Information Trends). Cijfers en trends die iedereen die met web bezig is in zijn achterzak hoort te hebben. De rest van het vierdaagse congres maakt deze teleurstelling meer dan goed. Ik geef hier een thematische bundeling van een aantal presentaties en observaties in thema’s. Voor het hele programma en de papers is er uitgebreide informatie te vinden op de website van Museums and the Web 2011.

Mobiel en Multi Channel

Vanzelfsprekend is de mobiele trend niet aan de musea voorbij gegaan. Er was een groot aantal sessies aan dit onderwerp gewijd (Workshop Mobile strategies and business models, Workshop Mobile untours, Mobile and geolocation issues, Multi-channel, Mobile crit room en Mobile parade).

Deze afbeelding is niet langer beschikbaar.

Loic Tallon, samensteller van het boek “Digital Technologies and the Museum Experience“, presenteerde een aantal conclusies uit zijn onderzoek International Museums & Mobile Annual Survey. Hij onderscheidt musea die actief zijn op mobiel, musea die mobiele plannen hebben en musea die geen mobiele plannen hebben. Opvallend is dat musea die actief zijn mobiel met name gebruiken om de bezoeker en zijn museumervaring (fysiek of zuiver online) te ondersteunen, terwijl musea met mobiele plannen deze met name willen inzetten voor marketing doeleinden. Beetje een gekke doelstelling, omdat je dan eerst je app moet promoten die vervolgens je museum promoot. Mogelijk hebben mobiel actieve musea geleerd dat zoiets niet goed werkt of zijn musea met mobiele plannen nog wat naïef.

Musea blijken weinig in doelgroepen te differentiëren en willen het liefst alles voor iedereen maken. Mogelijk denkt men dat, gezien de algemene financiering die ze krijgen, het niet mogelijk is om bepaalde groepen meer bewust te benaderen, of zelfs aan actieve uitsluiting te doen. Dat laatste gebeurt natuurlijk wel met iedere iPhone app, die alleen maar gebruikt kan worden door mensen met een iPhone. Dit bewuster segmenteren speelt overigens over de gehele breedte (zie ook online collecties) en niet alleen bij mobiele interacties.

Deze afbeelding is niet langer beschikbaar.

Mobiele bewegwijzering

Meerdere musea zetten de mobiel in om de vaak grote en complexe gebouwen meer toegankelijk te maken en de weg naar tentoonstellingen, bepaalde topstukken, het restaurant of de wc’s te wijzen. Het immense American Museum van Natural History (AMNH) in New York heeft een dergelijk app voor de iPhone “Explorer“. Deze app, de 350 uitleen iPods en de WIFI infrastructuur werd gefinancierd met een forse injectie van informatiebedrijf Bloomberg (mede bekend van Michael Bloomberg, de huidige burgemeester van New York). Het hele museum is voorzien van WiFi zodat er binnenshuis een TomTom-achtige navigatie geboden wordt. Ik was voorafgaand aan het congres in New York en testte deze app met Peter Gorgels van het Rijksmuseum. We kwamen tot de conclusie dat de app bijzonder goed werkt als het gaat om navigatie, maar deze verder niets toe aan de museumervaring (behalve dat je snel met een volle blaas bij de dichtstbijzijnde wc bent). In een workshop lichtte het AMNH toe dat er nog verdere ontwikkeling gepland is, dat de collectie nog niet gedigitaliseerd is, waardoor het moeilijk is om extra context te bieden. Ook het British Museum (met ook een enorm en complex gebouw) presenteerde zijn onderzoek naar navigatie in een multimedia tour.

Mobile Crit Room en Mobile Parade

2 sessies geheel gewijd aan mobiel sprongen er uit: Mobile Crit Room en Mobile Parade. Het concept van de crit room doet het bijzonder goed. Er gingen stemmen op om vooral meer mislukkingen te presenteren i.p.v. projecten die schijnbaar altijd geslaagd zijn. In de crit room werden 3 mobiele projecten ieder een half uur besproken door een team experts. Dat leverde interessante bevindingen op over het ontwerp, de manier van installeren etc. De experts verschilden van mening of een app een helder menu nodig heeft of dat ontdekken ook een rijke ervaring is. De gepresenteerde apps waren nog sterk gebaseerd op pagina gebaseerde point-and-click mini websites. Blijkbaar moeten we nog nieuwe idioom ontwikkelen of omarmen voor deze mobiele toepassingen.

Deze afbeelding is niet langer beschikbaar.

Een bijzondere iPad app die besproken werd, was Field Guide to Victorian Fauna van Museum Victoria. Ook een beetje een website in een app, maar dan goed gemaakt en gevuld met erg mooie content die volledig gedownload wordt, zodat de iPad mee kan het veld in. Deze app wil men open source beschikbaar stellen. Dit vormt mogelijk een ultieme kans voor het Nederlands soortenregister. Tijdens de Mobile Parade kwamen diverse korte presentaties langs die een verademing waren naast de soms lange presentaties met veel bullets op PowerPoint-slides.

Augmented reality

Binnen het mobiele veld heeft augmented reality toenemende belangstelling en mogelijkheden. Voorbeelden van recente museale mobile augmented reality zijn UAR van Nai, Street Museum van London Museum en de Berlijnse muur in Layar. Ik was zelf samen met Stedelijk Museum verantwoordelijk voor een workshop “augmented reality and story telling” en een paper over het ARtours project en mobiele augmented reality in het algemeen. Tijdens de workshop maakten we met de deelnemers een augmented reality concept en hebben we het CMS Visar gebruikt om een aantal objecten tijdens een wandeling door Philadelphia in Layar te tonen. Onze presentatie was opgenomen in een bredere sessie over augmented reality.

Deze afbeelding is niet langer beschikbaar.

Tijdens de Mobile Parade werd het Layar project van PhillyHistory.org gepresenteerd. Met het Stedelijk worstelen we vaak met de vraag: “hoe geef je met augmented reality context aan moderne kunst in de stad?” Historische informatie en met name historisch beeld is daar juist heel geschikt voor. Je plaatst deze beelden vanuit het camerastandpunt in de fysieke omgeving en mensen kunnen (vergelijkbaar met UAR) zien wat er ooit was. Dat is wat PhillyHistory.org gaat doen. Zij kwamen tot de conclusie dat het nog een hele uitdaging is om binnen Layar beelden echt goed te positioneren. Naarmate de techniek vordert, zal dit probleem wel opgelost worden. Mijn eerdere conclusie dat mobiele augmented reality erg voelt als de eerste dagen van het web (tabellen, animated gifs, frames), werd ook tijdens de Mobile Crit Room beaamd. We lieten daar het samen met TAB Worldmedia ontwikkelde Jan Rothuizen project binnen ARtours zien.

Organisatie-innovatie

Deze afbeelding is niet langer beschikbaar.

Een mooie bijdrage tijdens de sessie Organizational change was van een grote groep Nederlands museummedewerkers verenigd in innovators netwerk erfgoedsector (INE): Why reinvent the wheel over and over again? How an offline platform stimulates online innovation. Zoals helaas veel van de verhalen en conclusies een beetje preken voor eigen parochie. Museumdirecties zijn slechts spaarzaam aanwezig op dit congres en juist voor hen was de boodschap van INE relevant. De groep wisselt veel ervaring uit en mist deze samenwerking op andere niveaus binnen hun instelling. Musea denken vaak nog in termen van concurrentie en concurreren ook om subsidiegelden en bezoekers, maar waarom niet besparen en samenwerken op technologisch vlak en innovaties? Ook in andere sessies werd openheid van zowel strategie als data bepleit en in praktijk gebracht. Dit accumuleerde in een ‘Best of the Web award’ voor de online beschikbare online strategie van Smithonian Institute (zie Best of the Web awards hieronder).

Online collecties en open data

Musea praten en acteren al jaren met steeds groter succes over het digitaliseren online beschikbaar stellen van de collecties. Dit leek een onderwerp dat op de achtergrond geraakt was, mogelijk mede omdat iedereen de discussie over standaarden een beetje moe was. Dit jaar was er hernieuwde aandacht voor dit onderwerp. Nu in de vorm van open data, dus niet alleen het hebben van een online collectie op de eigen website, maar deze data zo beschikbaar stellen dat anderen er iets mee kunnen. Dit kwam naar voren in presentaties als Linked data, Distributed museum en Collections online.

Deze afbeelding is niet langer beschikbaar.

Verschillende bezoekers, verschillende smaken

In deze laatste sessie lanceerde Tate haar Art & Artists, Tate Beta. James Davis kreeg de opdracht de templates voor de online collectie van Tate te herontwerpen. Gaandeweg kwam hij er achter dat zijn opdracht veel breder moest zijn en hij wist zijn directie er van te overtuigen dat je ook heel goed online van kunst kunt genieten en leren, maar dat je dan wel meerdere smaken websites moet aanbieden. Dit deed mij denken aan het boek dat ik aan het lezen ben “What the dog saw” van Malcolm Gladwell (o.a. Blink, Tipping Point), waarin een mooi verhaal staat over Howard Moskowitz en spaghettisaus. Dit verhaal vertelde Gladwell tijdens TED in 2006. Moskowitz leerde de voedingsindustrie dat smaken verschillen en dus heb je spicy, chunky en andere variëteiten nodig. Zo leerde ook Tate en ontwikkelde 3 weergaven van de collectie: 1 voor onderzoekers, 2 voor ontdekkers en 3 voor dromers. In de bèta is er een slideshow voor de dromer (die wil genieten), veel beeld en basisinformatie voor de explorer (die wil ontdekken) en uitklapbare informatie voor de onderzoeker (die vooral wil lezen). Een van zijn conclusies na onderzoek met gebruikers was dat deze de term collectie helemaal niet kennen of er iets anders onder verstaan. Zo werd het idee geboren om het onderdeel ‘Art & Artists’ te noemen, dat is wat het is en dat begrijpt iedereen meteen.

Google Art Project

Deze afbeelding is niet langer beschikbaar.

Discussie over een ander interessant voorbeeld van gedeelde data door datagigant Google ontbrak ook niet. Tijdens de afsluitende bijeenkomst (Closing plenary – Mind the GAP) werd het Google Art Project besproken. Aan dit project van Google werkten een aantal grotere musea mee. Voor het eerst zijn daar online op wat grotere schaal objecten van meerdere musea bij elkaar gebracht, kun je inzoomen op schilderijen en een virtuele tour maken door de musea vergelijkbaar met Google Street View. De korte presentatie van een aantal deelnemende musea wierpen een terughoudende blik op dit project.

Google was zelf aanwezig in het panel en kreeg nogal wat kritiek te verduren omdat het project heel gesloten was aangepakt (of musea zelf zo open zijn, is maar de vraag) en er niet naar een brede samenwerking was gezocht. Ook is men huiverig voor de verdere plannen van Google en haar dominante positie op allerlei gebied. Google gaf aan dat de rechten volledig bij de musea blijven en dat digitaal materiaal wordt teruggeven aan deze musea. De Street View-beelden zijn wel specifiek van Google.

Het Art Project heeft veel aandacht gekregen en heeft bij veel van de deelnemende musea tot structureel meer bezoek aan de websites geleid. De musea vroegen zich af of de Street View-beelden in de gewone Street View geïntegreerd gaan worden, zodat je zo virtueel een museum kunt binnenlopen. Google had daar nog geen antwoord op. Een van de musea meldde dat museumcollega’s de inzoom-functionaliteit vooral erg goed vonden, terwijl een dergelijke functionaliteit al lang op de eigen website bestond. Blijkbaar is er nog veel te doen aan promotie van de eigen websites, ook intern.

Best of the Web awards

Deze afbeelding is niet langer beschikbaar.

Jaarlijks worden tijdens het congres Best of the Web prijzen uitgereikt. Hieronder een overzicht van relevante winnaars waaronder het Nederlandse Nationaal Historisch Museum. Verrassend was de prijs voor de online strategie van Smithonian die online gedeeld wordt. Dat delen is niet geheel uniek, ook Tate deelt haar strategie, maar wel zeer verfrissend.

De award voor de social media component bij de Ai Weiwei tentoonstelling van Tate Modern kreeg, mede gezien de recente arrestatie van kunstenaar Ai Weiwei in China, extra aandacht.

Wat men van ver haalt …

Al met al weer een zinvolle jaargang met veel tijd om onderling tussen Nederlandse musea nader kennis te maken of bekenden eens op een andere plek te ontmoeten. Het blijft opvallend dat een grote groep Nederlandse bij dit congres blijkbaar meer haalt dan bij Nederlandse evenementen zoals de 2-jaarlijks alternerende DE Conferentie georganiseerd door Digitaal Erfgoed Nederland (DEN) of DISH georganiseerd door DEN en Erfgoed Nederland. Eind mei is er een 2-daagse bijeenkomst onder de naam Museum Next in Edinburgh. Ik hoop dat er dan eens iemand van buiten deze sector komt spreken. Op dit congres was er welgeteld 1 spreker uit een andere sector met helaas een wat saai verhaal over bezoekersonderzoek op basis van het elektronisch volgen van bezoekers in een winkelcentrum of museum.

Ik houd jullie op de hoogte!