Met erectieproblemen, eetbuien of huiselijk geweld loop je niet te koop. Mensen die met dit soort problemen kampen, schamen zich vaak. Ze zijn moeilijk te vinden voor hulpverleners. Maar, dit tij begint te keren. Via internet kunnen vele anonieme doelgroepen gevonden én geholpen worden. Nederland loopt hierin voorop. Het aantal mensen dat online hulp krijgt bij psychische, sociale of maatschappelijke problemen is in drie jaar meer dan verdrievoudigd.
Chatten met de kindertelefoon
Frank Schalken is directeur van stichting E-hulp.nl. De stichting helpt bij het opzetten van online hulpverlening. Hij adviseert de meest uiteenlopende hulpverleningsorganisaties over hun online aanwezigheid. “Ik wil vooral de mogelijkheden laten zien,” vertelt Frank, “daarom zijn we ook bezig met kennisontwikkeling. We beheren een Linkedin-groep en we reiken jaarlijks een scriptieprijs uit.” Schalken was vanaf 1999 tot 2003 vrijwilliger bij de Kindertelefoon. “Kinderen mailden vaak naar het mailadres van de Kindertelefoon, terwijl dat eigenlijk niet de bedoeling was. Met een groepje hebben we toen onderzocht waarom kinderen mailen. Ik heb daarin het voortouw genomen. Uiteindelijk zijn we met een chat gestart, waar al snel veel gebruik van werd gemaakt. Het bellen liep terug.” Waarom werd er gekozen voor chat? “Omdat chat beter beheersbaar was dan e-mail. Met chat kun je direct antwoorden, bovendien kun je openingstijden hanteren, zodat mensen niet te lang op antwoord hoeven te wachten.”
Bereik
“Internet is gemáákt voor de hulpverlening. Het is laagdrempelig. Mensen kunnen snel geholpen worden, voordat het probleem echt groot wordt,” vertelt Frank Schalken. Hij noemt vooral het enorme bereik dat online hulpverlening kan hebben. “Van alle boulimapatiënten komt 90% niet bij de GGZ terecht, om maar te zwijgen over mensen die te maken hebben met huiselijk geweld.” De reden? Men schaamt zich en durft geen hulp te zoeken. Hulp via internet kan een kloof overbruggen. Je kunt behandelingen slimmer en goedkoper inzetten. Ook kun je een betere mix van online en offline hulpverlening aanbieden, door bijvoorbeeld cliënten een dagboek bij te laten houden, dat hun hulpverlener kan inzien. Zo’n dagboek is dan weer goede input voor verdere gesprekken. Het kan nog veel meer groeien. Er is nog een zee aan mogelijkheden. “Wat hulpverleningsorganisaties vooral lastig vinden, is hun online marketing goed in te zetten, zodat ze bijvoorbeeld hoog scoren bij Google.”
Anonimiteit
De anonimiteit van internet is de belangrijkste reden om online hulp te zoeken. Dat blijkt uit onderzoek van het Netwerk Online Hulp dat gisteren gepresenteerd werd op het congres Online Hulpverlening in Utrecht. Voor bijna zestig procent van de online hulpvragers is anonimiteit een belangrijke reden om hulp online te zoeken. Dat blijkt uit een aanvullend onderzoek van het Netwerk Online Hulp onder 502 hulpvragers. Andere belangrijke argumenten zijn dat mensen de voorkeur geven aan schrijven boven praten (43%) en dat je zelf kan bepalen op welk tijdstip je hulp krijgt (37%). Dat online hulp (vaak) gratis is, is voor de meeste mensen geen doorslaggevende reden. Bekijk ook onderstaande video van een ervaringsdeskundige op het gebied van e-mailhulpverlening.
Nederland loopt voorop
Nederland loopt wereldwijd voorop met het online hulpaanbod. Digitaal kun je onder andere terecht bij de Blijf Groep, het FIOM, Humanitas, het Juridisch Loket, Korrelatie, en Slachtofferhulp. Ruim 1,8 miljoen mensen bezochten in 2010 een online hulpsite voor informatie, advies en ondersteuning. Daarvan kregen 181.000 mensen hulp via chat of e-mail. Zij beoordeelden het contact gemiddeld met een 8. 73% van de hulpvragers is vrouw.
Stimuleringsregeling
Het ministerie van VWS gelooft in de mogelijkheden van anonieme hulp via internet en heeft voor komend jaar twee miljoen euro uitgetrokken.Veel online hulpdiensten kregen tot nu toe tijdelijke steun van financiers, zoals opstartpremies van ministeries en eenmalige uitkeringen en goede doelenfondsen. Die hulp loopt af, waardoor meerdere sites in de problemen komen. Schalken: “Het is goed dat de overheid nu met een stimuleringsregeling komt. Maar het bedrag is volstrekt ontoereikend en vreemd genoeg alleen bestemd voor instellingen uit de GGZ. Ik voorzie dat verschillende succesvolle initiatieven komend jaar moeten stoppen omdat ze het niet langer gefinancierd krijgen. Het gevolg zal zijn dat mensen weer terug gaan vallen op dure reguliere hulpverlening.”











Interessant artikel.
Misschien werkt het idd wel voor deze doelgroep, met idd problemen als eractieproblemen etc.
Maar ik vraag me af of deze vorm van hulpverlening net zo efficiënt en effectief werkt als een gesprek met een psycholoog. Ik kan me aan de ene kant voorstellen dat men meer durft te zeggen zolang ze anoniem blijven.
Aan de andere kant kan een psycholoog aan de hand van non-verbale communicatie belangrijke signalen oppikken van de persoon in kwestie. Dit is bij online hulp niet het geval.
Ja een heel goede ontwikkeling, alleen schijnt er de financiering van deze vorm van hulpverlening (zeker als het anoniem plaats vindt) nog veel te verbeteren te zijn.
Ja, Joop dat staat ook in mijn laatste alinea, toch?
De uitdaging voor online hulpverlening is de mensen uiteindelijk te overtuigen echte hulp nodig te hebben in de vorm die daar geschikt voor is. Als er een vertrouwensband is opgebouwd (hoe anoniem ook), kan een persoon hiertoe misschien aangezet worden.
Daarnaast is het belangrijk voor de hulpverlening zich te kunnen presenteren bij de juiste doelgroep!
Super goed dat Nederland hier voorloper in is. Wat ik jammer vind is dat ik de indruk heb dat de ‘traditionele’ psychische zorgsector op het gebied van internet nog achterloopt. De afstand tussen psycholoog en potentieel patiënt is te groot, bijvoorbeeld doordat psychologen zich zelf meestal anoniem opstellen. Mensen moeten een vertrouwensband aangaan, maar zij weten niet met wie, waardoor er onnodige drempels zijn. Daardoor lopen er teveel mensen zorg mis die ze eigenlijk wel kunnen gebruiken. Hoe staan anderen daar tegenover?
Wist ik niet Joop. Zit je in die hoek? ^ED
Leuk dat we in dit artikel genoemd worden!
We zetten inderdaad voorzichtige stappen richting online hulp. Nu via onze website, de chat voor jongeren (http://www.ikzitindeshit.nl) en ons Twitter account (http://twitter.com/#!/Slachtofferhulp).
De plannen voor verdere uitrol zijn legio! :)
Goed artikel, Caryn.
Zoals tijdens de conferentie online hulpverlening #coh2011 opgemerkt zijn wij de vraag voorbij of een instelling wel of niet online hulp moet gaan uitvoeren. Het is tegenwoordig een must omdat veel hulpvragers internet gebruiken om antwoorden te krijgen op hun vragen. Voor jongeren is chatten een tweede natuur. Voor het maatschappelijk werk was dit aanleiding om via http://www.klikvoorhulp.nl chatspreekuren en webmailhulp in te zetten.
Gelukkig beginnen ook de hogescholen in te zien dat het methodisch handelen van een professionele hulpverlener regulier onderdeel dient te zijn van het onderwijscurriculum. De hogescholen Zuyd en NHL gaan waarschijnlijk de handen in elkaar slaan. Online hulpverlening wordt uit oogpunt van kwaliteitszorg daarmee net zo serieus genomen als andere hulpverleningsvormen.
Ook de ontwikkelingen op het terrein van online ketensamenwerking zien wij als logische vervolgstap. De AMW’s in Limburg zullen in 2012 daaromtrent een pilot gaan uitvoeren met 7 andere instellingen van de 0de t/m de 2de lijn. De websites van de CJG’s worden daarbij als frontoffice ingezet.
Kortom: het is soms meer een kwestie van schakelen en verbinden dan steeds nieuwe dingen uitvinden ;)
[...] loopt voorop Een artikel op het blog Frankwatching laat Frank Schalken aan het woord, directeur van stichting E-hulp.nl. Hij vindt het bereik van [...]