Terug in de tijd: toen e-health nog cybermedicine was

In 2000 is de term e-health nog nauwelijks in gebruik. Toch realiseert men zich dan al wel dat internet een enorme impact zal krijgen op de zorg. In dit artikel gaan we terug in de tijd om te kijken wat er wel en niet is uitgekomen van alle toekomstplannen van destijds. Deel 3 uit de serie: ‘Hoe verder met e-health?’, waarin we op zoek zijn naar de vraag: wat moet er gebeuren, zodat e-health in 2020 echt het ‘nieuwe normaal’ is geworden?

Het internet

De wereld is de afgelopen 15 jaar revolutionair veranderd door internet. Het heeft wereldwijd geleid tot ongekende nieuwe communicatiemogelijkheden, waar inmiddels vrijwel iedereen gebruik van maakt. Wanneer internet in 1996 beschikbaar wordt voor het grote publiek, pakken we dat in Nederland meteen op. We vinden het fantastisch om te gaan mailen, surfen en chatten, ook al kost dat nog de nodige telefoontikken. Hoe snel we aan het internet gewend zijn geraakt, blijkt wel als je het onderstaande fragment ziet van het NOS-jaaroverzicht 1996.

Betekenis van het ‘nieuwe internet’ in 2000 voor de zorg

Dankzij relatief voordelige internetabonnementen maken er in 2000 al zo’n 5 miljoen Nederlanders gebruik van internet. De term e-health is dan nog nauwelijks in gebruik. In plaats daarvan wordt nog vaak gerept over cyber- en tele-medicine. Welke kant het op zal gaan met internet is nog niet duidelijk. Maar men realiseert zich al wel dat het waarschijnlijk een enorme impact krijgt op de zorg. Maar welke? De Raad voor de Volksgezondheid (RVZ) probeert deze vraag in 2000 te beantwoorden in het advies ‘Patiënt en Internet’ en de bijbehorende achtergrondstudie ‘Over e-health en cybermedicine’.

De overheid krijgt hierin het advies vooral te investeren in een gezondheidsportaal. Online behandelingen zijn nog toekomstmuziek, waar de RVZ weinig tekst aan besteedt. Ook het idee dat patiënten met online tools aan zelfmanagement kunnen doen, is nog niet in beeld. Bovendien heeft niemand nog gehoord van mobiel internet en social media. Hierdoor ligt het accent in beide rapporten vooral op internet als informatiebron voor patiënten.

Vermakelijke lectuur met interessant tijdsbeeld

Wie de moeite neemt nog eens door het RVZ-rapport te bladeren – of meer waarschijnlijk: daar doorheen te scrollen – hoort met een beetje fantasie bijna de polygoonstem van Philip Bloemendal onder schokkerige zwart-wit beelden. Bijvoorbeeld bij het advies dat “het gebruik van het portaal door de overheid via de media moeten worden gepropageerd”. Of bij een kanttekening bij de laatste noviteit: het gebruik van de mobiele telefoon om te kunnen internetten. De techniek staat voor niks, maar ‘de kleine afmeting van het schermpje vormt een beperking, waarschuwt de raad. Maar gelukkig: “er zijn allerlei alternatieven denkbaar, zoals een op een bril gemonteerd beeldschermpje.” Slechts 11 jaar later is het serieuze RVZ-rapport al vermakelijke lectuur, omdat het laat zien hoe snel en ongemerkt we de afgelopen periode zijn meegegroeid met nieuwe technologische mogelijkheden. ICT heeft onze leefstijl meer beïnvloed dan we ons realiseren: het is verweven in ons dagelijks bestaan en vormt onze verwachtingen als (zorg)consument.

E-health = empowered health: ook tien jaar geleden

Niet alles van de RVZ-studie blijkt overigens even gedateerd. Integendeel. De achterliggende visie dat e-health uiteindelijk zal leiden tot meer zorg op maat, meer mogelijkheden om met een ziekte of handicap om te gaan, en –last but not least – een versterkte positie van de cliënt, is alles behalve achterhaald. In de studie wordt gewezen op het feit dat patiënten dankzij internet beter geïnformeerd raken. Hierdoor worden zij volwaardige gesprekspartners voor artsen. Die artsen zelf krijgen hierdoor steeds meer de rol van adviseur en coach bij het nemen van gezamenlijke beslissingen. Nog steeds heerst de overtuiging dat e-health zal leiden tot een paradigmashift, waarbij de focus op ziekte en zorg – het domein waar de dokter het voor het zeggen had, verschuift naar gedrag en gezondheid – het domein waar de cliënt aan zet is.

In 2010 adviseert de RVZ in Perspectief op Gezondheid 20/20 in te spelen op die tendens, mede met behulp van e-health. In de achtergrondstudie ‘Komt een patient bij zijn coach’ schetst de RvZ de veranderende relatie tussen arts en patiënt. In de vorige blog noemden we al hoe dit leidt tot ‘participatory healthcare’. In 2011 was dat het onderwerp van een toonaangevende TEDxTalk op TedxMaastricht: ‘From God tot Guide’ van hoogleraar, neuroloog en ‘zorgheld 2011′ Bas Bloem.

Wensen van patiënten zijn onveranderd

Ook de uitkomst van een flankerend RVZ-onderzoek uit oktober 2000 is – opmerkelijk genoeg – nog steeds uiterst actueel:

  • 80% van de patiënten wil via internet met zijn dokter kunnen communiceren;
  • Een op de drie internetgebruikers wil online een afspraak kunnen maken met de huisarts en specialist;
  • Drie op vier patiënten wil onderzoeksuitslagen via internet kunnen opvragen.

“Die wensen staan in schril contrast met de werkelijkheid”, signaleert de RVZ in 200o. En daar is tot op heden – ondanks alle investeringen in e-health – weinig aan veranderd. Veel zorginstellingen hebben primaire zaken zoals online afspraken maken nog altijd niet organisatiebreed geregeld. Hetzelfde geldt voor de toegang tot ons online dossier. Weliswaar bestaan er steeds meer online serviceportals. Maar de organisatie daarachter, om alle gemaakte afspraken ook werkelijk te kunnen plaatsten in elektronische agenda’s, blijkt een stuk lastiger te realiseren.

Het ‘nieuwe normaal’ laat nog even op zich wachten

Al met al houdt de RVZ-studie uit 2000 ons dus een dubbele spiegel voor. Enerzijds zijn er op technologisch gebied in de afgelopen periode onvoorstelbare nieuwe mogelijkheden ontstaan, waar we inmiddels volop gebruik van maken in ons dagelijks leven. Denk aan de smartphone en tablets. Anderzijds zijn belangrijke primaire online toepassingen nog altijd niet gerealiseerd in de zorg.

Het lijkt erop dat het nog wel even zal duren voordat er niet meer over e-health wordt gesproken, omdat dit het ‘nieuwe normaal’ is geworden. Daar zal nog een belangrijke slag voor geslagen moeten worden. Dat is een belangrijke constatering bij de vraag ‘hoe verder’ met e-health de komende jaren. Daarbij zal het niet alleen gaan om de inzet van de laatste ‘snufjes’, maar vooral ook om het op orde krijgen van de basis.

Wat hiervoor nodig is, komt later in deze artikelserie aan bod. In de volgende blogs laten we eerst enkele pioniers aan het woord: wat zagen zij in 1996 voor mogelijkheden? Wat kwam er uit van hun verwachtingen? En van welke fouten kunnen we leren?

Lees hier de andere artikelen uit de serie: Hoe verder met e-health.

Interessant?

Lees dan ook onze andere artikelen over , , , , , , , .

No Comments.

Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.

Verschijnt je reactie niet, dan is deze mogelijk in de spam terechtgekomen. Mail ons dan even!