|
En toch werken veel organisaties nog alsof dat niet zo is.
Ik kom veel bij organisaties over de vloer en merk nog steeds hetzelfde: social voelt vaak als iets dat ‘moet’. Er moet gepost worden. Er moet iets naar buiten. Herken je dit? Dat je eigenlijk zendt, zonder zeker te weten of iemand zit te wachten op wat je deelt?
Een paar jaar geleden kwam je nog een heel eind met zichtbaar zijn, regelmatig posten en een beetje gevoel voor wat werkt. Er zat een soort logica in: als je het ‘goed deed’, volgde bereik vanzelf. Dat is voorbij. Niet omdat social minder belangrijk is geworden, maar omdat het volwassen is geworden. Complexer ook. Waar het ooit een kanaal was, is het nu tegelijk een zoekmachine, contentplatform, community én verkoopkanaal.
Toen ik Instaproof schreef (2018), draaide het om zichtbaarheid. Met TikTologie (2022) verschoof dat naar snelheid en video. En tijdens het schrijven van Het is allemaal de schuld van social media (2025) werd me vooral duidelijk hoe groot de gedragsverandering inmiddels is. Niet alleen op platforms, maar ook bij gebruikers. Die ontwikkeling zie ik dagelijks terug in trainingen en gesprekken.
Social is geen bijrol meer
Bij veel organisaties is social nog steeds ‘ergens’ belegd. Bij marketing. Bij communicatie. Of bij iemand die het ernaast doet. En eerlijk gezegd zie je dat ook terug in het resultaat.
Wat ik óók zie, is dat het anders kan. Bij organisaties waar het goed werkt, is er vaak één iemand (of een klein team) die het echt snapt. Die ‘socialmedia-slim’ is. Die energie meebrengt en collega’s enthousiast maakt. Iemand die zegt: ‘Kom, laten we vanochtend even een video maken’ of ‘Ik zag iets, dit kunnen wij ook’. Iemand die aanvoelt wat er speelt bij de doelgroep en dat weet te vertalen naar ideeën.
Vaak zie je dan ook dat er iets van structuur ontstaat. Een appgroep waarin ideeën worden gedeeld. Korte overleggen waarin formats worden bedacht. Niet perfect, wel consistent. Social vraagt geen uitvoerder meer, maar vakmanschap.
Van posten naar programmeren
Het verschil zie je ook hier: veel organisaties denken nog in losse posts, maar creators denken in formats.
Niet: wat zullen we vandaag posten?
Maar: wat staat er vandaag op het programma?
Herkenbare rubrieken. Terugkerende formats. Ritme. Wil je hier gelijk al mee beginnen? Denk eens na over:
-
3 vaste formats die je elke week kunt herhalen
-
1 rubriek waarin je vragen van je doelgroep beantwoordt
-
1 format waarin je inspeelt op actualiteit
En toch hoor ik nog vaak het woord ‘zendplicht’. Alleen al dat woord zegt genoeg.
De betere vraag is: zit iemand hierop te wachten? Je ziet ook dat organisaties die deze slag wél maken, meteen opvallen. De politie speelt bijvoorbeeld sterk in op vragen en actualiteit en wordt daarmee goed vindbaar binnen social search.
Pathé bouwt rondom releases herkenbare formats en tone of voice. Qmusic draait op personalities en terugkerende concepten. Het Rode Kruis combineert educatie met storytelling, waardoor informatie beter landt én gedeeld wordt. Wat zij gemeen hebben: ze denken niet in losse berichten, maar in herkenbare vormen waar je op terugkomt.
Social is een zoekmachine geworden
Voor steeds meer mensen begint een zoektocht niet meer bij Google, maar op social. TikTok, Instagram, YouTube. Dus stel jezelf eens eerlijk de vraag: als iemand jouw onderwerp opzoekt, vinden ze jou dan? Het begint bij vragen. Hoe werkt iets? Wat betekent het? Wat moet ik doen?
Een heel praktische eerste stap: maak eens een lijst van de meestgestelde vragen van je doelgroep en check of je daar al content voor hebt. Content die daar helder antwoord op geeft, wordt beter gevonden, vaker opgeslagen en blijft langer relevant.
De rol van video (maar niet zoals je denkt)
Ja, video is groot. Maar het gaat niet om ‘alles moet video zijn’. Het gaat om gedrag. Wat ik nog vaak zie: content die voelt als een flyer. Strak. In huisstijl. Maar zonder leven. Ik zeg het vaak: Instagram is geen folder. Kijk eens kritisch naar je eigen content. Zie je echte momenten, echte mensen, iets wat voelt alsof het op social thuishoort? Of voelt het als een advertentie? Dat verschil bepaalt vaak of iemand blijft kijken of doorscrolt.
Van content naar community
Social draait minder om wat jij plaatst, en meer om wat er daarna gebeurt. Simpel gezegd:
Creators doen dit al lang. Voor organisaties voelt het soms als extra werk. Maar dit ís het werk.
Bereik is niet genoeg
Ik hoor nog vaak: ‘we willen meer bereik’. Snap ik. Maar bereik alleen zegt niet zoveel meer. Wat belangrijker is zijn saves (iemand wil dit bewaren) en shares (iemand stuurt het door). Vraag jezelf dus niet alleen af hoeveel mensen je content zien, maar vooral hoeveel mensen er wat mee doen.
En even over volgers: deze zijn minder belangrijk geworden. Mensen klikken minder snel op ‘volgen’, omdat het algoritme toch wel laat zien wat leuk is. Wat wél werkt, is content die mensen opslaan, content die mensen delen. Want dát zorgt ervoor dat je buiten je eigen volgers groeit.
AI helpt (maar anders dan je denkt)
AI is geen tool om sneller méér te posten. Het is een tool om slimmer te werken. Denk aan:
-
Ideeën genereren
-
Formats aanscherpen
-
Hooks testen
-
Sneller leren wat werkt
Juist omdat alles zo snel verandert, is dat wat je moet doen. Bovendien zit in elke editingtool ook al AI ingebouwd. Je komt er dus niet onderuit als je met socialmedia-tooling werkt. En dat scheelt gewoonweg tijd. En vaak wordt het er nog beter van ook. Mits je je eigen unieke stem blijft behouden.
Waar begin je?
Wil je gelijk aan de slag? Begin dan met het stellen van deze drie vragen:
-
Welke vragen stelt mijn doelgroep (en beantwoorden we die al)?
-
Welke formats kunnen we structureel volhouden?
-
Waar gaan we het gesprek aan, in plaats van alleen zenden?
En als extra:
|