Apps & Tools, Onderzoek, Trends

De gevolgen van de revolutie die Nieuwe Media heet [trends]

0

Onze samenleving verandert in een rap tempo; artsen waarschuwen voor Facebook-depressies, in 2020 zal iedereen verslaafd zijn aan mobiele apps en de eerste celstraffen voor bedreigingen via Twitter zijn een feit. Verliezen we de controle of wacht er een wijze les op ons?

Er wordt veel geschreven over het gebruik en de gevolgen van Nieuwe Media, maar vaak ontbreekt het aan een samenhangend overzicht – en niet geheel onbelangrijk – de lessen die we hieruit kunnen leren. In dit artikel kijk ik terug op een bewogen 2011 en richt ik me op de belangrijkste trends voor de komende jaren.

Bewust worden van ons online gedrag

Accepteer cookies

Het lijkt wat vergezocht, maar toch geeft deze video een vrij reële weergave van ons online gedrag: wat we online met elkaar delen, wordt in real life vaak als ongepast en vreemd ervaren. Nu lijken status updates en het plaatsen van foto’s nog vrij onschuldig, maar het delen van offline ervaringen op online platformen kan toch voor onverwachte problemen zorgen…

Zo heeft de Royal Bank of Scotland een vrouw ontslagen omdat ze zich op Facebook had verheugd over haar ontslag en de bijbehorende ontslagvergoeding. Een collega zag het bericht en stelde de bank op de hoogte. In Frankrijk zijn twee werknemers ontslagen omdat ze kritiek hadden op hun werkgever. Een van hen had op zijn Facebookprofiel zijn werkomgeving omschreven als een ‘club van rampzaligen’. In Taiwan moest een blogger een noodelrestaurant 200.000 Taiwanese dollar (zo’n 4.800 euro) betalen omdat ze zich in een recensie negatief had uitgelaten over de noedels die ze in het restaurant kocht. Volgens de rechtbank ging de blogger ‘de grenzen van een geschikte recensie’ voorbij.

Ook dichter bij huis worden de gevolgen van onze drang om online te delen zichtbaar. Minstens 10 gemeenten gaan de hulp inroepen van voormalige politieagenten en rechercheurs om bijstandfraudeurs op te sporen via social media. Iemand die vorderingen heeft openstaan en toch foto’s plaatst van zijn vakantie in Dubai of zijn splinternieuwe auto, wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Ook op het gebied van relatiebeding moet het protocol worden aangescherpt. Een sales director kreeg een boete van 10.000 euro toen hij een contact uit zijn vorige werkkring opnam in zijn LinkedIn-netwerk. Volgens de Arnhemse rechtbank schond hij hiermee zijn relatiebeding.

Niet iedereen denkt dus altijd even goed na voordat ze iets online plaatsen. Veel mensen lijken zich er daarnaast ook niet van bewust dat hun digitale voetafdruk niet alleen steeds groter wordt, maar ook niet zomaar verloren gaat. Online data kent in dat opzicht geen houdbaarheidsdatum. Bepaalde uitingen kunnen je dus blijven achtervolgen, zelfs tot na je dood. Maar hebben we er eigenlijk wel ooit over nagedacht wat er met onze online profielen moet gebeuren nadat we komen te overlijden?

We vroegen het ons imagopanel (n=250). Het blijkt dat meer dan een derde (34,8%) hier nog nooit over na heeft gedacht!

Bijna een derde (28.8%) is minder besluiteloos en wil dat de online accounts bij overlijden direct verwijderd worden. Zo’n 18% laat de keuze liever over aan nabestaanden. Volgens uitvaartverzekering Nuvema weten nabestaanden echter niet wat er met de online profielen moet gebeuren. Zij ontwikkelden het Social Media Testament. Hiermee kun je ‘gemakkelijk’ aangeven wat er met je online profielen moet gebeuren na overlijden. Of mensen hier ook daadwerkelijk gebruik van gaan maken, is nog maar de vraag. Naast het feit dat het grootste deel er überhaupt nooit over heeft nagedacht, blijkt uit de reacties op de poll dat veel mensen het zelf wel kunnen oplossen.

Invloeden van nieuwe media op onze samenleving

Toen Mark Zuckerberg  in 2004 “The facebook” oprichtte voor Harvard-studenten kon hij niet overzien hoe invloedrijk zijn sociale platform zou worden. Inmiddels spreekt 57% van de gebruikers zijn of haar vrienden vaker online dan offline en zijn de maatschappelijke gevolgen onvermijdbaar. Maar zijn we wel opgewassen tegen al dit online geweld? Een overzicht.

Psychisch

Uit onderzoek van World Ticket Center blijkt dat veel vakantiegangers social media als stoorzender ervaren. 1 op de 5 van de ondervraagden geeft zelfs aan dat het een aanleiding vormt voor ruzies. Een groep artsen uit de VS durft nog een stapje verder te gaan en waarschuwt voor een zogenaamde ‘Facebookdepressie’ Volgens de artsen heeft het sociale netwerk met name een negatief effect op onzekere tieners. Zo zouden tieners met een negatief zelfbeeld zich nog verder buitengesloten voelen, doordat ze op Facebook alleen maar vrolijke berichten voorbij zien komen. Het feit dat Facebook een heuse timeline realiseerde, waarin je hele Facebookleven is opgenomen, maakt het er niet makkelijker op. Hoe leger je timeline, des te leger en betekenislozer je leven.

Ook de opkomst van de smartphone laat zijn sporen achter. In een artikel dat eerder op Frankwatching verscheen, bleek al dat 83% van de jongeren zélf aangeeft verslaafd te zijn aan de apps die zij downloaden. Ze zien applicaties als ‘een digitale verlenging van zichzelf.’ Een bekend voorbeeld van deze ‘verslavingserkenning’ vind je terug bij het spel Angry Birds: 1 op de 10 gebruikers heeft het spel weer verwijderd om te voorkomen dat ze het blijven spelen. In een ander relevant artikel was te lezen dat 60% van de app-gebruikers vindt dat tijdsverspilling tot het verleden behoort. Een kwart geeft aan dat apps hen in staat stellen ‘elke minuut van hun leven te benutten.’

Het Verkenningsinstituut Nieuwe Technologie (VINT) doet er nog een schepje bovenop. Uit hun kwalitatieve onderzoek blijkt dat iedereen in 2020 verslaafd zal zijn aan apps. Er zal dan geen onderscheid meer zijn tussen oude en nieuwe media. In 2020 heeft iedere individu bewust of onbewust de app als verlengstuk van de zintuigen. Het kan echter nog gekker. Uit een recente studie van ‘The World unplugged’ onder 1.000 studenten die 24 uur hun mobiele apparaat moesten uitzetten, bleek dat er feitelijke ontwenningsverschijnselen optraden zoals bij heroïneverslaving.

Het lijkt bijna tijd om dergelijke ‘aandoeningen’ op te nemen in de zorgpolis. Uit een eerste tussenstand van onze poll (voor wat het waard is) blijkt dat de meerderheid een directe behandeling toch niet nodig vind. Verder onderzoeken is volgens de overgrote meerderheid wel nodig; vaak is er namelijk meer aan de hand. 1 op de 5 van de stemmers denkt echter dat negeren de beste remedie is. Wanneer de hype voorbij is, gaat het vanzelf weer over.

Oproer

Nieuwe media worden steeds vaker ingezet om  mensen op te roepen en te verenigen bij uiteenlopende acties.

In Saudi-Arabië mogen vrouwen niet autorijden. Een Saudische vrouw heeft dit recht opgeëist toen ze haar kinderen met de auto naar school bracht in Jeddah. Op Facebook werd een oproep gedaan aan vrouwen om ook achter het stuur te kruipen. Deze oproep werd aangemoedigd door discussies op andere social media, zoals Twitter. Er zijn ook veel video’s op YouTube geplaatst, die vrouwen laten zien terwijl ze in hun auto rijden in het Koninkrijk.

Accepteer cookies

Ook op grotere schaal vormen social media een sterke aanjager; zo wordt bijna elke zelfrespecterende volksopstand gevoed door social media. Bij de opstand in Egypte werd zelfs gesproken van een ware ‘Twitterrevolutie’. Ook via Facebook en YouTube verspreidde het nieuws zich in een rap tempo over de wereld. Ondanks de blokkering van internet door het regime, boden Twitter en Google mensen in Egypte de mogelijkheid om via voicemail tweets te versturen. YouTube bundelde alle video’s uit Egypte op CitizenTube met live verslaggeving van Al Jazeera.

Ook bij de rellen in Londen en andere Britse steden in augustus dit jaar werkten social media en smartphones als aanjager. Al snel werd duidelijk dat de relschoppers voornamelijk communiceerden met BlackBerry Messenger (BBM). Een derde van de Britse jongeren is in het bezit van een Blackberry, waardoor het bereik zeer groot is. Daarnaast worden de berichten versleuteld  verstuurd, waardoor de autoriteiten niet mee konden kijken. Ook dichter bij huis blijkt ‘pingen’ populair; Turkse jongeren riepen elkaar via BBM op om naar het Museumplein te komen om opnieuw te gaan ‘rellen’ tegen Koerden. Eind oktober belaagden Turkse jongeren al een Koerdisch centrum in Amsterdam.

De rol van social media bij rellen en oproer moet echter niet worden overschat. Ook zonder smartphones en internet zouden er rellen zijn uitgebroken. Dat social media ook een positieve uitwerking hebben bij rellen, bewees het Britse volk ook. Zo had de Twitter-account @riotcleanup binnen een korte periode tienduizenden volgers en hielp het mee om het land weer schoon en veilig te maken. Daarnaast biedt het gebruik van social media door relschoppers ook bruikbare informatie bij de bestrijding ervan.

Wetgeving

Cybercrime, internetfraude en privacyschending zijn al een tijdje niet meer nieuwswaardig, maar terechtstellingen op basis van uitingen op social media wel. Zo hebben twee Britse mannen 4 jaar cel gekregen, omdat ze via Facebook een oproep hadden geplaatst om mee te doen aan de rellen in London. Aangezien beide oproepen niet zijn uitgemond in een daadwerkelijke rel, is de vraag of de twee mannen terecht vastzitten discutabel en lopen de meningen sterk uiteen.

Ook in eigen land is de eerste ‘social media veroordeling’ een feit. Een 36-jarige man die Femke Halsema op Twitter bedreigde, is door de rechtbank in Rotterdam veroordeeld tot zeventien dagen celstraf en tachtig uur werkstraf. De man dreigde de dochter van Halsema iets aan te doen. Helaas voor de man leverde de spelfout (‘trekt’) geen strafvermindering op.

Over de inzet en eventuele beperkingen van nieuwe media wordt de laatste tijd veelvuldig op mondiale schaal gesproken. Zo heeft de Britse premier Cameron naar aanleiding van de rellen in London zijn kijk op het gebruik van nieuwe media iets bijgesteld: “Vrij verkeer van informatie kan worden gebruikt voor iets goeds. Maar het kan ook gebruikt worden voor iets slechts” Hij wilde daarom in augustus weten of het gerechtvaardigd is om mensen het communiceren onmogelijk te maken als bekend is dat ze misdaden beramen. Toch werd het plan om social media volledig aan banden te leggen in tijden van sociale onrust al snel aan de kant geschoven. Ook het  social media-verbod voor individuen heeft het niet gered. Tijdens een ontmoeting tussen de Britse minister van Binnenlandse Zaken en vertegenwoordigers van Facebook, Twitter en RIM (producent van Blackberry) werd vooral bekeken hoe de netwerken juist kunnen helpen ten tijde van rellen.

Ook Hillary Clinton, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, deed onlangs haar zegje op een conferentie over internetvrijheid die door Uri Rosenthal werd georganiseerd: “Het zou een ramp zijn voor het vrije internet als landen nationale barrières in cyberspace gaan opwerpen”. Clinton refereerde hierbij aan landen die proberen meer controle over het internet te krijgen en daarmee aan ”de andere kant van het touw trekken”. Zo wil China het gebruik van social media verder beperken. Gebruikers van Chinese sociale netwerken mogen pas berichten plaatsen wanneer ze hun echte naam hebben doorgegeven aan de autoriteiten. Gebruikers worden ook na goedkeuring onderworpen aan strenge regels. Zo mogen ze niet oproepen tot ”illegale demonstraties die de sociale orde verstoren”. China wil een herhaling van de Arabische opstanden voorkomen.

De term ‘vrij internet’ komt ook in Nederland ter discussie te staan wanneer het door staatssecretaris Fred Teeven (Veligheid en Justitie) geopperde ‘Downloadverbod’ wordt ingesteld. Internetters die films en muziek downloaden zonder daarmee grote schade aan te richten, hoeven niet bang te zijn voor een aanklacht. Alleen ‘fanatieke downloaders’ krijgen te maken met het downloadverbod. De scheidingslijn tussen kleine en grote schade lijkt me echter moeilijk te bepalen. Opvallend is dat in dezelfde week werd aangekondigd dat Nederland de komende jaren bijna 6 miljoen euro uittrekt voor internetvrijheid.

In Turkije zijn ze het er in ieder geval over eens:

Bron: Reuter – Turken demonstreren tegen het filteren van internet door de overheid

Sociale netwerken worden ook met regelmaat ingezet bij juridisch onderzoek. Zo moest Twitter in het kader van een onderzoek naar Wikileaks gebruikersgegevens van onder meer de Nederlander Rop Gonggrijp overhandigen aan het Amerikaanse ministerie van Justitie. Het ging hierbij niet om de inhoud van berichten, maar om het IP-adres waarmee het account is aangemaakt en werd bijgehouden. De betrokkenen stelden dat het overhandigen van de informatie in strijd is met privacywetgeving, maar de rechter wees dit van de hand.

Niet alleen bij het oplossen, maar ook bij het voorkomen van misdrijven worden nieuwe media steeds vaker ingeschakeld. De opsporingsapplicatie van de politie, DePolitieZoekt, is sinds de lancering in November bijna 30.000 keer gedownload. Met de gratis app kunnen mensen op hun smartphone zien welke personen worden gezocht. Ze krijgen een bericht zodra er een nieuwe zaak is waarbij de politie de hulp van burgers inroept. Op de site nederlandveilig.nl is ook de campagne ‘Pak de dader, Pak je Mobiel’ gelanceerd. Burgers worden opgeroepen een overval te filmen of te fotograferen met hun mobiele telefoon en aansluitend 112 te bellen. In theorie een functionele oplossing, maar in de praktijk werkt het wellicht toch even anders….

Accepteer cookies

Wat kunnen we van deze inzichten leren?

Nieuwe media zijn niet voor niets nieuw. Het is nog even wennen hoe we nu het beste met onze digitale voetafdruk om kunnen gaan. Het opstellen van een Social Media Testament, het afsluiten van een polis voor media-verslavingen of je verzekeren tegen privacyschending lijkt wat ver gezocht, maar het komende jaar zal de noodzaak van het bewuster omgaan met je online gegevens steeds duidelijker worden. Waar in 2011 nog voornamelijk werd gedebatteerd, zal de wetgeving omtrent het gebruik en de beperkingen van Nieuwe Media steeds meer vorm krijgen. Softwaregiganten en sociale netwerken zullen niet meer zo snel wegkomen met excuses of schikkingen en zullen steeds vaker een koekje van eigen deeg krijgen – weet ook Facebook oprichter Mark Zuckerberg inmiddels.

Wat je online doet, wordt hetzelfde beoordeeld als in real life en dat krijgen we steeds beter in de gaten. Privacyschendingen zullen daarom ook door de consument zwaarder beoordeeld worden en organisaties zullen moeten investeren in online veiligheid. De veeleisende consument zet alles op scherp; traagheid van organisaties wordt onmiddellijk afgestraft. Nieuwe media kunnen dus niet langer meer worden ingezet omdat ‘het er nu eenmaal bij hoort’ maar omdat de consument erom vraagt.

Online vs. offline

“De trend is van multichanneling naar crosschanneling.”

Bedrijven hebben zich het afgelopen jaar massaal op nieuwe media gestort. De offline omgeving lijkt bijna plaats te maken voor de online variant. Kosten nog moeite worden gespaard om de online georiënteerde consument binnen de digitale grenzen te houden. Vaak wordt er bericht over gruwelscenario’s waarbij de stenen winkelstraten volledig zijn uitgestorven en plaats hebben gemaakt voor webshops. Online en offline hebben echter geen gouden toekomst wanneer ze als afzonderlijke kanalen worden ingezet. Steeds meer bedrijven hebben door dat er verschillende kanalen moeten worden ingericht om de consument te bedienen. Zo kun je bij veel winkels je kleding online bestellen en in de winkel om de hoek ophalen of ruilen.

In de toekomst zullen er echter meer dwarsverbanden gemaakt moeten worden. Zo komt Wal-Mart met een offline shop waar je online kunt bestellen. In de stenen winkel kun je het product zien en testen en krijg je service van een van de medewerkers. Op deze manier hoef je nooit bang te zijn dat iets niet op voorraad is. Het product kan in de lokale shop worden opgehaald (ook wanneer je het vanuit huis besteld hebt!) of je kiest ervoor om het thuis te laten bezorgen.

Authenticiteit vs. nieuwe media

“De trend is van van online triggering naar offline triggering.”

In 2011 werd de trend van nieuwe media voor het eerst echt ingehaald door authenticiteit. De gevolgen van het gebruik van nieuwe media worden steeds duidelijker, waardoor de consument ook steeds kritischer wordt. Hoewel de drang naar vernieuwing blijvend is, zal er een tegenbeweging plaats gaan vinden waarbij de hang naar het verleden sterk naar voren komt. Bijvoorbeeld ‘print’ zal daarom niet zomaar in zijn geheel verdwijnen. We blijven met nostalgie verlangen naar ons krantje op de zaterdagmorgen of het magazine bij de kapper. Er zal daarom een verschuiving plaats vinden waarbij de consument niet langer alleen online wordt getriggerd, maar waarbij een real life product of locatie de trigger vormt voor content linking.

Online on the move

Uit onderzoek blijkt dat meer mensen Twitteren als ze on-the-move zijn, dan wanneer ze thuis zijn. 1 op de 4 Europeanen heeft onderweg toegang tot een smartphone en 1 op de 3 Europeanen heeft via de mobiele telefoon regelmatig toegang tot het internet. Deze trend, die al in 2009 werd ingezet, zal zich in de komende jaren steeds verder uitbreiden. De verwachting is dat in 2015 meer dan de helft van al het internetverkeer via de mobiele telefoon plaatst gaat vinden. Dus niet meer vanuit de computer (laptop, tablet of ultrabook) thuis, maar ‘on the move’ en ‘on the spot’

Van scannen naar herkennen

In 2009 kwam Shopsavvy al met een mobiele doorbraak, waarbij je de camera van je telefoon kunt gebruiken om streepjescodes van producten te scannen. Denk hierbij aan informatie over ingrediënten en prijzen bij supermarkten of recensies en aanbevelingen bij boeken, cd’s en dvd’s.

De barcode is inmiddels vervangen door de QR-code. Als je de verhalen moet geloven, gaat het om een nieuwe en opkomende techniek. Toegegeven, de code is erg herkenbaar, maar toch is deze manier van content linking allesbehalve vernieuwend en niet altijd even handig. De QR code zal daarom plaats maken voor Augmented Reality markers (denk ook aan Points of Interest op basis van GPS). Deze techniek zal in de nabije toekomst voor een bredere doelgroep toegankelijk worden. Zo komt het Nederlandse Layar met een zeer bruikbare toepassing voor magazines.

Accepteer cookies

Momenteel vindt er een verschuiving plaats van de zogenaamde ‘fiducial’ markers naar Natural Feature Tracking, oftewel NFT markers. Hiermee kan ieder beeld dat voldoende details bevat, gebruikt worden als basis voor een augmentatie.

Het gebruik van QR codes en AR markers zal in de toekomst verder worden vervangen door beeldherkenning, waarbij niet alleen de code of marker, maar het gehele beeld herkend wordt. De techniek is er al een tijdje klaar voor, nu de consument nog. Een grote stap zal gemaakt worden wanneer smartphones standaard worden geïntegreerd met herkenningssoftware, waardoor er geen losse applicaties meer geïnstalleerd hoeven te worden.

Een mooi voorbeeld van beeldherkenning waarbij offline de trigger vormt voor online is de Adidas iApp. Met behulp van deze app maak je een foto van een paar Adidas-schoenen. Vervolgens krijg je een overzicht van de Adidas-schoenen en de dichtstbijzijnde winkel waar je ze kunt kopen. Hierbij is dus het product zelf de advertentie én de driver naar de winkel. Hier ligt de toekomst!

Location Location Location

De massa begint locatie diensten als Foursquare en Facebook Places te ontdekken, maar het komende jaar zal het ‘inchecken’ worden vervangen door ‘ingechecked worden’. Je mobiele telefoon is als het ware een ‘tracking device’ voor adverteerders. Zij weten waar je bent, op elk moment. Op de plek waar jij bent, krijg je speciale aanbiedingen van winkels en restaurants in de buurt. Op basis van je voorkeuren op bijvoorbeeld Facebook krijg je op maat gesneden aanbiedingen, waardoor het minder snel als spam ervaren zal worden.

Verder zullen ‘location-crossovers’ steeds populairder worden. Denk hierbij aan de bibliotheek op het station. Onderweg naar het station met je mobieltje bestellen en op het station ophalen. Hierin kom je de consument tegemoet in haar behoefte aan authenticiteit (een echt boek i.p.v. tablet), zonder dat ze moeten zeulen met grote boeken. Want als je uit de trein stapt, lever je het boek gewoon weer in.

Slimme adverteerders zorgen er dus voor dat de consument direct kan reageren op commerciële boodschappen, ook wanneer ze ‘on the move’ zijn.

Trends als mobiel bestellen en afrekenen zullen het komende jaar verder worden doorgezet. Mijn conclusie is dan ook:

“De mobiele telefoon wordt de afstandsbediening van het leven.”