Columns

Vroman & Brandt Corstius, onvertaalbaar voor de computer

  • Leestijd: 2 minuten

Een ode aan Leo Vroman en Hugo Brandt Corstius. Wat hen bindt is de taal en de dood. Beiden beschikken over het jaloersmakende vermogen de Nederlandse taal een drager van ontroering en verwarring te laten zijn. Beide meesters overleden in de laatste week van februari.

ALWEER GEEN GEDICHT (Leo Vroman)

Als ik een echte dichter was
dan was mijn vrouw een slavin.
Zij droeg mijn kalfsleren verzentas,
mijn hoed met veer en een kamerjas,
daar zat mijn orgelpijp in.

Geloof mij dat ik geen Dichter ben:
ik wil mij niet prachtig uiten,
ik schrijf maar wat met een balpuntpen,
en als ik mijn Innerlijk ooit herken
dan doen anderen dat ook en dan wuift men
want het zit op een bankje buiten.
Er kraakt geen scharnierwerk aan mijn deur:
hij is gemaakt van dennegeur,
en die laat zich moeilijk sluiten.

Bij de titel van dit gedicht had Brandt Corstius wat gedacht. Hij was wiskundige, columnist, taalwetenschapper. In zijn Opperlandse taal- en letterkunde staan veel virtuoze voorbeelden van het gebruik van taal. Bijvoorbeeld ‘bestedingsbeperkin’. Wan waaro zoude w d laatst lette va ee woor nie kunne weglate? Dat zou een enorme besparing aan papier, inkt en zetkosten kunnen opleveren. Het woord ‘bestedingsbeperkin’ is een voorbeeld van zelfverwijzing. Net zoals Vroman’s titel ‘Alweer geen gedicht’.

Een optocht van alleenstaande woorden

Wij mensen begrijpen dit. Computers niet. Voor een computer is een zin een optocht van alleenstaande woorden. Voor een mens komt een zin tot leven door alle begrip er om heen. Het woord verzentas begrijpen wij, maar het komt maar één keer voor op het internet, volgens Google. Typisch een oefening voor Brandt Corstius: alle Nederlandse woorden die maar één keer op het internet te vinden zijn. De enige die het woord kan vertalen, is een mens.

Techniek & taal

Ergens in 2003 sprak ik Brandt Corstius, naar aanleiding van zijn gastcolleges aan de TU Delft over het thema ‘Techniek en Taal’. Het ging over spraakherkenning en over het vermogen van computers om te vertalen. Dat konden ze nog niet zo goed, in dat jaar. Brandt Corstius legde het uit.

Waarom herinneren we ons zo weinig van onze eerste levensjaren? Omdat we in het gelukkige bezit zijn van een gebrek aan context. Totdat we langzaam maar zeker woorden gaan plaatsen, een patroon van herkenning gaan ontwikkelen, ons gaan ergeren, ontroerd raken. Computers hebben net zo veel moeite met context als Fred Teeven met illegalen.

Onvertaalbaar

De Opperlandse taal-& letterkunde is een onvertaalbaar boek. Dat kun je een vertaalcomputer niet verwijten. Maar de gedichten van Leo Vroman zouden in alle talen van de wereld gedeeld mogen worden. Dat kan geen computer, dat kan alleen een mens-vertaler. Dat is de status van de vertaalcomputers nu nog steeds; ze zijn in de kinderjaren. Ze begrijpen de context nog niet. Gelukkig begrijpen wij de context van Brandt Corstius en Vroman wel. Herlees het, en laat je deur van dennegeur op een kier.

Foto intro met dank aan Fotolia. Deze column werd eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.