Trends

De cocktail van wearables, privacy en social media: spannend of gevaarlijk?

  • Leestijd: 4 minuten

De wondere wereld van wearables is dichterbij dan we denken. Technologieën zoals Google Glass en Facebook’s facial recognition software zijn heel echt en klaar voor gebruik. Het duurt niet lang meer of we lopen allemaal rond met een earpiece, dat ons precies vertelt met wie, wat, waar, wanneer en hoe we iets moeten doen. Deze ‘wearables’ zullen inslaan als een bom. Hebben we eigenlijk wel goed genoeg nagedacht over de impact ervan?

Wearables en ‘sociale interactie’

Afgelopen vrijdag deelde Jennifer Healey op The Next Web-conference 2014 haar visie op de toekomst van wearables en sociale interactie. In 1998 experimenteerde Jennifer al met het concept van wearables tijdens een onderzoek naar menselijke emoties en de effecten daarvan.

Destijds was een ‘wearable’ niets meer dan een computer op het lichaam, een camera of sensor die onhandig gemonteerd werd aan je hoofd. In het onderzoek dat Healey verrichtte waren authentieke emotionele lezingen van belang. Testpersonen werden volgeplakt met camera’s, sensoren en vervolgens de wijde wereld ingestuurd voorzien van een ‘wearable’.

Eindelijk waren we in staat om persoonlijke data niet alleen te monitoren, maar ook zichtbaar te maken. Hier ontpopte niet geheel onverwachts het welbekende privacy-probleem. Wanneer is het oké om mensen te fotograferen? Wie beheert deze informatie? Wat doen we ermee en wie bepaalt of deze informatie gedeeld wordt of niet?

privacy

Controle over je persoonlijke informatie

Wanneer we het over privacy hebben, denken we al snel aan persoonlijke informatie die we niet naar buiten willen brengen. Het draait hier vooral om controle over onze eigen gegevens. We willen zelf bepalen wat, waar en wanneer we iets met iemand delen.

Dit is ook de reden dat mensen zich vaak anders voordoen in verschillende situaties. We presenteren ons bijvoorbeeld veel professioneler op werk dan thuis. Ook in de online wereld nemen mensen verschillende identiteiten aan. Kijk eens naar het verschil tussen LinkedIn en Facebook.

Tegenwoordig is er veel informatie over ons beschikbaar. Onze data zijn, mede dankzij de smart devices, altijd en overal toegankelijk. Ook tijdens deze talk bijvoorbeeld, ben ik binnen een handomdraai in staat om allerlei informatie op te vragen over de spreker.

Ubiquity: overal aanwezig zijn

Er zit echter een bepaalde afstand tussen onszelf en die informatie. Bij een ‘search’ draait het voornamelijk om de informatie die over jou beschikbaar is en niet zo zeer om jouw persoonlijke informatie. Over dat laatste verliezen we steeds meer de controle. Ik heb bijvoorbeeld geen grip op hoe lezers dit artikel interpreteren en wat jullie verder met deze informatie (over mij) doen. Daarnaast hangt er een vorm van bewustzijn rondom het opvragen van die informatie. Ik kies er in dit geval bewust en actief voor om mijn telefoon te pakken en informatie op te zoeken.

Deze vorm van toegankelijkheid, “ubiquity”, is iets waar mensen nu al erg ongerust over zijn. Wat we ons misschien niet realiseren is dat de wereld van wearables nóg intiemer is. Zoekopdrachten zoals we die nu kennen worden toegankelijker, automatischer en directer dan ooit.

De ervaring leert dat er een fundamenteel verschil zit in het dragen van een handheld en het dragen van een wearable. Een handheld, zeg een smartphone, is per definitie op ‘afstand’. We grijpen intentioneel naar onze telefoons en kiezen er bewust voor deze te gebruiken.

Wearabes beïnvloeden onze realiteit, realtime

Wearables doorbreken deze barrière. We dragen ze altijd mee en ze staan altijd aan. Ze zitten op onze oren en ogen. Ze vormen een extensie van onszelf en zijn in staat ons gezichtsveld direct te beïnvloeden. Wearables beïnvloeden onze realiteit en hebben rechtstreeks, real-time, impact op de manier waarop wij met elkaar omgaan.

Voor de hele demo van Google Glass ga je naar https://www.youtube.com/watch?v=JSnB06um5r4

Voor de hele demo van Google Glass ga je naar Youtube.

Stel je voor. Je komt een goede vriend genaamd Paul tegen op straat. Paul en jij raken in een gesprek. Google Glass kan uit micro-interacties opmaken dat Paul verrast is om je te zien. Zijn hartslag stijgt. Tijdens het gesprek zie je niet alleen Paul, maar duiken er ook allerlei reminders op. Zijn Facebook timeline wordt ingeladen en je ziet dat Paul net op vakantie is geweest. Een app herinnert je dat Paul jou nog $ 20,- verschuldigd is. Misschien dat daarom zijn hartslag spontaan omhoog gaat. Hoe je het ook wendt of keert, al deze informatiestromen hebben direct invloed op het gesprek dat je met Paul voert.

Deze vorm is nog vrij onschuldig. Maar wat gebeurt er bijvoorbeeld tijdens een sollicitatiegesprek of een hoorzitting? Wie heeft toegang tot welke informatie en wie bepaalt wanneer deze het meest geschikt is? Volgens Healey verliezen we langzaam controle over onze privacy in de context van sociale interacties.

Zintuigen versterken

Aan het einde van haar talk speculeert Healey over de mogelijkheden van wearables om ons leven te verrijken. Wat gebeurt er als wearables in staat zijn onze zintuigen te versterken? Kunnen we in de toekomst door menigtes scannen om onze sociale matches op te sporen? Kunnen we privé-gesprekken horen dankzij technisch versterkt gehoor? Kan dit en willen we dat eigenlijk wel?

De komst van wearables roept meer vraagtekens op dan antwoorden. Laten we de regie over onze data terugnemen en snel antwoord krijgen op onze vragen over toegankelijkheid en data uitwisseling. Voordat wearables beschikbaar zijn voor de consument. En dat terwijl Google Glass praktisch al in de schappen ligt.

Foto intro is Lisa for I/O for Keynote by Frankwatching, used under CC BY, cropped from original.