Columns, Trends

Kunnen we ook eens zonder die smartphone?

Noem me ouderwets, maar de manier waarop we vergroeid zijn met onze iPhones of Samsungs maakt me knap zenuwachtig. De mens-telefoon-hechting is uit de hand gelopen.

Geen gehoor

Vroeger bestond er zoiets als ‘geen gehoor’: dat iemand je iemand probeerde te bellen en dat je niet ter plaatse was. De telefoon ging dan gewoon twaalf keer over en dan besloot men aan de andere kant dat het later nog maar eens geprobeerd moest worden. Ik geloof niet dat iemand daar toentertijd mee zat.

De ellende begon met het antwoordapparaat. De mijne had een rood lampje dat vervaarlijk kon knipperen. Negen berichten als je ’s avonds laat thuiskwam. Negen dingen waar je iets mee moest. De stem van mijn moeder in oplopende stadia van irritatie. Een telefonische verkoper van het Algemeen Dagblad die vriendelijk aankondigde dat hij nog eens zou bellen. Een aanbidder die bij ieder bericht kanslozer werd. Een hoop herrie waaruit ik min of meer kon opmaken dat mijn vrienden in de kroeg zaten en bralden dat ik ook moest komen. Negen dingen waar ik niks mee wilde.

Telefoonpauze

Ik begrijp niks van de gretigheid waarmee iedereen na een vergadering op z’n telefoon duikt. Natuurlijk verwacht ik ook wel eens een belangrijk bericht: een al dan niet gegunde offerte, een verlossend woord van de makelaar of een sms-je van een nieuwe liefde. Het lijkt echter wel alsof iedereen met wie ik tegenwoordig vergader voortdurend in spannende sales-trajecten, onroerend goed-deals of broeierige affaires zit. Laatst stelde een voorzitter voor om in plaats van een rookpauze een telefoonpauze te houden. Voor de vorm ben ik de nieuwsbrief van de accountant maar gaan lezen, me stiekem afvragend wat mijn vergadergenoten voor belangrijks op hun device aan het doen waren.

evolution 2709ab

Foto met dank aan Fotolia.

Lekker belangrijk

En ja, ook ik krijg de hele tijd berichtjes. Runkeeper die zeurt over mijn fitnessgoals. Nu.nl brengt brekend nieuws: Ajax is landskampioen. Lekker belangrijk.  En midden in de nacht miauwt mijn telefoon door merg en been: het blijkt een hongerige tamagotchi-app van de kinderen. Voor je het weet zit je rechtop in bed om zoiets virtuele donuts en hotdogs te voeren.

Als je tegenwoordig met iemand in een restaurant eet, wordt het samenzijn steeds opnieuw onderbroken door binnenkomend telefoon-, sms- en twitterverkeer. “Sorry, de kapper, accountant, drukker,” gebaart zo iemand dan. “Gewichtige zaken dulden geen uitstel,” glimlach ik terug. Als die iemand ook nog met z’n telefoon naar de wc gaat, hoop ik altijd maar dat hij na toiletgang zowel zijn handen als zijn telefoon even wast.

Dikke bekeuring

Er zijn situaties waarin het streng verboden is om aan je telefoon te zitten. Als je in de auto niet hands-free belt, facebookt en appt, levert dat je zo een boete van 230 euro op. Kunnen we die lijn niet doortrekken naar andere momenten? Naar de rij bij de kassa van de Albert Heijn bijvoorbeeld? Dat als je daar staat te filevormen omdat je met je neus in je smartphone zit, dat je dan bij de vestigingsmanager een fikse boete moet aftikken?

Regelmatig treed ik als spreker op. Als iemand op de eerste rij verwoed met z’n telefoon bezig is, krimp ik altijd een paar centimeter. Ik raak toch een beetje van mijn à propos. Maar er iets van zeggen durf ik niet. Ik ben veel te bang dat zoiets mijn gezag op dezelfde manier zou ondermijnen als de dreigementen van meneer Van Wingerden, onze oude godsdienstleraar. Als hij piepte dat iets niet nog eens mocht gebeuren, waren we helemaal niet meer te stuiten. Ik vrees dat tijdens een optreden zo’n zaal onmiddellijk verandert in een roedel onaangename pubers, als ik over telefoons begin.

Geen telefoon

Hoe heilzaam zou het zijn als er af en toe eens geen telefoon zou zijn? Geen gerinkel, geen getril en geen marimba. Apparaat gewoon diep in je handtas laten zitten, thuis op tafel laten liggen of verzuimen op te laden.

Ik heb het laatst een keer gedaan. Ik was een paar uur onbereikbaar. Op kantoor waren ze ziedend. Mijn moeder had 112 gebeld.  En de tamagochi bleek overleden.  Maar het was het meer dan waard. Geen mens, geen app die iets van me moest. Ouderwetse weldaad.

wtf

‘Wtf is wrong with this dude? What is he looking at? The world?’ (Bron: internet, deze foto ‘viruste’ enige tijd geleden over het web)

Désirée Battjes verwondert zich elke week op Frankwatching.com over online etiquette. Of juist het gebrek er aan. Want Facebook mag dit jaar dan tien jaar bestaan, weten wij allemaal inmiddels hoe het hoort op social media? Hoe heurt het eigenlijk in het virtuele? Tijd voor een online etiquette, met een flinke korrel zout. Vind jij er ook wat van? Kom maar op met die mening, daar wordt het internet alleen maar beter van. 

Afbeelding intro door door Andre van Iterson.