Columns

Niet meer anoniem reageren op internet: willen we dat?

0

Als niemand meer anoniem kan reageren op het internet, kun je ook geen anonieme bedreigingen of haatreacties meer plaatsen. Dat zou het internet mooier kunnen maken. Maar hoe staat het dan met privacy?

Van anoniem naar meestal niet zo anoniem

‘Nooit je voor- en achternaam op het internet zetten!’ – dikke kans dat mijn leeftijdsgenoten dezelfde waarschuwing hoorden van hun ouders (wij kregen thuis internet toen ik 13 was). En dus brachten we onze tijd op fora, MSN en CU2 door onder pseudoniemen. Hoewel het tegenwoordig veel gebruikelijker is om onder naam en toenaam te publiceren op het internet, begeven nog steeds veel mensen zich online onder een andere naam. Dat is iets wat de Oostenrijkse overheid aan banden wil leggen: daar werd deze week een wettekst voor een ‘digitaal vermommingsverbod’ ingediend, zodat je niet meer écht anoniem kunt reageren op het internet. ‘Kan geen kwaad’, was mijn eerste gedachte. Maar is dat wel zo? Kan het echt geen kwaad?

Om een mening te kunnen vormen, besloot ik standpunten van voor- en tegenstanders naast elkaar te leggen. Spoiler: ik ben er nog niet uit.

De Oostenrijkse wet

Eerst even goed om te weten wat er in de wettekst staat. Het doel van de wet is ‘het bevorderen van respectvolle interactie van gebruikers’ en om overtreders makkelijker te kunnen vervolgen.

Elke gebruiker moet bij registratie bij een platform zijn voor- en achternaam en adres opgeven. De gebruikersnaam die je gebruikt, mag wel een pseudoniem zijn – als platforms jouw identiteit maar kunnen verifiëren. Sommige websites spreken van verificatie via een mobiel nummer, maar dat is niet terug te vinden in de wettekst.

Grote organisaties

Het gaat hier om websites (dienstverleners) die meer dan 100.000 binnenlandse geregistreerde gebruikers hebben, meer dan 500.000 euro omzet draaiden of media-eigenaren die een pers-subsidie hebben ontvangen. Zo worden kleine organisaties niet benadeeld ten opzichte van grote.

Het gaat bijvoorbeeld niet alleen om fora en websites van kranten, maar ook om Facebook en Twitter. Uitgesloten zijn websites of fora die alleen opgezet zijn voor e-commerce – in het bijzonder met review- of supportfuncties.

Iedereen kan persoonsgegevens opvragen

Iedereen kan de persoonsgegevens van een gebruiker opvragen, mits je zelf een identiteitsbewijs overlegt, en als geloofwaardig is dat de persoonsgegevens een onmisbare vereiste zijn voor een civielrechtelijke procedure over bijvoorbeeld smaad of laster – door wat deze persoon heeft geplaatst.

Het plan is het voorstel van de partij van de bondskanselier van Oostenrijk, die het in het kort zo beargumenteert: ‘Online moeten dezelfde beginselen gelden als offline, het internet mag geen wetteloze ruimte zijn. Betrokkenen moeten beschermd worden door een digitaal vermommingsverbod.’

Accepteer cookies

Mensen die ik er de afgelopen dagen over sprak, reageerden vaak positief: een goed plan om haatreacties, bedreigingen en gevaarlijke leugens tegen te gaan. Maar ik vraag me af of je dit ooit helemaal kunt dichttimmeren. Zullen mensen die kwaad willen, niet altijd een manier vinden om zich te kunnen uiten – bijvoorbeeld door platforms te misleiden of door identiteitsfraude?

Mag je onherkenbaar over straat?

Voor de volledigheid is het ook goed om te weten dat er in Oostenrijk ook sprake is van een fysiek vermommingsverbod, waardoor je je gezicht niet onherkenbaar mag bedekken. Dit gaat dus verder dan de ‘Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ (beter bekend als boerkaverbod) die in augustus van dit jaar in Nederland geldt. In Nederland mag je in principe onherkenbaar over straat gaan, maar kan de politie je vragen de gezichtsbedekkende kleding af te doen voor identificatie.

Bij dit wetsvoorstel in Oostenrijk speelt aan de zijlijn ook de zaak van oud-politicus Sigi Maurer. Zij ontving online bedreigingen en maakte de screenshots daarvan openbaar – inclusief naam van de bedreiger. Daarop werd zij aangeklaagd voor smaad en laster, en in eerste instantie ook veroordeeld. Na een hoger beroep werd bepaald dat de zaak over moet.

Maurer zou juist merken dat veel online bedreigingen en haatreacties met naam en toenaam worden geplaatst. Zij pleit voor meer mogelijkheden om je ertegen te kunnen verdedigen. In de Jinek-aflevering van 11 april wordt uitgebreid gesproken over de bedreigingen die de tafelgasten ontvangen. Ook daar valt op dat veel mensen niet de moeite nemen te schelden of bedreigingen te uiten via een anoniem account.

Haatreacties anders formuleren

Tegenstanders van de wet wijzen ook op Zuid-Korea, waar een dergelijke wet haatreacties niet zou laten afnemen. Het zou er slechts voor gezorgd hebben dat de reacties anders geformuleerd worden, zodat de posters niet strafbaar zijn.

De negatieve framing

Wat mij vooral opvalt, is de framing van de wet: een digitaal vermommingsverbod. Dat klinkt alsof je sowieso kwaad in de zin hebt, op het moment dat je ergens anoniem op wil reageren. Maar dat is natuurlijk niet altijd aan de orde. Misschien voel je je anoniem vrijer om het over een specifiek onderwerp te hebben – bijvoorbeeld vanwege een medische aandoening. Of omdat je nog in de kast zit, omdat je politieke voorkeur afwijkt van die van je directe omgeving of omdat je een tegengeluid wil laten horen.

Wanneer is zelfcensuur goed?

Zoals de Nederlandse beweging Bits of Freedom stelt (in het algemeen, niet specifiek over deze wet): je moet vrij kunnen zijn om je te uiten, een vraag te stellen of te converseren. Ik merk aan mezelf dat ik soms niet reageer op een artikel waarmee ik het oneens ben, als ik niet anoniem kan reageren. Soms is zelfcensuur wat mij betreft goed – in het geval van haatreacties, bedreigingen of leugens (kortom: wat een vriendin van me stelselmatig ‘verbale diarree’ noemt). Maar als dit discussies verschraalt, ben ik niet voor.

Ook tech-journalist Wouter van Noort (NRC) stipt dit aan bij Jinek. Het is in het belang van deze bedrijven om ons in hokjes te plaatsen (om gerichter te kunnen adverteren) en dus tegen elkaar uit te spelen. Voor je het weet zit je in ‘een echokamer van je eigen geluid’ en dat werkt polarisatie in de hand.

Wat is het echte probleem?

Bovendien vindt Bits of Freedom dat wetgeving zich zou moeten richten op de architectuur en moderatie op grote platforms zoals Facebook en Twitter. Controversiële opmerkingen of meningen worden sneller gedeeld, waardoor de algoritmes er meer waarde aan hechten. Zeker tweets zijn te kort voor onderbouwing of argumenten. Schelden gaat goed, maar voor nuance is geen ruimte. Hierdoor worden niet alle typen conversaties gefaciliteerd, wat problemen zoals haatreacties in de hand zou werken.

Hoe veilig is je data?

Nog een punt waar ik me een beetje zorgen om maak: de veiligheid van de data. Platforms hebben straks de verantwoordelijkheid om de gegevens veilig op te slaan. Welke kansen biedt dat voor hackers?

De Oostenrijkse krant met de grootste oplage (Kronen) staat positief tegenover het voorstel, maar pleit wel voor een onafhankelijk instituut dat de gegevens centraal opslaat en beheert.

Platforms moeten gebruikers verifiëren. Bijvoorbeeld door tweefactor-authenticatie (via je mobiel – dat is makkelijk te omzeilen met een prepaid-mobieltje) of door een ID-kaart te vragen. Maar voel jij je op je gemak als je met je ID-bewijs moet inloggen bij Facebook? Zelfs als ik weet dat ze mijn gegevens niet kunnen inzien en slechts een verificatie-vinkje (bijvoorbeeld via online ID-bewijs DigiD) te zien krijgen, voel ik me bezwaard.

Op Frankwatching kun je niet anoniem reageren

Op Frankwatching geven we de voorkeur aan niet-anonieme reacties – we houden ook niet van pseudoniemen. In onze community policy leggen we uit waarom: ‘We zijn een community van en voor professionals, die kennis willen delen, discussies willen aangaan en een netwerk willen opbouwen’. Dit houdt volgens ons in dat je achtergrond relevant is in discussies. Het helpt anderen om jouw reactie op waarde te kunnen schatten.

Is online een verlengstuk van offline?

Ik haalde al de Oostenrijkse bondskanselier aan, die vindt dat offline en online dezelfde wetten moeten gelden. Daar ben ik het in de basis mee eens: online is geen andere plek, maar een ‘verlengstuk’ van de fysieke wereld. In de gewone wereld hebben we een gemeentelijke basisadministratie en vinden we het normaal om te weten wie er in je straat woont.

Roep je tijdens een demonstratie op straat ‘Als je Thierry dood wil schieten, roep dan paf!’, dan is het makkelijker om je op te pakken en voor de rechter te krijgen, dan offline. Ook als je vermomd was. Online ben je niet altijd te traceren.

Dat laat dit voorbeeld zien dat Özcan Akyol bij Jinek (een andere aflevering) vertelt. Iemand die met een anoniem Twitteraccount dreigde zijn 3-jarige dochter te verkrachten, is niet te achterhalen door de politie. Door verschillen in wetgeving hoeft het Twitter-hoofdkantoor in Amerika de identiteit van deze persoon niet vrij te geven.

Vanuit deze invalshoek voelt de wet logisch: het gaat om het strafbare feit, niet om het middel dat hiervoor gebruikt is. Toch lijkt de invalshoek van de wet anders te zijn. De wet gaat uit van escalatie, niet vanuit de redenering om offline en online gelijk te trekken.

‘Ik heb niets te verbergen’

Een argument dat je regelmatig tegenkomt als het over privacy gaat: je kent de toekomstige machthebbers niet. In de huidige omstandigheden heb je misschien niets te verbergen. Maar wat als de macht van het land in verkeerde handen komt, en er andere normen en waarden gaan gelden? Je zou kunnen beredeneren dat dit dan ook een probleem is in de fysieke wereld, en niet alleen voorbehouden is aan al dan niet anonieme reacties op internet. Dat klopt, maar is er online niet veel meer van onze voorkeuren terug te vinden dan offline?

Zoals je merkt: ik vind dat er voor beide kanten wel wat te zeggen valt. Wat vind jij? Heb je argumenten die ik nog niet genoemd heb? Laat het me weten, ik scherp mijn mening graag verder aan.