Columns

De fanfare van honger en dorst

0

Hij stond te spitten bij zijn oprijlaan, met aan weerszijden van de laan een brede rij jonge dennenboompjes. Buurman Louis, Lowieke, is de tachtig gepasseerd. In december verkoopt hij deze kerstboompjes voor zes euro. Met een schop die je van hem krijgt mag je je gekozen boom uit de grond steken.

Er stonden vorige week nog veel kerstbomen. Lowieke had vorig jaar een afspraak gemaakt met de overbuurman, een hovenier, die op zijn beurt een contract had afgesloten met een grote makelaar. Het leek de huizenbemiddelaar een goed idee om in november en december iedere transactie op te fleuren met een mooi cadeau, en dan niet het obligate pennetje, nee, het zou een mooie verse kerstboom zijn. Voor zowel de kopende als de verkopende partij. Dus had de makelaar de hovenier gebeld, de hovenier had Loewieke ingeschakeld, en deze plantte in het voorjaar 2008 zijn oprijlaan aan beide zijden vol met jonge dennenboompjes.

hovenier

…Buurman Louis, Lowieke, is de tachtig gepasseerd…

En toen kwam de crisis, verkocht de makelaar geen huis meer en had Lowieke in februari een oprijlaan vol met kerstbomen. ‘Ach ja, kan gebeuren’, zei hij, leunend op zijn schop. Die avond zou Paul Witteman nog zeggen dat hij eigenlijk niemand kende die al last had van de crisis. Paul Witteman komt niet genoeg buiten.

Het was drie jaar geleden dat in Paradiso de avond van het Nederlandse lied werd georganiseerd. Op het podium kwam Huub van der Lubbe, zanger van De Dijk, Zomergast en aardige man. Hij had een gitaar om zijn nek en zong ‘De fanfare van honger en dorst’. Een prachtig lied van de Belg Lieven Tavernier. Het gaat over een groep van zes vrienden, die muziek makend zichzelf voorzien in hun eten en drinken. Ze werden bekend als de fanfare van honger en dorst.

We liepen in Gent rond,
we waren met zessen,
we kwamen van nergens
gingen nergens naar toe,
vanaf de terrassen,
en in de koffiehuizen
bekeken we de mensen
en hun drukke gedoe.

Er was geen geld om eten te kopen, maar voor alles wist de groep de beste adresjes te vinden. Mosselen bij Leentje, frieten bij Helga, en Annie bewaarde altijd wel een fles. Als er ooit een vrouw in het spel kwam kon het gebeuren dat ze met z’n vijven verder trokken, de toon in mineur maar ze begrepen het wel. En omdat er toch nooit een vrouw was die mooier kon zingen dan de fanfare van honger en dorst, duurde het nooit lang of ze waren herenigd en trokken verder.

http://www.youtube.com/watch?v=FeIAB9-tRqM

Maar de verburgerlijking slaat meedogenloos toe in het laatste couplet.

Wie van ons had ooit durven denken
dat iedereen van ons voorgoed weg zou gaan,
we hebben toen zelf de fanfare ontbonden,
we hebben als iedereen de prijs zwaar betaald.
De prijs van de vrijheid: in ruil voor wat centen,
een baan bij de bank, een auto, een kind,
maar ergens in de stad zingt
een nieuwe fanfare van honger en dorst.

Zo is het dus gegaan. De fanfare van honger en dorst viel uiteen. Ze gingen werken, bij een bank! En ze kregen allemaal heimwee naar de tijden van vroeger, naar de tijden van de fanfare. Dus wat deden ze? Het werd de dood of de gladiolen. Ofwel heel erg rijk, ofwel terug naar de straat. Beide aflopen zouden goed zijn. Ze namen onverantwoorde risico’s, draaiden onbegrijpelijke producten in elkaar, wentelden zich in bonusregelingen en renden zo hard naar boven dat ze het einde van de trap te laat zagen. Al tijdens hun val verheugden ze zich op de hereniging van de fanfare van honger en dorst.

‘Da kan gebeuren’, zou Lowieke een half jaar later zeggen, met de spa in zijn hand. Een oprijlaan vol met dennenbomen is ook mooi.

Deze column is eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.