Trends

Location based services: Telegraaf start pilot

0

Er is binnen het medialandschap een groeiende interesse voor lokale en hyperlokale diensten. Niet alleen waar je woont (je eigen buurt, lokaal) speelt hierbij een rol, maar ook waar je bent (het hier en nu, hyperlokaal) is relevant. Wat zijn de actuele facts & figures rond Location Based Services (bron: GfK) en wat is de strategie van twee mediabedrijven (Telegraaf Mediagroep en Mediamanage). Een reportage vanaf het Cross Media Café.

Location based services: hardware, GPS en mobiel internet

Barbara Schouten van GfK presenteerde op het Cross Media Café ‘Van lokaal naar hyperlokaal’ een overview van de ontwikkelingen op het vlak van apparatuur voor locatiegebaseerde diensten.

Bij Location Based Services is hardware natuurlijk essentieel, dat zou je kunnen zien als een eerste ingrediënt. Nederland is op dit vlak de smaakmaker van de online Europese keuken, aldus Schouten. Consumenten gaan steeds meer portable devices kopen, maar als je verder in deze markt duikt dan verandert er wel iets. Op dit moment gebruikt bijvoorbeeld een grote groep Nederlanders een navigatiesysteem in de auto, maar zie je dat de smartphone een grote concurrent aan het worden is. Elk van de aanbieders heeft dus de uitdaging om iets anders en unieks aan te bieden.

ontikkeling-carnavigatie

Naast hardware is positioning (GPS) een tweede belangrijke ingrediënt voor Location Based Services: het internet moet weten waar je bent waardoor er allerlei extra mogelijkheden ontstaan. Steeds meer sites en fabrikanten gaan het als een USP brengen dat ze dit hebben, bijvoorbeeld Thuisbezorgd.nl: de hele route die een pizza aflegt wordt gevolgd.

thuisbezorgd

De derde en laatste ingrediënt is het mobiele internet, dit maakt mede door de opkomst van de smartphones een gigantische ontwikkeling door. De aantallen verkochte telefoons groeien explosief, afgelopen december bijvoorbeeld werden er in een maand tijd 120.000 smartphones verkocht. Bij de helft van de verkochte smartphones wordt inmiddels een internetabonnement afgesloten.

live-diensten-in-opmars

Een voorbeeld van een toepassing is dat het sinds de lancering van de iPhone mogelijk is om een barcode scanner op je telefoon te hebben. Deze app is inmiddels al meer dan 100.000 keer gedownload. Hiermee kun je producten scannen, extra informatie aanvragen en producten zelfs meteen bestellen.

Er is een soort tweedeling aan het ontstaan in enerzijds gratis content en anderzijds betaalde diensten. Zo bieden TomTom en Navigon steeds meer betaalde navigatiediensten aan en zie je Nokia en Google aan de weg timmeren met gratis navigatie. TomTom, Navigon en anderen bieden ook steeds meer live diensten aan.

De verwachting is dat er in 2010 2,3 miljoen smartphones (dit is een groei van 37%) verkocht gaan worden.

Presentatie Barbara Schouten van GfK

Telegraaf: 2 pilots met hyperlokaal platform

Op 1 januari is het project Lokaal online bij de Telegraaf Mediagroep Nederland begonnen, daarvan is Bart Brouwers hoofdredacteur. Hij vertelde op het Cross Media Café op boeiende wijze over het avontuur waaraan hij begonnen is.

Brouwers gaf aan dat er bij mediabedrijven een heleboel veranderingen aan zitten te komen. Mediabedrijven waren in het verleden vooral vestigingen, burchten. Er werd en wordt hard gewerkt achter de dikke muren van een gebouw en af en toe wordt er een product opgeleverd.

bart-brouwersVroeger dachten we in termen van internationaal via nationaal en regionaal naar lokaal. Nu voegen we daar een dimensie aan toe: hyperlokaal. Maar we moeten het ook nog omdraaien, niet van de wereld naar de gemeente maar juist beginnen met vanuit een persoon te denken. “Wat gebeurt er met MIJ” is de vraag die centraal moet staan. Maar dat zijn dan meteen ook een heleboel ‘ikken’ die soms, om het nog ingewikkelder te maken, ook nog met elkaar overlappen qua interesses.

Een aandachtspunt is dat de content overvloedig is en dat het een uitdaging wordt om de gebruiker te interesseren voor jouw content. “Het voordeel dat we als mediabedrijf tegenwoordig hebben is dat we in plaats van die ‘domme’ krant nu een slim apparaatje (smartphone) hebben dat precies weet wie er kijkt, waar die persoon is en wat hij of zij wil.”

Kernpunten van de nieuwe tijd zijn volgens Brouwers:

  • een op locatie gebaseerd informatief netwerk
  • gebruik makend van bestaande lokale activiteiten (Webregio, HC, HDC, Telegraaf, wuz, maar ook extern)
  • nieuws, nuttige informatie én sociaal gedreven content
  • één landelijke koepel, oneindig veel vertakkingen
  • gebruikersparticipatie en -invloed: UGC en UDC, de kunst is om hieraan de vaardigheden van journalisten te koppelen.
  • gepresenteerde informatie is nooit af (er is namelijk altijd iemand die meer kennis heeft)
  • een combinatie van businessmodellen, sluit niets uit; oude businessmodellen moeten aangevuld worden met nieuwe modellen en soms zelfs volledig vervangen.
  • openheid in opzet, strategievorming, inhoud en techniek
  • conversatie brengt authenticiteit en leven

Kort gezegd gaat het hier om “alles wat inhoud geeft aan mijn lokale relevantie”.

Dan de concurrentie, klassieke uitgevers krijgen uit alle hoeken concurrentie. Nu.nl, Google, Hyves, buurtlink.nl etc. Misschien moet je als uitgever wel meer denken in vormen van samenwerking. Samenwerken met je concurrenten, ga in gesprek met je concurrenten, dat moet de richting zijn. De Telegraaf is dan ook met zulke partijen in gesprek. Door een applicatie toe te voegen aan je eigen platform kan de applicatie beter worden en kun je zelf sterker worden.

concurrentie-TMG

Samenwerken is een van de kernpunten van het nieuwe project waarmee Brouwers bezig is. “Sharing is the new multiplyer”. Uitdagingen zijn volgens Brouwers:

  • ambitie in balans met timing
  • focus houden, niet alles kan
  • balans met bestaande business omdat daar veel te halen en te combineren is
  • balans met de bestaande strategie

Het ultieme doel is een hyperlokaal, hyperpersoonlijk, hypersociaal platform voor elke Nederlander met een stevig verdienmodel rondom de aangeboden hyperlokale informatie. De journalistiek zal zich moeten heruitvinden en daarbij is het de uitdaging om de componenten actueel, lokaal en sociaal te combineren.

Deze zomer begint De Telegraaf twee pilots, vermoedelijk een in de randstad en een in een niet-stedelijk gebied. Je krijgt straks als persoon dan alle relevante informatie vanuit de lokale content, zowel door journalisten als door anderen gemaakt. Dit wordt dan bovendien gekoppeld aan databases waarmee je de informatie weer kunt verdiepen. Een ongeluk in de straat waarbij je meteen de relatie kunt leggen met eerdere ongelukken en de veiligheid in de buurt. Er zijn al zulke databases, maar de kunst is om de levendigheid erom heen te bouwen, er moeten conversaties gaan ontstaan.

Presentatie Bart Brouwers van Telegraaf Mediagroep

Het idee groeit met de dag, zaken als content, toepassingen en merknaam blijven zich ontwikkelen, zo antwoordde Brouwers op een vraag van dagvoorzitter Peter Olsthoorn. Het is een superambitieus project, mede ook omdat de uitdaging is om dit voor heel Nederland te realiseren. Je hebt lokale mensen nodig om het voor elkaar te krijgen. Als mensen zich aanmelden krijgen ze meer informatie beschikbaar en wordt het platform rijker, qua inhoud en qua servicing aan de gebruiker. De Telegraaf is momenteel bezig met de bouw van een eigen platform.

Het hele project levert spannende gesprekken op, bijvoorbeeld omdat je de oude burcht wil afbreken. Het grote geld komt immers nog steeds via print binnen. Tegelijk zie je dat de lijn naar beneden gaat, zowel als het gaat om advertenties als om oplage. Het is dus ook hard nodig om iets nieuws te gaan doen.

ETN: grensverleggend narrowcasting initiatief

Euregionaal Transmedia Netwerk is een concept dat gebaseerd is op narrowcasting en Web 2.0. Lucas Vroemen van Mediamanage lichtte gistermiddag toe wat bij dit Limburgse initiatief de concrete plannen zijn. Het ETN is een netwerk op publieke plaatsen wat zich over de grenzen van de regio uitstrekt: Nederland, België en Duitsland zijn alle drie betrokken en met de gemeente Heerlen wordt een pilot gedaan.

lucas-vroemeHet draait bij ETN om jezelf en ieder scherm is een uniek kanaal. Men gaat een redactie inrichten, waarbij de nadruk niet ligt op het maken van nieuws, maar juist op het recyclen van nieuws. Daar ligt de waardecreatie, het publiek dus betrekken bij de nieuwsvoorziening. ETN gaat aggregeren, dingen op de juiste plek laten zien. We hebben in dit informatie-kennis tijdperk immers te maken met andere ontwikkelingen dan voorheen.

Publiek en conversatie met het publiek zijn belangrijk. Content is king, maar ook relevantie is king. Men gaat kwaliteitscontent presenteren, het worden geen reclamezuilen. Het gaat daarbij om creatieve content van lokale artiesten, overheidsdiensten, internationaal, nationaal, regionaal en lokaal. Men wil onderdeel zijn van en ontwikkelen aan de content van evenementen, daarnaast zal ook gesponsorde content een rol gaan spelen.

Schermen zullen terugkeren in de stedelijke architectuur, in het interieur, in het stadsmeubilair, als interactieve digitale vloerbedekking, als digitale graffiti, als een kunstobject. Er zal ook met touchscreens worden gewerkt. Verder zal U-stream (een applicatie op mobiele telefoon waarmee je video kunt streamen) worden ingezet met social media features. Daarnaast wordt er ook van barcodes gebruik gemaakt.

Er zal een centrale database gebruikt gaan worden en afhankelijk van de vormgeving die je toevoegt kan men daarmee elk kanaal aan. De inhoud wordt geclassificeerd, naar doelgroep, onderwerp etc. Als je dit matcht met een profiel op een site of een iPhone dan kun je de goede content bij de juiste doelgroep brengen. Je hebt dan geen redactie meer nodig om dit in het juiste kanaal te brengen.

transmedia-networkEr wordt bij ETN een systeem gebouwd waarmee deze distributie geautomatiseerd aangeboden kan worden. Het is een open netwerk waar iedereen aan mee mag gaan doen. De website is vanaf gisteren open. Het plan is dat ETN een zichzelf bedruipende organisatie gaat worden, met wil bewust niet met subsidie werken. Belangrijk is ook dat de culturele sector in de inkomsten deelt (10%), iedereen mag er van profiteren.

Op de slotvraag van Peter Olsthoorn naar de financiering geeft Vroemen aan dat het project hoofdzakelijk vanuit eigen middelen wordt gefinancierd, de gemeente Heerlen heeft slechts een (kleine) investering gedaan (€ 10.000).

Meer informatie

Deze drie presentaties vormden slechts het begin van een bijzonder boeiende aflevering van het Cross Media Café. Op de site van iMMovator is er nog meer te lezen over de ontwikkelingen rond hyperlokale media: