Criminelen gebruiken (geen) social media

De oorsprong van dit artikel begint bij een vraag op Twitter: ‘Heeft iemand voorbeelden van inzet of gebruik van sociale media ook aan criminele zijde? #durftevragen’. De vraag leidde uiteindelijk tot talloze reacties, waarvan dit artikel de concrete uitwerking is.

Waar zijn we nu?

We delen de hele dag via onder andere Hyves, Facebook, Google+, LinkedIn en Twitter wat ons bezighoudt. Op vakantie gaan is deze zomermaanden ook zo’n onderwerp waarover we graag onze ervaringen delen via deze sociale media. Waar gaan we heen? Hoe lang gaan we? Wat we daar gaan doen en ook de ervaringen op vakantie worden zelfs gedeeld via bijvoorbeeld WaarBenJij.nu, de grootste reiscommunity van ons land. Initiatieven als BreekBijMeIn.nl en PleaseRobMe.com wijzen op de risico’s van het delen van informatie over waar je bent. Verzekeraars en reisbureaus wijzen hun klanten steeds vaker op deze risico’s en ook de politie waarschuwt via diverse media voor dit fenomeen.

Twitteraar @inbreker dankt vaak andere Twitteraars even heel fijntjes op deze mededelingen met een welgemeend: “Fijne vakantie!”. Een ander risico is traceerbaarheid. Met één druk op de knop kun je vaak al je sociale media voorzien van dezelfde informatie. Als deze informatie een ‘geotag’ bevat, vraagt iemand zich dan af: hoe relevant of gevaarlijk is het om mijn positie mee te sturen? Via Foursquare laten gebruikers exact zien waar ze zijn, compleet met een kaartje erbij.

Maar hoe groot is het probleem nou? Waarschuwingen op Twitter over gebruik van sociale media tijdens de vakantie zijn er te over en nieuwsberichten over Twittergebruik over de vakantie idem. Maar cijfers over hoe vaak zo’n bericht op Facebook, Twitter, Hyves en Foursquare tot een inbraak leidt, zijn er niet. Wordt er nu meer ingebroken door sociale media, of is er een verplaatsing?

Meten is weten?

Hoeveel misdrijven worden er nu eigenlijk gepleegd met behulp van sociale media? Het antwoord: dat weten we niet. Want het wordt niet eenduidig bijgehouden in de politiesystemen. Bij het opnemen van aangiftes van bijvoorbeeld woninginbraken wordt niet standaard gevraagd door de behandelend ambtenaar of men via sociale media heeft laten weten niet thuis te zijn. Dit ligt in veel gevallen ook niet voor de hand. En dan nog is de vraag of er een verband bestaat tussen de inbraak en de verspreide informatie op sociale media.

Er is weinig bewijs dat er meer inbraken zijn als gevolg van vakantiemeldingen op sociale media. Natuurlijk zijn er wel enkele voorbeelden. Zo heeft de allereerste Twittterende wijkagent van ons land in elk geval een zaak gedraaid.

Maar veel verder kwamen we niet.

What’s the fuzz about?

Is het onveilige gevoel dan vooral gebaseerd op gevoel en logisch nadenken en veel minder op (wetenschappelijk) onderzoek? Deze vraag kun je langs een aantal invalshoeken bekijken.

De eerste: maakt gelegenheid de dief? Negen van de tien inbrekers zijn zogenaamde gelegenheidsinbrekers. Deze inbrekers lopen door de wijk op zoek naar een open deur of een open raam. Ze voelen aan achterdeuren of ze open zijn of controleren via de telefoon of mensen thuis zijn. Inbrekers blijken ook door hert afluisteren van voicemails in te breken. In Maarssen belden ze bewoners op met een anoniem nummer en checkten zo of ze op vakantie waren (bron: 13 juli RTV Utrecht). Maar bereiden zij hun strooptocht ook thuis voor op zoek naar onoplettende Twitteraars of Hyvers?

Een tweede verklaring is wellicht: onbekend maakt (on)bemind? Ziet men van ‘nieuwe’ dingen vooral de gevaren en niet de mogelijkheden? Ook bij de invoering van Burgernet ontstond het idee dat dit systeem benut kon worden met criminele intenties. Het doorgeven van foutieve informatie om de politie op het verkeerde been te zetten, waardoor inbrekers hun gang kunnen gaan. Sociale media zijn voor velen nog relatief nieuw, dus met weet nog niet hoe ermee om te gaan. Daarbij, een gewaarschuwd mens voor het onbekende telt voor twee.

Of is het vooral een hoax-effect? Iemand waarschuwt voor deze potentiële nieuwe vorm van criminaliteit en de rest neemt het klakkeloos over. We praten elkaar na, maar weten eigenlijk niet of het waar is.

Last but not least: in verhoren van verdachten zullen de behandelend rechercheurs er lang niet altijd naar vragen. “Hoe wist u dat de bewoners niet thuis waren? Heeft u dit toevallig op Hyves of Facebook gelezen? Of bent u ook geabonneerd op hun blogpagina waarin ze verslag doen van hun reis door Canada?” En als de rechercheurs het wel doen, gaat een inbreker zijn modus operandi dan vrijgeven? Gaat hij vertellen hoe hij het leven van bepaalde mensen monitort op sociale media? Wij denken van niet.

Als het werkelijk kan, dan ook online

Via onder meer Twitter is gevraagd om te komen met praktijkvoorbeelden van gebruik van sociale media door criminelen. Veel reacties gaan over identiteitsfraude. Diverse overheidsorganisaties zijn al slachtoffer geweest van deze vorm van fraude, waarbij iemand bewust gebruikmaakt van een account van Twitter of Facebook; soms voor criminele doeleinden. Andere voorbeelden zijn voetbalhooligans die elkaar opruien via sociale media om te gaan rellen, of zoals dat deze dagen in Engeland gebeurt. Ook bedreigingen en beledigingen lijken meer en meer plaats te vinden via sociale media. Verspreiding van illegale muziek, films en software gaat ook eenvoudig via allerlei sociale netwerken van de ene computer naar de andere computer. Als dan ook het voorbeeld van fraude in het Habbo Hotel – een virtueel jongerenhotel waar je kunt langslopen en vrienden maken – voorbij komt, lijken alle vormen van criminaliteit ook virtueel plaats te kunnen vinden.

Tot slot…

Net als bij alle dagelijkse activiteiten vinden wij dat gezond verstand de leidende factor zou moeten zijn bij ons handelen ter voorkoming van criminaliteit. Realiseer je vooraf wat de gevolgen kunnen zijn van een Twitter- of Facebookbericht. Als je alles hebt overwogen en preventieve maatregelen hebt genomen, dan maakt het ook niet uit of je op Facebook vakantiefoto’s plaatst. Al discussiërende en schrijvende adviseren we de politie om het gebruik van sociale media standaard op te nemen in de verhoorplannen en bij omschrijvingen van modus operandi. Alleen dan kan de politie ook gerichter actie ondernemen om de criminaliteit die ontstaat door sociale media te bestrijden. En niet te vergeten, de politie kan met deze concrete voorbeelden burgers voorlichten. De vraag of criminelen écht sociale media gebruiken in hun dagelijkse werk blijft voor ons open: misschien kan een criminoloog promoveren op dit thema?