Trends

Hoe Big Data leiderschap verandert

0

In 1964 bedacht de Britse natuurkundige Peter Higgs tijdens een voettocht door de Cairngorm Mountains in het Noord-Oosten van Schotland het bestaan van een deeltje dat aan andere atoomdeeltjes hun massa geeft. Het bestaan van het higgsboson is van fundamenteel belang: het is vereist om het standaardmodel van de deeltjesfysica kloppend te maken. Zonder dit deeltje zouden er simpelweg geen planeten en geen mensen kunnen bestaan. Immers, wanneer atoomdeeltjes geen massa zouden hebben, dan zouden ze alleen maar met de snelheid van het licht door het heelal kruisen. Ze zouden zich dan niet met andere atoomdeeltjes kunnen binden om zodoende atomen te vormen; de cruciale bouwstenen voor alles wat er in ons heelal bestaat. Collega wetenschappers gaven het deeltje de naam higgsboson. Gekscherend wordt het ook wel eens het Godsdeeltje genoemd, omdat het tot op heden onmogelijk is gebleken om het bestaan aan te tonen. De juiste meetinstrumenten bestaan simpelweg nog niet.

Nieuwe wetenschappelijke revolutie

Rond 1600 vond een belangrijke omwenteling in de wetenschap plaats. Klassiek-religieuze ideeën maakten plaats voor modern-wetenschappelijke ideeën. De Franse wetenschapsfilosoof en wetenschapshistoricus Alexandre Koyré duidde in 1939 deze periode als de wetenschappelijke revolutie. In dit tijdperk werd de wetenschap bedreven door veel te experimenteren en waarnemingen die hieruit volgden vast te leggen en proberen te begrijpen wat er nu precies gebeurde tijdens zo’n test. Tal van nieuwe technieken werden ontwikkeld om deze waarnemingen te doen. De telescoop was zo’n nieuwe technologie. Dankzij dit optische instrument kon Galileo Galilei zestig jaar na de dood van Nicolaas Copernicus aantonen dat de planeten inderdaad om de zon heen draaiden, wat ons wereldbeeld voorgoed veranderde.

Anthonie van LeeuwenhoekMaar ook de vele verbeteringen die Antonie van Leeuwenhoek aan het eind van de 17e eeuw in de microscoop doorvoerde, veroorzaakten een aardverschuiving in de wetenschap van de biologie. In tegenstelling tot zijn voorgangers was hij in staat om lenzen te produceren, die tot een voor die tijd ongekend niveau konden uitvergroten. Slaagden zijn voorgangers er slechts in om een beeld tot 30 keer op te blazen, de microscoop van Antonie van Leeuwenhoek vergrootte het beeld tot wel 270 keer.

Het verschafte een uniek inzicht in de microwereld om ons heen. Opeens zagen we piepkleine organismen in een waterdruppel en konden we witte en rode bloedlichaampjes onderscheiden in ons bloed. We leerden zodoende dat bacteriën de veroorzakers zijn van vele ziekten. Deze nieuwe inzichten tilden de biologie en de geneeskunde naar een hoger niveau.

Meten is het nieuwe weten

Voor het artikel “The Age of Big Data” in The New York Times werd MIT-onderzoeker Erik Brynjolfsson geïnterviewd door journalist Steve Lohr. Aanleiding voor het gesprek was het nieuwe boek “Race Against the Machine” van Brynjolfson en co-auteur Andrew McAfee, waarin beide auteurs ingaan op de transformatie die het informatietijdperk in de economie bewerkstelligt. Met name de enorme hoeveelheid aan ruwe data – oftewel Big Data – die mensen en machines produceren, en de nieuwe technologiëen om al deze data te analyseren en te interpreteren, veroorzaaken een verandering in de wijze waarop we gewend zijn zaken te doen.

Tijdens het interview zei Brynjolfsson het volgende:

“To grasp the impact of Big Data, look to the microscope, invented four centuries ago. It allowed people to see and measure things as never before. Data measurement is the modern equivalent of the microscope.”

In een eerder verschenen artikel “The Big Data Boom Is the Innovation Story of Our Time” in The Atlantic magazine verwoorden Brynjolfsson en McAfee het als volgt:

“[The discovery of the microscope] represents a fundamental theme of discovery. Breakthroughs in innovation often rely on breakthroughs in measurement.”

Grote revoluties binnen de wetenschap beginnen vaak met een doorbraak op het gebied van meten. We staan nu aan het het begin van een nieuw tijdperk, dat te vergelijken is met de start van de moderne wetenschap in de 17e eeuw. De speurtocht naar het higgsboson-deeltje is het startpunt van dit nieuwe tijdperk.

De jacht op higgsboson

De afgelopen 48 jaar heeft de natuurkunde in het teken gestaan van het vinden van het higgsbosson deeltje. In de buurt van Geneve, diep onder de grens van Frankrijk en Zwitserland, is een 27 kilometer lange cirkelvormige tunnel gebouwd. In deze ondergrondse passage bevindt zich ‘s werelds grootste deeltjesversneller, de Large Hadron Collider (LHC).

Op 30 maart 2010 werd de LHC voor de eerste keer officieel in gebruik genomen. Die dag werden twee protonenstralen met nagenoeg de snelheid van het licht op elkaar afgevuurd om het ontstaan van het heelal te simuleren. Een aantal onheilsprofeten kondigden, voordat het experiment plaatsvond, het einde van de aarde aan. Het experiment zou namelijk leiden tot een nieuwe Big Bang. Als gevolg van deze botsing zou een zwart gat ontstaan dat de aarde met huid en haar zou opslokken.

Dit doemscenario bleef ons gelukkig bespaard. Wat de frontale botsing echter wel opleverde, was een enorme hoeveelheid aan data. Meerdere detectoren schoten een miljard foto’s in een fractie van een seconde. In dit korte tijdsbestek werd hiermee enkele petabytes aan ruwe data geproduceerd. De capaciteit om al deze informatie op te slaan en te verwerken, bestaat helaas nog niet. Noodzakelijkerwijs reduceren hardware en software de miljard verkregen beeldjes tot een honderdtal gebeurtenissen per seconde. Circa 99 procent van de verkregen data wordt zodoende doelbewust weggegooid.

Eureka

Het is dan ook niet verwonderlijk dat op 4 juli 2012 wetenschappers van CERN – het instituut dat verantwoordelijk is voor de bouw en het functioneren van ‘s werelds grootste deeltjesversneller, de Large Hadron Collider (LHC) – bekend maakten dat het higgsboson deeltje was getraceerd in de tientallen petabytes aan data, die er in de afgelopen paar jaar was verzameld. Duizenden wetenschappers hadden wereldwijd met behulp van de nieuwste technologiëen, de enorme hoeveelheid aan data geanalyseerd en na een zoektocht van 48 jaar was de “Goddamn particle” nu eindelijk gevonden.

De speurtocht naar het higgsboson deeltje valt volgens Joe Incandela, CMS woordvoerder bij CERN, te vergelijken met het zoeken naar een paar afwijkende zandkorrels in een olympisch zwembad dat tot aan de rand toe gevuld is met zand. Iedere waargenomen botsing in de LHC is hierbij een zandkorrel. Slechts een paar botsingen tonen het bestaan van het godsdeeltje aan. Probeer dus maar eens op zoek te gaan naar die bewuste zandkorrels in het zwembad. Een haast onmogelijke taak. Het vinden van de spreekwoordelijke speld in de hooiberg is hierbij vergeleken kinderspel. Niet voor niets roemen wetenschappers de vondst van het godsdeeltje als de grootste wetenschappelijke ontdekking van de 21e eeuw.

Over Big Data en Small Data

Het feit dat we in staat zijn om te bewijzen dat het higgsboson-deeltje daadwerkelijk bestaat, toont de impact aan die Big Data in de nabije toekomst zal hebben. Net zoals we met de optische instrumenten uit de 17e eeuw konden in- en uitzoomen, kunnen we nu met geavanceerde hardware en software razendsnel zoeken door grote hoeveelheden aan data om structuren en verbanden te ontdekken voor spectaculair betere inzichten, beslissingen en oplossingen.

We kunnen aan de ene kant inzoomen tot op detailniveau in de continue stroom aan data. Nanodata, noemt Bryjolfsson dit tijdens zijn presentatie tijdens de Premier Business Leadership Series 2012 Conferentie. Deze allerkleinste set aan data geeft unieke inzichten in de behoeften van individuen. Het geeft bedrijven de gelegenheid om deze personen op maat te bedienen, doordat nanodata ze helpt om in te spelen op de persoonlijke voorkeuren van het individu. In het boek “The Intention Economy – When Customers Take Charge” noemt auteur Doc Searls deze nanodata ook wel “small data”. Volgens de visie van Searls hebben consumenten de controle over hun eigen data. Zij bepalen zelf welke, al dan niet commerciele instelling, toegang krijgt tot hun persoonlijke data.

Aan de andere kant kunnen we onbeperkt uitzoomen op onuitputtelijke bron van data. Door verschillende bronnen van data met elkaar te combineren, kunnen we nieuwe patronen onderscheiden. Met de juiste lens, met de juiste focus, kunnen we inzichten verkrijgen, die voorheen aan het menselijk oog onttrokken waren. Nieuwe algoritmes geven de mogelijkheid om orde te scheppen in de informatie chaos die Big Data in eerste instantie over ons afroept.

Google auto zelf rijdendDenk hierbij bijvoorbeeld aan de zelfsturende auto’s van Google. Om een computer zelfstandig te laten rijden moeten enorme hoeveelheden aan data verzameld en geanalyseerd worden. Google Maps en Google Street View leveren de informatie die benodigd is om de weg te verkennen. Daarboven op wordt er realtime informatie aangeleverd in de vorm van video, radar en LIDAR (light detection and ranging) door apparatuur, die bovenop de zelf sturende auto’s is gemonteerd. Al deze data wordt vervolgens geanalyseerd door intelligente algoritmes, die onder meer rekening houden met de verkeersregels, de locatie, het af te leggen traject en mogelijke objecten die gedurende de rit worden tegengekomen. Het eindresultaat is een auto die beter rijdt, dan wie ook ter wereld.

Bedrijfsmodellen en de singulariteit

De technologiëen volgen elkaar nu zo snel op, dat de wereld in een stroomversnelling is geraakt. In het artikel “Business Models and Singularity” vraagt Greg Satell zich af wat de invloed is van deze technologische innovaties op de besluitvormingsprocessen van bedrijven. Kunnen bedrijven het zich nog permitteren om zich niet aan te passen aan hun snel veranderende omgeving? Moeten bedrijven zich verzetten tegen al deze nieuwe technologie of moeten ze deze juist omarmen? Aan het eind van zijn artikel plaatst Satell de volgende opmerking dat businessmodellen niet langer door wijze mannen uit steen zijn gehouwen:

“Business models can no longer be treated as stone tablets, divined by wise men on mountains to last for eternity”.

Dit soort waarheden houdt in dit moderne, digitale tijdperk niet langer stand.

Versnelde verandering is de enige constante

“Panta rhei” is een bekende uitspraak van de Griekse filosoof Plato, die de gedachten van de prestocraat Heraclitus verwoordt. Met de uitdrukking wordt verwezen naar een wereld die voortdurend in beweging is. Alles verandert, niets blijft hetzelfde. “Men kan niet tweemaal in dezelfde rivier stappen, want het is steeds weer vers water dat u tegemoet stroomt.” De realtime informatiestroom, waarmee bedrijven zich geconfronteerd zien, wordt alsmaar groter en stroomt steeds sneller. De wereld om ons heen is versneld veranderd. Bedrijven moeten hier mee om leren gaan, anders is het einde verhaal. Of zoals Charles Darwin ooit zo mooi zei:

“It is not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent that survives. It is the one that is most adaptable to change”.

Digitaal leidersschap: weg van intuïtie

Als bedrijf is het dus zaak om de vruchten te plukken van dat wat Big Data te bieden heeft. In de toekomst worden beslissingen niet langer genomen op basis van onderbuikgevoelens, maar zijn inzichten verkregen uit data van doorslaggevend belang. Of zoals Greg Satell het in zijn artikel The Power of Information verwoordt:

“The internalized experiences that we have come to regard as intuition will fail us more often.  Our ability to plan will diminish and the need to experiment (and fail) will increase. And that’s what’s disconcerting. This new information economy doesn’t run on beliefs or even, to a certain extent on ambition, but algorithms which, powered by ever more abundant processing power, test and accept or discard a dizzying multitude of possibilities, the results of which can be retrieved and recombined with other experiments. The power of information means that we are no longer required to believe, only to imagine, test and observe.”

Tijdens zijn presentatie op de Premier Business Leadership Series 2012 Conferentie stond ook Brynjolfsson stil bij de invloed van Big Data op hoe beslissingen worden genomen binnen organisaties. Big Data is volgens hem meer dan een technisch hoogstandje. Het is met name een verandering in het denken van leidinggevenden over de manier waarop ze hun bedrijf besturen.

“Het beslissingsproces van mensen verloopt al duizenden jaren op dezelfde wijze, namelijk door één of meerdere wijze mannen. Big data verandert dat. We gaan niet meer af op de HiPPO (HIghest Paid Person Opinion). Nu maken we beslissingen op basis van data.”

Bronnen

In verband met de leesbaarheid heb ik de paragrafen “Bedrijfsmodellen en de singulariteit” en “Versnelde verandering is de enige constante” – die eerder verschenen in het artikel “Big data, veranderende bedrijfsmodellen en de singulariteit” – nogmaals toegevoegd.