Strategie

Kabeljauwvissen: 5 slimme technieken om creativiteit te stimuleren

0

Laten we er eens vanuit gaan dat je een probleem moet oplossen. Dat kan van alles zijn. Een product is verouderd, er is dringend behoefte aan een vernieuwend idee. De site van een organisatie trekt te weinig bezoekers. In een stationshal worden passagiers en winkeliers dagelijks lastig gevallen door hangjongeren. Wat is het eerste dat je doet? Het probleem analyseren! Waar komt het probleem vandaan? Waardoor wordt het veroorzaakt? Wie zijn erbij betrokken? Wat is er al geprobeerd?

Noodzakelijke stappen natuurlijk. Zonder analyse en onderzoek is de kans groot dat je het verkeerde probleem aanpakt. Maar in werksessies hebben we vaak ondervonden dat analyses wel tot inzicht leiden, maar niet automatisch tot nieuwe ideeën. En het lastige met hardnekkige problemen is dat alle gewone ideeën al eens zijn bedacht en ontoereikend bevonden. Je zoekt iets nieuws dat écht verschil maakt. En al dat geanalyseer lijkt dat alleen maar te bemoeilijken…

Vaak blijkt een creatieve sprong nodig, een beweging waarbij je ruimte maakt voor ongewone oplossingen. Daarvoor kun je verschillende methoden hanteren. Als vuistregel adviseren we je om met bestaande middelen naar nieuwe oplossingen te zoeken. Voor oplossingen heb je trouwens helemaal geen problemen nodig. Ga ook eens op zoek naar een gouden idee zonder dat er iets aan de hand is. Dat noemen we kabeljauwvissen.

Raadsel

Voordat we op creatieve sprongen en kabeljauwvissen ingaan, eerst iets anders. Een raadsel. Je moet drie biefstukken grillen. Op de grill is slechts plaats voor twee biefstukken. De biefstukken moeten aan twee kanten gegrild worden. Iedere kant kost twee minuten. Hoe kun je die drie biefstukken in zes minuten grillen? Veel mensen komen er niet uit. Kun jij de oplossing vinden?

Waarom zijn zulke opgaven vaak zo moeilijk? Als je straks de oplossing leest, zul je waarschijnlijk, net als de meesten van ons, verzuchten: ‘Ach ja, natuurlijk. Waarom heb ik dat zelf niet gezien?’ In dat woordje ‘gezien’ zit nu juist de crux. Want meestal is het geen kwestie van gebrekkig denken waardoor we niet tot een oplossing komen, maar van onvolkomen zien. En dat kan heel goed komen door de manier waarop ons brein werkt.

Zwangere vrouwen

Ons brein vormt uit de informatie die bij ons binnenkomt patronen. Handig, want dan hoeven we niet steeds opnieuw uit te vinden wat er aan de hand is. Ons brein kiest telkens voor de meest waarschijnlijke situatie, zodat we snel en, over het algemeen, passend kunnen reageren. De patronen die zich in het brein hebben gevormd, gaan op hun beurt sterk bepalen wat het brein waarneemt. Ons brein ziet als het ware datgene waarop het is voorbereid. Je neemt waar wat er op enig moment ‘top of mind’ is.

Blauwe auto

Je koopt een donkerblauwe auto van een bepaald merk en je ziet plotseling overal van die auto’s rijden. Maar geloof ons, die auto’s reden er voor je aankoop ook al. Een zwangere vrouw ziet overal andere zwangere vrouwen.

De wereld is zo veelomvattend en complex, dat we op elk willekeurig moment altijd maar een klein stukje van de werkelijkheid kunnen zien.

De wereld is zo veelomvattend en complex, dat we op elk willekeurig moment altijd maar een klein stukje van de werkelijkheid kunnen zien. Ons brein bevat om die reden gelukkig een krachtig filter dat de informatie voor ons selecteert. Maar dat filter zorgt er ook voor dat we bijvoorbeeld vanuit een analyse praktisch alleen die ideeën kunnen zien die we voordien al hadden. Creatieve denktechnieken zijn bedoeld om dit mechanisme te doorbreken.

Cognitieve fixatie

Nou, hoe kun je nu in zes minuten drie biefstukken aan twee kanten grillen, twee minuten per kant, op een grill die slechts plaats biedt aan twee biefstukken? Je gaat als volgt te werk: je nummert in gedachten de zijden van de biefstukken. De eerste biefstuk geef je de nummers 1 en 2, de tweede biefstuk 3 en 4 en de derde biefstuk 5 en 6.

Biefstukken

Je bakt eerst de zijden 1 en 3. Na twee minuten leg je de zijden 2 en 5 op de grill. Na 4 minuten is dus de eerste biefstuk klaar. Tot slot leg je 4 en 6 op de gril. Na precies zes minuten zijn alledrie de biefstukken klaar! Fluitje van een cent…

Huh? Klopt dat wel? Ja.

Is het een truc? Ja en nee.

Waarom zagen we de eerste keer deze oplossing niet? Door een vast denkpatroon. We zijn gewend de wereld bijvoorbeeld als een eenheid te zien. Dat brengt ons ertoe om in eerste instantie twee biefstukken op de grill te leggen en die na twee minuten om te keren. Daarna leggen we de derde biefstuk erop. Helaas kun je dan de tweede kant van de derde biefstuk niet meer grillen omdat de zes minuten om zijn!

De oplossing kon worden gevonden door deze cognitieve fixatie – de wereld als een geheel zien – te doorbreken en de biefstukken bewust niet als een eenheid te zien, maar als zes afzonderlijk te bakken delen.

Nieuwe, slimme oplossingen

We kunnen bij het oplossen van vraagstukken behoorlijk last hebben van allerlei cognitieve fixaties. Zo gaan we er automatisch vanuit dat de wereld zoals die zich aan ons voordoet, compleet is. Ook dichten we aan de objecten om ons heen onbewust vaste functies toe. En we hebben een sterke voorkeur voor symmetrie.

Cognitieve fixaties zijn als het ware bij ons ingebouwd, ze zijn ‘hardwired’. Denk daarbij ook aan de vele optische illusies die ons brein steevast op het verkeerde been zetten. Andere denkpatronen ontstaan in de loop van ons leven, door de (bedrijfs)cultuur waarvan we deel uitmaken en onze eigen ervaringen.

Om deze video of embedded content te zien, moet je marketing cookies accepteren.

Cognitieve fixaties en denkpatronen kunnen ons dus danig in de weg zitten. We kunnen ze echter tijdelijk uitschakelen door creatieve denktechnieken in te zetten en onszelf zo de mentale ruimte gunnen om tot nieuwe, slimme oplossingen te komen.

Het oplossen van het biefstukraadsel was dus geen truc. En toch een beetje wel omdat we gebruik hebben gemaakt van een denktechniek, in dit geval de techniek ‘reorganiseren’ (zie verderop).

Inside the box

Creatieve denktechnieken zijn er in vele vormen. Zet je zoekmachine maar eens aan het werk. Je kunt werken met analogieën en andere associatieve technieken zoals willekeurige woorden of beelden, met het opsporen van vooronderstellingen, omgekeerd brainstormen, lateraal denken en veel meer. Wij maken zelf in onze werksessies graag gebruik van de methode Structured Inventive Thinking (SIT). We hebben ervaren dat deze methode uitstekend werkt voor het bedenken van nieuwe ideeën in een zakelijke omgeving.

Het opleggen van beperkingen

SIT heeft een paar onderscheidende kenmerken.Ten eerste legt SIT je bij het bedenken van oplossingen een beperking op: je moet het doen met de bestaande elementen van het probleem! Dus niet ‘outside’ maar juist ‘inside the box’. Dit lijkt contra-productief, maar het tegendeel is waar. Beperkingen maken je creatiever. Stel dat je opdracht luidt: ‘organiseer een feest’. Best lastig. Je maakt het jezelf meteen een stuk gemakkelijker als je de opdracht versmalt naar ‘organiseer een feest met als thema Mexico’. Het is eenvoudiger over iets na te denken als je al iets hebt om over na te denken. Misschien zie je meteen al gasten voor je die tequila drinken uit een sombrero. Bovendien leidt het beperken tot wat al voorhanden is vaak tot beter uitvoerbare en goedkopere oplossingen.

Functie volgt vorm

Een tweede kenmerk van SIT is functie-volgt-vorm. We zijn gewend om eerst te formuleren wat we willen (functie) om er daarna een oplossing (vorm) bij te zoeken. Uit onderzoek van Finke, Ward en Smith blijkt echter dat we creatiever worden als we eerst een vorm gepresenteerd krijgen. Dan kunnen we ons van onze cognitieve fixaties en denkpatronen ontdoen en origineler en productiever worden. De manier van SIT om tot dergelijke vormen te komen, is via de toepassing van vijf technieken, die we verderop bespreken.

Virtuele oplossingen

Een denksessie verloopt in de regel als volgt. Eerst verkennen we kort het probleem. Wat is de ongewenste situatie? Wat zijn de belangrijkste oorzaken, de verergerende factoren? Vervolgens formuleren we de gewenste actie. In de volgende fase inventariseren we de belangrijkste onderdelen van het onderhavige probleem: welke producten (voorwerpen), processen, personen, plaatsen en momenten hangen met het probleem samen? Welke daarvan vallen onder onze directe invloed (interne onderdelen) en welke niet (externe onderdelen)?

Hiermee hebben we het materiaal voorhanden waarmee we gaan werken. De eigenlijke denksessie kan nu van start. We nemen bijvoorbeeld een voorwerp dat direct onder onze invloed valt en laten daar een van de vijf technieken op los. Het resultaat is een virtuele oplossing (vorm) waar we een bruikbare oplossing (functie) van proberen te maken.

Illustratie met een bekend voorbeeld

Ongewenste situatie: nadat je hebt geverfd wil je de overgebleven verf bewaren. Je doet het deksel er stevig op, maar na een tijd blijkt de verf toch hard geworden.
Belangrijkste oorzaak: er komt toch lucht door de kieren van het deksel.
Gewenste actie: voorkomen dat de verf hard en onbruikbaar wordt.
Belangrijkste onderdelen: verf, blik, schilder, tijd, plaats, deksel.
Functie volgt vorm: we proberen ons voor te stellen dat de verf de functie van het deksel overneemt. Wat zou dat opleveren? Hoe helpt dit te voorkomen dat de verf hard wordt?
Idee: als je het blik even ondersteboven houdt, kruipt de verf in de kieren van het deksel. De verf droogt op en hierdoor wordt het blik luchtdicht afgesloten. Probleem opgelost.

Kabeljauwvissen

Een probleem. Piet en Jan zijn elk kapitein van een vissersboot. Ze vissen op kabeljauw. Van oudsher gebeurt kabeljauwvissen met twee schepen die samen een net van zo’n honderd meter lengte voorttrekken. De ene keer gaat de kabeljauw in het ene schip, de volgende keer in het andere. Piet en Jan vormen samen zo’n team. Dat gaat uitstekend, tot Jan op een dag ziek wordt en langere tijd zal zijn uitgeschakeld. Wat te doen?

Vissersschip

We kunnen natuurlijk allerlei oplossingen voor Piet bedenken. Een andere kapitein inhuren, de boot verhuren, quotum verkopen aan een collega, enzovoorts. Wat Piet in werkelijkheid deed (echt gebeurd!): hij sloot zich met zijn schip aan bij een ander duo. Voortaan visten ze met drie schepen en twee netten. Bijkomend voordeel: in plaats van 50 eenheden kabeljauw per schip konden ze nu in dezelfde tijd 66 eenheden per schip binnenhalen.

Wat is nu het meest verbijsterende aan dit verhaal? Deze manier van vissen kon altijd al! Ook zonder de ziekte van Jan hadden ze dit kunnen bedenken.

Voor innovatie is geen probleem nodig.

We kunnen allemaal kabeljauwvissen op onze bestaande producten en processen en zo verborgen voordelen achter onze cognitieve fixaties en vaste denkpatronen ontdekken.

(Voorbeeld ontleend aan Creativiteit. Hoe? Zo! (aff.) door Igor Byttebier)

De vijf technieken

Hierna laten we in het kort de technieken van SIT de revue passeren. Bij elke techniek geven we een voorbeeld van de toepassing in een probleemsituatie en van nieuwe productontwikkeling (kabeljauwvissen). Het probleem: lastige hangjongeren in de stationshal. Kabeljauwvissen: een gewone stadsfiets.

1. Weglaten

Verwijder in gedachten een belangrijk onderdeel.

Hangjongeren

We denken de verwarming weg uit de stationshal. Hoe kunnen we daarmee voorkomen dat passagiers en winkeliers worden lastig gevallen? We zouden het klimaat in de stationshal onaantrekkelijk kunnen maken om er te blijven hangen. Moeten we iets aan dit idee veranderen om het sterker te maken? Hoe zorgen we er bijvoorbeeld voor dat doorgaande treinreizigers en winkeliers er geen last van hebben?

Stadsfiets

We verwijderen in gedachten het slot van de fiets. Hoe zou de nieuwe fiets eruit kunnen zien? Zouden we het slot eventueel door een ander onderdeel van de fiets kunnen vervangen? Bijvoorbeeld door het stuur? Welk voordeel zou dit opleveren?

Fietsen

2. Reorganiseren

Maak een onderdeel los en gebruik dit op een andere plaats of een ander tijdstip.

Hangjongeren

We verplaatsen de incheckpoortjes naar de ingang van de stationshal. Iedereen die de hal betreedt, moet eerst inchecken. Dit werpt een kleine, maar wellicht voldoende drempel op tegen het rondhangen in de hal. Soms zijn er geen grote ingrepen nodig om een effect te bereiken.

Stadsfiets

We maken het zadel in gedachten los van de fiets. We zouden een zadel kunnen ontwerpen dat je eenvoudig kunt meenemen, waardoor het onaantrekkelijk wordt je fiets te stelen. Zouden we dat zadel bovendien zo kunnen maken dat het meer nuttige functies krijgt?

3. Vermenigvuldigen

In gedachten een onderdeel vermenigvuldigen terwijl je een belangrijke aspect verandert.

Hangjongeren

We voegen aan de stationshal extra andere wanden toe. Wat zijn dat voor wanden? We zouden spiegelwanden kunnen gebruiken en desnoods spiegelplafonds. Misschien is het lastiger je te misdragen als je voortdurend met je eigen spiegelbeeld wordt geconfronteerd?

Stadsfiets

We voegen aan de fiets in gedachten een paar extra, wat andere lampen toe. Wat voor lampen kunnen dat zijn? Met welke voordelen voor de fietser? Is het bijvoorbeeld haalbaar in de handgrepen kleine infraroodlampen aan te brengen, gekoppeld aan de naafdynamo? Zodat je ook ’s winters lekker warme handen hebt terwijl je fietst?

4. Samenvoegen

Kies een onderdeel en geef dat een nieuwe functie of laat het onderdeel een functie van een ander onderdeel overnemen.

Hangjongeren

De muziek in de hal zorgt ervoor dat de lastige hangjongeren niemand meer lastig vallen. Hoe kan dat? Welke muziek moet dat zijn?

Hangjongeren op de vlucht

Stadsfiets

Het frame van de fiets neemt de functie van het slot over. Hoe kan dat? Wat moet er aan het frame worden aangepast? Ander materiaal? Een deel uit het frame kunnen nemen? Wat is het extra voordeel van zo’n frame annex slot?

5. Afhankelijkheden veranderen

Maak een matrix. Op de horizontale balk plaats je de variabelen van de onderdelen waar je invloed op hebt . Op de verticale balk opnieuw deze variabelen en verder de gebruiksvariabelen, de gebruikersvariabelen, de omgevingsvariabelen en tijdsvariabelen. Breng afhankelijkheden aan of verbreek of verander ze. Haal zoveel mogelijk uit deze gedachte-experimenten.

Hangjongeren

De lichtsterkte in de stationshal maken we afhankelijk van de herkomst van het geluid  in de hal. Hoe kunnen we daarmee de overlast in de hal terugdringen? Kan er extra hel licht gaan branden op plekken waar herrie wordt gemaakt? Of licht van een andere kleur? Wat doet dit psychologisch?

Stadsfiets

We maken de hardheid van de banden afhankelijk van de aard van het wegdek. Wat zou het voordeel hiervan zijn, in welke situaties? Is het haalbaar? Kunnen de banden zich bijvoorbeeld automatisch aanpassen aan een glad wegdek, om ongelukken te voorkomen?

Bewegen met ideeën

De noodzaak tot creatief denken komt voort uit een van de sterke punten van ons brein, dat tevens zijn zwakte is: de vorming van vaste denkpatronen en cognitieve fixaties. We kunnen voorbij deze patronen en fixaties komen door met denktechnieken virtuele situaties te scheppen en vervolgens te kijken wat we met deze situaties kunnen. Wij noemen dat bewegen met ideeën. Dit in tegenstelling tot onze gewoonte om nieuwe ideeën direct te lijf te gaan met het mes van ons kritisch denken.

Waar het om gaat, is dat je je best doet zoveel mogelijk voordeel uit de virtuele situatie te halen. Dat doe je door je af te vragen wat de pluspunten van het virtuele idee zijn en hoe je eventuele zwakke punten kunt oplossen. Kortom: wat is er wél mogelijk?

Denk aan het mechanisme

Het is ook nuttig om jezelf bij kansrijke nieuwe ideeën steeds af te vragen wat het achterliggende concept is, het idee achter het idee. Wat is het werkend mechanisme? Als we de muziek en de lichtsterkte in de stationshal willen gebruiken om de overlast van hangjongeren terug te dringen, hoe werkt dat dan? Het concept is hier: een onaangename omgeving voor een specifieke doelgroep scheppen. Kunnen we met dat werkingsmechanisme nog meer slimme oplossingen vinden? Iets met geuren of kleuren of vormen? Als we de handvaten van de fiets kunnen verwarmen, zijn er dan nog meer manieren om het concept ‘behaaglijk fietsen’ te realiseren?

De SIT-methode kun je heel goed individueel toepassen, maar uiteraard ook in groepen. Zelf vinden wij een groepsomvang van zes tot acht experts ideaal.

Voor wie zich verder in de beschreven methode wil verdiepen raden wij het volgende boek aan: Inside the box- kader je creativiteit voor de beste resultaten (aff.). Voor nog meer creatieve denktechnieken verwijzen wij naar internet, bijvoorbeeld deze site over creatief denken.

Afbeeldingen met dank aan Pixabay.

Afbeelding inleiding met dank aan 123RF.com