Strategie

Waarom je nu moet stoppen met de manipulatie van het puberbrein

  • Leestijd: 9 minuten

Het brein van pubers is een brein dat zichzelf opnieuw uitvindt. Wat in de hersenen niet gebruikt wordt, stoot het puberbrein rigoureus af. En dat terwijl wat wel gebruikt wordt, juist veel efficiënter gemaakt wordt. Deze verbouwing van het brein gaat gepaard met grote emoties, risicozoekend gedrag en met een gebrekkige zelfbeheersing. Als gevolg hiervan hebben pubers in vergelijking met jongere kinderen voor de pubertijd 200 procent meer kans om te overlijden, en dat terwijl zij veel slimmer zijn en lichamelijk veel sterker zijn in deze fase van hun leven.

Volwassenen moeten er alles aan doen om jongeren in deze lastige fase te ondersteunen. Het laatste wat pubers kunnen gebruiken, is dat hun zwakheden uitgebuit worden. Daarom pleit ik voor een gedragscode voor alle bedrijven en instellingen die communiceren met pubers. Deze gedragscode moet het misbruik maken van de kwetsbare kanten van het puberbrein verbieden.

Veranderingen in de hersenen

Dat het puberbrein grote veranderingen doormaakt, weten we eigenlijk pas ongeveer tien jaar. Tot op het moment dat onderzoekers activiteiten van levende hersenen konden meten, bijvoorbeeld met behulp van fMRI, dachten we dat de menselijke hersenen een geleidelijke ontwikkeling doormaakten vanaf de babytijd tot aan de volwassenheid. Dat blijkt dus heel anders te gaan.

De grijze stof van de hersenen, de verzameling van onder meer zenuwcellen, wordt met horten en stoten kleiner in het puberbrein in een proces dat ‘pruning‘ heet, ofwel: wegsnoeien. Tijdens de ‘pruning’ worden reeds gevormde synaptische verbindingen ontkoppeld. Nu gebeurt datzelfde op kleine schaal bij volwassenen in hun slaap, maar bij pubers worden massaal hele clusters van verbindingen weggesnoeid.

Het gevolg is specialisatie. Het brein kan niet alles meer even gemakkelijk leren. Daar waar jonge kinderen bijvoorbeeld net zo open staan voor de Russische taal als voor de Nederlandse, worden in het puberbrein keuzes gemaakt. Als Russisch tot op dat moment niet nodig was, verdwijnen de benodigde verbindingen. Het gevolg is dat pubers veel slaap nodig hebben (tussen de 8,5 en 9 uur per nacht) om de pruning te laten plaatsvinden en ze hebben een stel hersenen dat flink gestrest en ontregeld is.

Een toename van de witte stof

Tegelijk met het verminderen van de grijze stof van de hersenen neemt de witte stof van de hersenen enorm toe. Witte stof is de naam voor verbindingen die met behulp van een witte, vettige stof, ‘myeline’, worden omhuld. Door deze omhulling functioneren de verbindingen ongeveer honderd maal sneller en herstellen de verbindingen zich veel sneller na gebruik, zodat zij vaker achter elkaar gebruikt kunnen worden. Het efficiënter maken van de verbindingen begint aan de achterkant van de hersenen en begeeft zich traag naar voren, naar het gedeelte waar onze besluitvorming en emotionele controle wordt gereguleerd, de ‘prefrontale cortex’ (PFC). Dit proces duurt tot ons dertigste levensjaar. Dit betekent dat pubers onder andere nog niet efficiënt hun emoties de baas kunnen.

pijl-blauw-maaikeh Lees ook: waarom jongeren extremer reageren, generatie F nader bekeken [onderzoek]

Hormonen

De hersenen die zich opnieuw uitvinden zijn slechts een deel van het verhaal. Onafhankelijk daarvan, maar ongeveer op hetzelfde moment, vinden er veranderingen plaats in de hormoonhuishouding van pubers. Deze zorgen ervoor dat hun lichaam flink groter wordt en dat de samenstelling van het lichaam verandert (meer spieren en meer vet). Tegelijk begint de seksuele rijping met alle gevolgen van dien.

Omdat de hormonale processen en de veranderingen in de hersenen onafhankelijk van elkaar verlopen, komt het voor dat een meisje eruit kan zien als een jonge vrouw, maar nog de hersenen heeft van een kind of een jongen eruit ziet als een kind, maar de hersenen heeft van een jonge man. Overigens lopen meisjes ongeveer anderhalf jaar voor wat betreft hun hersenontwikkeling.

Gevolgen

Het gevolg is dat pubers over het algemeen een enorme honger hebben naar intensiteit. Hun stemmingen zijn juichend of depressief, en niets ertussenin. Zij worden voornamelijk geleid door emoties. Hun stressniveau ligt veel hoger dan bij jongere kinderen of bij volwassenen en zij hebben veel meer angsten. Hun motivatie is laag en daarom zijn zij voortdurend op zoek naar externe stimulansen, of hangen zij juist lusteloos rond. Van groot belang voor hen zijn onmiddellijke resultaten: die veroorzaken pieken in het genotscentrum in hun brein. Zij zijn veel minder geïnteresseerd in beloningen die op een later moment volgen, omdat die geen onmiddellijk genot veroorzaken.

Ouders worden minder belangrijk dan leeftijdsgenoten

Een belangrijke oorzaak van de stress van pubers is de vraag of hun leeftijdsgenoten hen accepteren. Anderzijds verhoogt een positieve beoordeling van een leeftijdsgenoot de pieken in hun genotscentrum. Het grote belang dat pubers hechten aan leeftijdsgenoten is een direct gevolg van de veranderingen in hun hersenen. Daar waar de hersenen van jonge kinderen open moeten staan voor het leren van elke mogelijke vaardigheid, om zo goed te kunnen functioneren in de omgeving waarin zij opgroeien, zorgen de veranderingen in het puberbrein ervoor dat individuen zich los kunnen maken van de omgeving waarin zij opgroeien en van hun opvoeders, en op eigen benen kunnen gaan staan. Daarom worden ouders veel minder belangrijk dan leeftijdsgenoten. En met name mogelijke seksuele partners worden veel belangrijker.

Hunkering naar complimentjes en weinig levenservaring

De hunkering naar complimentjes van leeftijdsgenoten en de angst van pubers voor isolatie versterkt hun drang naar intensiteit en experimenten. Hun remmingen zijn daarentegen minder goed ontwikkeld, omdat de verbindingen in hun hersenen in het gebied dat daarover gaat (PFC) nog niet optimaal zijn, zoals eerder beschreven. En, pubers hebben weinig levenservaring. Daar waar volwassenen zich in risicovolle situaties herinneren hoe zij reageerden in soortgelijke situaties en zich voor de geest halen wat werkte en wat niet, blijkt uit hersenscans dat pubers hun logica op de situatie los laten. Dat duurt veel langer, omdat er geen concrete ervaringsinformatie voorhanden is en alles dus theoretisch benaderd moet worden. En die logica wordt ook nog eens gehinderd door de intense emoties die veel zwaarder wegen.

Vanwege de emoties verwachten pubers veel grotere beloningen voor acties dan volwassenen en beoordelen zij activiteiten die zij aangenaam vinden als minder risicovol. Ook kost het hen veel meer moeite om iets niet te doen, alleen omdat het verboden is. En, zij leren daarbij vrijwel nooit van hun fouten, omdat emoties het logisch nadenken overschaduwen. Het gevolg van dit alles is dat pubers soms heel domme dingen doen in YouTube-filmpjes.

Relativering

Dit alles betekent niet dat pubers dom zijn, of alleen maar door emoties gestuurd worden. Het brein van pubers is er juist op ingericht om steeds beter te leren en steeds beter te kunnen beslissen. Ook leert het brein zich steeds beter te verplaatsen in wat acties in het heden betekenen voor de toekomst en in wat anderen denken. Maar het probleem is dat dit alleen geldt in situaties waarin pubers geen grote emoties ervaren. Zodra gevoelens door het lijf gieren, is het gedaan met de zich ontwikkelende controle en beheersing. Dan wordt alles in ‘standje overdrijven’ ervaren en geïnterpreteerd, zowel positief als negatief.

De verschijnselen van de pubertijd – de emotionaliteit, het inconsequente gedrag, het opzoeken van risico’s, het overgevoelig zijn voor stress en een gebrekkige zelfbeheersing – kunnen leiden tot extreme gevolgen. Pubers hebben 200 procent meer kans dan jongere kinderen voor de pubertijd om te overlijden, hoewel zij geestelijk verder ontwikkeld zijn en lichamelijk veel sterker zijn. Ook hebben zij veel meer kans op ongelukken, zelfmoord, moord, depressie, alcohol- en drugsverslavingen, gewelddadig gedrag, eetstoornissen, psychische aandoeningen en heel erg domme acties. Dit betekent niet dat alle pubers dit allemaal meemaken. Ongeveer 80 procent doorloopt de pubertijd zonder extreme gevolgen. Ongeveer 20 procent komt in aanraking met de heftigste opties.

Zodra gevoelens door het lijf gieren, is het gedaan met de zich ontwikkelende controle en beheersing.

Extreem gevoelig voor beïnvloeding

Zoals eerder aangegeven, zorgt de reorganisatie van de hersenen ervoor dat pubers zeer gevoelig zijn voor het oordeel van hun leeftijdsgenoten. Maar ook volwassenen blijven belangrijk, hoewel pubers dit over het algemeen niet graag toegeven. Dit is bijvoorbeeld te zien in hun keuze voor het al dan niet experimenteren met drugs. Uit onderzoeken komt naar voren dat de belangrijkste reden om dit niet te doen, de angst is voor het verlies van respect van hun ouders. Natuurlijk zullen deze ouders dit nooit te horen krijgen. Ook maken pubers zich grote zorgen over hun prestaties op school, eveneens vanwege de mogelijke reactie van hun ouders.

De grootste fout die wij als volwassenen volgens neurowetenschapper Ronald Dahl kunnen maken, is ons in een klap uit het leven van pubers terugtrekken, omdat zij eruit gaan zien als jonge volwassenen. Pubers hebben nog steeds onze bescherming, coaching en belangstelling nodig, zodat zij geleidelijk hun eigen weg kunnen zoeken en stap voor stap hun zelfbeheersing kunnen opbouwen. Deze houding van volwassenen is des te belangrijker, omdat in onze voortrazende samenleving jongeren nog meer verloren zijn dan tevoren en technologie jongeren fragmenteert.

pijl-blauw-maaikeh Lees ook: alle artikelen over Jongerenmarketing (en ontvang ze voortaan via een mail-alert)

Een weloverwogen perspectief is voor pubers moeilijk

Het opbouwen van een eigen, weloverwogen perspectief op het leven is voor pubers in onze tijd heel erg moeilijk. Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat een neurowetenschapper als Frances Jensen volwassenen oproept de rol aan te nemen van plaatsvervangende prefrontale cortex (PFC) voor pubers. In IJsland geldt er zelfs een avondklok voor pubers en moeten zij verplicht intensief sporten, zodat zij geen zin en tijd hebben voor minder gezonde passies.

Voor mij is dit soort ‘helicopter-ouderschap’ weer het andere uiterste. Het gaart er niet om dat wij pubers moeten betuttelen. Het is een gegeven dat pubers vanwege hun brein nog lang geen jonge volwassenen zijn. Wij kunnen pubers niet behandelen als volgroeide volwassenen, hoe graag ze dit ook zeggen te willen, en wij mogen hen niet de verantwoordelijkheden geven van volwassenen. Voor mij persoonlijk betekent dit niet zozeer dat wij pubers zouden moeten verbieden te experimenteren of dat wij hen voortdurend complimentjes moeten geven. Dat werkt averechts en maakt emotionele wrakken van hen.

Het brein van jongeren kan, mits in een rustige staat, heel goed argumenten en feiten afwegen.

Ik geloof veel meer in het hebben van intensieve gesprekken met hen op basis van vertrouwen en in coaching. Ik geloof in ‘het beschikbaar zijn’ in het geval van een uit de hand gelopen experiment. En ik geloof dat wij veel meer aandacht moeten besteden aan onze pubers en veel meer over hun ontwikkeling moeten weten om hen vervolgens, als wijze volwassenen, veel meer inzicht te geven in wat er met hen aan de hand is. Hun brein kan, mits in een rustige staat, heel goed argumenten en feiten afwegen.

Beschermen tegen manipulatie

En ik geloof dat wij ervoor moeten zorgen dat zo min mogelijk pubers extreme gevolgen ondervinden in hun pubertijd. Een belangrijke stap hierin is dat wij pubers zoveel mogelijk moeten beschermen tegen manipulatie. Daarom hebben we naar mijn mening een gedragscode nodig die het bedrijven en instellingen die communiceren met pubers verbiedt om gebruik te maken van hun kwetsbare kanten. De kwetsbare kanten die het gevolg zijn van de reorganisatie van hun brein: hun impulsiviteit, hun kwetsbaarheid als zij emotioneel zijn, hun ongeduld, hun onvermogen de gevolgen van hun acties goed te overzien en de hunkering die zij voelen naar erkenning en bevestiging door hun leeftijdsgenoten.

Momenteel komt dit misbruik regelmatig voor, bijvoorbeeld binnen freemium games waarin zij gemanipuleerd worden om levens, credits of boosters te kopen, of door vloggers die gesponsorde producten verkopen. De vraag die bedrijven en organisaties die communiceren met pubers zich moeten stellen, is: zouden zij gebruikmaken van de hersenproblemen van bijvoorbeeld Alzheimer-patiënten? Een gedragscode moet de pubers helpen met het vinden van het enige juiste antwoord op deze vraag. De aankomende verplichting van vloggers om transparant te zijn over eventuele sponsoring van hun vlogs is een stap in de goede richting.

Veel stappen te zetten voor de gedragscode

In de gedragscode zouden wat mij betreft nog veel stappen gemaakt moeten worden. Ten eerste stel ik voor dat bedrijven en organisaties die communiceren met pubers verplicht moeten worden tot een koele en zakelijke toon in hun communicatie met deze doelgroep, zonder alle toeters en bellen die nu vaak gebruikt worden. Ten tweede zouden deze bedrijven en organisaties zich volgens mij moeten beperken tot feitelijke informatie. En ten derde zullen zij in mijn ogen transparant moeten zijn over hun motief of motieven in hun communicatie.

Binnen een freemium game zou dit bijvoorbeeld betekenen dat opties die geen geld kosten en opties waarvoor betaald moet worden gelijkwaardig en transparant moeten worden gepresenteerd en dat kort de voors en tegens van elk van de opties zo objectief mogelijk moet worden besproken. Er mag in deze toelichting door de spelmakers wel aangegeven worden dat om het spel freemium te houden de makers graag zien dat de puber voor de betaaloptie kiest. Het belangrijkste is dat pubers zonder grote emoties op grond van harde informatie zelf hun keuzes kunnen gaan maken.

Wat vind je van een gedragscode voor organisaties die met pubers communiceren? Laat het me weten in een reactie.

Geraadpleegde literatuurAfbeeldingen met dank aan 123RF.