Strategie

We verliezen de AI-wedloop met China (dat komt door privacy)

0

China windt er geen doekjes om: het land wil in 2030 de grootmacht zijn als het gaat om artificial intelligence (AI). Ook de VS en Europa hebben een soortgelijke ambitie. Het grote verschil: China laat zich niet zoveel gelegen liggen aan privacy. Dat is een probleem, maar niet per definitie onoplosbaar.

Een robot op de cover van Time Magazine, als CEO van het jaar? Dit is geen humoristische scene uit Back to the Future, maar een echte uitspraak van Jack Ma. De Chinese Alibaba-oprichter heeft grootse plannen op het gebied van artificial intelligence (AI). Net zoals zijn geboorteland, trouwens. China is nog in de achtervolging maar zou op den duur de Verenigde Staten, en daarmee het Westen, voorbij willen streven als absolute wereldleider in de ontwikkeling van AI.

De Chinese overheid heeft op dat gebied drie sterke troeven in handen: data, dollars en een dikke vinger richting privacy.

Het land heeft meer inwoners dan welk land dan ook ter wereld en dus de biggest data. Ga maar na: China heeft drie keer zoveel mobiele internetgebruikers die ook nog eens vijftig keer zo actief zijn op het gebied van mobiel betalen (pdf) in vergelijking met de VS. Het gevolg is een gigantische berg bruikbare data over onder meer consumptie, betalingen, gezondheidszorg en verkeer. Iedereen die ervaring heeft met ontwikkelen van AI-oplossingen weet: hoe meer data je hebt, des te beter je kunt testen.

Dollars

Daar komt nog bij dat de regering officieel heeft aangekondigd dat het land in 2030 de AI-macht definitief naar zich toe wil trekken. De manier waarop? Met een hele grote zak geld. Over twaalf jaar moet de Chinese AI-industrie koploper zijn met een waarde van 150 miljard dollar. Het ministerie van financiën stelde alvast een investeringsbedrag van 1 miljard beschikbaar.

Privacy schmivacy

Maar misschien nog wel belangrijker is het feit dat China, in tegenstelling tot het Westen, nauwelijks wordt gehinderd door privacyregels- of debatten. Zo is de Chinese politie sinds kort uitgerust met zonnebrillen waarmee verdachten kunnen
worden opgespoord met behulp van gezichtsherkenning. ‘Met deze technologie kan een agent bijna meteen persoonlijke gegevens opvragen, waaronder naam, etniciteit, geslacht en adres’, aldus The Telegraph.

Hoe groot het verschil is tussen het Westen en China op dit gebied, viel me onlangs op toen ik tijdens een conferentie geboeid zat te luisteren naar een topman van Alibaba. Het ging over beeldherkenning en hoe deze informatie te gebruiken is voor het regelen van het verkeer. Hij toonde daar ook video’s van en wat opviel was dat de personen herkenbaar in beeld verschenen. Illustratief was hoe de zaal vervolgens moest lachen toen de presentator zei dat mensen in China zich geen enkele zorgen maken om hun privacy.

In het Westen is dat wel anders. Neem een recent onderzoek van YouGov en Sinus waaruit blijkt dat meer dan de helft van de Duitse bevolking vreest dat hun gegevens op internet misbruikt worden. Onder de 2048 ondervraagden stelt het merendeel dat ze het gevoel hebben geen controle over de eigen gegevens op internet te hebben. Tegelijkertijd laat maar liefst 93 procent weten de bescherming van gegevens heel belangrijk te vinden.

Data artificial intelligence

‘Privacy-gevoeligheid’ in het Westen

Dat werpt een interessante vraag op: gaan we in het Westen de AI-wedloop verliezen door onze privacy-gevoeligheid? Het klinkt misschien als een cliché, maar het vakgebied van AI staat echt pas in de kinderschoenen. We zitten nu in de fase waarin we pas de allereerste mogelijkheden aan het onderzoeken zijn. Het bouwen en testen van AI-toepassingen is echt een stuk makkelijker als je de gegevens van 1,2 miljard Chinezen tot je beschikking hebt dan als je het moet doen met 17 miljoen Nederlanders waarvan een belangrijk deel automatisch aanvinkt dat gegevens niet (geanonimiseerd) mogen worden gebruikt voor testdoeleinden.

Kortom: we kunnen de Chinezen naar de kroon proberen te steken met investeringen in AI. Maar als een zekere privacy-onverschilligheid ervoor gaat zorgen dat dit land sneller kan testen en ontwikkelen, dan lopen we onze achterstand nooit meer in.

Geen Big Brother

Laat me meteen even een nuancering plaatsen. Het is natuurlijk volkomen terecht dat Europese en Amerikaanse burgers zich heel erg bewust zijn van privacy in dit data-gedreven tijdperk. In Europa en de Verenigde Staten maken we ons terecht zorgen over onze verworven vrijheden. We willen niet het gevoel dat Big Brother continu over onze schouder meekijkt.

Wat we ons niet altijd realiseren, is dat het gebruik van je data door bedrijven en overheden niet automatisch het opgeven van je privacy betekent. Zo verdienen veel banken inmiddels geld met het verkopen van je pingegevens. Dat mag, omdat het geanonimiseerd gebeurt. Zo kunnen ze retailers inzicht geven in algemene bestedingspatronen, zonder dat er op het niveau van een individuele consument kan worden meegekeken.

Het gebruik van je data door bedrijven en overheden betekent niet automatisch het opgeven van je privacy.

Is anonimiseren van data de sleutel?

Laat nou in het anonimiseren van data een mogelijke sleutel liggen van de AI-wedloop tussen het Westen en China. Voor het ontwikkelen van AI-oplossingen is het vaak al prima om gebruik te maken van geanonimiseerde data. Maar omdat we bang zijn om onze privacy te verliezen, staat de ontwikkeling van een aantal AI-oplossingen in het Westen stil.

Dat realiseerde ik me toen ik onlangs een verwarde man in een onbewaakt ogenblik de snelweg op zag lopen. Mijn vrouw, die toevallig op het juiste moment op de juiste plek was, had de tegenwoordigheid van geest om de man tegen te houden en erger te voorkomen. Was ze daar niet geweest, dan had het nasty kunnen worden.

Om dit soort incidenten te voorkomen, zou je kunnen pleiten voor een camerasysteem dat herkent wanneer voetgangers gevaarlijke stunts uithalen (zoals de snelweg oplopen). Het systeem sluit automatisch een deel van de snelweg af en schakelt automatisch hulpdiensten in. Belangrijker nog: omdat het systeem snel kan detecteren dat er iets niet pluis is, wordt er snel ingegrepen en erger voorkomen. Zo’n systeem kan volledig geanonimiseerd data verwerken en hoeft dus geen gezichten te kunnen herkennen of nummerborden te lezen. Het enige doel is het herkennen van een gevaarlijke situatie.

Een gedecentraliseerde, open source-oplossing

Even hardop fantaserend: wat nou als er een manier bestond om te garanderen (echt garanderen) dat data geanonimiseerd worden verwerkt? Dat zou een hele belangrijke horde in de AI-wedloop met China weghalen, terwijl we als burgers onze privacy niet hoeven op te geven. Waaraan zou zo’n systeem moeten voldoen? Ik kan vier voorwaarden bedenken.

  1. Net als bij blockchain-technologie moet het een systeem zijn waar niemand de eigenaar van is, maar waar iedereen toegang toe heeft.
  2. Open source, zodat transparantie gegarandeerd is. Iedereen kan kijken hoe gegevens geanonimiseerd worden en of dat op de juiste manier gebeurt.
  3. Niet te hacken: dat spreekt voor zich (net als het feit dat het kraken van een dergelijk systeem de hoofdprijs aller tijden zou zijn voor kwaadwillende hackers).
  4. Verplichting: als je data anonimiseert, ben je verplicht de source code, open source te publiceren. Dat is de enige manier om transparantie te garanderen. Die verplichting kan worden gesteld vanuit de Autoriteit Persoonsgegevens. Het is nu al verplicht om daar verwerking van persoonsgegevens te melden.

Je kunt je afvragen of een dergelijk systeem niet sowieso een goed idee is, AI-wedloop of niet. Zo’n privacy-oplossing is niet van vandaag op morgen ontwikkeld, maar als het er is, plukt iedereen er de vruchten van – burgers, overheden en bedrijven.

Wie denkt er met me mee?