Digital business

Innoveren? Werk slimmer en creatiever

0

Wil je voorop blijven lopen? Dan wordt creatief ondernemerschap steeds belangrijker. Hoe kun je echt het verschil maken voor klanten? Hoe kun je originele ideeën bedenken waar de markt ook echt op zit te wachten of om je eigen processen te verbeteren? Door continu te innoveren, kun je slimmer werken. En daar is creativiteit voor nodig. Betrek hier vooral ook je klanten en medewerkers bij want die barsten van de goede ideeën.

Slimmer werken? Dat willen we natuurlijk allemaal. Daarom was ik ook erg nieuwsgierig naar het Work Smarter evenement van Teamleader waar sprekers zoals Annemarie van Gaal, Ben Tiggelaar en Charlotte van ’t Wout op het programma stonden.

Weet wat de markt wil

Annemarie van Gaal bouwde in de jaren 90 een media-imperium op in Rusland. Toen ze daar begon, kende ze de Russische markt helemaal niet en had dus geen flauw idee op welke tijdschriften de Russische bevolking zat te wachten. Daarom nodigde ze iedere vrijdag een delegatie van ‘bladenjongens’ uit voor een lunch op kantoor. Dit waren jonge jongens van 13-14 jaar die de tijdschriften verkochten. Deze jongens mochten mee beslissen over de artikelen, titels en covers. Wat verkoopt het beste?

In die tijd heeft ze met haar mediabedrijf bijna alle marketingawards in de wacht gesleept die er te winnen waren. Maar dit hadden ze vooral te danken aan die focusgroepen, aan de input en de innovatieve ideeën van die bladenjongens. Grote concurrerende mediabedrijven hebben het niet gered in Rusland, ‘want je legt je lot toch niet in de handen van jongetjes van 13-14 jaar?’ Maar die jongens hadden hetzelfde belang als de uitgeverij, ze wilden ook zoveel mogelijk tijdschriften verkopen.

Van Gaal benadrukt hoe belangrijk het is om je doelgroep heel goed te kennen. Als je weet wat ze willen én hoe je ze kunt bereiken, kun je de juiste ideeën ontwikkelen. Werk met klantfocusgroepen om er zeker van te zijn dat je producten of diensten ontwikkelt die de markt ook daadwerkelijk wil kopen.

Focusgroepen

De focusgroepen gebruikt Van Graal nu nog steeds bij de bedrijven waarin ze investeert. Bijvoorbeeld bij een tassenbedrijf. In deze branche werken ze standaard met een vaste marge. Dus het bedrijf bepaalt wat de kostprijs is, zet daar een marge op en dat is de verkoopprijs. Nu werken ze veel innovatiever, en daardoor slimmer. Dat levert namelijk veel hogere marges op. Ook wordt er efficiënter geproduceerd, wat een stuk duurzamer is.

Zo maakt het bedrijf nu vier keer per jaar een monstercollectie en nodigt dan een delegatie van tassenverkopers uit. Deze focusgroep mag aangeven wat ze denken dat de verkoopprijs van zo’n tas zou moeten zijn. Hierdoor zijn de verkoopmarges op de tassen hoger. Stel dat de focusgroep aangeeft dat de verkoopprijs 80 euro mag zijn (maar in de standaardcalculatie zou dit slechts 60 euro zijn) dan wordt zo’n tas voor 80 euro in de markt gezet in plaats van voor 60 euro.

Maar het bedrijft neemt daarnaast bepaalde tassen niet meer in productie. Als de focusgroep aangeeft dat de verkoopprijs van een tas 35 euro mag zijn, maar uit de calculatie blijkt dat deze 45 euro moet kosten, dan wordt die tas niet in productie genomen. Voorheen zou het bedrijf alle tassen geproduceerd hebben. Dus ook de tassen die slecht verkochten en die ze in de uitverkoop moesten proberen te slijten. Ze werken nu een stuk duurzamer: ze maken 30 procent minder tassen – en behalen daarmee een hogere omzet.

Ook Ben Tiggelaar heeft een focusgroep gebruikt voor zijn boek: Domen, Durven, Doen. Hij liet een aantal prototypes maken van de cover. Vervolgens nodigde hij een focusgroep uit die de uiteindelijke cover gekozen heeft. En de rest is geschiedenis: het boek is een enorme bestseller geworden. Nodig je klanten uit en laat hen meebeslissen. Dan maak je iets wat je klanten ook echt willen.

Stimuleer creativiteit

Maak er een vaste gewoonte of routine van om feedback te vragen. Dus iets wat je altijd doet, en niet alleen als je klanten nodig hebt, zegt Ben Tiggelaar. Creativiteit is steeds belangrijker. Maar innoveren kan alleen als je daar ook echt de tijd en ruimte voor neemt. Als je hier ook een routine van maakt en mensen ook de ruimte geeft om nieuwe ideeën te bedenken en te ontwikkelen.

Tiggelaar vertelt een anekdote over een makelaar die zelfs tijdens de recessie genoeg klanten had, terwijl de meeste collega-makelaars het zwaar hadden.Deze makelaar vertelde zijn geheim: hij belt altijd potentiële kopers terug als een huis al verkocht is. En hij neemt altijd contact op als er een vergelijkbaar huis te koop komt. Je zou denken dat dit toch gewoon service is? Maar de meeste makelaars doen dit blijkbaar alleen in tijden van recessie, dus als ze klanten nodig hebben. Anders nemen ze de moeite niet om dit te doen. Bij deze makelaar was dit een vaste routine in het bedrijf. Iets wat hem op de lange termijn dus goodwill en klantenbinding oplevert.

Dit herken ik van uitzendbureaus. Die zijn vaak ook alleen heel erg voor je in de weer als ze een kandidaat zoeken voor die ene functie of voor die ene interim-klus. Voor de rest hoor je ook niks meer, tenzij je zelf weer contact opneemt. Uiteindelijk draait het allemaal om relaties en het guneffect. Als je mensen aandacht geeft en goede service, dan bouw je relaties met hen op en zullen ze ook eerder zaken met jou doen.

Geef medewerkers de ruimte voor creativiteit

Het is goed om te innoveren en continu nieuwe ideeën te bedenken. Daar kun je behalve je klanten, ook je medewerkers bij betrekken. Die barsten vaak van de goede ideeën. Maar die delen ze alleen als ze zich veilig genoeg voelen. Dus het is belangrijk om als werkgever een veilige werkomgeving te creëren waar medewerkers ideeën durven te delen.

Vaak zie je nog dat mensen maar wat zitten te knikken tijdens een vergadering omdat ze geen flauw benul hebben waar het over gaat, maar dit niet durven te vragen. Bang dat ze daarop aangekeken worden en een flater slaan. Maar als je niet weet waar het over gaat, kun je ook geen bijdrage leveren. Ook hoor je vaak nog dat medewerkers ‘wel met ideeën mogen komen, mits het goede ideeën zijn. ;)’ Maar juist als medewerkers zich veilig genoeg voelen om alles te zeggen, en ook ‘gekke’ ideeën te delen, kan dat leiden tot de beste innovaties. Je weet nooit wat voor mooie ontwikkelingen hieruit voortkomen!

Volgens Tiggelaar zou je medewerkers juist moeten faciliteren om nieuwe creatieve ideeën te bedenken. Door ze daar ook de tijd en de ruimte voor te geven en dat kun je als volgt doen:

  • 70 procent werken in het bedrijf.
  • 20 procent verbeteren van de business.
  • 10 procent gekke nieuwe ideeën bedenken.

Innovatie vereist gedragsveranderingen

Je kunt wel een goed idee hebben, maar als je er niks mee doet, blijft het een idee. Innovaties moet dus ook nog geïmplementeerd worden. En dat vereist vaak veranderingen. Maar veranderingen zijn niet altijd gemakkelijk. Gewoontegedrag speelt bij veranderingen een belangrijke rol, volgens Tiggelaar. Vaak wordt zo’n verandering alleen meegedeeld en krijgen medewerkers een korte uitleg. ‘Vanaf nu gaan we het zus en zo doen.’ En dan vinden werkgevers het vreemd dat die veranderingen niet werken! Maar die verandering kost tijd. Mensen moeten nieuw gedrag aanleren.

Daarom is het goed om doelen te stellen. Je bepaalt dus welk resultaat je wil nastreven. Bijvoorbeeld ‘ik wil meer plezier in mijn werk’. Dan bepaal je welk gedrag daarvoor nodig is dus. Bijvoorbeeld: ik begin elke werkdag met het uitschakelen van mijn telefoon en mijn e-mail, en werk eerst een uur aan taken die ik belangrijk vind. En dan heb je ook nog support nodig, ondersteuning om dit gedragsvoornemen ook uit te voeren. Zo zou je een briefje op je bureau kunnen leggen of bij kunnen houden of je je ook aan dit voornemen gehouden hebt. Hierdoor zorg je ervoor dat het ook een goede gewoonte of routine wordt.

Die support-prikkels helpen om gedrag te veranderen. De directe omgeving is belangrijk. Hoe kun je dit gewenste gedrag ondersteunen? Als je wil dat collega’s meer overleggen, zet ze dan zo dicht mogelijk bij elkaar. En als je een betere manager wil worden, houdt dan intervisies met andere managers. Maar ook met fysieke prikkels kun je veranderingen stimuleren. Denk maar eens aan de gemarkeerde looppaden in een fabriek om de werkomgeving veiliger te maken. Veranderen is een leerproces.

Als je innovaties wil implementeren, kijk je wat je wil veranderen. Je kiest je doel, vertaalt het naar gedrag en je kiest je support. Vervolgens zorg je dat eerst de support op orde is, daarna probeer je het nieuwe gewenste gedrag uit en zo werk je toe naar je doel.

Ruimte voor creativiteit loont

Creativiteit zorgt ervoor dat je nieuwe kansen ziet en oplossingen voor problemen bedenkt. Dus bedenk nieuwe concepten en zorg voor een omgeving waar medewerkers zich veilig genoeg voelen om hun ideeën te delen. Zorg dat je ook weet wat je doelgroep wil en wat het voor hen waard is. Betrek je doelgroep en je medewerkers dus zo veel mogelijk bij je innovaties, want die hebben vaak creatieve ideeën en oplossingen. En neem vervolgens ook de tijd om deze veranderingen in te voeren.