De volgende generatie corporate website

  • Leestijd: 4 minuten

Op 14 november was ik uitgenodigd om een presentatie te houden voor Generation-Next. Het thema “generatie” inspireerde me om na te denken over generaties van corporate websites. Als we denken in termen van generaties; hoeveel zijn er dan? En wat is de volgende generatie? Een goede breinbreker en hierover had ik 40 powerpoint slides voorbereid. De 40 slides overpeinzend bedacht ik me dat het Generation-Next publiek tóch beter bediend zou worden met een praktijk case. Exit generation slides dus. Enter nieuwe Frankwatching post.

Corporate websites
Je kunt een corporate website op verschillende manieren definiëren. In de strakke definitie is een corporate website de online omgeving van grote bedrijven waar typische corporate stake- en shareholders bediend worden. Denk aan investeerders, de pers en potentiële werknemers. group.tnt.com is een goed voorbeeld van een corporate website, die aan deze definitie voldoet. Een andere definitie van een corporate website is een B2B website.

Ik gebruik de meest ruime definitie. Een corporate website is de website van een (middel)groot bedrijf, die naast het online kanaal nog andere kanalen inzet in de bedrijfsvoering. Je zou deze websites ook business of enterprise websites kunnen noemen, maar corporate website is een veelgebruikte term.

Hoeveel generaties kunnen we onderscheiden ?
Een generatie is altijd gebonden aan een tijdsperiode. Daarnaast kunnen we een generatie een set van eigenschappen toekennen. Tot slot kent een generatie vaak iconen en wordt het begin of einde van een generatie soms gekenmerkt door een “grote gebeurtenis”. Dit overwegende kom ik op drie generaties.

De eerste generatie: het ‘visitekaartje’
1996 was het jaar dat het internet tot de consumentenmassa begon door te dringen. We hadden een inbelverbinding en elke tik kostte geld. Corporate websites waren nog nooit ontworpen en dit was te merken. De afwezigheid van conventies en online design patterns leidde enerzijds tot de meest wilde vormen van ontwerp en anderzijds tot kopieën van andere media (bv papier). Voor de meeste gebruikers was het bezoek van een corporate website geen pretje. Veel bedrijven zagen hun eigen website als een visitekaartje: je moet er één hebben. Een belangrijk technisch kenmerk van deze generatie is de afwezigheid van scheiding van content en vorm. In veel gevallen was er geen Content Management Systeem (CMS) gekoppeld, zodat de content niet los te beheren was.

De eerste website van KPN

De eerste website van KPN

De tweede generatie: de ‘portal’
Omstreeks 2002 was er sprake van een keerpunt. Met het barsten van de internetbubbel in 2000-2001 was er een harde les geleerd. Internet was geen dure speeltuin, maar iets wat je serieus moet nemen. Google begon als zoekmachine snel terrein te winnen en vanaf 2002 kwamen zogenaamde web2.0 sites op als paddenstoelen. Steeds meer applicaties werden web-based.

Ook corporate websites werden serieus genomen. Er werd veel aandacht besteed aan het (interactie) ontwerp en technisch werd de boel ‘op orde’ gebracht. CMS-en werden geïmplementeerd en vorm en content werden (dus) gescheiden. Bedrijven realiseerden zich dat hun eigen website een serieus kanaal was geworden. De corporate website werd gezien als het startpunt van alles wat met het bedrijf of (liever) de producten van het bedrijf te maken had. Er werd heel veel aandacht besteed aan het genereren van traffic naar de corporate portal. SEO en SEA (zoekmachine optimaliseren en adverteren) waren hierbij vaak erg belangrijk.

De volgende generatie: de website as a ‘service’
In mijn visie vormt 2008 een schakeljaar naar de volgende generatie corporate websites. Niet alleen omdat de periode (ongeveer 6 jaar) gelijk is aan de vorige en er nu ook sprake is van een economische neergang. Als je een blik werpt op het aanbod van corporate websites, kan je stellen dat de meeste corporate websites momenteel een redelijk goed ontwerp hebben, een goed CMS en een degelijke content-organisatie. Hiernaast zie je de eerste tekenen van een nieuwe generatie.

Deze generatie zou ik willen omschrijven als de website as a service. De gedachte van een portal waar traffic naartoe moet worden geleid, maakt plaats voor de gedachte dat je moet zijn waar de doelgroep is. De corporate website versplintert en men zal de komende jaren meer en meer zien dat kernfuncties buiten de eigen websiteomgeving te gebruiken zijn. Daar waar de aanwezigheid op het web nu is beperkt tot de eigen website, zullen er meer en meer ‘outposts’ op het web worden gecreëerd door bedrijven. Denk aan YouTube kanalen, SlideShare omgevingen, communities etcetera.

Bol.com op Hyves

Bol.com op Hyves

Zonder heel technisch te worden, zullen steeds meer corporate websites gebruik maken van data van derden (middels API’s) en zelf ook openstaan voor derde partijen om iets te doen met de data of content van het bedrijf. Een teken van het nut hiervan kwam enkele weken geleden van de iPhone applicatie Trein, die gebruik maakte van data van de NS. De corporate website van de NS fungeert hierbij dus (ongewild) als ‘service’. Een ander voorbeeld is het verlanglijstje van Bol.com op Hyves (zie afbeelding).

Deze gedachte volgend is het in de toekomst mogelijk dat een bedrijf als bijvoorbeeld Vodafone een API heeft en toestemming aan andere partijen verleent om functionaliteiten te ontwikkelen die gebruik maken van Vodafone data of content. De ze “third party” functionaliteiten kunnen best op de eigen corporate website worden gebruikt. De persoonlijke omgeving van corporate websites zal hierbij een steeds belangrijkere rol gaan spelen.

Is het wat, beste Frankwatching lezer ?
De corporate website wordt redelijk vaak besproken hier op Frankwatching en is aan menige discussie onderhevig. Ik ben erg benieuwd wat je vindt van deze driedeling en typering van corporate website generaties. Mis ik er één? Is de tijdsindeling wel goed? Zijn er betere namen te verzinnen? Ik hoor het graag!

En tot slot voor de geïnteresseerden: de slides die ik heb geschrapt uit de Next Generation presentatie.

Freek Bijl is internet strateeg bij eFocus en blogt ook op Bijlbrand.