Een nieuw geluid: online filmmaken

0

Met de ontwikkelingen van online media staan hedendaagse filmmakers voor vergelijkbare revolutionaire veranderingen als hun collega’s uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Toen kon de film opeens praten, nu gaat de film online. Een blik op de toekomst van cinema… dichterbij dan ooit.

You Suck at Photoshop

Op 21 december in 2007 verscheen er een filmpje op YouTube: ‘You Suck at Photoshop: Distort, Warp and Layer Effects’, gemaakt door ene Donnie Hoyle. In de maanden daarna verscheen er regelmatig een nieuwe aflevering, totdat de serie na 10 afleveringen op 31 oktober 2008 stopte.

You Suck at Photoshop behoort tot het genre ‘instructiefilmpjes’. Je ziet on screen allerlei handelingen uitgevoerd worden en hoort daarbij de stem van de expert. Saaie en langdradige filmpjes – meestal puur voor de geïnteresseerde technofreak. Zo ook deze Donnie Hoyle: met een verveelde zeurstem legt hij wat technieken uit, en laat routineus zien hoe dat in z’n werk gaat. Alleen – na verloop van tijd – begint de betekenis van de filmpjes te kantelen. Donnie geeft terloops steeds meer informatie prijs over zijn privéleven en verwerkt onbewust heel wat frustraties in zijn uitleg.

donnie-hoyle

You Suck at Photoshop verandert geleidelijk in een tragikomische dramaserie met het personage Donnie Hoyle in de hoofdrol. Een sitcom – vermomd als instructiefilm – over het slechte huwelijk van Donnie, de perikelen rond zijn werkloosheid en zijn teleurstellingen in het leven. Het gaat van kwaad tot erger (ruzie, ontslag, overspel). En de kijker construeert ondertussen eigenhandig het levensverhaal van Donnie – tussen de regels door, verstopt achter de uitleg van weer een andere Photoshop-tool.

De eerste aflevering van You Suck at Photoshop heeft inmiddels meer dan 3 miljoen views op YouTube,. Ook won de serie een prestigieuze Webby Award voor de gecombineerde categorieën ‘Best How-To’ en ‘Best Comedy Series’.

De context van het kijken

Online media bieden nieuwe mogelijkheden voor film- en televisiemakers. Natuurlijk is het web een geschikte (en goedkope) plek om bestaand werk onder de aandacht te brengen van een groot publiek via bijvoorbeeld YouTube, Uitzendinggemist.nl, blogs, sociale netwerken, etc. Maar het web is meer dan alleen een distributiekanaal, zo bewijst You Suck at Photoshop wel. Het biedt mogelijkheden voor heel nieuwe vertelvormen.

Om Marshall McLuhan te citeren:

It is the framework which changes with each new technology and not just the picture within the frame.

De context van het kijken online verandert, en daarmee ook de betekenis van de getoonde films. Filmpjes staan embedded tussen allerlei andere content, de kijker heeft een versnipperde aandacht (want Twitter staat ook open, een e-mail komt binnen, hij/zij leest tegelijk een blogpost in een ander venster). En bovendien: de kijker kan op elk moment het filmpje wegklikken, doorspoelen of doorlinken naar gerelateerde filmpjes.

Is deze versnipperde aandacht een verbetering of toevoeging voor traditionele films? Niet per se. Maar biedt deze nieuwe kansen voor makers? Absoluut!

The medium is the message

Om te beginnen is er een nieuw onderwerp om films over te maken: de online media zelf. You Suck at Photoshop is een mooi voorbeeld van hoe vorm en inhoud elkaar daarbij versterken. Maar kijk bijvoorbeeld ook eens naar The Website is Down – een blik op het computerscherm van een webtechneut terwijl hij een klant online helpt.

In ons dagelijks online leven ervaren we heel wat conflicten, relaties en beslissingsmomenten. Nieuw terreinen waar lang niet altijd duidelijk is wat ‘goed’ of ‘fout’ is, of wat de persoonlijke gevolgen zijn. Een goudmijn voor filmmakers, lijkt me. Maar alleen als de traditionele vorm wordt losgelaten, en voor een vorm wordt gekozen die aansluit bij het onderwerp.

Een (inter)actief publiek

Interactiviteit is een lastig woord. In de praktijk betekent het meestal klikken op één van een beperkt aantal buttons om verder te gaan met het vooraf bepaalde verhaal. Multiple-choice storytelling verandert een film in een soort game, maar of dit wezenlijke interactiviteit is? Meer een gimmick…

Interessanter wellicht is de mogelijkheid om publiek online te activeren. De betrokkenheid van het publiek bij de film kan een heel concrete invulling krijgen. Bijvoorbeeld door online discussies of de mogelijkheid voor het publiek om zelf bij te dragen aan de film, of de film te remixen. Wat betekent het voor een film als het voorheen passieve publiek, nu actief kan zijn? Wat betekent dialoog voor een medium dat altijd alleen monoloog was?

De documentaire R.I.P.: A Remix Manifesto biedt het publiek de mogelijkheid om zelf de film aan te vullen en te hermonteren, zodat elke nieuwe vertoning van de film werkelijk een nieuwe vertoning is. Kijk voor wat resultaten daarvan op Open Source Cinema.

http://www.youtube.com/watch?v=9oar9glUCL0

Mobiel

Als we de cijfers van mobiel internet mogen geloven, staan we aan de vooravond van een revolutie. Mobiel internet is bijzonder, omdat het een ‘altijd-aan’, ‘altijd-verbonden’ cultuur creëert. Het publiek heeft altijd en overal toegang tot content en dus ook tot online films. Maar mobiel internet doet meer: het verbindt de fysieke ruimte met de virtuele ruimte. Het kan voor de online content uitmaken waar iemand staat. Layar maakt hier dankbaar gebruik van, net als deze campagne van de nieuwe Ford Ka.

Filmmakers hoeven niet meer voor lief te nemen dat kijkers samen in een donkere zaal zitten. Of thuis op de bank. Ze kunnen overal tegelijk zijn – in beweging. En beter nog: daar kunnen filmmakers gebruik van maken! De locatie van het publiek kan bepalend zijn voor de betekenis van de film.

Een film gericht op een mobiel publiek, kan datzelfde publiek dus op pad sturen en interactie laten aangaan met de plekken waar dat publiek zich bevindt. Location Based Mobile Cinema heet dat dan.

Het nieuwe geluid

In 1927 kwam The Jazz Singer in de bioscopen: de eerste speelfilm met synchroon geluid. De eerste pratende film – het filmlandschap was voorgoed veranderd. Geluid betrof niet slechts een toevoeging aan de bestaande vorm van zwijgende films. Het wezenlijke kenmerk van de films was veranderd: de techniek, de vorm én de betekenis. Veel sterren uit de zwijgende films konden hier niet mee omgaan en stierven een roemloos einde.

Geluid was niet op alle fronten een vooruitgang. Zeker in het begin waren de pratende films niet beter dan de oude zwijgende films. Ze waren vaak houterig, weinig visueel en veel minder inventief. Dat was te wijten aan de technische beperkingen, maar vooral ook aan het feit dat filmmakers een nieuwe vorm moesten zoeken. Toch, ondanks die terugval in kwaliteit, bleek de revolutie van geluid onontkoombaar en leidde het tot een nieuwe vorm van cinema die we tot op de dag van vandaag nog ervaren.

Zijn de online media het nieuwe geluid voor de cinema? Gaan we een periode van nieuwe vormen en van ontdekking tegemoet? Het lijkt erop. Of deze nieuwe vormen de oude gaan vervangen, zoals dat destijds met geluid gebeurde, is natuurlijk de vraag. Misschien blijven ze heel gezeglijk naast elkaar bestaan. Maar… zo dachten sommige filmmakers er de eerste jaren na 1927 ook over – en bleven halsstarrig zwijgende films maken. Het publiek bleef weg.

Om te voorkomen dat filmmakers net als die sterren van de zwijgende film eenzaam en vergeten achter blijven, moeten ze ermee aan de slag. Cinema is geen museum, maar een middel om publiek te bereiken. En dat publiek is nu online, waar dan ook…