Columns

Begrijpelijke taal

0

Het heeft het Openbaar Ministerie behaagd om af te dalen naar de aardse praat van het gewone volk. De grote baas Harm Brouwer beschikte dat officiers van justitie hun opwachting mogen maken in programma’s als RTL Boulevard. “Als ze tenminste wel de privacy van de slachtoffers en verdachten respecteren”, zei hij er nog wel bij. Daarmee maakt RTL Boulevard toch ook een historische stap. Het moet een ervaring zijn om mede-presentatoren te hebben die zorgvuldig omgaan met de persoonlijke omstandigheden van medeburgers.

RTL Boulevard krijgt dagelijks tegen de miljoen kijkers. En onder de vaste gastpresentatoren bevinden zich ook advocaat Bram Moskowicz en misdaadverslaggevers Peter de Vries en John van de Heuvel. De rechterlijke macht is niet vertegenwoordigd, het openbaar ministerie net zo min. Aan het brede kijkerspubliek worden ingewikkelde juridische constructen op een begrijpelijke, populaire manier toegelicht. Men spreekt de taal van één miljoen kijkers, en dat is een taal die je moet leren spreken.

De beslissing van Harm Brouwer om gastsprekers aan RTL Boulevard ter beschikking te stellen is een bewijs van de macht van de grote getallen, de macht van de kijkcijfers. De meningen van de aanklagers mogen nu gehoord worden, ook rechters zullen het podium in de studio betreden. En nu maar hopen dat het begrijpelijke taal is die gaat worden gesproken, dat er niet een al te groot gat geslagen is tussen de spreektaal van de boulevard en de vocabulaire van de staande en zittende magistratuur.

Vorige week kwam er een plaats vrij, in het tehuis voor Mensen Die Het Niet Helemaal Meer Weten (MDHNHMW). Een vrije plek in de gesloten afdeling. Ter bescherming van de MDHNHMW moet er een officiële rechter aan te pas komen en krijgen ze ook een advocaat toegewezen. Dat is allemaal zorgvuldig. De Mens waar ik het over heb is heel dikwijls de weg kwijt, en soms eventjes niet. Na de eerste paar dagen in het tehuis kwam onverwacht en onaangekondigd de rechter op bezoek. De volgende dialoog speelde zich af. Ingekorte versie:

Rechter: “Wilt u naar huis?
Mens: “Ja, dat wil ik”
Rechter: ”De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat u hier moet blijven.”
Mens: “Wat zeg je nou?”
Rechter: “Ik wil niet dat u mij tutoyeert”.
Mens: “Ik begrijp je niet, ik snap niet wat je zegt”.
Rechter: “Nogmaals: ik wil niet dat u mij tutoyeert. Ik hoor van uw advocaat dat u naar huis wilt”.
Ja, ik wil naar huis. Ik ben trouwens zelf ook advocaat”, zegt de mens die weliswaar ooit rechten studeerde maar nooit advocaat was. Hij weet het allemaal niet meer, daarom juist belandde hij in dit tehuis.
Dan weet u dus precies waar ik het over heb”, zegt de rechter voldaan. Hij pakt zijn papieren en laat de Mens in complete verwarring achter.
Zitting gesloten, de rechter gaat naar huis. Afdeling gesloten, de Mens blijft binnen.

Het wordt blijkbaar heel hoog tijd, dat ook rechters eens gaan oefenen in het bezigen van begrijpelijke taal. Sans rancune. Als u begrijpt wat ik bedoel.

Deze column is eveneens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.