How to, Reportages, Strategie

De nieuwe webrichtlijnen: hoe pas je ze toe?

0

De WCAG 2.0 en Webrichtlijnen 2 hebben een nieuwe versie gekregen. Ze stonden centraal tijdens de tweede editie van het Nationaal Congres Digitale Toegankelijkheid (NCDT) op 20 juni 2013 in vergadercentrum Domstad in Utrecht. De Webrichtlijnen 2 zijn technologieonafhankelijk. Dit houdt in dat je iedere techniek mag gebruiken, dus ook bijvoorbeeld Javascript, mits je het op een toegankelijke manier toepast.

Dagvoorzitter Francisco van Jole zorgde ervoor dat de dag gesmeerd verliep. De Webrichtlijnen staan helaas bekend als een zeuronderwerp, maar wat mij betreft bewees dit congres het tegendeel. Tijdens het congres werd veelal een brug geslagen met andere online innovaties en werd niet alleen gekeken naar accessibility, maar ook naar usability en findability.

WCAG en Webrichtlijnen: de terminologie

Iacobien Riezebosch is adviseur op het gebied van digitale toegankelijkheid. Zij heeft zich volledig gespecialiseerd in WCAG 2.0 en de Webrichtlijnen 2. Daarom is zij de aangewezen persoon om ons precies te vertellen hoe de terminologie in elkaar zit. Misschien droge kost, maar wel noodzakelijk om allemaal over hetzelfde te praten.

De WCAG-richtlijnen zijn opgesteld door het W3C. De Nederlandse uitwerking van deze richtlijnen zijn de Webrichtlijnen. Volgens Raph de Rooij is het doel om ‘zeker te stellen dat iedereen succesvol gebruik kan maken van online beschikbare informatie en diensten’. Het middel is de Webrichtlijnen versie 2.

Vijf basisprincipes

De Webrichtlijnen gaan uit van vijf basisprincipes: waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk, robuust en universeel. Onder deze basisprincipes hangen richtlijnen. En per richtlijn zijn er weer diverse succescriteria. In totaal zijn er 51 succescriteria. Per criterium zijn er verschillende technische manieren mogelijk om ze te realiseren. Dit maakt de webrichtlijnen technologie-onafhankelijk.

Iacobien

Veranderingen Webrichtlijnen 1 en Webrichtlijnen 2

Met de ‘nieuwe’ Webrichtlijnen is er veel meer mogelijk. Een website hoeft bijvoorbeeld niet meer zonder Javascript te werken, of zonder iFrames. Doordat de opgestelde richtlijnen technologie-onafhankelijk zijn, zijn ze ook geschikt voor toekomstige technologieën.

Toegankelijke PDF-bestanden

In de Webrichtlijnen worden aan PDF-bestanden dezelfde eisen gesteld als aan webpagina’s. Let dus bij het plaatsen van PDF-bestanden ook op duidelijke links, een duidelijke leesvolgorde en een goed contrast. Wie aanwezig was bij de sessie van Bram Duvigneau, die zelf blind is en demonstreerde hoe hij op de gemeentewebsite zocht waar hij zijn hond mag uitlaten, vergeet nooit weer zijn PDF-bestanden te controleren op toegankelijkheid.

Pas toe of leg uit

Uiterlijk op 1 januari 2015 moeten alle overheden in Nederland voldoen aan de Webrichtlijnen. Tijdens het congres komt het begrip ‘Pas toe, of leg uit’ nogal eens naar voren. Het blijkt dat je wel een hele goede reden moet hebben om de Webrichtlijnen niet toe te passen. Je kunt namelijk alleen afwijken als er sprake is van een reden van bijzonder gewicht én als die afwijking wordt vastgelegd en verantwoord in het jaarverslag.

Volgens de blinde cabaretier en schrijver Vincent Bijlo, die de dag op spetterende en humoristische wijze afsloot, is het allemaal wat te vrijblijvend en niet vanzelfsprekend genoeg om te voldoen aan de richtlijnen. Hij zou graag consequenties verbinden aan het niet implementeren van de Webrichtlijnen: “Pas toe, of boetes bij toeteren in de bebouwde kom!”

Hoe krijg je kaartinformatie toegankelijk?

Thijs Brentjens vertelt hoe je informatie die je op een kaart presenteert, toch toegankelijk kunt maken. Op veel websites staat contactinformatie met een routebeschrijving in Google Maps. Hoe zorg je ervoor dat iemand die deze kaart niet kan zien, toch de informatie tot zich kan nemen? Heel simpel is dit op te lossen door te kijken of je vanuit de aanwezige HTML de kaart kunt ‘opbouwen’. Als alternatief voor de kaart, is dan een lijst zichtbaar met alle adressen.

Thijs Brentjens

Een kaart is een middel, geen doel op zich

Valkuil bij het weergeven van informatie op een kaart is dat er vaak onnodige gegevens worden gepresenteerd. Of dat de kaartfunctionaliteit al veel knoppen heeft ‘en dus zetten we ze er allemaal op’. Of dat een deel van de functionaliteit alleen kan worden gebruikt als je een muis hebt. In de praktijk gebeurt het vaak dat iemand uit de organisatie een tabel met data aanlevert en dat er vervolgens manieren worden gezocht om deze informatie te presenteren.

Maar eigenlijk moet je een stap terug doen en kijken naar de vraag van de eindgebruiker. Een voorbeeld: de eindgebruiker hoeft niet alle aanvragen voor vergunningen in zijn gemeente te bekijken, de eindgebruiker heeft vragen als ‘Gaat mijn buurman een enorme dakkapel op zijn huis bouwen?’ en ‘Is mijn straat afgesloten in verband met festiviteiten?’. Beperk je data en functionaliteit dus ook alleen tot deze vraag. Dat is ook stukken makkelijker toegankelijk te maken.

De nieuwe Webrichtlijnen bieden kansen voor het presenteren van kaartinformatie. Javascript mag weer worden gebruikt, mits toegankelijk. Dit is erg handig voor interactieve kaarten. Er komen standaard alternatieven die kunnen worden gebruikt.

Toegankelijke apps

Marco Langendam en Tom Hessels geven een demonstratie van de app van 9292. Apple-apparaten kunnen ‘praten’ en de werking van het touchscreen verandert drastisch als je de voice-over aanzet. Het vergt even oefening om hiermee te kunnen werken, bepaalde veegbewegingen hebben een betekenis. Mocht je dus per ongeluk je telefoon op deze stand zetten, dan is het vrij lastig om dit weer ongedaan te maken.

Tom Hessels is zelf blind en laat ons zien hoe hij met behulp van zijn telefoon en met de app van 9292 nooit meer hoeft te vragen hoe laat de bus of trein gaat. Erg indrukwekkend om te zien hoe nieuwe technologie en toegankelijkheid in het geval van Tom voor zelfstandigheid heeft gezorgd.

Accepteer cookies

Online innovaties en toegankelijkheid

Ferry den Dopper bespreekt met ons nieuwe ontwikkelingen op online gebied, en hoe deze toegankelijk te maken. Anno 2013 worstelen we namelijk nog steeds met het toegankelijk maken van de principes van web 2.0. Bijvoorbeeld een twitterfeed op je homepage? Leuk, maar niet toegankelijk. De links zijn niet begrijpelijk, er is geen taalwissel en afkortingen worden niet verklaard.

Ferry den Dopper

Content & mobile

Ook zijn anno 2013 nog lang niet alle websites geschikt voor smartphones of tablets. Helaas zijn er nog altijd websites die je naar de desktop dwingen, naar een app dwingen, of waarbij je gewoon de volledige website in beeld krijgt. Ook zijn er organisaties die het advies van usability-expert Jacob Nielsen (april 2012) volgen, door een compacte microsite te ontwikkelen met de ‘toptaken voor onderweg’.

Vraag is echter of de mobiele context gericht is op een ‘onderweg’-situatie. Uit Amerikaans onderzoek (juni 2012) blijkt onder meer dat:

• 31% van alle mensen die mobiel internet hebben, het web ook primair benadert via mobiel;
• 60% van de mensen met een inkomen onder de $25.000 geen pc heeft, maar wel een smartphone;
• 86% van de mensen mobiel internet gebruikt tijdens het TV-kijken;
• en 90% van de mensen zijn taken op device A start en het afmaakt op device B.

De mobiele context

Kun je dan wel spreken van een mobiele context gericht op ‘onderweg’? En hoe toegankelijk is het eigenlijk om een deel van je informatie weg te laten op een device wat door zoveel mensen wordt gebruikt? Karen McGrane zegt hierover: “Denk niet dat jij kunt voorspellen welk deel van de content mensen zullen gebruiken op hun mobiel.”

Een responsive website lijkt een logische stap. Brad Frost zegt: “Als een gebruiker bij een webpagina kan komen op een PC, moet hij dezelfde pagina op dezelfde URL kunnen bereiken op mobiel.”

De juiste informatie op het juiste moment

Naast responsive design, zit er toekomst in adaptive content: het aanbieden van relevante content afhankelijk van de context van de gebruiker. Een voorbeeld is Google Now.

Het organiseren van je webredactie

De sessie van Wiep Hamstra en Henk Boeschoten gaat over het organiseren van een webafdeling. Webwerk is geen lopende-band-werk, waarbij de webredacteur op het einde van het proces een berichtje controleert op taal en plaatst. Of op het einde van het proces nog ‘even alle PDF’s omzet naar toegankelijke PDF’s’. Als je zo werkt, dan zit je nog steeds vanuit een verouderd model te kijken naar web.

Webgovernance

Wat je wel nodig hebt, is kwaliteit. En hoe ga je dit bereiken? Door je webteam professioneel te organiseren. Webgovernance is het sleutelwoord. Met webgovernance besteed je je kostbare tijd aan het nemen van de juiste beslissingen. En niet over wie waarover een beslissing mag maken. Je bestuurt als het ware de ‘regels’.

Door webgovernance te regelen heb je geen gedoe meer over wie nu ‘eigenaar’ is van de website en het proces: de inhoudsdeskundige of toch de communicatieafdeling? Een voorbeeld waar de governance goed is geregeld, is de Elfstedentocht. Het is volstrekt helder hoe het proces verloopt en wie uiteindelijk de beslissing neemt of de tocht der tochten wel of niet doorgaat.

Aan de slag?

Ga je aan de slag met het toepassen van de Webrichtlijnen 2 in jouw organisatie? Jeroen Hulscher presenteerde tijdens het congres het ‘Toepassingskader Webrichtlijnen’, geschreven in opdracht van het ministerie van BZK. In dit toepassingskader zijn de 51 succescriteria omgezet naar een leesbare handleiding. De handleiding verschijnt eind volgende maand.