Columns

Hoe reageer je op online racisme?

0

Het is een vraag waarmee ik al langer mee worstel: hoe reageer je op online racisme? En dan doel ik niet op trollen die racisme als instrument gebruiken om te zieken. Trollen hebben een eigen logica en zijn vaak onbenaderbaar. Ik bedoel mensen die direct discrimineren (‘Marokkanen komen mijn zaak niet in’) of indirect (‘Iedereen die gebrekkig Nederlands praat, komt mijn zaak niet in’).

Het Verenigd Koninkrijk tegenover Nederland

De vraag werd opnieuw actueel door de zwartepietendiscussie en de reacties van sommige mensen op de selfie van enkele donkere Oranje-spelers.

Het ene uiterste om hierop te reageren, is om bij elke verdachte uiting politiek correct ‘Dit is racisme!’ te roepen. Dit is de meest gangbare manier van doen in het Verenigd Koninkrijk – ik volg hierin de analyse van Adrian Hart. Het officiële dogma aldaar is dat iedereen racistisch is, bewust of onbewust. Institutioneel racisme bestaat en moet als zodanig erkend worden. Volgens dit dogma moet elke schijn van racisme gemeld en hard bestreden worden. Indien er te weinig racisme gemeld wordt, bijvoorbeeld op scholen, komt een inspectie langs om scholing te geven in het herkennen van racisme.

Als gevolg van deze aanpak is bijna iedereen in het Verenigd Koninkrijk overgevoelig voor rassenkwesties. Ook voelen zeer veel mensen een identiteit verbonden met hun ras, hetzij als slachtoffer (veel leden van etnische minderheden), als superieure bewaker (veel leden van de witte elite), of als niet-erkend slachtoffer (veel leden van de witte arbeidersklasse).

In Nederland lijken Quinsy Gario en de zijnen de weg van het VK te bewandelen. Het andere uiterste is om discussies over racisme en sociale uitsluiting uit de weg te gaan en alle uitingen die racistisch lijken af te doen als incidenten. Dit lijkt de standaardreactie in Nederland.

Foto: Onno Hansen

Foto: Onno Hansen

Wat zegt de wet?

Als we kijken naar het juridisch kader van racisme, dan komen we allereerst uit bij artikel 1 van de Grondwet:

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Uitwerkingen van dit artikel volgen in de Algemene wet gelijke behandeling en in leden van het artikel 137 van het Westboek van Strafrecht. Kort samengevat: mensen mogen niet beledigd worden op grond van hun etnische achtergrond, er mag niet tegen hen opgeroepen worden tot haat of geweld, er mogen geen beledigende teksten of voorwerpen verspreid worden en deze activiteiten mogen ook niet ondersteund worden. In het geval dat iemand zich beroept op de vrijheid van meningsuiting, moet er gekeken worden wat zwaarder weegt: dit fundamentele recht of de leden van artikel 137? In de praktijk krijgen de leden van artikel 137 meestal voorrang.

De zwartepietendiscussie gaf aan hoe weinig houvast het recht biedt als wij duidelijk willen krijgen wat racistische uitingen zijn en wat niet. Zo werd er in eerste aanleg door de Rechtbank van Amsterdam bepaald dat Zwarte Piet ‘een negatieve stereotypering van zwarte mensen’ is. En: ‘Omdat sprake is van een zekere mate van ernst, leidt dit ook tot een inbreuk op het privéleven.’ De Snijtafel analyseert deze uitspraak.

Maar in hoger beroep werd, met dezelfde rechtsartikelen als kader, deze uitspraak vervolgens nietig verklaard.

Tussen de twee extremen

Laten we daarom terugkeren naar de praktijk en de twee uitersten om op (vermeend) racisme te reageren: Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De valkuil van het onder het tapijt vegen van racisme (zoals in Nederland gebeurt), zagen we tijdens de zwartepietendiscussie. Omdat er geen kader is, kregen de meest extreme opinies vrij spel – en dat terwijl deze meningen slechts gedragen worden door kleine minderheden. Haatdragende berichten en doodsbedreigingen waren het gevolg.

Door alles als racisme te zien, blijft er slechts empathieloos wantrouwen over, dat communicatie tussen de verschillende bevolkingsgroepen onmogelijk maakt.

De valkuil van het alles bekijken door een racisme-bril zagen we bij de beruchte MH-17 tweet van Quinsy Gario: ‘White lives matter more than brown ones’. Door alles als racisme te zien, blijft er slechts empathieloos wantrouwen over, dat communicatie tussen de verschillende bevolkingsgroepen onmogelijk maakt.

Wat mij betreft hebben we, lerend van deze extremen, een kader nodig dat de interpretatie van wat racisme is en de reactie daarop, niet aan extremisten over laat. In dit kader speelt etnische achtergrond een rol (anders dan het Nederlandse extreem), maar is het niet het enige element dat van belang is (anders dan het Britse extreem).

hands-black-white-fotolia

Mijn voorstel

Ik stel voor om uit te gaan van identiteiten als een verzameling van etiketten die wij zelf op ons plakken en die anderen op ons plakken. Deze etiketten kunnen etnisch zijn, maar even zo goed gerelateerd zijn aan geografie, demografie, karaktereigenschappen of wat wij maar willen. Deze etiketten hoeven geen samenhangend geheel te vormen. Volgens Zygmunt Bauman (in zijn boek Identity, aff.) kunnen we de puzzelstukjes van onze identiteit elke keer zo leggen zoals wij dat op dat moment willen. Derhalve kunnen we prima ‘moslimhomo’ zijn of Brabantse Rotterdammer.

Als overkoepelend dogma stel ik voor om niet institutioneel of onbewust racisme als uitgangspunt te nemen, maar diversiteit – begrepen als een rommelige en spannende plek waar wij, met al die etiketten, elkaar ontmoeten. Tijdens die ontmoetingen reageren wij op elkaar. Dat is wanneer er racistisch gereageerd kan worden, door negatief op een etiket te reageren of door a priori negatieve etiketten op anderen te plakken.

Dus dan is de vraag: hoe reageer je op mensen die op etnische etiketten (‘Marokkaan’) negatief reageren of bewust negatieve etnische etiketten op anderen plakken (‘kankerjood’)? Het gaat er dus niet om dat wij etiketten als zodanig plakken – dat is menselijk. Het gaat erom dat wij aan die etiketten een negatief oordeel kunnen geven of negatief geladen etiketten op anderen kunnen plakken.

Om leren gaan met anders-zijn

Hoewel ik partner ben in een Europees project over dit onderwerp (Talking about Taboos), vrees ik dat ik geen kant-en-klaar antwoord heb op de vraag hoe te reageren op online racisme. Mijn voorstel zou zijn dat wij de eis loslaten om ‘authentiek’ te zijn.

In de analyse van Zygmunt Bauman (in zijn boek Liquid Life, aff.) leven we in een hyper-geglobaliseerde consumptiemaatschappij waarin authenticiteit een reclameslogan geworden is. We zijn volgens Bauman geen waardige individuen met belangrijke tradities. We zijn angstige consumenten die in een permanente onzekerheid leven vanwege de snelheid waarmee alles zich ontwikkelt om ons heen. We moeten rennen om mee te blijven doen – of afglijden naar een punt waarin we permanent uitgesloten raken.

De enige manier voor Bauman om een beetje waardigheid te behouden in onze maatschappij, is door om te leren gaan met anders-zijn. We moeten in staat zijn een dialoog aan te gaan met anderen, te kunnen onderhandelen met anderen, tot begrip te kunnen komen met anderen en conflicten met anderen op te lossen.

Dialoog

In deze visie is het negatief beoordelen van etiketten of het plakken van negatief geladen etiketten een destructieve daad die het omgaan met anderen moeilijker maakt en onze waardigheid aantast. Mijn voorlopige antwoord op mijn vraag: alleen door een dialoog aan te gaan met anderen en met hen te proberen tot begrip te komen, kunnen we reageren op racistische uitingen.

Mijn antwoord sluit echter een dialoog met overtuigde racisten uit. Ik ben het daarin eens met antiracisme-activist Tim Wise, die in onderstaande video stelt: ‘Als we echt op een plek zijn waar er zoveel openlijke vijandigheid heerst (…) dan zal niets wat ik zeg (…) dit probleem oplossen’.

Vragen stellen

Mijn antwoord betekent dat, zelfs als ik een opmerking als racistisch beschouw, ik niet het negatief geladen etiket ‘racist’ plak op de persoon die de opmerking plaatst. Door expres een negatief etiket te plakken, zou ik zelf een destructieve daad begaan die het contact veel moeilijker maakt. Of, in het geval dat ik zou denken dat de persoon werkelijk racistisch is, zou ik een zinloze dialoog aangaan met een ideologisch overtuigd persoon.

Mijn antwoord betekent eerder dat ik vragen stel om te proberen te begrijpen. Dat dit antwoord in het bijzonder online niet effectief is, ondervond mijn vriend en kundig communicator Roy Voogd. Hij probeerde deze lijn van communiceren uit ten tijde van de zwartepietendiscussie. Maar hij werd, oh ironie, vaak beschuldigd van trollen als hij zich in discussies mengde.

Waar offline deze methode wel goed werkt, is het online behelpen. Daarom stel ik aan jou de vraag: hoe reageer jij op online racisme?

Foto en illustratie met dank aan Fotolia.