Onderzoek

24 uur lang alleen maar mogen chatten: zo reageren jongeren [experiment]

  • Leestijd: 6 minuten

Jongeren lijken verslaafd aan hun smartphone. In plaats van met elkaar te praten en elkaar aan te kijken, lijken jongeren liever online te zijn. Maar betekent dit dat jongeren in de nabije toekomst het contact met de werkelijkheid helemaal kwijtraken en alleen nog maar digitaal gaan communiceren? Dat zocht ik uit samen met het 3FM-programma Tussenuur. We daagden een klas met jongeren uit voor een experiment: 24 uur lang mochten de leerlingen met niemand praten, niemand aankijken of aanraken en alleen maar via WhatsApp chatten. De uitkomst was verrassend: bijna allemaal vonden zij het vreselijk.

Het 3FM-programma Tussenuur nodigde vorig jaar mijn vrouw, Beata Staszyńska-Hansen, en mij uit om als mad scientists experimenten te bedenken. Een van de thema’s waar wij zelf mee zaten, is dat jongeren steeds meer phubben: contact met anderen vermijden door zich achter hun mobiele telefoon te verschuilen. Uit onze onderzoeken bleek dat veel jongeren een probleem zeggen te hebben met spontaan reageren op situaties in de werkelijkheid. Uit andere onderzoeken bleek dat jongeren steeds meer moeite hebben met oogcontact. Dus vroegen wij ons af: Zouden jongeren zich niet liever helemaal terug trekken uit de gewone wereld en alleen nog maar online willen leven?

24 uur lang alleen maar chatten

Om dat uit te zoeken bedachten wij een experiment waarin jongeren een dag lang alle vormen van verbale en nonverbale communicatie moesten afzweren en alleen nog maar met elkaar en hun omgeving mochten chatten. 24 uur lang waren kletsen, elkaar aankijken, elkaar aanraken en naar anderen gebaren maken verboden. Er mocht alleen gechat worden met behulp van een groepschat op WhatsApp. Dit gold niet alleen voor communicatie onderling. Ook met leraren op school, ouders thuis en mede-sporters op sportverenigingen mocht alleen maar gechat worden. De redactie van Tussenuur kreeg een klas van de Thorbecke Scholengemeenschap in Zwolle zo ver om mee te doen. Dit was een combinatieklas van 3 havo en 3 vwo – de leerlingen waren dus zo’n 15 jaar.

De testgroep

Niet alle leerlingen in de klas hadden zin om mee te doen. Uiteindelijk deden negentien leerlingen mee, terwijl een testgroep van zes leerlingen toekeek naar hun klasgenoten. Voor de testgroep was het experiment niet gemakkelijk. Voor hen was de situatie raar. Zij hadden het gevoel genegeerd te worden door de anderen en kregen er een rotgevoel van. Daarbij vonden zij communicatie met de chattende leerlingen gedoe. Een meisje legde uit dat zij om iets te vragen telkens haar telefoon erbij moest pakken: “Dat duurt superlang. Dus dan heeft het niet veel nut, die vraag.” Andere leerlingen zeiden het oogcontact te missen. Volgens de leerlingen die toekeken was het stil en saai in de klas en was de communicatie onpersoonlijk. Daarom was het volgens geen van hen een aanrader om alleen nog maar te chatten.

Het experiment

Terwijl het voor de toekijkende leerlingen lastig was, bleek het experiment voor de deelnemende leerlingen ontzettend afzien. Tijdens het experiment was dat meteen al goed te zien in de klas. Enkele leerlingen bij wie een opdracht niet lukte of die de leraar niet begrepen, uitten hun frustratie in het begin nog wel in een reeks van chatberichten, maar konden zich daarna niet meer inhouden en gebruikten hun stem: “Ik begrijp het gewoon niet!” – om daarna “sorry, sorry” te typen. Andere leerlingen begonnen in het geheim met elkaar te kletsen zodra ze dachten dat de camera’s hen niet meer zagen. En in de pauzes gebeurde er iets merkwaardigs: terwijl de meeste andere leerlingen van de school gebogen zaten over hun mobiele telefoon en driftig typten, stonden flink wat leerlingen van het experiment in hoekjes met elkaar te praten, uit het zicht van de leiders van het experiment.

smartphone in klas

Angstaanjagende stilte in de klas

Dit wil echter niet zeggen dat leerlingen niet werkelijk probeerden om 24 uur alleen maar te chatten. De meeste van de deelnemers gaven na 24 uur aan hun best te hebben gedaan. In de klas was het in de regel angstaanjagend stil. Het was vervreemdend om leerlingen te zien die uitdrukkingsloos en zonder gebaren hun schoolactiviteiten uitvoerden, maar tegelijk op de groepsapp een rijk en luid leven te zien voorbijkomen. De zichtbare wereld en de digitale wereld waren op dat moment elkaars tegenpolen. Aan de ene kant een steriele werkelijkheid van een soort robots waar al het leven uit geknepen leek, aan de andere kant een levendig gebabbel vol grapjes en geroddel. Deze twee werelden leken niets meer met elkaar te maken te hebben. Het was een scène uit een sciencefictionfilm.

Na 24 uur

Op het moment dat de leerlingen na 24 uur weer eindelijk mochten praten, vond er een anticlimax plaats. Er was geen grote ontlading. Er werd niet geschreeuwd of innig omhelsd. Het leek meer of veel leerlingen ontwaakten uit een boze droom. Traag kwam hun normale leven weer op gang. Een aantal draaide zich voorzichtig naar hun buren om te kletsen. Anderen keken even verrast om zich heen om vervolgens verder te chatten op hun mobiele telefoon. Voor wie had gehoopt dat het experiment jongeren van hun phubbing zou afhelpen: dat gebeurde dus niet. Wel zaten de jongeren vol met reflectie.

Reflectie van de deelnemers

Een leerlinge vertelde dat zij erg moe was geworden van het experiment. Online kon zij haar energie en gevoelens niet kwijt. Volgens haar zou zij er depressief van worden als zij dit langer had moeten volhouden omdat zij het lachen, praten en het hebben van oogcontact met anderen enorm miste. Een andere leerlinge merkte dat anderen dachten dat zij chagrijnig was omdat zij de hele tijd op haar telefoon keek en dat zij eigenlijk wel gelijk hadden – zij werd er inderdaad chagrijnig van. Voor een derde leerling ging de wereld online te traag. Net zoals de leerlingen die het experiment alleen hadden bekeken al hadden gemeld, ervoer hij hoe lang het duurde voordat hij kon reageren op een gebeurtenis in de werkelijkheid. Een vierde leerlinge meende dat online humor ontbreekt. Online lach je met smileys en lach je niet echt.

Een leerlinge vertelde dat zij erg moe was geworden van het experiment. Online kon zij haar energie en gevoelens niet kwijt.

Niet synchroon met de werkelijkheid

Voor vrijwel alle leerlingen gold dat zij het experiment een interessante ervaring vonden, maar dat zij vrijwillig nooit meer nog eens 24 uur alleen maar online zouden willen zijn. Bijna elke deelnemer miste de gewone dingen in hun leven: het kletsen met vrienden, het lachen met elkaar, hun gevoelens kwijt kunnen bij anderen. Geen van allen voelden zij dat zij in het moment waren. De chat zorgde ervoor dat zij niet synchroon liepen met anderen en met de werkelijkheid om hen heen. Het was moeilijk en saai om alle binnenkomende chatberichtjes te lezen en nog moeilijker om erop te blijven reageren. Daarbij zorgde de stroom van berichten er ook voor dat het lastig was zich te concentreren op de leraar of op wat er om hen heen gebeurde. Flink wat leerlingen hielden het lezen van alles online dan ook na een paar uur voor gezien.

Moeilijkste momenten

Voor de meeste leerlingen was het moeilijk om niet spontaan op anderen te kunnen reageren die niet meededen met het experiment. Op de fiets, tijdens sport en bij de fysiotherapeut bleek communicatie vrijwel onmogelijk, evenals op twee verjaardagen die toevallig binnen de duur van het experiment vielen – een van een leerlinge en een van een moeder van een leerling. Het was lastig niet te reageren op een ouder die hen begroette of om geen oogcontact te hebben met mensen die ze tegenkwamen. Het voelde asociaal om mensen te negeren en het was lastig om huisdieren niet te aaien.

Toekomst

Vrijwel geen van de leerlingen kon zich na afloop van het experiment een toekomst voorstellen waarin mensen alleen nog maar online met elkaar communiceren. De meesten vonden het saai en ongezellig om alleen maar online te mogen zijn en gaven hun ervaring een onvoldoende. Vrijwel allemaal meenden ze dat het communiceren in de fysieke wereld een basisbehoefte van de mens is die altijd zal blijven bestaan.

Maar er was één uitzondering in de klas. Een leerling vond het experiment weliswaar moeilijk, maar zou er graag nog een weekje mee doorgegaan zijn. Voor hem was deze vorm van communicatie ideaal. Het contact met anderen in de werkelijkheid mistte hij niet. Deze leerling was gediagnosticeerd met een stoornis in het autisme-spectrum.

Conclusie: ontnuchterende ervaring

Naar aanleiding van het experiment kunnen volwassenen gerust ademhalen. De meeste jongeren die meededen aan het experiment, willen niet volledig emigreren naar een online wereld. Voor de meeste van hen was het een heftige en ontnuchterende ervaring. Sommigen vertelden meer na te zijn gaan denken over het gebruik van hun mobieltje. Maar voor geen voor hen betekende dit echter dat zij hun gedrag wilden aanpassen. Zij zeiden net zo veel te blijven chatten als voor het experiment. Maar mogelijk zijn de deelnemers zich gaan realiseren waarom volwassenen zich aan hun chatgewoontes storen: als zij hun berichten typen op hun telefoon zien zij er uit alsof zij geen vol leven leiden.