Columns

Van kolen naar code: je maakt van mijnwerkers geen programmeurs

0

Van kolen naar code, mooie titel. ‘From coal to code’ was de oorspronkelijke kop in blog ‘All Tech Considered’. Het is het verhaal over de ontslagen mijnwerkers in Kentucky, waar de mijnindustrie met kordate pas het veld aan het ruimen is. We hebben het over de tijd dat The Donald nog niet aan het bewind was, het klimaatakkoord nog gesteund werd door de Verenigde Staten en we het nog helemaal niet raar vonden dat kolenmijnen werden gesloten, omdat er nu eenmaal veel goedkopere en milieuvriendelijkere energiebronnen in deze wereld beschikbaar zijn.

Hoe dan ook, sinds 2008 gingen in Kentucky meer dan tienduizend mijnwerkers op zoek naar een andere baan omdat de hunne niet meer beschikbaar was. En toen was er het initiatief om deze banenzoekers uit te nodigen zich nieuwe vaardigheden eigen te maken, en wel de kunst van het coderen. Leren programmeren. Startend bedrijfje Bit Source maakte een cursus programmeren (22 weken mocht het duren), ging ex-mijnwerkers werven en leverde uiteindelijk 9 omgeschoolde programmeurs af die een baan kregen. “We’re not shipping coal out of here anymore, we’re shipping code.” Mooie Tarantino-zin.

Iedereen aan de code. Een tof idee, zou je zeggen.

Waarom moet iedereen leren programmeren?

Maar waarom in hemelsnaam? Waarom moet iedereen leren programmeren, zo vraagt Sam Kriss zich af in ‘The Long, Slow, Rotten March of Progress’. Wat moet je coderen? Om wat te bereiken?

Ik kan twee redenen bedenken om mensen te leren programmeren. Ten eerste omdat het belangrijk is dat wij de manier van denken van de echte digitalen (apps, websites, robots) leren begrijpen. Ten tweede om een programma, app, of site te maken waar mensen wat aan hebben.

1. De manier van denken leren begrijpen

Om met dat eerste te beginnen. Eerder hield ik een pleidooi om kinderen te leren programmeren. Sterker nog, ik ben met een groep kinderen van groep 8 van een basisschool iedere vrijdag bezig om te programmeren in Scratch. De reden? Omdat ik denk dat het belangrijk is dat een kind begrijpt hoe een computer werkt, wat een algoritme is, wat een loop is, een subroutine, een doe-terwijlopdracht, if-then-else, een variabele, het rechtlijnige denken van een programma en de hardnekkigheid waarmee fouten kunnen worden herhaald.

Dus: het is nuttig als je begrijpt hoe een programma werkt.

Kinderen moeten leren begrijpen hoe computers denken

Nee, natuurlijk moet, kan, noch hoeft ieder kind programmeur te worden. Wat wel helpt is dat ze ook maar een greintje begrijpen van de manier waarop computers denken. Of het nu de meldingen zijn die gegenereerd worden door Facebook-algoritmes, de zelfrijdende auto van straks (waardoor de basisschoolleerlingen van nu de toezichthouders in de auto’s van straks worden) of de helpdeskmedewerker die ‘computer says no‘ zegt. Hoe je het ook wendt of keert, het is nuttig.

De basisschoolleerlingen van nu worden de toezichthouders in de auto’s van straks.

Innovatie komt heel soms van boven, maar meestal van beneden.

Aan de Deltawerken werd na de watersnoodramp in 1953 begonnen. De eerste grote oplevering was de Oosterscheldekering, in 1986. Denk daar maar aan als je kinderen van nu leert begrijpen wat programmeren is.

2. Programmeurs op de markt zetten

De tweede reden waarom je mensen kunt leren om te programmeren, is omdat je daarmee daadwerkelijk programmeurs in de markt zet. Een schaars ras, met grote kans op een baan. App-developers zijn overal welkom.

Met als gevolg – zo schrijft Sam Kriss, die ontgoocheld terugkwam van de conferentie Collision waar hij een hele rits zinloze startups aan zich zag voorbijgaan – dat er een overdaad komt aan programmeurs die gaan werken bij bedrijven die nutteloze producten maken, waarmee andere bedrijven geholpen worden om nutteloze producten te maken, zodat weer andere bedrijven zinloze apps kunnen maken. En dat kan allemaal, omdat er te veel geld in de markt is dat geen nuttige bestemming kan vinden in de kapitaalmarkt. Dus wordt er gegokt op startups. En dus zijn er heel veel coders nodig.

Tekening: Sterre Steins Bisschop

Overdaad aan slimme apparaatjes

De Volkskrant wijst ook op de overdaad aan programmaatjes dat om ons heen zwermt. ‘Het ecosysteem der slimme apparaten zal uw ondergang inluiden‘, is de kop van het artikel van Bard van de Weijer. Er is een overdaad aan slimme apparaatjes. We gebruiken misschien 10 procent van de mogelijkheden van onze magnetron en tegelijkertijd zetten we in onze omgeving de deur wijd open voor nieuwe appjes.

Een toepassing om je dochter te volgen, een superslimme thermostaat, geld delen met elkaar, de domotica in je huis waarmee je het licht kunt dimmen, de oven kunt voorverwarmen, de ijskast kunt voorverkoelen, het kattenluik kunt openen en tegelijkertijd de luchtverfrisser uitzetten. Oh ja, de luiestoelverwarming mag aan en het Hue-ledlampje brandt als je binnenkomt.

Zoveel standaarden en ecosystemen

Probleem: er zijn net zoveel standaarden als ecosysteempjes om je heen, er zijn net zoveel afstandsbedieningen als fysieke apparaten en voor je het weet gaat het hele huis over in sfeerverlichting als je je Xs4all-kastje moet rebooten omdat je wifi er even uit ligt. Licht, tikte ik per ongeluk.

Gaan mijnwerkers programmeren?

Ik vraag me af of het lukt, met die mijnwerkers. Sterker nog, het gaat niet lukken. Het idee om mijnwerkers in 22 weken om te scholen tot programmeurs is publicitair leuk, maar het is een belediging voor al die echt goede programmeurs die we hebben. Programmeren is een ambacht, en niet een aangeleerd kunstje.

Programmeren is een ambacht, en niet een aangeleerd kunstje.

Behoefte aan een programma dat alle andere programma’s overbodig maakt

Ja, er is een overdaad aan interfaces. Ja, de mens heeft moeite om al die verschillende gesprekken te kunnen voeren.  En ja, er is behoefte aan een programma dat alle andere programma’s overbodig maakt. Een programma dat in het verlengde van de dagelijkse groef van het menselijk denken past. Een interface dat de taal begrijpt die we spreken, de gezichtsuitdrukkingen die we hanteren.

En meer dan ooit ben ik van mening dat kinderen moeten leren programmeren. Al was het alleen maar om te begrijpen waarom het zo moeilijk is om alles bij elkaar te brengen.