Strategie

Hoe we ervoor zorgen dat zonne-energie eindelijk doorbreekt

0

Het is geen geheim dat we over moeten stappen naar ‘nieuwe’ vormen van energie, zoals wind en zon. ‘Nieuwe’ staat tussen aanhalingstekens, omdat we al jaren hiermee bezig zijn. ‘We’ zijn dan de overheid, consumenten en het bedrijfsleven. Maar het ontbreekt aan voldoende prikkels om over te stappen op duurzame energie. Alleen met een complete ketensamenwerking van onder andere overheid, energieleveranciers en banken kunnen we onze doelstellingen van een duurzame maatschappij bereiken. In dit artikel vertel ik je welke uitdagingen er liggen en hoe die samenwerking eruit zou kunnen zien.

De zon schijnt niet altijd, maar de behoefte aan energie is constant

Natuurlijk moet Nederland zich houden aan het Klimaatakkoord van Parijs (pdf) en de zelf gestelde doelen met betrekking tot het gebruik en winning van gas. Maar dat is Nederland, dat ben ik niet! De consument ziet op dit moment, op fanatiekelingen en early adopters na, weinig reden om over te stappen. Terwijl die redenen er wel zijn. Het gebruik van CO2 verandert namelijk ons klimaat, wat de klimaatsceptici ook beweren.

Een belangrijk aspect van dit artikel is hoe je een onderwerp als duurzaamheid (wat een algemeen belang heeft, als je tenminste geen klimaatscepticus bent) kunt agenderen. En misschien nog wel belangrijker: hoe kun je zorgen dat het wordt opgepakt, zoals meer zonnepanelen? Als individu heb je geen (meetbare) invloed op het klimaat, maar samen wel. Samen is in dit geval als burger, bedrijf en overheid. Voor bedrijven kan het een USP (Unique Selling Proposition) zijn. Voor de overheid maakt het klimaatdoelstellingen haalbaar(der) en als individu een schonere en leefbare wereld voor iedereen.

Zonne-energie is schoon, eenvoudig op te wekken en kan in principe bij voldoende panelen en opslagcapaciteit een gezin onafhankelijk(er) maken van energiemaatschappijen. Alleen schijnt de zon niet altijd, maar is de behoefte aan energie er wel altijd. Hoe ga je hiermee om?

In Berlijn introduceerde SolarWatt onlangs haar tweede generatie energie-opslagsystemen, waarmee het teveel aan opgewekte energie kan worden opgeslagen. Een oplossing die voor Nederland met name in de toekomst belangrijk kan zijn. Want, de zon schijnt niet altijd, maar de behoefte aan energie is wel constant. De reden dat het met name voor de toekomst is, is saldering.

Zonder saldering wordt SolarWatt interessant

In Nederland is het elektriciteitsnetwerk eigenlijk onze opslag. We leveren te veel aan zonne-energie aan het netwerk en wat we aanleveren, kunnen we ook weer afnemen. Levering en afname gaan op dit moment tegen hetzelfde tarief. Dit blijft zo tot 2023. Daarnaast is het waarschijnlijk dat salderen wordt afgebouwd of zelfs helemaal verdwijnt. En dan wordt het financieel interessant om een eigen opslag te hebben, omdat de verkoopprijs en de aankoopprijs van energie zullen verschillen in jouw nadeel. Salderen is namelijk het terugveren aan het elektriciteitsnet om later de geleverde hoeveelheid weer af te kunnen nemen zonder extra kosten.

Dat salderen is trouwens geen melkkoe. Er is een salderingsgrens die gelijk is aan het leveringscontract met de energieleverancier. Wordt er meer teruggeleverd? Dan wordt daarvoor een vergoeding betaald, die lager ligt dan waar je het voor aanschaft. Op dat moment ben jij dan voor de energiebedrijven een goedkope leverancier.

Zonder saldering wordt een oplossing zoals die van SolarWatt interessant. Er wordt namelijk meer opgewekt dan we kunnen verbruiken en als er geen zon is, dan hebben we toch energie nodig. Hoe veel of hoe weinig er ook nodig is. Voor elektrisch rijden zijn accu’s thuis niet zinvol: je hebt er veel van nodig en de auto is zelf een accu (er zijn ook al experimenten met de auto als opslag van energie). Je kunt deze beter opladen bij een laadpaal, omdat je veel opslagcapaciteit nodig hebt om dit te realiseren. Direct opladen op basis van extra energie kan wel, maar dit komt dan gelijk van de panelen in plaats van een accu.

Off the grid

Er is maar een heel beperkt aantal mensen dat volledig van het net los is en dus volledig zelfvoorzienend is qua elektriciteit. Technisch is het mogelijk, maar nog niet noodzakelijk. Saldering is nog steeds mogelijk. Daarnaast is er geen enkel probleem om gewoon nog energie af te nemen van de energiemaatschappijen. Ze gaan er echt niet mee stoppen op korte termijn. Met de verwachte transitie naar elektrisch rijden, zal het nog steeds nodig zijn om in ieder geval dat gedeelte aan stroom af te nemen bij een elektriciteitsmaatschappij. Bovendien, we willen best duurzaam zijn, maar ook woongenot en -comfort hebben tegen een zo laag mogelijke investering.

Voorbeeld van het geautomatiseerd opladen van een elektrisch voertuig

Hoe werkt het opslaan van energie in batterijen?

De zon schijnt niet altijd. Hiermee bedoel ik niet dat het soms bewolkt is, maar met name ook de tijd dat de zon onder is gegaan. Daar komt bij dat er vaak zonnepanelen worden geplaatst op een schuin dak aan één kant (daar waar de meeste zon op te vangen is). Maar we hebben wel doorlopend energie nodig. Denk bijvoorbeeld aan een koelkast. Door saldering leveren we aan het net bij overcapaciteit (wat je opwekt, maar niet nodig hebt) en halen het weer terug als we het nodig hebben. De energie die wordt opgewekt in de zonnepanelen is natuurlijk gelijkstroom, terwijl veel huishoudelijke apparaten op wisselstroom werken: dit is wat er uit het stopcontact komt. Dus wat je ook wil doen, je hebt een omvormer nodig om de energie te gebruiken voor bijvoorbeeld tv of een wasmachine. Voor een auto, wat steeds meer een toepassing gaat worden, is dat natuurlijk ook niet nodig.

De foto hieronder toont een hele reeks batterijen (de grijze elementen) met daaronder de controle-elementen (zwart). Deze opstelling is voldoende om een middelgrote organisatie te voorzien van energie-opslagcapaciteit. In totaal hangt hier x kWh. Voor een normaal huishouden met twee ouders en twee kinderen zijn twee à drie batterijen genoeg.

Een reeks van batterijen (grijs) met controle-elementen (zwart)

Onlangs was er bij Nieuwsuur aandacht voor de opslag van energie in de batterijen van een elektrische auto. Dat is natuurlijk ook een mogelijkheid. Om in huis een dergelijke opslag te creëren, heb je een zeer groot aantal batterijen nodig (zoals die van SolarWatt). Een auto kan dus een tijdelijke opslag zijn, dan wel eentje die in veel gevallen natuurlijk niet 24 uur per dag voor het huis staat. Het drieluik bij Nieuwsuur geeft wel aan, dat dit een onderwerp is dat in de belangstelling staat.

De opslag wordt gebruikt wanneer er meer wordt opgewekt dan er wordt gebruikt. Met andere woorden: wat je over hebt. Tenzij je het natuurlijk terug levert aan het net, wat op dit moment in Nederland het goedkoopste is (zie ook de paragraaf Saldering).

Geen bakfiets met antikernwapen-stickers

In Nederland is al een aantal consumenten die een SolarWatt-installatie heeft. Het profiel van deze gebruikers is niet de geitenwollensokken-consument, maar de early adopters en/of gadgetliefhebbers. Deze early adopters zijn natuurlijk geen heel grote doelgroep en niet representatief voor de markt. Ze accepteren een hogere prijs of investeringen en hebben een open mind. Ze zijn mogelijk toleranter voor storingen, maar willen wel zekerheid met betrekking tot de energielevering. Bij de bestaande energiemaatschappijen weet je wat je hebt en zijn storingen incidenten.

Maar hoe krijg je de Nederlandse consument op grote schaal over op zonne-energie, zodat we een realistische kans hebben om doelstellingen te halen?

Het zou een uitspraak van Herman Finkers kunnen zijn:

Ik wil best de aarde redden, maar het moet me niets (niet te veel) kosten.”

Investeringen van 10.000 EUR in zonnepanelen en opslagcapaciteit zijn voor weinig mensen zo maar te doen, nog even af gezien van het feit dat we in Nederland zowel huur- als koophuizen hebben.

Daarnaast is er natuurlijk de transitie van gas voor koken en verwarmen naar elektriciteit. Ook hierbij is een investering nodig die substantieel zou kunnen worden uitgesmeerd, maar dan wel over een lange looptijd. Zonnepanelen en opslag gaan zo 20 tot 30 jaar mee. Ook een elektrische verwarmingsketel heeft een soortgelijke economische levensduur.

Wat is de rol van de overheid?

Als we even aannemen dat de boodschap om over te stappen naar schone energie er een is die we onderschrijven (zie ook de formatie en de standpunten van de partijen): hoe kan een overheid hier dan een katalyserende rol in spelen?

Het is denk ik een kwestie van de samenwerking van partijen. Die samenwerking vindt dan plaats tussen de overheid, marktpartijen en andere organisaties. Hierbij zouden ze op zijn minst een gecoördineerde rol hebben, maar liever een samenwerking. De overheid kan zowel landelijke overheid zijn, als de lokale. De gemeente Haarlem heeft bovendien met marktpartijen een programma opgezet voor zonnepanelen die met korting of collectief worden geleverd.

Een voorbeeld van zo’n samenwerking

Als we van het gebruik van fossiele brandstoffen af willen, dan is wind en zonne-energie (naast andere vormen) een voor de hand liggende keuze. Zonne-energie is makkelijk op te wekken door een particulier en panelen moeten voldoende kunnen opwekken voor het gebruik van een gemiddeld huishouden.

De zon schijnt niet altijd, dus moeten we energie opslaan als we ook energie willen hebben. Opslag kan je op diverse manieren doen, bijvoorbeeld door omzetting naar een andere vorm. Maar opslag in batterijen ligt meer voor hand, waarbij we teruglevering aan het net (saldering) nog even buiten gebruik laten.

De energierekening voor huishoudens is vaak verdeeld in gas en elektra. Gas voor verwarming en koken en elektra voor huishoudelijke apparaten. Als gas wegvalt en alles elektra wordt, dan is het gevolg dat ook in huis investeringen moeten worden gedaan aan CV en gasfornuis. Naast natuurlijk de panelen en opslagcapaciteit. Afschrijving en levensduur lopen normaal gesproken synchroon, zodat over een periode van 20 tot 30 jaar alle hardware wordt afgeschreven. Maar dit zijn niet zomaar onderdelen die makkelijk bij verhuizing mee te nemen zijn, zoals een koelkast of tv. Het zou dan ook onderdeel moeten zijn van een hypotheek of beter nog: als een dienst die je afneemt van een partij (alles in één).

En bij saldering?

Het salderen wordt nu versoberd en zal over een aantal jaren niet meer mogelijk zijn. Het is dus beter om zelf capaciteit te hebben om die te gebruiken, in plaats van te leveren tegen een laag tarief en te kopen tegen een hoog tarief. Daarvoor is capaciteit nodig.

Tot slot zit je met de financiering. Kan zoiets binnen een hypotheek of is het beter om dat apart te doen, omdat je eerder afschrijft? Is er een mogelijkheid om dit te doen zonder investering? Bijvoorbeeld in een abonnementsvorm waarbij je bij een partij kunt betalen voor de energie die je zelf opwekt en waarbij de betaling de kosten spreidt waardoor het makkelijker te dragen is?

Allemaal vragen.

Hoe zou een samenwerking eruit kunnen zien?

Alle signalen staan namelijk op groen, voor wat betreft de wens om onafhankelijk te worden van gas en overgang naar wind- en zonne-energie. Dit geldt ook voor wat betreft de wens om onafhankelijk te worden van gas en de overgang naar wind- en zonne-energie. In de wereldwijde klimaatafspraken hebben we de wens uitgesproken om in 2050 geen (aard)gas meer te gebruiken. Hier zullen ongetwijfeld ook afspraken voor volgen in het komende regeringsakkoord.

Maar als je wat wil, dan moet je ook wat doen!

Als energiemaatschappijen, leveranciers en installateurs de handen ineen slaan, dan krijg je een partij die de kennis en ervaring heeft voor de levering inclusief de klantcontacten. Een bank zou een financieringsrol kunnen innemen, eventueel met geld dat langere tijd vaststaat (bijvoorbeeld van een pensioenfonds). De overheid kan het door middel van stimuleringsmaatregelen aantrekkelijk maken om nu al over te stappen, in plaats van nog te wachten tot saldering bijvoorbeeld niet meer mogelijk is. Bij voorkeur landelijk, maar lokaal is ook mogelijk.

Ook het stoppen met subsidiëren van kolenstroom geeft een groene impuls.

Als je het makkelijk maakt (financieel, maar ook toepasbaar), dan is er een kans dat je mensen kunt overhalen om de stap te maken, anders dan bij de early adopters. Het loskomen van gas is een investering in duurzaamheid die primair door burgers en bedrijven moet worden opgebracht. Een investering die over lange tijd kan worden uitgesmeerd, omdat in tegenstelling tot auto’s de levensduur langer is, minder onderhoudsgevoelig is en ook in mindere mate belast.

Maar ook de overheid zou hier een rol in kunnen spelen door op een slimme manier stimulans te bieden. Daarbij, wat belangrijker is: zorg voor een consistent beleid met betrekking tot zonne-energie.

Zonne-energie

Voorbeeld van zonnepanelen aan één kant van een dak

Welke subsidies kennen we al?

De overheid kent verschillende subsidies om energiebesparing aan te zwengelen. Zo zijn er subsidies (geweest) voor LED-armaturen richting sportaccommodaties en kunnen consumenten gunstige leningen krijgen voor aanschaf van duurzame producten, zoals zonnepanelen. Ook banken geven tegenwoordig een lagere rente bij BENG en nul-op-de-meterwoningen. Richting bedrijven is via het bouwbesluit gestuurd op reductie van energie dat ook nageleefd (en gecontroleerd) moet te worden bij huidige bedrijfspanden. Voor nieuwbouw bestaat al enige tijd het BREEAM-certificaat en hotels kennen de Green Key-certificering. Bij woningcorporaties staat het energielabel centraal en ook daar zijn weer doelstellingen aan gekoppeld. Kortom: er is al veel actie op dit gebied.

Groothandels en partijen als UNETO-VNI spelen daar een rol in. Groothandels als Technische Unie proberen onze rol richting installateurs en eindklanten op te pakken door middel van complete duurzaamheidsconcepten voor onder andere nul-op-de-meterwoningen en BENG (bijna nul) woningen.

Het is essentieel dat we ons realiseren dat alleen een complete ketensamenwerking zorgt voor maximale conversie naar een duurzame maatschappij en het volledig energieneutraal wonen en -werken.

Ketenpartners

Ook de installateur en eindklant moeten het belang van deze (noodzakelijke) verandering onderstrepen. Pas als alle partijen hier in geloven en op sturen, gaat dit volledig los komen tot aan de zogenoemde laggards (de traditionele groep consumenten die als laatste overstappen). We praten dus eigenlijk enerzijds over opwekking, opslag en gebruik en anderzijds over de partijen als de overheid, installateurs, (overige) marktpartijen, banken en consumenten. Dit geldt voor zowel de markt voor koop- als huurhuizen, hoewel de laatste een andere dynamiek heeft (grotendeels buiten de scope van dit artikel). De industrie met het energieconvenant onder leiding van Nijpels, doelt op een besparing van 100PJ in 2020. Om dit in perspectief te plaatsen: 1PJ is wat 15.000 huishoudens per jaar aan gas en elektra verbruiken. Dat is dus een aanzienlijke stap.

Maar er zijn meer stappen nodig, zeker als andere landen zich terugtrekken uit het Klimaatakkoord van Parijs. Met industrie en consument moet je de overstap maken en die overstap zo makkelijk en toegankelijk mogelijk maken.

Hoewel de klimaatverandering duidelijk merkbaar is, levert het geen trigger op voor de gemiddelde consument om de stap te maken.

Natuurlijk kun je het verplichten, maar daar zul altijd een periode van overgang aan vooraf gaan. Als je nu werk wil maken van duurzaamheid met betrekking tot energieverbruik, zal je samenwerkingen moeten smeden tussen alle stakeholders en deze langdurig moeten afspreken. Dat we daar verder bij moeten gaan dan een subsidie hier en daar, is evident. Subsidiëren werkt beperkt: dat hebben we gezien bij de elektrische auto. Maar subsidie als onderdeel kan wel weer werken.

Kortom: er ligt een taak voor alle stakeholders met hopelijk een gunstig gezinde overheid op landelijk en lokaal niveau. Dan zou voor zonne-energie de zon best eens snel kunnen gaan schijnen.