Boekrecensies

Van schaakmat naar Siri: slimme computers in opmars

0

Robots, slimme apparaten en razendsnelle rekenkunde. Kunstmatige intelligentie (KI) neemt onze wereld over. Maar is dat wel zo’n probleem? Wordt het een nare strijd: mens versus machine? Of gaan die twee hand in hand de horizon tegemoet? Een reeks bevindingen uit de praktijk.

Lang leve het nieuwe tijdperk. Alwetende algoritmes denken mee en helpen ons efficiënter werken. Supersnel speuren ze naar informatie in bergen big data, die ze accuraat verwerken en nét zo lang onderzoeken tot ze belangrijke patronen herkennen. Gezichten, spraak en woordkeus kunnen ze feilloos herleiden naar personen. Steeds vaker duiken er computersystemen op die zowaar menselijke vaardigheden in zich hebben, die ze combineren met hardcore digitale rekenknobbels. Waar wij het overzicht kwijt zijn, kennen zij de ins en outs. Waar wij verdwalen in de mogelijkheden, vinden zij de weg.

Fikse groei en miljardenomzet

Deze toekomstmuziek klinkt de afgelopen jaren luider en luider in onze oren. Marktonderzoeksbureau IDC concludeerde dat de omzet uit systemen en oplossingen op het gebied van kunstmatige intelligentie in 2016 is gegroeid met bijna zestig procent. Tot en met het jaar 2020 zal deze groei elk jaar 50 procent bedragen, schat het bureau. Dat komt neer op een miljardenomzet, allemaal dus toe te schrijven aan bovenmenselijk slimme computers.

Mocht er nog enige twijfel zijn over waar de toekomst ligt, dan vat onderzoeksbureau Gartner de meest waardevolle strategische technologische trends voor het jaar 2017 nog even samen in één zin:

Artificial intelligence, machine lear­ning, and smart things promise an intelligent future.

Turing-test

In het boek De digitale butler (aff.) zet expert Jarno Duursma vele vormen van KI op een rij. Van de eerste stappen tot de laatste trends. Hij verwijst naar computerpionier Alan Turing, die wilde vastleggen hoe je de intelligentie van machines kon meten. Dat deed hij door een computer antwoord te laten geven op bepaalde kennisvragen. Diezelfde vragen werden schriftelijk beantwoord door mensen. Vervolgens legde een (menselijke) onderzoeker alle antwoorden op een rij. Lukte het hem niet om de computerantwoorden van de menselijke antwoorden te onderscheiden, dan werd de computer intelligent bevonden en had hij de Turing-test doorstaan.

Turing-test by Bilby (Own work) [Public domain], via Wikimedia Commons

Therapeutische chatbot in de sixties

Die wijsheidsstrijd tussen mens en computer blijft een leidraad door de geschiedenis. In 1956 valt de term ‘intelligentie in machines’ voor het eerst, als de Amerikaan Arthur Samuel een computerprogramma bouwt dat blijkbaar meer kan dan alleen reproduceren. Anno 1966 verbaasde ELIZA de wereld. Deze virtuele therapeut, in feite de eerste chatterbot ooit, gaf antwoord op schriftelijke vragen door woorden te herkennen en voorgeprogrammeerde antwoorden te koppelen aan wat ze las. Een vraag over ‘moeder’ kon bijvoorbeeld rekenen op een antwoord of een doorvraag over ‘familie’.

Schaakcomputer krijgt grootmeester klein

Beroemd is ook Deepblue II, de schaakcomputer van IBM die in 1997 grootmeester Kasparov schaakmat zette. Dat is op zich niet zo’n verrassing, legt Jarno Duursma uit in zijn boek. Deze computer was in staat om in korte tijd miljoenen mogelijke zetten te berekenen en steeds de beste te kiezen. Op zo’n zelfde wijze versloeg computer Watson (ook IBM) in 2011 de knapste kandidaten in de Amerikaanse kennisquiz Jeopardy.

Watson by Clockready (Own work) [CC BY-SA 3.0] via Wikimedia Commons

KI als PA

Vandaag de dag springen vooral de virtuele assistenten in het oog, zoals chatbots in webwinkels en Siri op de iPhone. De slimme machines nemen de taak van sidekick, hulpje, butler of ‘personal assistent’ (PA) op zich. Het is best denkbaar dat chattende robots straks de helpdesk vormen die 24 uur per dag bereikbaar is. Bovendien voeren deze vlugge vrienden oneindig veel gesprekken tegelijk. Ze missen misschien nog de menselijke empathie, maar ze scoren extreem laag op menselijke vergissingen, laat staan vermoeidheid. Computers hebben nooit een rotdag. En ze zullen je berichtjes nimmer negeren.

Van eeuwen rekenwerk naar secondes

Maar er staat ons nog veel meer te wachten. Kunstmatige intelligentie sluipt ons werk, ons huis en ons mobieltje binnen. Duursma schetst dat allerlei aanstormende technologieën dit proces alleen maar zullen versnellen. De komst van kwantumcomputers, immens krachtige computers, zal bijvoorbeeld het aantal mogelijkheden van KI verveelvoudigen.

Die bakbeesten kunnen denkwerk verzetten in luttele secondes dat de huidige generatie apparaten nog eeuwen tijd zou kosten. Uiteindelijk zullen er zelfs algoritmisch gestuurde bedrijven ontstaan, met systemen die slim genoeg zijn om data direct om te zetten in concrete acties, zonder dat daar menselijke controle bij nodig is.

Computer als kredietverlener

Na vier hoofdstukken in de voordelen en kansen te baden, komt in hoofdstuk vijf gelukkig ook de schaduwzijde van KI aan bod. Het is natuurlijk de vraag in hoeverre je algoritmes het stuur kunt toevertrouwen. Op dit moment zijn bepaalde computers blijkbaar al verantwoordelijk voor het goedkeuren van verlof van bajesklanten of leningen van bankklanten. Als de input voor deze besluitvorming perfect is, hoeven we ons natuurlijk geen zorgen te maken. Maar wie (of wat) dubbelcheckt die data? En wie (of wat) is aansprakelijk bij vergissingen? En waar leggen we de grens: rechtspraak, gezondheidszorg? En wie (of wat) bepaalt straks die grens?

Waar leggen we de grens: rechtspraak, gezondheidszorg? En wie (of wat) bepaalt straks die grens?

Camera’s, gezichtsherkenning, Big Brother

Privacy is logischerwijs een heikel punt. Een slimme computer wordt immers pas slim als hij onze data heeft, liefst zoveel mogelijk van onze data. Hoeveel privacy zijn wij bereid in te leveren? Gezichtsherkenning is op het eerste gezicht leuk, maar wat doen al die commerciële partijen met die informatie? Ook het toekomstbeeld dat in winkelcentra camera’s hangen die je leeftijd, geslacht en handelingen vastleggen, bezorgt heel wat mensen toch de kriebels. Misschien krijgen we daar gepersonaliseerde advertenties en speciale aanbiedingen voor terug, maar even eerlijk: zijn die ons zoveel waard? Hoe dan ook, Big Brother keeps watching…

Data is macht

En wat te denken van de enorme invloed die grote technologiebedrijven hebben vergaard? Data is macht, dus deze giganten zijn de machthebbers. Hun winstgedrevenheid staat als een paal boven water en sommige van hen spelen zelfs informatie door naar overheden. Groeiend wantrouwen bij consumenten is dus begrijpelijk. Gelukkig laten bedrijven als Apple, Amazon, Facebook, Google, IBM en Microsoft ook vaker hun maatschappelijke kant zien. Zo werken ze samen in een nieuwe organisatie: Partnership on AI to Benefit People and Society. Hun doel: inclusi­viteit, transparantie, veiligheid, privacy, ethiek en betrouwbaarheid integreren in KI-systemen. Een sprankje hoop, wellicht?

Goudmijn aan kennis

De insteek van het boek De digitale butler (aff.) is praktisch en nuchter. De schrijver trapt niet in de valkuilen van ellenlange opsommingen, hoog-over abstracties of wiskundige wijsheden. De hoofdstukken lezen prettig, de voorbeelden zijn goed gekozen en meestal sterk samengevat. Voor professionals die graag bijgepraat willen worden over dit onderwerp, is dit een goudmijn.

Het boek heeft een hoopvolle boodschap, maar staat ook stil bij de pijnpunten van KI. Systemen die steeds sneller en slimmer worden spreken nu eenmaal tot de verbeelding. Maar wat als hun opmars ten koste gaat van menselijke eigenschappen als aandacht, creativiteit en inlevingsvermogen? Hmm, dan moeten we ons misschien toch nog eens achter de oren krabben. Want achter de oren krabben, dat kunnen we gelukkig zelf nog steeds beter dan welke robot dan ook…

Over het boek

Titel: De digitale butler
Auteur: Jarno Duursma
Uitgever: Haystack
Jaar: 2017
Nummer: 9789461262424
Mediatype: Boek, 256 bladzijdes
Prijs: € 20,00
Bestellen: via managementboek (aff.)