Quick Tips

‘Aantal is enkelvoud!’ en nog 5 betweterige taalregels die je mag vergeten

0

Je kent ze wel, die schoolmeesters die tot decennia na de leerplichtige leeftijd collega’s op de vingers blijven tikken omdat ze ‘geen Nederlands’ schrijven. ‘Aantal is enkelvoud!’ ‘Geen komma voor en!’ Of ben je misschien zelf zo iemand? Zulke felle reflexen zijn onaangenaam en gelukkig vaak onnodig: veel aangeleerde taalregels zijn te streng of simpelweg verzinsels. Tijd om wat misverstanden uit de weg te ruimen.

Misverstand 1: ‘Aantal’ is enkelvoud

Het is een van de bekendste en meest klassieke taalregels van de Nederlandse grammatica: bij een onderwerp met het woord aantal staat het werkwoord in het enkelvoud. Dus: ‘Een aantal relschoppers werd gearresteerd’ en ‘Tijdens de Vierdaagse valt altijd een aantal deelnemers uit’, niet werden en vallen. Tenminste, dat is wat er op school (en vaak later ook nog) in geslagen wordt. Echte of zelfbenoemde schoolmeesters corrigeren dat hardnekkige meervoud keer op keer.

Wat hier nou zo raar aan is, is dat die regel voor 1940 helemaal nergens te vinden is! Enkelvoud en meervoud zijn allebei prima, schreef taalautoriteit Charivarius in dat jaar nog. De veroordeling van het meervoud is een tamelijk nieuwe uitvinding, die sinds de jaren vijftig een eigen leven is gaan leiden in schoolboeken en daar nog steeds de levens van leerlingen staat te verpesten.

Zo zit het: Een aantal is zelden waar de zin om draait. Het gaat om het woord daarná, zoals relschoppers, deelnemers of mensen. Dat kan prima de kern van het onderwerp zijn, waar een persoonsvorm in het meervoud bij past. En wat is een aantal dan? Dat is in zijn geheel een telwoord. Precies zoals een paar, een heleboel, veel en twintig. Dat verklaart ook waarom je, net als ‘Er zijn er twintig verkocht’, ook prima ‘Er zijn er een aantal verkocht’ kunt zeggen: die constructie kan alleen maar met een telwoord voorkomen. ‘Er is er een aantal verkocht’ klinkt nergens naar.

Dus: vergeet de ‘regel’ dat er bij een aantal mensen altijd een enkelvoudige persoonsvorm hoort. Meervoud is de eerste optie: een aantal mensen zijn. Enkelvoud mag ook, maar kan (te) formeel overkomen. Het best kun je schrijven wat je spontaan zou zeggen.

Misverstand 2: ‘Houdt afstand’ is gebiedende wijs meervoud

‘Houdt afstand’, ‘Houdt de parkeerplaats schoon a.u.b.’, ‘Wordt lid’, ‘Redt een dier’: een gebiedende wijs die op dt eindigt, kom je regelmatig tegen. En als je vraagt waarom mensen het zo geschreven hebben, zeggen ze vaak: het is toch meervoud? Probleem: die vorm is allang uitgestorven. Waarom is ‘Houdt afstand’ dan zo hardnekkig?

Dat is wel te verklaren. De vorm met een t komt als persoonsvorm heel veel voor: hij houdt, jij wordt, zij redt. En vooral: houdt, wordt en redt klinken precies hetzelfde als de gebiedende wijzen houd, word en red. Daarom zie je deze fout wel bij ‘Houdt afstand’, maar nooit bij ‘Neemt plaats’ of ‘Bakt de biefstuk’: daar hoor en zie je dat die t niet thuishoort in het Nederlands van nu.

Zo zit het: De gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm en krijgt geen t. Hou afstand en Houd afstand zijn goed, Houdt afstand niet. Houdt u afstand is wel mogelijk: hier is houdt in feite de persoonsvorm bij u. Vergelijk Neemt u plaats tegenover Neem plaats.

Misverstand 3: ‘Jij’ en ‘wij’ zijn beter dan ‘je’ en ‘we’

‘Heb jij jouw korting al geclaimd?’ ‘Zij vroeg mij om op te staan.’ Het klinkt een stuk natuurlijker om hier ‘je korting’ en ‘ze vroeg me’ van te maken, maar heel wat mensen hebben geleerd dat je dat niet zo mag schrijven. Onnadrukkelijke vormen als je, ze, we en me zouden namelijk spreektaal zijn, en dus zou je ze niet mogen schrijven. Maar nee.

Zo zit het: Als we, je, ze en dergelijke beter klinken, schrijf ze dan liever niet als wij, jij/jou(w) en zij. Volle vormen als wij, jij en jou zijn goed als ze nadruk (mogen) krijgen. In andere gevallen kunnen ze onnatuurlijk overkomen.

Misverstand 4: Eigenlijk alles met ‘hen’ en ‘hun’

‘Hun hebben!’ Aaargh! Dat is wel zo’n beetje het lelijkste Nederlands dat je je voor kunt stellen, vinden heel veel mensen. Zelfs mensen die het zelf ook blijken te zeggen (en dat zijn er meer dan je denkt). En omdat hun door hun hebben zo ‘besmet’ klinkt, vinden mensen die vorm verdacht. Als je ze vraagt wat goed is in een zin als ‘Ik heb hun/hen een fles wijn gegeven’, zeggen de meesten dat dat hen moet zijn – en dat ze dat ook zo op school geleerd hebben. Wat niet zo is, want volgens de traditionele regel is het hier hun (het is een meewerkend voorwerp).

Die schoolregel is overigens in de zeventiende eeuw bedacht door iemand die ook verschil had willen maken tussen hem en hum. Waarom we eeuwen later nog steeds met de naweeën van die kunstmatige en meestal verkeerd begrepen regel (hun als meewerkend voorwerp, hen als lijdend voorwerp en na een voorzetsel) zitten, is eigenlijk een raadsel. Mede dankzij de weerzin tegen hun is dat onwerkbare verschil nu eindelijk echt aan het verdwijnen.

Zo zit het: De moderne regel is in opkomst: schrijf in alle gevallen hen, dus: ‘Ik heb hen een fles wijn gegeven.’ Hun is dan uitsluitend bezittelijk: hun huis. In spreektaal vinden veel mensen hen wat stijf klinken, zeker in Nederland; meestal zeggen we hun of ze.

De klassieke regel is: hun is meewerkend voorwerp (‘Ik geef hun iets’), hen is lijdend voorwerp (‘Ik zie hen’) en staat na voorzetsels (met hen). Voor fans van die regel biedt de website van Onze Taal nog wel een lijst van honderden werkwoorden en uitdrukkingen waarbij hun of hen ‘hoort’.

Misverstand 5: ‘Uitprinten’ is een contaminatie

Uitdraaien of printen, dat zou het moeten zijn, en niet uitprinten – daarin zijn die twee woorden verhaspeld. Zo is het veel mensen ingepeperd. Uitprinten is daarom uit den boze, net als het Vlaamse afprinten, dat dan van afdrukken en printen zou komen. Maar klopt dat? Nee, zo zijn die woorden helemaal niet ontstaan.

Zo zit het: Uitprinten is goed Nederlands. Het is een samenstelling van printen en het ‘expressieve’ woord uit. Expressief wil zeggen: het drukt een deel van de betekenis expliciet uit dat anders onbenoemd blijft. Uit wijst vaak op een resultaat: bij uitprinten zie je de bedrukte stapel papier voor je, bij uitfilteren dat wat er overblijft na het filteren, en zo gaat het bijvoorbeeld ook bij uitselecteren en uitsplitsen.

Meer vermeende contaminaties die altijd al oké waren of dat inmiddels geworden zijn: dat klopt als een bus, inscannen, ondertussen, plotsklaps, uitproberen, uittesten en vakjargon. De volgende gevallen komen je wel op kritiek te staan: als mens zijnde, behoren tot een van de, overnieuw, zich beseffen en zo optimaal mogelijk.

Misverstand 6: Zet nooit een komma voor ‘en’

Appels, peren, en pruimen. Die tweede komma, die er in het Engels doorgaans wél staat (de ‘Oxford comma’), hoort er in het Nederlands niet thuis. In een opsomming gebruik je óf een komma óf het woord en.

Misschien komt het daardoor dat een verbod op een komma voor en een eigen leven is gaan leiden en als een absolute regel verkondigd wordt, ook als en twee lange zinnen verbindt – en laat dat nou net niet kloppen. Een komma voor en is helemaal geen doodzonde.

Zo zit het: Er mag best een komma voor en staan. Je voelt waarschijnlijk vanzelf wel aan wanneer dat kan. Klinkt er een pauze of verander je van toonhoogte? Als je een van die twee vragen met ja kunt beantwoorden, staat er op die plek in de zin vaak een komma.

Ritme en toon bepalen dus meestal of je een komma gebruikt. Door die regel sluiten geschreven en gesproken taal het best bij elkaar aan. Het kan heel storend zijn om een komma te lezen op een plek waar je de zin achter elkaar door zou lezen, en het kan juist heel behulpzaam zijn om een lange, lastige zin te verduidelijken met een komma.

En wat ook handig is om te weten: je mag een zin gerust met en beginnen, of met een ander voegwoord, zoals maar of dus. Trek je niks aan van mensen die vinden dat dat verboden is.

Een hele fijne collega? Mensen waarmee je samenwerkt? Een opdracht die je afgerond hebt of hebt afgerond? Behalve alle schoolmeestersregels hierboven zijn er nog tientallen talige struikelblokken waarover verschillend gedacht wordt. Hoe denk jij hierover?