Onderzoek

‘Klik en klaar’: kindersites op usability getoetst

0

Over hoe volwassenen omgaan met websites is inmiddels al zeer veel bekend, maar usability voor kinderen is nog tamelijk onontgonnen terrein. Welke elementen trekken de aandacht op sites waar kinderen komen? Is het allemaal leesbaar, begrijpelijk en aantrekkelijk? Stichting Mijn Kind Online en 2C Usability deden gebruikersvriendelijkheids- onderzoek met kinderen tussen 8 en 12 jaar. Hun rapport ‘Klik en klaar – Een onderzoek naar surfgedrag en usability bij kinderen’ laat zien dat kinderen nog wel wat ‘mediawijsheid’ kunnen leren. En makers van kinder-websites ook.

Onderzoeksopzet

  • In november en december 2007 vulden 600 kinderen op zes scholen verspreid over heel Nederland een online enquête in met vragen over hun surfgedrag.
  • Vervolgens vonden er vijf groepsgesprekken plaats, met telkens acht andere kinderen.
  • Deze onderzoeken vormden de opmaat voor individuele usability-gesprekken met vijftig kinderen tussen 8 en 12 jaar.

Vergelijkbaar onderzoek deed de Nielsen Norman Group in 2002 (met kinderen) en in 2005 (met tieners). Het usability-onderzoek van Mijn Kind Online en 2C is het grootste in Europa tot dusver met kinderen.

hdb_jongen-bureau05.jpg

Foto: Hans de Bruijn

Twee conclusies zijn te trekken:

  1. Over het surfgedrag van kinderen: Kinderen van acht en twaalf missen vaardigheden en het beoordelingsvermogen om informatie op internet op waarde te schatten. Daardoor lukken veel zoekopdrachten niet.
  2. Over de gebruikersvriendelijkheid van kinder-sites: Kinderen stuiten op veel usability-problemen. Websites overschatten de vaardigheden van kinderen. De populairste kinder-sites zijn ook de sites die het meest gebruikersvriendelijk zijn.

hdb_samen-bureau07.jpg

Foto: Hans de Bruijn

1. Over het surfgedrag van kinderen
Het is een veelgehoorde fabel dat kinderen tovenaars op de computer zijn, bij machte om alle digitale hobbels te nemen en zelfs hun ouders online aan het handje te nemen. Ze zijn de digitale generatie die opgroeit met nieuwe media, wordt gezegd. Ze zouden digitale alleskunners zijn, gezegend met prima informatievaardigheden en uitstekend in staat om te multitasken. Voor kinderen tussen 8 en 12 jaar klopt dat beeld in elk geval niet wat betreft het zoeken naar informatie op internet, laat ons onderzoek zien.

De belangrijkste bevindingen op een rij.

Ongeduldig
Kinderen tussen 8 en 12 jaar verwachten meteen succes als ze online surfen. Ze zijn nóg ongeduldiger dan volwassenen. Daardoor gaat er veel fout.

Lezen op internet

  • Kinderen lezen niet online. Ze wíllen niet lezen, als ze zoeken verwachten ze dat hun oog ergens meteen op valt. Ze willen onmiddellijk succes op een website.
  • Ze kúnnen ook niet goed lezen en schrijven. Ze zitten immers nog midden in het leerproces van lezen en schrijven.
  • Doordat ze nog midden in hun taalontwikkeling zitten, hebben ze een relatieve handicap. Veel zoekopdrachten mislukken of doen kinderen stranden op plekken die niet voor hen zijn bedoeld. Dat gebeurt vanzelfsprekend vooral bij jonge kinderen, maar niet alleen bij hen. Ook 11- en 12-jarigen spellen domeinnamen verkeerd, variërend van nikkelodeon.nl (met KK in plaats CK) tot jeugtjournaal.nl (met een T in plaats van een D). Ze komen dan terecht op zogeheten tikfoutdomeinen, oftewel websites die gevuld zijn met advertenties die worden gepresenteerd als normale links. Sinds kort is jeugtjournaal.nl overigens in bezit gekomen van het echte Jeugdjournaal, waardoor die spelfout niet meer tot ontsporingen leidt.

Zoeken op internet

  • Kinderen zijn niet in staat een goede zoekstrategie uit te stippelen. Te hopen valt dat scholen daar aandacht aan gaan besteden.
  • Zelden letten ze op de relevantie en betrouwbaarheid van internet-informatie. Meestal hebben ze ook niet geleerd waar je naar moet kijken om de relevantie en betrouwbaarheid te toetsen. Ook hier ligt een belangrijke taak voor het onderwijs
  • Kinderen verwachten dat internet informatie op een presenteerblaadje serveert, ook als het fout gaat. Google geeft bij een verkeerd ingevoerde zoekopdracht immers aan: ‘Bedoelde u soms …?’
  • Hun ongeduld zit in de weg. Veel kinderen lezen wel degelijk de tekst bij de beschrijving van een zoekresultaat in Google, maar te vluchtig. Razendsnel klikken ze door waardoor ze de kern missen.
  • Jongens zijn sneller afgeleid, meisjes zijn geconcentreerder.
  • In Google zoeken naar afbeeldingen gaat vaak wel goed. Plaatjes herkennen is een stuk makkelijker dan teksten interpreteren.

Beoordelen van informatie
Kinderen komen op internet een overdaad aan ongestructureerde informatie tegen. Maar ook als hun zoektocht op één website plaatsvindt, krijgen ze veel informatie op zich afgevuurd. Een website biedt een rijkdom aan keuzes die voor kinderen moeilijk te maken zijn. Welke informatie is bij een gerichte zoektocht belangrijk? Op welke termen moet worden gelet in de navigatie-structuur? Hoe is de relatie tussen beeld en tekst? Dat moeten kinderen allemaal leren.

Reclame
Kinderen zijn gespitst op reclame. Ze gaan reclame uit de weg door bijvoorbeeld afbeeldingen aan de rechterkant als advertentie te bestempelen en ze te negeren. Dat leidt ertoe dat redactionele content soms ten onrechte als reclame wordt gezien en vice versa. Ook normale plaatjes op een pagina met veel tekst zien kinderen vaak als advertentie-uiting. Bannerblindheid heeft in deze leeftijdsgroep al wortel geschoten (en schiet ook dóór…).

blokjes.jpg

De informatie in deze blokjes wordt door alle kinderen voor reclame aangezien (www.zozitdat.nl)

    • Als een website veel afbeeldingen bevat en als banners daardoor niet als zodanig opvallen, dan wordt er wel op advertenties geklikt. Ze vinden internet-reclame ‘stom’, al begrijpen ze wel dat een website niet zonder reclame kan. Advertenties zijn impopulair omdat ze ‘in de weg zitten’. De frustratie ontstaat doordat kinderen per ongeluk op reclame klikken. Dat gebeurt bijvoorbeeld als ze denken te klikken op de link ‘ga direct naar het spelletje’ maar klikken op de advertentie die er direct boven staat.
    • Reclame raakt steeds meer verweven met redactionele inhoud, zo constateerden we eerder al in ons dossier ‘Gratis! (maar niet heus)’, Daardoor is het moeilijk om reclame te herkennen. Het huidige usability-onderzoek bevestigt dat.

telfort.jpg

Afbeelding: Reclame voor Telfort – ziet eruit als een spelletje en wordt niet als reclame herkend (www.spelletjes.nl)

  • Kinderen missen het kritische bewustzijn om te doorzien wat een commerciële boodschap is en wat niet, wijzen de usability-interviews uit.

Persoonlijke gegevens

  • Kinderen zijn voorzichtig met het geven van persoonlijke gegevens. Zelden geven ze hun voor- en achternaam en woonadres prijs. Meestal vullen ze valse gegevens in.
  • Als ze naam en mailadres moeten achterlaten om verder te kunnen, dan twijfelen ze. Waarom is dit nodig?, vragen ze zich af. Ze snappen het niet.
  • Onbegrip gaat samen met irritatie over registratieprocedures waarbij persoonlijke gegevens ingevuld moeten worden. Met name kinderen van 8 en 9 haken af. Ze vinden het te ingewikkeld.
  • Er is een duidelijk verschil in gedrag tussen kinderen die regels krijgen en niet. De ‘wijze’ kinderen zijn vooral de kinderen die van hun ouders of van school horen dat sommige zaken op internet niet mogen. Nooit je privé-gegevens geven, is er één. Kinderen zonder regels laten wel hun 06-nummer achter in een advertentie voor ‘gratis’ ringtones.
  • Hoe terughoudend kinderen ook zijn, soms laten ze zich toch verleiden. Ze vinden dat het geen kwaad kan om het mailadres van vriendjes op te geven als ze daarmee kans maken op het winnen van een prijs. “Soms vul ik het mobiele nummer van mijn vriendin in op een website voor een gratis ringtone.”

2. Over de gebruikersvriendelijkheid van kinder-sites
In totaal zijn 24 populaire sites waar kinderen komen, getoetst op usability, in individuele gesprekken met vijftig 8- tot 12-jarigen. Ze kregen 24 websites voorgelegd, van Spele.nl, Jetix.nl, Jeugdjournaal.nl tot Nieuws uit de Natuur en de kindersite van Kennisnet. Maar ze werden ook met Google aan het werk gezet.

interview1.jpg

Thomas Marteijn en Eline Dijkerman van 2C Usability doen met een meisje op een school in Amsterdam een usability-test op een aantal kinder-websites. Foto gemaakt door Hans de Bruijn.

interview4.jpg

Remco Pijpers (stichting Mijn Kind Online) Thomas Marteijn en Eline Dijkerman (beiden van van 2C Usability) voeren een groepsgesprek met acht kinderen van 10, 11 en 12 jaar. Foto gemaakt door Hans de Bruijn.

Hoe test je met kinderen?
Testen met kinderen gaat ongeveer hetzelfde als bij volwassenen. De proefpersonen voeren opdrachten uit op websites, zoals “Probeer op deze website uit te vinden hoe hoog de Eiffeltoren is” en vertellen zo goed mogelijk hoe hen dat vergaat.

Een verschil met testen bij volwassenen is dat kinderen moeilijker hun doen en laten onder woorden kunnen brengen. Kinderen antwoorden sneller “Weet ik niet” op vragen, of hullen zich in stilte, zich concentrerend op hun surf-activiteit. Ze moeten dus een handje geholpen worden. Dat gaat als volgt:

  • Eerst worden ze op hun gemak gesteld. Niet met concrete opdrachten op de computer, maar met vragen over hun hobby’s en hun internetgebruik. Ze krijgen de kans hun favoriete site te laten zien en uit te leggen wat daar zo leuk aan is.
  • De kinderen worden niet al te dwingend benaderd. Zo voelen ze zich vrij en ontspannen, zodat het risico op ‘dichtklappen’ geminimaliseerd wordt.
  • De kinderen worden zo min mogelijk voorgezegd, maar daar waar nodig (als ze vast komen te zitten) wel een beetje geholpen.
  • Net als volwassenen die aan een usability test meedoen, zijn ook kinderen geneigd om de testcoördinator een plezier te doen door het ‘goed’ te willen doen. Dat is niet de bedoeling. Het gaat er immers om om problemen op websites aan het licht te brengen en daar moet je juist fouten voor maken. Het kind krijgt dus te horen dat het helemaal niet erg is om fouten te maken, sterker nog: dat het juist goed is om fouten te maken.
Accepteer cookies

Video-impressie van het usability onderzoek met de kinderen van Stichting Mijn Kind Online en 2C (productie: ANP Video)

Grootste usability-problemen
Dat kinderen vaak niet slagen in hun zoektocht op kinder-websites, ligt niet alleen aan het feit dat ze vaardigheden missen. Ook de gebrekkige usability van kinder-websites speelt ze parten. Het rapport ‘Klik en Klaar’ somt een scala aan problemen op. Hieronder volgt een kleine selectie.

1. URL’s worden verkeerd ingetikt.
De meeste kinderen hebben moeite met typen. Het duurt lang voordat ze de goede letters hebben gevonden. Doordat hun fijne motoriek nog niet volledig ontwikkeld is, gebeurt het ook vaak dat ze per ongeluk meerdere toetsen tegelijk indrukken. Dat maakt het moeilijk om een URL van een website in te tikken. Hoe langer de URL, hoe meer er mis kan gaan, en hoe moeilijker het voor de kinderen is om op de juiste website terecht te komen.

Kinderen bleken vooral veel moeite te hebben met het foutloos typen van de URL’s van sites als Cinekidstudio, Jeugdjournaal, Kennisnet en Nickelodeon. Niet alleen de jongere kinderen, maar ook de kinderen uit groep 8 en zelfs de brugklas, voor wie de websites bedoeld zijn.

Op de vraag om te surfen naar de site van het Jeugdjournaal, tikten sommige kinderen www.jeugjournaal.nl (zonder de D) waardoor ze op een commerciële linkdump-pagina van een tikfout-piraat terecht kwamen. De tikfout-variant www.jeugtjournaal.nl (met een T) is zoals gezegd inmiddels in handen van het Jeugdjournaal zelf, waardoor dát in ieder geval niet meer fout kan gaan.

jeugtjournaal.jpg

In december 2007 kwam je hier terecht als je ‘Jeugtjournaal.nl’ (met een T) tikte

Kinderen begrijpen ook nog niet welke technische restricties een rol spelen bij het gebruik van internet. Zo komt het vaak voor dat kinderen een spatie gebruiken als ze een URL intypen (bijvoorbeeld www.donald duck.nl en www.het klokhuis.nl). Dat is iets wat ouders en leerkrachten de kinderen kunnen leren.

2. Bewegende elementen in de navigatie storen
Op websites die specifiek voor kinderen gemaakt zijn, ziet de hoofdnavigatie er vaak heel aantrekkelijk uit. Het hoofdmenu wordt bijvoorbeeld opgeleukt met icoontjes, animaties of vrolijke kleurtjes. In principe vinden kinderen dit erg leuk. Althans, in eerste instantie. Vooral bewegende elementen gaan hen na enge tijd vreselijk irriteren. Een ander (groot) nadeel van dit soort ‘originele’ hoofdmenu’s is dat ze vaak niet als menu herkend worden. Of dat ze door het kleurgebruik niet eens opgemerkt worden.

jetix.jpg

Hoofdmenu op basis van iconen op www.jetix.nl

Het menu bovenaan de pagina van www.jetix.nl wordt door veel kinderen in eerste instantie niet gezien, of althans niet geïnterpreteerd als menu. Misschien is dat mede te wijten aan de ronde icoontjes, die sterk lijken op Kijkwijzer-pictogrammen, en dus eerder als ‘informatie’ dan als bedieningselementen begrepen zullen worden. Pas nadat kinderen met hun muis over het menu bewegen, en zien dat er ‘iets’ gebeurt, hebben ze in de gaten dat de iconen klikbaar zijn. De namen die in beeld verschijnen als je over het menu beweegt met de muis, bijvoorbeeld Club, Connect, Blox, Microsites en VOD, bieden echter onvoldoende uitleg en nodigen niet uit tot klikken. Kinderen begrijpen hierdoor niet wat ze op deze website kunnen doen en vinden het dus al snel niet interessant meer.

3. Kleine letters nodigen niet uit
Veel kinderen hebben moeite met het taalgebruik op sommige websites. Ook de lange zinnen vallen niet in goede aarde. Omdat kinderen nog geen volleerde lezers zijn, nemen ze niet de moeite om lange teksten te lezen. Kinderen kunnen teksten beter lezen als de zinnen kort zijn en als er niet al te veel moeilijke woorden worden gebruikt.

willemwever.jpg

Kleine letters op Willemwever.nl.

Veel kinder-sites maken gebruik van lettertypes die er leuk en flitsend uitzien, maar helaas soms moeilijk leesbaar zijn. Ook wordt op veel websites een (te) klein lettertype gebruikt. De leesvaardigheid van kinderen is nog niet dusdanig ontwikkeld dat ze met gemak kleine letters kunnen lezen. Het is verstandiger om op websites voor kinderen grotere letters en een duidelijk lettertype te gebruiken. Lange teksten in een klein lettertype nodigen niet uit om te gaan lezen.

4. Achtstegroepers: ‘Kids’ is niet voor mij
Kinderen zijn zich heel erg bewust van hun leeftijd. Daarom bezoeken ze niet graag websites die – in hun ogen – te kinderlijk zijn. Een woord als ‘kids’ is voor basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8 al onverteerbaar. Omgekeerd bezoeken ze juist wél veel websites die in principe bedoeld zijn voor volwassenen (zoals Hyves en Google) mits zulke sites maar niet al te veel tekst en moeilijke woorden bevatten, zoals de Wikipedia.

basisnet.jpg

Kinderen van 11 à 12 (groep 7 à 8) vinden zichzelf geen kids meer. Waarop moeten ze dan klikken?
(www.kennisnet.nl).

5. Inlogproblemen ontmoedigen

  • Kinderen vinden het niet prettig als ze zich op een website moeten aanmelden om – bijvoorbeeld – een spelletje te spelen. Eerst moeten ze toestemming vragen aan een ouder, die hen vervolgens moet helpen en dat duurt allemaal te lang. Maar sommige sites zijn volgens kinderen wel de moeite waard om er een account voor te maken, zoals Hyves.nl, Habbo.nl, Runescape.com en Neopets.nl. Vaak worden accounts voor deze websites met hulp van een ouder, vriendjes/vriendinnetjes of broers/zussen aangemaakt.
  • Meestal lukt het kinderen simpelweg niet om zelf een account op een website aan te maken. Ze lopen meestal al vast bij het kiezen van een gebruikersnaam. Ze vullen vaak in eerste instantie hun eigen naam in, die dan al bezet blijkt te zijn. Of ze gebruiken spaties in hun eigen naam (ze willen dan bijvoorbeeld ‘voornaam achternaam’ opgeven als gebruikersnaam). Dat dit niet mag, vinden kinderen onbegrijpelijk.

sketchmaker.jpg

De Sketchmaker/Sketchmixer van Het Klokhuis is een goed voorbeeld van hoe je kinderen kunt uitnodigen om een account aan te maken. Met de Sketchmaker maak je eerst een eigen sketch, met in de hoofdrol de Klokhuis-personages. Pas aan het einde van het creatieve proces wordt de kinderen gevraagd in te loggen of aan te melden als zij hun sketch willen opslaan. Op deze manier kunnen kinderen ongestoord aan de slag. En als zij tevreden zijn over het eindresultaat, is het ook aantrekkelijker en de moeite waard om een account aan te maken.

Tot slot
De populairste site site is eveneens de site die als het meest gebruikersvriendelijk wordt ervaren: www.spele.nl, hoe saai en eenvoudig deze er misschien ook uitziet. Zo’n 85 procent van alle kinderen tussen 8 en 12 jaar bezoekt deze spelletjesportal. De website is makkelijk te bereiken en en binnen twee of drie keer klikken spelen ze een spelletje. Ook kunnen ze eenvoudig en met weinig klikken wisselen tussen spelen.

En laat Spele.nl nou net een site zijn die reclame en redactie mengt en kinderen op het verkeerde been zet.

Een goede kindersite (check de criteria van de Gouden @penstaart-verkiezing) is dus niet alleen een aantrekkelijke en gebruikersvriendelijke maar ook een betróuwbare site. Idee voor een volgend onderzoek van Mijn Kind Online: hoe betrouwbaar zijn spelletjessites voor kinderen?

Wilt u het volledige rapport ‘Klik en Klaar – Een onderzoek naar surfgedrag en usability bij kinderen’ ontvangen, stuur dan een mail naar remco.pijpers@mijnkindonline.nl. In het rapport, dat gratis is, staan ook aanbevelingen voor sitemakers en opvoeders.

Met dank aan Thomas Marteijn en Eline Dijkerman (2C) en Henk Boeke (Ouders Online / Stichting Mijn Kind Online). Het onderzoek is mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van KPN.