Reportages

Open Data: ja natuurlijk! Maar hoe? [PICNIC 2010]

  • Leestijd: 7 minuten

Open Data is hot. Internationale voorbeelden tonen aan dat Open Data-initiatieven werken en in een behoefte voorzien. Nederland blijft, op enkele geslaagde initiatieven na, behoorlijk achter. Tijdens PICNIC’10 gaven 5 ervaren sprekers hun visie op hoe dat te veranderen is. Wat moet je ervoor doen en wat krijg je ervoor terug?

Een (open) wereld te winnen

Vrije toegang tot informatie is in een democratie onmisbaar en informatie is uiteindelijk gegrond in data. De publieke sector genereert enorme hoeveelheden data over uiteenlopende onderwerpen, waaronder mobiliteit, infrastructuur, onderwijs en zorg. Veel van die data worden al decennialang minutieus verzameld en bewaard. Helaas worden data vaak opgeslagen in ondoordringbare silo’s waardoor ze ontoegankelijk blijven voor (her)gebruik of visualisatie – soms zelfs binnen de eigen organisatie. Daarmee blijven veel kansen onbenut.

Het is technisch gemakkelijker dan ooit om data te verzamelen, te delen, te verbinden en te (her)gebruiken. Wanneer data publiek toegankelijk zijn, worden ze onder bepaalde voorwaarden Open Data genoemd. Open Data wordt gezien als stimulans voor sociale en economische innovatie. De Europese Unie schat de economische waarde van Open Data via een ondoorgrondelijke berekening op 27 miljard Euro. Ongeacht wat dat getal precies betekent, levert het openen van databases kansen op voor burgers, overheid en bedrijfsleven. Die kunnen daarmee nieuwe diensten, producten, visualisaties en praktijken ontwikkelen.

Dat inzicht heeft wereldwijd gezorgd voor veel Open Data-initiatieven. In 2010 gaf de Britse overheid haar burgers toegang tot 3000 datasets via data.gov.uk. Die lopen uiteen van demografische data tot gegevens over de kwaliteit van scholen, de bestemmingen van Britse reizigers in het buitenland, de namen van baby’s en uiteenlopende kalenders. Ongeveer tegelijkertijd lanceerde president Obama Data.gov. Soortgelijke initiatieven in Finland en Duitsland zijn in aantocht.

Terwijl dit her en der gebeurt, blijft Nederland achter, ondanks een aanzet als OpenDataOverheid. Daarom organiseerde Waag Society tijdens PICNIC’10 een seminar en een lab over Open Data met 5 sprekers met veel ervaring op dit gebied. In dit artikel vind je korte samenvattingen van hun presentaties. Wil je meer weten, kijk dan naar de slides in dit artikel of op de wiki van het event (met dank aan @AdAerts).

Wat, waarom en hoe van Open Data

Rufus Pollock is econoom en initiatiefnemer van de Open Knowledge Foundation, gevestigd in Londen, UK. Hij stelt dat Open Data ons in staat stelt om (lastige) vragen te stellen en te beantwoorden. Waar gaat mijn belastinggeld naartoe? Waar zijn de beste scholen en ziekenhuizen? Wat is de kortste/snelste/goedkoopste weg naar mijn werk? Veel van die informatie is beschikbaar in een formaat dat hergebruik erg lastig maakt, zoals het gesloten PDF. Om de kracht van Open Data te gebruiken, moet de computer toegang hebben tot de ruwe data in een vorm die door een machine te lezen is.

Open betekent volgens Pollock free for everyone to use, re-use and distribute. Kijk voor deze en meer voorwaarden op www.opendefinition.org. De data kunnen van alles zijn: geografisch, electoraal, financieel, juridisch etc. Belangrijk is dat ze niet herleidbaar zijn tot individuen, dus geen patiëntendossier of individuele verkeersgegevens.

Open Data zorgt ervoor dat meer mensen kunnen meedenken over nuttige toepassingen. Pollock stelt: “The best thing to do with your data is probably thought of by someone else.”

Passieve consumenten worden met Open Data en de juiste tools in potentie actieve gebruikers, die zelf in staat zijn om antwoorden te vinden op prangende vragen. Pollock is een actief voorvechter van de read/write society, waarin mensen zelf aan de knoppen zitten: met open data kan je dat heel letterlijk nemen.

Open Data en de Stad

Julian Tait is betrokken bij FutureEverything, een jaarlijks kunst- en technologiefestival in Manchester, UK. Hij is programmaleider van Open Data Manchester, een project om zoveel mogelijk data in Groot-Manchester (2,5 miljoen inwoners) in het publieke domein te krijgen. In Engeland bestaat daarvoor de Freedom of Information Act. Die is vergelijkbaar met onze Wet Openbaarheid Bestuur (WOB). Deze stelt dat als je om bepaalde data vraagt, je die in principe uiteindelijk ook krijgt. Dat leidt echter tot zoeken naar een speld in een hooiberg – het kan eindeloos duren en je mist alles wat eromheen zit en mogelijk ook relevant is.

Om hier verandering in aan te brengen, is één ding cruciaal: toon aan dat er een behoefte bestaat aan Open Data. Tait richt zich daarom in Open Data Manchester op 3 doelgroepen:

  • Gebruikers van data: hackers, mensen die iets willen veranderen aan de samenleving en daarvoor data nodig hebben
  • Datamanagers en -beheerders: die weten welke data er zijn, wat er mag en hoe data toegankelijk kunnen worden gemaakt, nog voor de politiek er weet van heeft
  • Managers en de politiek: die worden doorgaans enthousiast wanneer ze zien hoeveel gebruik er wordt gemaakt van data die publiek toegankelijk zijn gemaakt – ook als dat zonder toestemming is gebeurd

Tait: “Community is Key voor het succes van Open Data. Zoek de gebruikers op en vraag wat ze willen en in welke vorm. Stimuleer de vraag terwijl je de overheid bewerkt. Denk na over je argumenten en stem ze af op wie je wilt overtuigen.” 4 belangrijke tips van Tait in het contact met de overheid zijn:

  • Kosten van gesloten data zijn veel hoger dan van open data – open data levert geld op
  • Open Data zorgt voor een toegenomen transparantie en efficiency in het ambtenarenapparaat
  • De overheid is bang voor negatieve publiciteit. Kies datasets die zowel voor de overheid als voor de burger waarde opleveren
  • Laat zien hoe Open Data economische en maatschappelijke waarde oplevert voor de stad, bijvoorbeeld voor het creatieve MKB

De drie M’s van Open Data

Jarmo Eskelinen is directeur van Forum Virium, een ontwikkelingsmaatschappij in Helsinki, Finland. Hij hangt zijn verhaal op aan drie M’s: Mandaat, Mindset en Methoden.

Het politieke Mandaat om datasets vrij te geven, komt van de EU die via externe druk het openen van publieke databronnen stimuleert. Interne (lokale) druk is echter belangrijker, omdat het tot actie kan leiden en dat vereist de juiste Mindset bij de beslissers. Die zijn gevoelig voor economische motieven. Op de korte termijn kan er wat geld worden verdiend met het verkopen van publieke data. Dat verhindert echter winst op de lange termijn, die ontstaat wanneer zoveel mogelijk partijen iets met die data gaan doen en er betaalde of gratis diensten mee ontwikkelen. Als data-eigenaren dat eenmaal inzien, zijn de juiste Methoden nodig. Het publiek maken van data vereist specifieke vaardigheden en die zijn dun gezaaid in overheidsland.

In Helsinki is daarvoor de Helsinki Region Infoshare ontwikkeld. Dat is een organisatie die de (semi-)overheid helpt om haar data publiek toegankelijk te maken. Dat gaat in 4 stappen:

  1. Aantonen dat er behoefte is aan Open Data
  2. Data verzamelen en geschikt maken voor hergebruik door middel van licenties, kant-en-klare contracten en standaarden
  3. Regelen van de distributie en datamanagement, zodat de data daadwerkelijk toegankelijk wordt
  4. Stimuleren en faciliteren van het gebruik

Eskelinen stelt dat er zonder top-level commitment van het (politieke) bestuur niets gebeurt. Dat is in Helsinki verkregen door te wijzen op de volgende voordelen:

  • Betere toegang tot informatie
  • Stimuleren van samenwerking
  • Nieuwe diensten
  • Participatie en commitment van burgers
  • Besparingen (zie ook het verhaal van Julian Tait)
  • Vergroten van de kwaliteit van data door crowdsourcing
  • Gratis feedback om onder meer processen te verbeteren
  • Wanneer er een Europese markt ontstaat voor op Open Data gebaseerde Apps, sta je in het voordeel als je nu al begint

De kracht van communities

Ton Zijlstra stelt zichzelf voor als optimistic radical. Hij stelt dat de overheid in Nederland ondanks regelgeving die haar daartoe verplicht niet voldoende handelt – veel te veel data blijft achter gesloten deuren. Dit komt mede door de veelomvattendheid van het onderwerp:

  • De overheid is een veelkoppig monster
  • De diversiteit (inhoud, soort, formaat) van data is groot
  • Het aantal potentiële gebruikers is enorm
  • De toepassingen zijn eindeloos

Er bestaan volgens Zijlstra geen eenvoudige oplossingen. Wat wel werkt is het ondersteunen van communities en het ontwikkelen van goede voorbeelden. Hij geeft er een paar:

  • Ambtenaar 2.0. Een community van ambtenaren die het anders willen doen. Zeer betrokken en voorzien van de wil om dingen te veranderen.
  • Hack de Overheid: een community van hackers en ambtenaren die samen naar het (her)gebruik van publieke data kijken. Zo is ondermeer openKvK ontwikkeld, een alternatief handelsregister dat wél 24 uur per dag open is – en gratis.
  • Wiki Loves Monuments. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is een samenwerking gestart met de WikiMedia stichting om gegevens over monumenten te controleren en aan te vullen. In de eerste halve maand zijn daar al 5000 bijdragen binnengekomen van 3000 rijksmonumenten.

Zijlstra stelt: Open Data vereist mondige burgers en ondernemers die de overheid maar ook het bedrijfsleven op haar taak aanspreken. Dan kan er in korte tijd veel gebeuren.

Open Data Utopia?

Daniel Kaplan is directeur van FING, een Parijse denktank die onderzoek doet naar toepassingen van nieuwe media. Hij vraagt zich af hoe de toekomst eruitziet wanneer straks alle data publiek toegankelijk zijn. Open Data programma’s gaan vaak vergezeld van een utopisch toekomstbeeld: meer transparantie, betere diensten, nieuwe kennis en inzichten en mondige, goed geïnformeerde burgers. Is een ander beeld niet net zo plausibel: transparantie zonder verantwoordelijkheid, privaat maar kostbaar aanbod van publieke diensten, een overmaat aan informatie waarvan de status onduidelijk is en gefrustreerde burgers die verder afhaken?

Kaplan stelt de retorische vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat het eerste toekomstbeeld bewaarheid wordt en niet het tweede. Of zijn er nog andere scenario’s? Open Data zal te maken krijgen met belangenconflicten, ethische en juridische vragen en economische motieven. De beste strategie is daar nu al over na te denken. In zijn presentatie deed hij een aanzet; de rest is aan ons.

Tips voor de overheid

Valerie Frissen, werkzaam bij TNO en de Erasmus Universiteit, vroeg aan het einde de sprekers een tip voor de overheid die een doorbraak wil bewerkstelligen. Het verzamelde antwoord: zorg voor een paar goede voorbeelden en laat zien waar de waarde zit; werk zowel top-down via de beslissers als bottom-up met hackers en programmeurs; biedt hulp waar nodig en stimuleer burgers en consumenten om zich de data toe te eigenen. Mijn persoonlijke favoriet: zorg voor een ‘cultuur’ van open data, waarin creatief (her-)gebruik, eigen analyses en mash-ups worden gewaardeerd en gedeeld.

Open Data Lab

Na de presentaties volgde een hands-on Lab waar de sprekers en bezoekers met elkaar in gesprek gingen over 12 thema’s die te maken hebben met Open Data. Mijn conclusie is dat het thema veel losmaakt; dat er veel van elkaar te leren is en dat er behoefte is aan concrete handreikingen. De resultaten van het Lab worden verzameld op opendatawiki.net, die de komende weken verder wordt aangevuld. Eén van die resultaten is een Apps for Holland competitie die binnenkort wordt gelanceerd. Wil je meedoen of te zijner tijd meer informatie ontvangen, laat het me weten via frank@waag.org.

Dit artikel is geschreven in samenwerking met Tom Demeyer en Karen van der Moolen, beide werkzaam bij Waag Society.