Reportages, Trends

De toekomst van webredactie: crossmediale curatie

0

De webredacteur. Bestaat hij over 5 jaar nog wel? En hoe zal zijn vak er dan uitzien? Op dit moment zijn webredacteuren vaak degenen die tekst schrijven en redigeren. Maar met de komst van social media, multimediale platforms, user generated content en augmented reality gaat daar heel wat aan veranderen. Tijdens het Congres Webredactie gaven media futurist Gerd Leonard & Erik van Heeswijk, hoofdredacteur van VPRO digitaal, hun visie op hoe webredactie zich zal gaan ontwikkelen. Woorden die me inspireerden tot het schrijven van dit stuk, dat een blik werpt op de toekomst van het vak.

Redacteur wordt curator

We leven in ‘the Age of Creation’; een tijd van infobesitas en de massale creatie van informatie. Twintig minuten op Facebook leverde begin dit jaar 1,8 miljoen status updates, 2,7 miljoen foto’s en ruim tien miljoen reacties op. En over drie jaar hebben we volgens futurist Gerd Leonard real time vertaling; op het moment dat ik iets type of zeg, hoor of lees jij het tegelijkertijd (met een paar seconden vertraging) in een andere taal. Dat betekent niet alleen dat de content die wij in Nederland creëren overal ter wereld beschikbaar zal zijn (en dat je doelgroep dus ineens veel en veel groter is), maar ook dat wij er meer concurrentie bij krijgen, omdat buitenlandse blogs, sites en video’s real time vertaald worden op ons scherm. Het is er nu al in enige mate voor websites met Google Translate, maar binnen 3 jaar werkt het zo goed (en ook voor video’s, apps en meer), dat we het volgens Leonard massaal gaan gebruiken. En voor de lezer of de consument betekent dat dus; nog meer informatie om te behappen.

Mensen hebben veel meer geld dan dat ze tijd hebben. Al die creatie van informatie heeft geleid tot een overdaad aan keus en een gebrek aan weten waar te beginnen. Zoals Simon Carless schrijft op zijn blog: “We’re headed towards the Age of Curation. People need to know what’s good – and not necessarily popular – out there.” Meer en meer zullen webredacteuren daarom de functie krijgen van curator. Leonard: “In een museum hangen ook geen 50.000 schilderijen. De curator bepaalt wat het beste is, wat relevant is, wat vernieuwend en inspirerend is.” Dat geldt ook voor tekst en informatie. Een curator creëert meerwaarde voor de lezer.

Meerwaarde is disruption

Meerwaarde is niet zomaar datgene brengen wat veel likes en retweets oplevert. Dan blijf je volgens Leonard aan de oppervlakte. Het gaat volgens hem om ‘disruption’, niet doen wat de rest doet, buiten geijkte paden durven treden, niet doen wat er van je verwacht wordt, maar eigenheid, iets unieks brengen, iets nieuws doen wat verwart, verandert en innoveert. Leonard: “Je moet niet iets twitteren, omdat je weet dat je volgers het gaan retweeten. Je moet iets twitteren omdat je weet dat je volgers er iets aan hebben en omdat ze het ergens anders niet vinden. Dat eerste is geen curatie, maar masturbatie.”

Meerwaarde is koppelen & context bieden

In een wereld waarin we met zijn allen verschrikkelijk veel content creëren, ligt de kracht van redactie dus bij het verzamelen en koppelen van informatie, die informatie in context zetten, visie tonen, nieuwe invalshoeken geven. Je hoeft niet de eerste te zijn die het nieuws brengt (breaking!), maar misschien juist degene die van een afstandje de ontwikkelingen volgt en diepte analyses brengt of nieuwe invalshoeken, die mensen inspireren en aan het denken zetten.

Meerwaarde is verhalen vertellen

Verhalen vertellen blijft het allerbelangrijkst. Verhalen verbinden, enthousiasmeren en zijn perfect voor het doorsturen en delen. Misschien niet meer met name in de vorm van tekst, maar juist in een combinatie van beelden, datavisualisatie, video, gesproken woord en tekst. Het blijven altijd de verhalen die centraal staan.

Meerwaarde is serendipiteit bieden

Moeten we niet bang zijn dat databases, machines en social media het werk van redacteuren straks gaan overnemen? Er zijn steeds meer diensten die voor ons cureren. Denk aan Summify, een dienst die nieuwsartikelen en blogposts voor je verzamelt, op basis van hoe vaak ze gelezen en gedeeld worden in je sociale kringen en op basis van relevantie voor jou. Leonard denkt van niet. “Naarmate technologie belangrijker wordt, worden mensen dat ook. Waarom? Omdat mensen kunnen creëren en machines niet.” Mensen kunnen verhalen maken, nieuwe inzichten delen. En we kunnen nog meer. Volgens Leonard komt serendipiteit weer terug. En daar zit wat in. Geautomatiseerde filters, die werken op basis van een algoritme, zijn niet anders dan geavanceerde zoekmachines. Redacteuren helpen mensen vinden wat ze anders niet zouden hebben gevonden en zetten die informatie in een bepaalde, nieuwe context. Weg met die filter bubble!

Hier vind je de presentatie ‘De toekomst van online content’ (pdf) van Gerd Leonhard.

Hou je niet aan de regels!

Meerwaarde bieden is dus ook opvallen en anders zijn. Daarvoor is het zaak je als redacteur niet altijd aan de regels te willen houden. Erik van Heeswijk van de VPRO begon zijn presentatie over Jakob Nielsen, de usability goeroe die de regels voor webredactie, zoals we die nog steeds vaak gebruiken, begin jaren ’90 heeft bedacht. Je kent ze wel; de belangrijkste informatie moet links bovenaan staan, teksten moeten kort & krachtig, want het internet kent geen lezers, maar scanners. En dat is gek, vindt Van Heeswijk. Want de realiteit bewijst dat die regels helemaal niet altijd opgaan.

Het gaat om inhoud, om content, om meerwaarde, om wat de doelgroep wil weten, niet om de lengte van de tekst. Van Heeswijk: “Op het moment dat je iets geweldig innovatiefs wil maken, dan kan dat. En dan maken die wetten niet meer uit.” Hij noemt als voorbeeld het eigen project van de VPRO, de Beagle. De site die bij dat project hoort, klopt totaal niet als je Nielsen’s wetmatigheden erbij haalt. Maar toch heeft de VPRO er diverse internationale prijzen mee gewonnen. Innovativiteit en meerwaarde bieden is belangrijker dan de algemeen geldende regels, zo redeneert Van Heeswijk.

En ik ben het met hem eens. Hier op Frankwatching bijvoorbeeld, zie je veel teksten die naar Nielsens begrippen veel te lang zijn. En toch werken ze. Sterker nog, langere teksten worden vaak zelfs beter gewaardeerd dan korte. Daarmee wordt toch wel bewezen dat Nielsen’s wetten achterhaald zijn.

Alles is web

Alle content is, volgens media futurist Gerd Leonard, straks cross-media en web-native by default. Chinezen kijken geen tv meer, maar kijken via internet. De toekomst van lezen en schrijven draait volgens Leonard niet om tekst schrijven en lezen, maar om visualiseren en om engagement. Bij de VPRO heten webredacteuren niet langer webredacteur, maar redacteur. Het gaat volgens hoofdredacteur digitaal Van Heeswijk niet meer om het ‘web’, want tegenwoordig is bijna alles ‘web’. Het gaat om media in het algemeen. En dat is ook meer dan tekst. Video, foto’s, datavisualiatie, apps, websites, weblogs, tweets etc. Van een webredacteur wordt verwacht dat hij van alle typen media af weet en de kenmerken van elk platform kent en kan toepassen. Hij moet kunnen schrijven, foto’s kunnen maken, kunnen monteren, kunnen twitteren, Facebook kennen en ga zo maar door.

En lezers, zo redeneert Leonard, worden meer & meer mensen van het scherm. Multi-mediaconsumenten dus. Redacteuren maken content (of cureren deze) en de ‘lezer’ kiest het beste scherm dat hij beschikbaar heeft. Volgens Van Heeswijk gaan we in de toekomst zelfs verder dab het creëren van mediaspecifieke content (voor blogs, mobiele telefoons, Twitter en Facebook). Hij denkt dat we gaan naar het creëren van platformonafhankelijke content, die via technologie (denk aan responsive design, slimme content management systemen en augmented reality aan de kant van de media consument) op de juiste manier, via het juiste platform en het juiste scherm, bij de juiste persoon terecht komt.

Het einde van de tekstschrijver?

Het is duidelijk is dat de waarde van tekst gaat veranderen. Als je kijkt naar social media, naar de nieuwe generatie tabletapps en bijvoorbeeld de innovatieve Touch Doc van de VPRO over de flash crash van de Amerikaanse beurzen vorig jaar, dan zie je dat beeld & interactie de boventoon voeren. Tekst werkt ondersteunend, als ondertitel, als omschrijving of als extra informatie.

Betekent het dan dat er over tientallen jaren geen tekst meer wordt gemaakt? Zijn er straks nog wel tekstschrijvers? Ik denk het wel. Webteksten zijn al lang geen eendimensionale teksten meer. Door plaatjes, video’s en links is het ‘lezen’ van zo’n tekst al een multimediale ervaring. Toch blijven we boeken lezen. Ik denk juist omdat ‘plain text’ ons die ruimte geeft om zelf te verzinnen, een voorstelling te maken, te fantaseren en een wereld te scheppen. Zonder dat iemand dat al voor je heeft gedaan. Maar dat neemt niet weg dat (web)redacteuren in de toekomst meer en meer multimediale content creators & curators zullen worden, in plaats van plain old tekstschrijvers en -verbeteraars.

Wat denk jij? Hoe zal het vak ‘webredactie’ zich de komende jaren gaan ontwikkelen? Blijft tekst an sich nog wel bestaan? En blijft het dan nog wel leuk om te doen?