Schrijven

Komma, punt, apostrof: alles wat je moet weten over leestekens

0

Leestekens zoals punten komma’s uitroeptekens en vraagtekens zijn bedoeld om een tekst beter leesbaar te maken als je geen leestekens gebruikt in je teksten zijn ze een stuk lastiger te lezen je ziet namelijk niet waar de ene zin ophoudt en de volgende begint

Zo, vanaf hier gebruik ik toch maar weer leestekens. Leest nét wat fijner. Ik hoop dan ook dat je nog niet bent afgehaakt, want van zo’n tekst zonder leestekens valt weinig te maken. Zonder kunnen we dus niet. Maar weet jij altijd wanneer je welk leesteken moet gebruiken? Grote kans van niet. En hoewel schrijven mijn beroep is, moet ik toegeven dat ik er zelf ook niet altijd uitkom. Met punten, uitroeptekens en vraagtekens red ik me uitstekend, maar bij de rest moet ik soms echt even nadenken hoe het ook alweer zit. Dat bracht me op het idee om een handig overzicht te maken van de leestekens die er zijn en hoe je ze gebruikt in je teksten. Zo kun je het altijd even checken als je het niet zeker weet.

Welke leestekens zijn er?

Eerst maar eens alle leestekens die je tegen kunt komen op een rij:

  1. Punt .
  2. Vraagteken ?
  3. Uitroepteken !
  4. Komma ,
  5. Puntkomma ;
  6. Dubbele punt :
  7. Aanhalingsteken ‘ en “
  8. Koppelteken –
  9. Beletselteken …
  10. Gedachtestreepje –
  11. Haakjes ()
  12. Schuine streep /
  13. Apostrof ‘

Hoe gebruik je de leestekens?

Leuk die opsomming van leestekens, maar wat je natuurlijk echt wil weten, is hoe je ze gebruikt. Daar gaan we!

1. Punt

Laten we met de eenvoudigste beginnen. Met een punt geef je het einde van een zin aan. Dit lijkt makkelijk, maar gaat in de praktijk nog wel eens fout, doordat een punt te vroeg of juist te laat wordt geplaatst. In deze zin is de punt te vroeg geplaatst:

  • Over twee weken ga ik op vakantie naar Spanje. Want ik ben er echt aan toe.

De punt moet hier vervangen worden door een komma, want deze twee delen horen bij elkaar in één zin. De punt kan wel blijven staan als je ‘want’ weghaalt. Dan ontstaan er twee opzichzelfstaande zinnen:

  • Over twee weken ga ik op vakantie naar Spanje. Ik ben er echt aan toe.

Een te laat geplaatste punt kan er als volgt uitzien:

  • De honden in het dierenasiel zijn erg blij met alle aandacht die ze krijgen, de medewerkers doen dan ook erg hun best.

Op het eerste gezicht lijkt dit niet fout, maar hier zijn twee hoofdzinnen met een komma aan elkaar geplakt. Hoe dan wel?

  • De honden in het dierenasiel zijn erg blij met alle aandacht die ze krijgen. De medewerkers doen dan ook erg hun best.

Een andere manier waarop je de punt kunt gebruiken is om een woord af te korten. Et cetera en bijvoorbeeld zijn woorden die vaak naar etc. en bijv. worden afgekort. Denk ook aan afkortingen als a.u.b., z.s.m. en t.z.t.

2. Vraagteken

Het vraagteken staat net als de punt aan het einde van de zin, maar geeft aan dat de zin een vraag bevat. Dit kun je horen aan de intonatie. Aan het eind van een vragende zin gaat de toon omhoog. Daarnaast kan een vraagwoord (wie, wat, waar, waarom, hoe, welke, et cetera) verklappen dat je een vraagteken aan het eind moet plaatsen.

  • Wie was de eerste persoon die op de maan landde?
  • Welke landen hebben Spaans als voertaal?

3. Uitroepteken

Wil je extra nadruk leggen op een zin? Dan plaats je er een uitroepteken achter. Dit teken wordt bijvoorbeeld vaak gebruikt bij zinnen in de gebiedende wijs, zoals Pas op!. Het is niet gebruikelijk om uitroeptekens te plaatsen in objectieve teksten, zoals nieuwsartikelen, maar in je marketinguitingen of in persoonlijke communicatie kan het dan wel weer prima. Kijk dan wel uit dat je ze niet te veel gebruikt, dat kan erg schreeuwerig overkomen.

4. Komma

Het gebruik van de komma is een stuk lastiger. Veel mensen doen dit op gevoel en plaatsen een komma op de plekken waar een duidelijke pauze hoorbaar is. Toch zijn er wel wat regels. Je gebruikt een komma:

  • Voor voegwoorden, zoals omdat, want en zodat, behalve bij en. Voor het voegwoord dat komt geen komma.
  • Bij opsommingen die uit meer dan twee delen bestaan, bijvoorbeeld één, twee, drie en vier. Na elk deel van de opsomming plaats je dus een komma en voor het laatste deel plaats je en in plaats van een komma.
  • Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden: de mooie, grote, zwarte designertas.
  • Voor en na een bijstelling: Madonna, de bekende zangeres, staat erom bekend dat ze vaak te laat begint met haar optredens.
  • Voor en na een uitbreidende bijzin: Mijn collega, die niet erg stipt is, was weer eens te laat voor een meeting.
  • Na de aanhef boven een e-mail of brief: Beste heer/mevrouw,
  • Ditzelfde doe je na de afsluiting: Met vriendelijke groet,
  • Voor- en/of nadat je iemand aanspreekt: “Merel, hoe gaat het vandaag met je?”, “Gaat het vandaag goed met je, Merel?”, “Kom, Merel, we gaan naar huis.”
  • Tussen twee persoonsvormen: Voordat ik mijn huis verlaat, check ik eerst of ik alles goed heb afgesloten.
  • Na het eind van een citaat als er nog een deel van de zin achteraankomt, bijvoorbeeld “Ik ga zo werken”, zei hij tegen zijn vrouw. De komma komt dus na de aanhalingstekens.

Dan hebben we nog en. Mij is vroeger geleerd dat je hier geen komma voor mag plaatsen. Meestal is dit inderdaad niet nodig, maar soms kan het wel verduidelijkend werken, zeker bij lange zinnen. Plaats die komma dus vooral als je denkt dat het de leesbaarheid ten goede komt.

5. Puntkomma

De puntkomma houdt, zoals de naam al verraadt, het midden tussen een punt en een komma. Dit teken sluit net als de punt een zin af, maar maakt tegelijkertijd duidelijk dat er een verband is met de volgende zin.

Veel mensen kunnen niet meer zonder social media; Instagram, TikTok en Facebook zijn niet meer weg te denken uit hun leven.

Daarnaast gebruik je de puntkomma in opsommingen waarbij de delen van de opsomming zinsdelen zijn. Achter het laatste deel komt een punt.

Om uw aanvraag in behandeling te kunnen nemen hebben we de volgende informatie nodig:

  • hoeveel mensen u verwacht;
  • wat het budget is;
  • in welke activiteiten u interesse heeft;
  • wat de begin- en eindtijd is.

6. Dubbele punt

De dubbele punt gebruik je voorafgaand aan een:

  • opsomming (zoals deze)
  • citaat (Hij riep boos: “Waarom luistert er nooit iemand naar mij?”)
  • uitleg/verklaring (Mijn collega kwam te laat op het werk: ze had zich verslapen.)

Meestal krijgt het eerste woord na de dubbele punt geen hoofdletter, tenzij het een naam is, er citaat volgt of er een opsomming van meerdere zinnen of vragen volgt.

7. Aanhalingsteken

Je kunt in je teksten gebruikmaken van zowel enkele (‘) als dubbele (“) aanhalingstekens. Er zijn geen regels vastgelegd voor wanneer de enkele of dubbele variant gebruikt moet worden. Toch zie je wel dat ze vaak op dezelfde manier worden toegepast.

De enkele aanhalingstekens gebruik je in de volgende gevallen:

  • Voor een tekst die je letterlijk overneemt uit een andere bron (‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’ is een bekende tekst uit de Bijbel.).
  • Bij titels van bijvoorbeeld boeken of andere publicaties (De ijverige student las ‘Odyssee’ van Homerus binnen een dag uit.). Namen van evenementen, campagnes en dergelijke zijn vaak al te herkennen aan de hoofdletters. Aanhalingstekens zijn dan niet nodig.
  • Als je een woord gebruikt dat nieuw of onbekend is (Vorige week was het woord van de week ‘stofzuiggate’.), of als je het ironisch bedoelt (Het was een ‘onvergetelijk’ feest.). Bij nieuwe of onbekende woorden zie je ook wel eens dat er geen aanhalingstekens worden gebruikt, maar dat ze gecursiveerd worden.
  • Als een woord of zinsdeel naar zichzelf verwijst (Voor galgje is ‘ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie’ een perfect woord.)
  • Bij betekenisomschrijvingen van woorden en zinnen (Gefeliciteerd is in het Engels ‘happy birthday’.)
  • Bij spreuken, motto’s en thema’s (Wie ‘de aanhouder wint’ altijd in gedachten houdt is een echte doorzetter.)

Dubbele aanhalingstekens worden meestal gebruikt voor citaten, al worden daar soms ook enkele aanhalingstekens voor gebruikt. Dit is niet fout, zolang je het maar consequent doet. Bij gedachten gebruik je geen aanhalingstekens.

8. Koppelteken

Het koppelteken staat ook wel bekend als verbindingsstreepje. Dit leesteken gebruik je onder andere om aan te geven dat je een deel van een woord weg hebt gelaten. In plaats van de voordelen en nadelen kun je een koppelteken gebruiken en er de voor- en nadelen van maken. Of schrijf hoofd- en bijzaken in plaats van hoofdzaken en bijzaken. Let er wel op dat je het koppelteken niet gebruikt als je een heel woord weglaat. Je schrijft dus lange en korte woorden en niet lange- en korte woorden. Daarnaast gebruik je het koppelteken bij:

  • Gelijkwaardige samenstellingen
    Deze bestaan uit woorden van dezelfde soort, bijvoorbeeld twee bijvoeglijke naamwoorden, zoals zwart-wit.
  • Hoofdwoorden met een bijzondere bepaling
    Bijzondere bepalingen geven een extra betekenis aan het hoofdwoord. Denk aan oud-directeur of quasi-nonchalant.
  • Samenkoppelingen
    Hierbij is een reeks woorden uitgegroeid tot een vast begrip, zoals kant-en-klaar of sta-in-de-weg.
  • Klinkerbotsingen
    Als klinkers samen een klank vormen, die anders wordt uitgesproken dan bedoeld, is er sprake van een klinkerbotsing. Als het woord uit twee losse woorden bestaat die een samenstelling vormen, gebruik je een koppelteken, zoals in gala-avond of ski-instructeur.
  • Aardrijkskundige namen
    Als een aardrijkskundige naam uit twee delen bestaat, zet je er altijd een koppelteken tussen, zoals in Oost-Nederland of Midden-Amerika.

9. Beletselteken

Het beletselteken bestaat uit drie punten direct na elkaar. Je kunt dit teken op verschillende manieren gebruiken:

  • Om aan te geven dat de lezer iets zelf aan moet vullen (In een dierentuin vind je veel mooie dieren: olifanten, tijgers, pinguïns, zebra’s …)
  • Om een plotselinge onderbreking of een pauze aan te geven (Drie, twee, één … go!)
  • Om een onderbreking weer te geven (Ik vroeg: “Ga je mee naar …”, maar ik kreeg niet de kans om mijn zin af te maken.)
  • Om in een citaat aan te geven dat een stuk tekst is weggelaten (Hij zei: “Het was niet handig van me (…) maar ik weet zeker dat dit nooit weer zal gebeuren.”)
  • Om emotie weer te geven (Ik vind het bijzonder jammer om te horen dat je niet meegaat naar het concert van Beyconce …)
  • Bij een onverwachte wending (Dat is een hele mooie auto … als je van roze houdt.)

Voor en na een beletselteken komt officieel een spatie, maar die wordt vaak achterwege gelaten. Bij een woord dat wordt afgebroken komt geen spatie voor het beletselteken. Tenzij het beletselteken tussen haakjes staat, komt er aan het einde van een zin geen punt achter het beletselteken. De derde punt vormt dan de zinsafsluiting. Eindigt de zin op een vraagteken of uitroepteken? Dan komt deze meteen achter de derde punt.

10. Gedachtestreepje

Het gedachtestreepje staat ook wel bekend als aandachtsstreepje. Je gebruikt dit leesteken op de volgende manieren:

  • Als je in een zin iets terzijde wil vermelden (We gaan morgen voor het eerst dit jaar – en dat zal zeker niet de laatste keer zijn – met het hele gezin uit eten.)
  • Bij een onverwachte wending aan het eind van een zin (Ze was net lid geworden van de loterij – en achteraf bleek dat een hele goede zet.)

Na het woord voor het gedachtestreepje en voor het woord erna komt een spatie. Als alternatief voor dit leesteken kun je ook kiezen voor komma’s of haakjes. Oh en vraag je je af hoe je dit teken in vredesnaam typt? Als je een koppelteken (-) tussen 2 woorden zet, wordt er meestal automatisch een gedachtestreepje (–) van gemaakt.

11. Haakjes

Haakjes gebruik je in de volgende gevallen:

  • Een verklaring, verduidelijking of toevoeging (Het KWF (Koningin Wilhelmina Fonds voor de Nederlandse Kankerbestrijding) zet zich in om onderzoek, zorg en ondersteuning mogelijk te maken voor iedereen die geraakt is door kanker.)
  • Bij literatuurverwijzingen of andere verwijzingen (De bevolkingsgroei is de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald (zie onderstaande grafiek).)
  • Voor het aangeven van een tweede mogelijkheid (Wij zijn op zoek naar een stagiair(e).)
  • Om aan te geven dat een deel van een citaat is weggelaten (Hij zei: “Het was niet handig van me (…) maar ik weet zeker dat dit nooit weer zal gebeuren.”)

12. Schuine streep

De schuine streep, ook wel Duitse komma of slash, gebruik je in de volgende gevallen:

  • Om een keuzemogelijkheid aan te geven (hij/zij).
  • In breuken (4/5).
  • Om een verdeling weer te geven (De verhouding is 50/50).
  • In een paar vaste afkortingen (t/m voor tot en met of a/d voor aan de).
  • In de betekenis per (km/u voor kilometer per uur).

13. Apostrof

De apostrof gebruik je op verschillende manieren in je teksten:

  • Om een meervoud aan te geven bij woorden die eindigen op een lange klinker (alinea’s, video’s). De apostrof is hier bedoeld om een verkeerde uitspraak te voorkomen.
  • Om een bezit aan te geven als een woord eindigt op een langer klinker (Lisa’s, Marco’s). Ook hier is de apostrof bedoeld om een verkeerde uitspraak te voorkomen.
  • Bij verkleinwoorden die eindigen op een medeklinker plus y (whisky’tje, panty’tje).
  • Om aan te geven dat er iets is weggelaten (m’n, A’dam). De apostrof komt op de plek waar je iets weglaat.
  • Bij het meervoud of verkleinwoord van afkortingen (A4’tje, cao’s).
  • Bij afkortingen vervoegd als werkwoord (sms’en, cc’en).

Dat waren ze! Een flinke lijst, maar ik ben blij dat ik ‘m heb opgesteld, want nu heb ik weer scherp wanneer ik welk leesteken moet gebruiken. Al vrees ik dat ik dit artikel er nog meer dan eens bij zal moeten pakken. Ik hoop dat jij er ook wat aan hebt!