Onderzoek

Beter worden met internet

0

Online diensten op het gebied van gezondheidszorg kunnen de patiënt kritischer maken, de arts-patiëntrelatie veranderen en ook nog kostenbesparingen opleveren. De vraag is in hoeverre deze diensten al gebruikt worden en of we veranderingen in het (ook offline) gedrag van mensen zien als het gaat om gezondheidszorg. Worden mensen nou echt beter van al die online toepassingen?

In twee recente onderzoeken wordt daar vanuit het perspectief van de burger of patiënt aandacht aan besteed. In het onderzoek Breedband en de Gebruiker is eerst eens geïnventariseerd onder bijna 1.500 Nederlandse internetgebruikers wat zij nou eigenlijk aan online activiteiten ondernemen als het gaat om gezondheidszorg. Met 43% staat het bezoeken van websites van zorginstellingen, zoals ziekenhuizen en apotheken, op nummer 1. Ook 60+ers weten dit soort websites goed te vinden.

Hoewel een stuk minder vaak gedaan (22%), is een tweede populaire online bezigheid het vergelijken van prijs en kwaliteit van ‘zorgproducten’. Dit kunnen bijvoorbeeld medicijnen zijn, maar ook zorgverzekeringen en behandelingen. De top 3 wordt afgesloten met het geven van een reactie aan een zorginstelling via e-mail of webformulier (15%).

graf-1.jpg

Figuur 1 Wat doen mensen aan online gezondheidsactiviteiten? Bron: Breedband en de Gebruiker

Innovatieve diensten blijven achter in gebruik

Hoewel internet dus al een belangrijke plek blijkt in te nemen binnen het zoekproces van informatie over gezondheidszorg, zijn echte innovatieve en breedbandige diensten nog weinig gebruikt. Natuurlijk komt dat enerzijds doordat deze diensten, zoals het contact met artsen via videotoepassingen, nog nauwelijks worden aangeboden. Aan de andere kant zien we ook dat de mensen die wel gebruik hebben gemaakt van deze toepassingen niet onverdeeld en laaiend enthousiast zijn. Het contact houden met familie en vrienden in een zorginstelling via video, kreeg bijvoorbeeld een magere 5.7 als waardering. En contact via video met zorginstellingen kreeg zelf een 5.2.

Misschien heeft onbekendheid daar ook mee te maken, maar een slechte kennismaking, geeft natuurlijk een kleine kans op nieuwe pogingen. Gebruiksvriendelijkheid en begeleiding zullen daarom erg belangrijk zijn bij het invoeren van dit soort toepassingen. Dat moet niet over het hoofd gezien worden!

Online community’s

Ondanks de mooie mogelijkheden die internet ervoor biedt, blijken online community’s voor lotgenotencontact weinig gebruikt (5%). Toch kan daarvan niet gezegd worden dat ze niet belangrijk zijn. Als we kijken naar een recent onderzoek van de Universiteit Utrecht, waarbij de respondenten voornamelijk op online gezondheidscommunity’s zijn geworven, dan zien we dat het merendeel van de mensen de huisarts als informatiebron nog wel ziet als de voornaamste bron van informatie, maar dat internet door deze groep ook veel gebruikt wordt voor het raadplegen van gezondheidsinformatie. Het gaat dan om websites en natuurlijk ook de community’s.

graf-2.jpg

Figuur 2 waar wordt gezondheidsinformatie gezocht? Bron: Zorg over internet inzicht

Bij nadere analyse blijkt voornamelijk dat chronisch zieken veel baat hebben bij deze online communities. Een huisarts blijkt toch op een bepaald moment niet die specialistische kennis in huis te hebben voor deze groep patiënten en de specialisten hebben soms ook geen afdoende oplossing en dus grijpt deze groep naar andere middelen zoals online lotgenotencontact. Bovendien blijkt deze groep een hogere score toe te kennen aan dit lotgenotencontact als het gaat om kwaliteit van informatie.

Wat doet men met de online informatie?

‘Voordat ik naar een huisarts ga, zoek ik eerst relevante informatie op internet’, geeft 43% van de respondenten van Breedband en de Gebruiker aan. Hoewel het me aan de ene kant niet verbaasde (je hoort het veel om je heen), mogen we dat toch wel beschouwen als een hoog percentage. Op zich niets mis mee, mits de informatie geen hypochondrische gevoelens aanwakkert, zou je zeggen. Wat mogelijk wel zorgwekkend is, is dat 50% de op internet gevonden informatie niet met de (huis)arts bespreekt. Als het gaat om de vraag hoe een klein sneetje aan je vinger ontsmet nog niet zo’n groot probleem, maar wat als het gaat om de diagnose en behandeling van een veel ernstigere aandoening? Daarover geeft het onderzoek helaas geen verdere informatie. Wel komen we nog te weten dat de op internet gevonden informatie voor 14% van de respondenten invloed heeft op de uiteindelijke therapie of behandeling.

Voor de respondenten uit het onderzoek van de Universiteit Utrecht, liggen de percentages nog hoger. Niet verwonderlijk, want deze mensen zijn al actief op online gezondheidscommunity’s. Ongeveer 67% van de respondenten heeft aangegeven medische informatie te zoeken voordat hij of zij naar de huisarts gaat. Van deze 67% geeft 33% aan dat zij door de gevonden informatie (eerder) naar de huisarts is gegaan. Vervolgens heeft 62% van de respondenten de internetinformatie besproken met de huisarts, en geeft 33% te kennen dat het bespreken van deze informatie van invloed is geweest op de te volgen behandeling.

graf-3.jpg

Figuur 3 Wat doet men met de online gevonden informatie? Bron: Zorg over internet inzicht

Hoewel het bij het onderzoek van de Universiteit Utrecht dus gaat om een specifieke groep (niet direct representatief voor de Nederlandse bevolking dus), zijn dit toch signalen dat online gezondheidsinformatie verstrekkende gevolgen heeft voor het (offline) zorggedrag van mensen.

Toekomstbeeld

Zorg op afstand wordt door de respondenten van Breedband en de Gebruiker wel degelijk gezien als iets dat in de toekomst steeds belangrijker zal worden (59%). 38% denkt ook dat breedbandinternet hieraan een positieve bijdrage kan leveren.

Onderstaande figuur laat zien dat ruim de helft van de Nederlandse internetgebruikers een directe (audio/video)verbinding met de huisarts overweegt te gaan gebruiken. Ook een toepassing als het contact onderhouden met een naaste in het ziekenhuis via beeld en geluid blijken veel mensen te overwegen.

graf-4.jpg

Figuur 4 Denkt men beeldcommunicatie in de gezondheidszorg te gaan gebruiken? Bron: Breedband en de Gebruiker

Een positief beeld dus vanuit de burger. Tel daarbij de grote kostenbesparingen online toepassingen kunnen hebben en de toekomst voor online zorgtoepassingen ziet er erg rooskleurig uit. Een obstakel, zoals wel vaker binnen de gezondheidszorg, is geld. Men (patiënten of zorgconsumenten) is niet bereid om extra te betalen voor online toepassingen; dat zou op de zorgverzekeraars verhaald moeten kunnen worden. Zo vindt 48% dat de verzekeraar moet zorgen voor een goede internetverbinding als patiënten gebonden zijn aan huis. Het Nederlandse zorgstelsel zit natuurlijk te ingewikkeld in elkaar om het zo simpel op te lossen, maar de vraag is: moeten en kunnen de zorgverzekeraars dit oppikken en bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe online zorgdiensten, zoals audio/video communicatie?

Lees ook de eerdere artikelen uit deze serie: ‘Internet als Winkel van Sinkel‘ , ‘Koffie, krantje, croissantje of ff checken?‘ en ‘Mediawijsheid: maken we ons druk om niets?‘.

Het volledige rapport Breedband en de Gebruiker 2007 (108 pagina’s) is te downloaden via www.breedbandgebruiker.nl. Het rapport Zorg over internet inzicht is op te vragen bij Guido Ongena via ongena@dialogic.nl.

Karianne Vermaas werkt als senior onderzoeker/adviseur bij onderzoeks- en adviesbureau Dialogic innovatie & interactie en is projectleider van het onderzoek ‘Breedband en de Gebruiker’.