Onderzoek

Mediawijsheid: maken we ons druk om niets?

0

Er komt steeds meer informatie online beschikbaar. Dat maakt de mediawereld natuurlijk erg boeiend, maar ook onoverzichtelijk. De zorg van onder meer minister Plasterk is of mensen nog wel kunnen inschatten welke informatie waar, relevant en schadelijk is. Hebben Nederlandse internetgebruikers daar nou echt problemen mee of maken we ons gewoon druk om niets?

Het begrip mediawijsheid is in 2005 door de Raad voor Cultuur geïntroduceerd en heeft betrekking op de omgang van burgers met informatie via internet. Het begrip wordt door de Raad gedefinieerd als: “Het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld”. Het onderzoeksproject Breedband en de Gebruiker gaat verder in op de stand van zaken in Nederland.

Ervaring genoeg

Ruim 44% van de respondenten maakt al langer dan acht jaar gebruik van internet, ze gaan meestal meer dan één keer per dag online en een actieve sessie duurt meestal tussen een kwartier en twee uur duurt. Ruim de helft van de internetgebruikers leeft daarbij in een huishouden waarbinnen internetgebruik getypeerd kan worden als uitgebreid: de verbinding staat grote delen van de dag aan. Naast surfen op internet worden diverse diensten gebruikt: van filmpjes bekijken tot het gebruik van e-formulieren en productaanschaf via internet. Ervaring genoeg dus, zou je zeggen!

Anderen hebben vooral problemen

Uit het onderzoek blijkt ook dat er nauwelijks respondenten zijn die hun e-vaardigheden als onvoldoende kwalificeren: maar liefst 98% bevestigt de stelling dat hij of zij voldoende basisvaardigheden heeft om goed met internet om te gaan.

grafiek-1.jpg

In hoeverre bent u het eens met deze stellingen?

Hoewel veel respondenten (98%) dus voldoende e-vaardigheden menen te hebben, geven zij aan dat er altijd ruimte is voor verbetering. Het merendeel wil zichzelf in de toekomst verder ontwikkelen op het gebied van e-vaardigheden en staat open voor het leren van nieuwe toepassingen en vaardigheden.

Wat opvalt is dat meer dan de helft wel mensen in hun directe omgeving kent die niet over de basis e-vaardigheden beschikken, daardoor hindernissen ervaren en regelmatig niet voldoende participeren in de samenleving. Hier wordt het dus wat zorgwekkender…

Helft weet (niet) wat waar is

Als het gaat om de vraag of mensen kunnen bepalen welke bronnen de waarheid spreken en welke niet, geeft twee derde van de respondenten aan nooit te maken te hebben met tegensprekende informatie. Komt men informatie tegen op internet die informatie in andere media (kranten, radio of televisie) tegenspreekt, dan zegt ongeveer de helft geen probleem te hebben met het herkennen van de waarheid. Positieve informatie dus weer.

grafiek-2.jpg

In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen?

Maar hier staat weer tegenover dat de andere helft aangeeft het wel lastig vindt om te bepalen of informatie op internet waar is of niet. Of men nou wel of geen moeite heeft met het herkennen van de ‘waarheid’ of niet, er is grote overeenstemming onder de respondenten dat er behoefte is aan informatie over de omgang met internet (mediawijsheid) en dat er in het onderwijs meer aandacht besteed moet worden aan mediawijsheid en dat jongeren worden gewezen op de gevaren van internet. Net als bij de e-vaardigheden geldt dus weer dat er niet direct een heel groot probleem gezien wordt, maar dat er over het algemeen wel meer gedaan kan en moet worden om de mediawijsheid te vergroten.

Kinderen online: de rol van begeleiding door ouders

Bijna 90% geeft aan dat in het onderwijs aandacht besteed dient te worden aan mediawijsheid: hoe moeten kinderen omgaan met de overvloed aan informatie? Respondenten erkennen dus het belang van opvoeding met betrekking tot gedrag in de digitale wereld. In hoeverre besteden ouders hier zelf aandacht aan? Begeleiden zij hun kinderen op internet? En zo ja, welke wijzen kiezen ouders daar voor?

grafiek-3.jpg

Begeleidt u het kind of de jongere in de omgang met het internet (en andere digitale communicatiemiddelen)

Van alle respondenten is 28% een ouder of verzorger van een minderjarig kind. In 7% van de gevallen wordt totaal niet aan begeleiding gedaan. Dit percentage lijkt erg laag te zijn, echter, van de ouders die wel begeleiding bieden, geeft 24% aan dat niet altijd voldoende te doen. Ouders proberen hun kinderen dus mediawijsheid bij te brengen of hun kinderen te begeleiden bij internetgebruik.

De vraag is op welke manier dat gebeurt. Een aantal opties zijn voorgelegd aan de ouders/verzorgers. De twee middelen die verreweg het meeste worden gebruikt (respectievelijk 51% en 49%) zijn het bespreken van activiteiten die door het kind op internet worden gedaan (MSN’en, surfen, chatten) en het opstellen van regels.

grafiek-4.jpg

Welke van de volgende hulpmiddelen gebruikt u om kinderen of jongeren te begeleiden?

Minder favoriet zijn Digibewust en Mijnkindonline.nl. De Stichting Mijn Kind Online is een samenwerking tussen Ouders Online en KPN met als doel om ouders te ondersteunen in hun begeleiding van kinderen op het gebied van internetgebruik. Mijnkindonline.nl biedt naast een mogelijkheid tot kennisuitwisseling (forum), tips en adviezen, ook een timeslot aan: ouders kunnen zodoende de duur van internetsessies van hun kinderen limiteren. Digibewust is een samenwerkingsverband tussen overheid en bedrijfsleven dat in Nederland het ‘digibewust’ zijn wil versterken; niet alleen bewustzijn van kinderen, maar ook dat van ouderen en bedrijven.

Andere middelen die ouders noemen (categorie ‘anders, namelijk…’): plaatsen van de pc in de woonkamer, controleren van temporary internetfiles, logbestanden, snelkoppelingen en contactlijsten van MSN. Daarnaast wordt meerdere malen het belang van een goede netwerkbeveiliging en filters geopperd.

Maken we ons druk om niets?

De bovenstaande resultaten geven een wisselend beeld. Aan de ene kant vinden mensen dat zij zelf goed met internet kunnen omgaan. Ok, het is af en toe lastig om de waarheid boven tafel te krijgen, maar het lijkt of men daarmee al heeft leren leven. Toch geven mensen aan dat het geen kwaad kan om meer informatie en voorlichting op dit gebied te krijgen. En als het niet voor jezelf is, dan is het in ieder geval goed voor al die andere mensen in je omgeving die er moeite mee hebben. Zeker voor kinderen.

Ik denk dat deze informatie laat zien dat er wel degelijk aandacht en actie nodig is en dat we ons niet druk maken om niets. Er zijn natuurlijk al de nodige initiatieven, zoals de genoemde Digibewust en Mijn Kind Online, maar waarom worden die dan niet zo vaak gebruikt als je mag verwachten? Is het een kwestie van het beter bekend maken van dit soort initiatieven of moeten ze op een andere manier ingestoken worden?

screenshot.jpg

Mij lijken games zoals Wilde Woeste Woud, waarmee kinderen spelenderwijs leren wat de gevaren van het internet zijn, in ieder geval een veelbelovende aanvulling! Ook ben ik erg benieuwd de invloed van het Expertisecentrum Mediawijsheid dat Minister Plasterk op dit moment opricht.

Ook de eerdere artikelen uit deze serie ‘Internet als Winkel van Sinkel‘ en ‘Koffie, krantje, croissantje of ff checken?‘ lezen?

Het volledige rapport Breedband en de Gebruiker 2007 (108 pagina’s) is te downloaden via www.breedbandgebruiker.nl.