Digital business

Het vrije internet is dood: akkoord over tekst nieuwe Europese auteurswet

0

Het vrije internet is dood. Flierefluitend linkjes delen of memes uploaden gaat niet meer. Nee, er is geen verbod. Maar als het een inbreuk op auteursrecht blijkt te zijn, worden de platformen daar direct voor aansprakelijk gehouden. Je denkt toch niet dat zij voor jouw inbreuk gaan betalen? Precies. Dus publiceren ze het maar helemaal niet.

De tekst voor de nieuwe EU Auteursrecht Richtlijn is definitief. Er moet nog over gestemd worden door de Europese Raad en door het Europees Parlement. De stemming door het Parlement vindt plaats nog voor de Europese verkiezingen in mei. Wil je er dus nog wat aan doen, neem dan contact op met een parlementariër, van wie je nog wil dat hij/zij van gedachte verandert.

Artikel 11 en 13 blijven bestaan

Al eerder schreef ik over de linktaks en het uploadfilter die mogelijk in de nieuwe Auteursrecht Richtlijn terecht zullen komen. Er is veel over gesproken, tekst werd telkens licht gewijzigd en stemmingen werden uitgesteld. In de avond van 13 februari 2019 werd er dan toch gestemd.

Over deze tekst moet nog gestemd worden door de Europese Raad én het Europees Parlement, maar de kans is groot dat deze tekst ook door die stemming heen komt. Daarna moet de richtlijn in nationale wetgeving worden geïmplementeerd. Over een paar jaar staat dit dus in onze Nederlandse Auteurswet.

We zijn in Nederland vaak te laat met de implementatie van zo’n tekst, maar tegelijkertijd zijn we ook vaak het braafste (of strengste) jongetje van de klas als het gaat om de inhoud.

Artikel 11: Linktaks voor nieuws

Artikel 11 zou uitgevers van nieuws ook een soort auteursrecht moeten geven. Dit geldt dus niet voor uitgevers van ander materiaal.

Ze krijgen een exclusief recht om het werk online te verveelvoudigen en openbaar te maken. Ze kunnen daarmee ‘dienstverleners van de informatiemaatschappij‘ verbieden de werken te gebruiken. Auteurs van de werken zouden vervolgens ook een vergoeding moeten krijgen wanneer de uitgever een vergoeding krijgt vanwege dit recht.

Alleen voor diensten van de informatiemaatschappij

Een dienst van de informatiemaatschappij is bijna elke website: “Elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van diensten verricht wordt.” Ook als je als afnemer niet (direct) hoeft te betalen voor een dienst, maar er wel sprake is van economische activiteit, is het al een dienst van de informatiemaatschappij. Ofwel: een blog of forum met wat eenvoudige advertenties valt al onder deze definitie. Zelfs als het gaat om goede doelen of individuen met een website waarmee geen winst gemaakt wordt.

Artikel 11 is daarom expliciet niet van toepassing op gebruik door individuen voor hun privégebruik of niet-commerciële gebruik.

Het exclusieve recht van de uitgevers vervalt na twee kalenderjaren.

Waar ligt de grens?

Uitgezonderd van dit recht zijn hyperlinks en losse woorden of zeer korte overname van tekst. Je zou daarom kunnen zeggen dat alles wat nu onder een citaat valt, nog steeds zou moeten kunnen. Net zoals de grenzen van een citaat vaag zijn, geldt dat voor artikel 11 ook.

We mogen wel:

  • Hyperlinks delen
  • Losse woorden en een korte tekst delen (denk aan het mogen delen van de titel)

Een aantal zaken zijn wel in gevaar:

  • Mogen de snippets nog, zoals social media deze aanmaken?
  • Mogen RSS-feeds nog gepubliceerd worden?
  • Hoeveel tekst is wel toegestaan?

Artikel 13: Uploadfilter voor platforms

Dit wetsartikel is geschreven voor ‘online content sharing service providers‘. Dit is een dienst waarvan het het enige of voornaamste doel is om grote hoeveelheden werken, geüpload door gebruikers, ten behoeve van winst, openbaar te maken. Hiermee is de groep voor wie het uploadfilter gaat gelden kleiner en duidelijker geworden.

Vooraf een licentie regelen

Er staat letterlijk in artikel 13 dat deze online content sharing service providers vooraf toestemming moeten hebben van de makers, bijvoorbeeld via een licentie, om de werken te mogen publiceren.

Het lastige is natuurlijk dat juist als je zo’n platform biedt, je niet weet wat de gebruikers erop gaan publiceren. Vooraf licenties regelen is daardoor lastig. Er zijn talloze (kleine) makers op de wereld. Hoe zou een Facebook of Google daar een licentie mee moeten sluiten? Laat staan als het kleinere platforms zijn die minder mogelijkheden hebben om die makers vooraf te bereiken.

De toestemming die het platform krijgt, moeten ze overigens ook krijgen voor de gebruikers van het platform, als de gebruikers het werk niet commercieel gedeeld hebben of er geen hoge inkomsten mee verwerven. De licentie of toestemming hoeft dus niet ook gesloten te worden namens commerciële partijen. Dat zou dus kunnen betekenen dat het platform wel een licentie heeft geregeld, maar bijvoorbeeld de zzp’er met een Facebookadvertentie niet. Daarmee kan en mag die zzp’er alsnog op inbreuk worden aangesproken.

Als er toch geen licentie is

Als het platform geen licentie heeft kunnen krijgen, moeten ze wel het volgende doen:

  • Kunnen aantonen dat ze hun uiterste best hebben gedaan om de licentie te verkrijgen
  • Kunnen aantonen dat ze hun uiterste best hebben gedaan om met de door de maker geleverde informatie, de werken niet beschikbaar te maken via hun platform
  • Het platform zal, na melding door de maker, de werken meteen verwijderen en ervoor zorgen dat er in de toekomst geen inbreuk op dit werk meer mogelijk is

Hoe groter het platform, hoe meer ze zich ervoor in moeten zetten om dit goed te regelen. Facebook en Google zullen dus meer tijd, geld en moeite moeten inzetten dan een klein forum.

Uitzonderingen voor startups

Er bestaat een uitzondering voor startups die minder dan 3 jaar bestaan én een omzet hebben van minder dan 10 miljoen euro. Als zij geen licentie hebben kunnen krijgen, moeten ze laten zien dat ze wel hun best hebben gedaan. Ze moeten vooral de werken zo snel mogelijk verwijderen als ze melding hebben gekregen van de maker dat er sprake is van een inbreuk.

Krijgt een startup-platform meer dan 5 miljoen bezoekers per maand (over een kalenderjaar gemeten), dan moeten ze ook laten zien dat ze nieuwe inbreuken tegenhouden, als ze over de auteursrechten informatie hebben gekregen van de makers.

Memes blijven toegestaan

Expliciet staat in deze nieuwe tekst genoemd, dat deze maatregelen niet mogen voorkomen dat wat je wel mag delen opeens niet meer geüpload zou mogen worden. Denk bijvoorbeeld aan:

  • citaten, kritieken en recensies
  • karikaturen, parodieën en pastiche

Grumpycat haat cat memes

Klachten en alternatieve geschilbeslechting

De platforms zijn daarnaast verplicht om aan alternatieve geschilbeslechting te doen. Allereerst moeten ze het voor makers gemakkelijk maken om een klacht in te dienen over een inbreuk op hun auteursrecht. Dat moeten ze voldoende onderbouwen, maar het platform moet ook snel genoeg handelen.

Daarnaast zal er bijvoorbeeld een geschillencommissie moeten komen waarmee geschillen sneller beslecht kunnen worden. De kans om naar de rechter te stappen moet wel altijd blijven bestaan.

Wat mogen we in de praktijk verwachten?

De vraag is vooral of het technisch wel mogelijk is om deze regels uit te voeren. Hoe kun je een machine leren wat een parodie of een citaat is? We hebben geen vaste regels daarvoor. Alles hangt af van ‘de omstandigheden van het geval’. Er is een groot grijs gebied. Daar kan een computer niet mee werken. Die werken alleen met zwart en wit, ofwel 0 en 1.

Ik verwacht dat er meer werken zullen worden afgewezen dan toegelaten. Simpelweg om de directe aansprakelijkheid te voorkomen. Dat mag weliswaar niet, maar de kans dat op basis daarvan geprocedeerd gaat worden en de kans op het moeten betalen van (hoge) schadevergoedingen vanwege een te sterk filter, is vele malen kleiner dan de kans op het moeten betalen van hoge schadevergoedingen voor inbreuken gepleegd door de gebruikers van het platform.

Facebook en Google moeten oppassen

Deze regel is vooral van belang voor platformen die vooraf geen zicht hebben op wat gebruikers gaan uploaden. Websites die veel met gastbloggers werken of altijd vooraf controleren wat er geüpload wordt, hebben hier dus minder last van.

Voor Facebook (en Instagram en WhatsApp) en Google (YouTube), maar bijvoorbeeld ook voor Dumpert gaat deze regel dus een belangrijke rol spelen. Voor websites zoals Frankwatching, zal het minder van belang zijn. Ze doen er vooral verstandig aan om niet alleen zelf de content te controleren, maar ook om goede afspraken te maken met de mensen die content aanleveren. Zo kan eventuele aansprakelijkheid (en dus het risico om schadevergoedingen te moeten betalen) verlegd worden.

Wat is de planning?

Wanneer de Raad gaat stemmen is nog onduidelijk. Wat we wel weten is dat waarschijnlijk aanstaande maandag al de commissie juridische zaken van het Europees Parlement hun goedkeuring voor deze tekst gaan geven en uiterlijk 18 april 2019 er in het Europees Parlement over deze richtlijn gestemd gaat worden.

In de richtlijn zelf wordt bepaald wanneer deze in werking zal treden. Ook wordt vastgesteld wat de implementatietermijn zal zijn, waarbinnen de richtlijn in Nederlandse wet omgezet moet zijn. Dat kan variëren van enkele maanden tot enkele jaren. Vanwege de duidelijk andere en strengere regels, verwacht ik ook een wat langere implementatietermijn, zodat bedrijven de tijd krijgen om aanpassingen te doen.