Onderwijs 2.0: Een ware transformatie

20

door Jacqueline van der Loo van Hutspot

Print

op vrijdag 14 november 2008 om 08:00 uur

Er is al veel geschreven over het nieuwe werken, enterprise 2.0, organisatie 2.0, 2.0-tools ter bevordering van effectiviteit en efficiency van organisaties en bedrijven. Ze vliegen ons om de oren. Waar relatief weinig aandacht aan besteed wordt is de vraag die het nieuwe werken aan ons onderwijs stelt. Wat betekenen de maatschappelijke en technologische veranderingen voor het nieuwe leren? En is het huidige onderwijs toegespitst op het werken in een 2.0-wereld? Een pleidooi voor het investeren in onze toekomst, een pleidooi voor het investeren in onderwijs 2.0.

Één van de aardigste visionairs op dit gebied vind ik sir Ken Robinson die dit jaar de RSA Benjamin Franklin medal ontving voor zijn gedachtegoed. Zijn ideeën kun je in korte of in lange versie bekijken op het internet. Hij houdt een inspirerend en humoristisch pleidooi met de titel Changing paradigms over waarom onze onderwijssystemen niet meer voldoen in deze sociaal maatschappelijke context.

De huidige onderwijssystemen zijn teveel van buiten naar binnen gericht. Te weinig kijkend naar de mogelijkheden van het individu, teveel vanuit wat het land (nu) zogenaamd nodig heeft. Gedreven door veel beleid en weinig principes. Wat leidt tot een wereldwijde crisis in human resources.

Hij pleit voor een transformatie van het onderwijssysteem. Waarin we de fundamentele veronderstellingen van het systeem veranderen naar principes van intelligentie, mogelijkheden, economische doeleinden en wat mensen zelf nodig hebben.  Onderwijs in deze tijd moet gebaseerd zijn op een ‘model of personhood’. Een model gedreven door veranderingen in maatschappij en technologie waarbij hij het onderscheid maakt tussen digital natives (geboren na 1980) en digital immigrants (geboren voor 1980) De digital natives typeert hij als de jongelui die geen horloge dragen, omdat ‘tijd’ overal is. Op het mobieltje, op de laptop op de iPod. Zij gebruiken geen apparaten voor ‘slechts’ één functionaliteit. Deze (digitale) generatie heeft de behoefte om vers te denken, te innoveren, nieuwe sociale systemen te bouwen, frisse manieren om met andere mensen te binden én met zichzelf. Het huidige onderwijssysteem probeert de toekomst te ontmoeten door te blijven doen wat het deed. Daarmee vervreemden zij kinderen die geen nut zien in het klassikale onderwijs, het fysieke ‘naar school toe gaan’.

De route naar een diploma in de huidige setting is een route die de kwaliteiten en mogelijkheden van de leerling en wat zij voor zichzelf als van belang achten om te slagen, marginaliseert.  Een diploma is geen garantie meer zoals dat vroeger was. Het huidige onderwijs anesthetiseert (zoals Robinson zegt), het daagt niet uit, het bestaat uit productielijnen, schoolbellen om het uur, specialisatie in aparte onderwerpen en je doorloopt het onderwijs op basis van leeftijd (the ‘date of manufacturing’); niet gedreven door wat je nodig hebt of waar je goed in bent.  Je leert dat één antwoord het goede is. Dat je dat zelf moet weten te achterhalen, want als je kopieert dan kijk je af en dat wordt bestraft. Buiten de school heet dat trouwens samenwerken. Een erg geïndustrialiseerde kijk op de wereld.

In deze tijd hebben we behoefte aan innovatie, aan verschillende manieren om naar een vraagstuk te kijken en diversiteit in oplossingen. Oftewel: aan originele ideeën die waarde toevoegen (wat trouwens de definitie van Robinson is voor creativiteit) Daarvoor legt Robinson de parallel naar het paradigma van een organisme. De meest bijzondere groei ontstaat in groepsverband, door samen te werken. Op basis van gevoelens, verbindingen, motivatie en eigenwaarde, een gevoel van identiteit en gemeenschapszin.

De kloof tussen het huidige leren en het nieuwe werken

Steeds meer bewegen wij de hiervoor beschreven kant op in onze manieren van werken, het beroepsleven en in ons dagelijks werk; geholpen of gedreven door de technologie. Veel bedrijven en volwassenen vinden hun weg langzaam maar zeker.  Die beweging is nog onvoldoende zichtbaar in ons onderwijs. Natuurlijk wordt er volop geëxperimenteerd met tools die suggereren dat het onderwijs onderdeel is van ‘de nieuwe wereld’. Maar de basis, de principes waarop de onderwijsinstellingen zijn gebaseerd en worden ingericht, zijn nog de uitingen van de industriële revolutie.

En daarmee ontstaat er een kloof tussen opleiding/ leren en het werkende leven. Van wat leerlingen hebben afgeleerd in het onderwijs, wordt steeds meer verwacht dat zij dat weer aanleren als zij de arbeidsmarkt betreden; originaliteit, authenticiteit, zicht op eigen talenten en ontwikkelingsmogelijkheden, zelfredzaamheid en de wens om te groeien en professionaliseren door verbindingen aan te gaan.

Onderwijssysteem moet veranderen

De paradigmashift die Robinson voorstelt onderschrijf ik. Daarin ben ik gelukkig niet de enige. Dan blijft de uitdaging wel om dit te vertalen naar veranderingen die ons in staat stellen het onderwijssysteem aan te passen. In mijn optiek ligt (een deel van) het antwoord op de vraag wat dit betekent voor ons onderwijssysteem, gelegen in het volgende.

De shift beschrijft de beweging naar een leven lang leren, anyplace, anytime, anywhere. Een systeem waarin je, net als in het dagelijks leven, verbindingen creëert met mensen die je helpen in je ontwikkeling/ het leren. Waarin het mogelijk is om in verschillende rollen het leren vorm te geven. Waarin rekening gehouden wordt met de ontwikkeling die je doormaakt van kind naar volwassene. Van ‘droog’ leren van basale kennis, naar een situatie waarbij jij uitmaakt wat je leert en de omgeving ‘slechts’ faciliteert op een manier die goed voor jou is en waarin je jouw mogelijkheden kunt ontdekken en benutten.  Overigens, er zijn wel initiatieven die deze kant op bewegen. Wat mij betreft echter nog niet vooruitstrevend genoeg. Maar daarover straks meer.

Deze doorvertaling vraagt om flexibiliteit in het organiseren van leren. Het vraagt om een omgeving die bestaat om leren te faciliteren en dit als (enige) bestaansrecht heeft.

Hoe we het noemen maakt niet uit

Er is op het moment veel te doen rondom een vernieuwing van het onderwijs; de invoering van competentiegericht onderwijs. Er zijn voorstanders en criticasters die met elkaar over de tafel rollen of dit nieuwe wondermiddel nu wel of niet gaat werken om de gewenste verandering tot stand te brengen. Een nieuwe leermethode (zoals competentiegericht onderwijs) is niet de oplossing, het is ook niet per definitie zo dat het niet gaat werken. Het is ‘slechts’ de verkeerde focus en dito discussie. Het gaat niet om de methode die we introduceren, maar om de basisprincipes waarop de methode rust en de wijze waarop wij het inrichten.

Je hoort mij niet klagen als competentiegericht onderwijs betekent dat de lerende écht centraal staat en daarmee dus het leren van een individu wordt gefaciliteerd, groei mogelijk wordt gemaakt door een eigen ‘eco-systeem’ dat bestaat op principes als transparantie, keuzevrijheid, openheid, groeien door te delen, recombineren van kennis, waarde toevoegen door te doen waar je goed in bent, het omarmen en ten volste benutten van diversiteit.

Onderwijs 2.0; wat is dat dan?

Één ding is zeker. Het huidige onderwijs voldoet niet aan de hierboven beschreven beschouwingen. Hieronder een poging om de beweging te laten neerslaan in wat ik dan maar even de onderwijs 2.0-ontwikkelvlakken noem.

De school

in de traditionele manier van een fysiek gebouw waarin tijdens lesuren docenten kennis overdragen aan leerlingen, past niet meer. Het bestaansrecht van de school als certificeringsinstantie verdwijnt ook al steeds meer. Uiteraard blijft de waarde van ontmoeten bestaan, maar daar zijn talloze manieren voor met behulp van de technologie van tegenwoordig. De school wordt vervangen door een (voor ieder individu anders ingericht) ‘eco-systeem’ waarin rondom de leerwensen groepen ontstaan; groepen die bestaan uit experts, geïnteresseerden, onderzoekers, praktijkmensen en mensen die het ‘vak’ willen leren; leervormen die gericht zijn op het afkijken van de kunst, oefenen, onderzoeken, kennis uitwisselen en uitdiepen en peer-to-peer ontwikkeling; toetsing, certificering of diplomering die niet gebaseerd is op generieke meetlatten die leiden tot afvlakking en middelmatigheid, maar op rating en waardering door leden van het eigen en andere ‘eco-systemen’.

De relatie van docent en student

in de traditionele vorm is achterhaald en onrealistisch. Het in stand houden van een docent die ‘de wijsheid in pacht heeft’ en een student die luistert en getoetst wordt op de mate waarin hij/zij in staat is de aangeboden kennis te reproduceren, sluit in niets aan op de eisen die de nieuwe tijd aan de lerende stelt. De functie van docent verdwijnt. De rol van expert die op verschillende manieren kennisoverdracht faciliteert doet zijn intrede. Het eenrichtingsverkeer maakt plaats voor een dialoog. Voortbouwen op slimme ideeën van voorgangers wordt gestimuleerd en ondersteund. Sturen op reproduceren maakt plaats voor sturen op complementeren.

Het individu

is middelpunt en zelf verantwoordelijk, leert tijdens de ‘schooltijd’ ontdekken waar zijn/haar potentie zit. Ontwikkelt en groeit.  Regisseert het eigen leren in vormen die logisch voortkomen uit wat het beste werkt voor hem/ haar. Leert het eigen leren te organiseren en leert het leren van een ander te faciliteren.

Ik ben benieuwd wat jullie ideeën zijn over deze (of andere) ontwikkelvlakken om de noodzakelijke transformatie van het onderwijs handen en voeten te geven. Discussieer je mee?

1 stem stem
  1. Marcel Cramer van incircle.nl op 14 november 2008 om 12:42 uur

    Mijn idee-en hierover moet ik nog formuleren. Doe ik zo wellicht nog even. Maar wat ik persoonlijk wel zou willen is dat we stoppen alles wat verandert 2.0 te noemen. Voor dat je het weet ben je elke nieuwe bocht in de weg een nummer aan het geven. Het lijkt mij beter de verandering binnen een bepaalde branche, werkgebied, industrie ‘echt’ te benoemen en daarmee te profileren.
    Groet,
    Marcel.

  2. Ferry van livingthebrand.nl op 14 november 2008 om 14:19 uur

    @ Jaqueline,
    Inspirerend stuk. Doe graag met je mee. De eerste gedachte die mij opkwam was een associatieve. Gisteravond was ik bij de boekpresentatie (positioneren; stappenplan voor een scherpe positionering) van Rik Riezenbos en Jaap van der Grinten. In het verlengde van jou oproep poneerden zij de stelling dat de focus op positioneren van binnen naar buiten moet gebeuren. Teveel laten we de oren hangen naar de markt. In jou bewoordingen het werkende leven. Net als in het huidige onderwijssysteem geldt ook voor organisaties nieuwe verbindingen creëren met mensen, zowel binnen als buiten de eigen muren, die je helpen in je ontwikkeling/ het leren.
    Groet,
    Ferry

  3. Dré Kampfraath op 14 november 2008 om 14:30 uur

    Als docent en tegelijkertijd vader van drie digital natives (19, 17, 15 jr.) zie ik een aantal dingen; naast hun digitale leven met z’n eigen dynamiek (tv kijken met de laptop opschoot en de mobiel bij de hand), is er nog steeds behoefte aan houvast en structuur. Ook om zich te kunnen meten (wat is mijn cijfer?). Zoals in het aardige artikel in het NRC (http://www.nrc.nl/wetenschap/article1689621.ece/Ik_wil_geen_ruzie_maken_ndash_dat_doen_mijn_hersenen ) duidelijk wordt, willen ze wel zwalken en de wereld onderzoeken maar zijn ze gebaat bij richting, sturing en structuur.

    Dus ik blijf toch nog maar even vasthouden aan de school als veilige plek waar docenten hen zorgvuldig begeleiden. Docenten die hen vertellen wat belangrijk is om te weten, waar ze dat kunnen vinden, hoe ze het op waarde kunnen inschatten en hoe ze deze kennis vervolgens zinvol kunnen gebruiken. Natuurlijk is het belangrijk dit alles te doen met inzet van de nieuwe middelen. Maar bedenk dat ze ook daar moeten leren hoe je die goed gebruikt; tools als WIKI’s, google docs, community’s, tag clouds, ze kennen hun eigen spelregels. Aan de docent de taak om zich erin te verdiepen opdat hij ze hierbij ook echt kan begeleiden.

    Kortom, geweldig deze nieuwe mogelijkheden en deze nieuwe maatschappij maar vergeet niet de basis behoeften bij deze groep jonge mensen. Zij meten zich een zeer wereldse en weerbare houding aan deze Millenials (http://www.millennialgeneration.org/) levend in de digi-wereld, maar ze zijn nog steeds in een kwetsbare en verwarrende periode waarin wij ze een gekwalificeerde (diploma’s) basis behoren te geven waar ze de rest van hun leven op verder moeten kunnen bouwen. We willen hen immers leren om hun kwaliteiten maximaal te gebruiken. En voorkomen dat ze verdwalen en verdwazen, wat in die nieuwe wereld immers ook heel goed kan.

    Dré Kampfraath, The New School, Amsterdam

  4. Han Wijman van hwapplicaties.nl op 14 november 2008 om 15:05 uur

    Wijze woorden van Dré.

    Als hobby geef ik zwemtraining aan 9 – 12 jarige kinderen. Soms laat ik hen vrij, om zelf te bepalen, wat ze op een training willen doen. Dat wordt heel snel een puinhoop. Ze zijn dan blij, dat de “strenge” trainer weer opdrachten geeft, want dat is lekker overzichtelijk.

    Dus een leraar/trainer erbij, die zegt wat te doen, is reuze handig.

    En wat de toetsing betreft: tijden opnemen werkt heel stimulerend. En dan niet alleen om te toetsen wie hoe snel is, maar wie hoeveel vooruitgang boekt.

    Dus vooruitgang meten is zeer belangrijk. 1.0-cijfers zijn daarom zo slecht nog niet.

  5. Remko Boers van blogspot.com op 15 november 2008 om 21:02 uur

    Dit artikel roept bij mij als leerkracht in het basisonderwijs alleen maar vragen op:
    Over welke tak van onderwijs hebben we het? Basisonderwijs? vmbo, havo, vwo, mbo, hbo? Post-hbo? Deskundigheidsbevordering voor werkenden?
    Er wordt gesproken over hét onderwijssysteem. De ene school is de andere niet, volgens mij.
    En wie zou de regie bij de verandering moeten nemen?
    Geen schoolgebouwen meer? En hoe gaat dat dan met al die werkende ouders die hun kroost ergens willen onder brengen? En al die andere functies die de school nu op zich neemt?
    Ik weet het zo net nog niet.

  6. Eric van blogsome.com op 16 november 2008 om 01:19 uur

    Ah! Weer een 2.0 ontwikkeling. Hoe origineel! Waarom denken mensen toch altijd dat wat nu wordt bedacht zo nieuw en bijzonder is. We denken nu echt niet anders dan de grieken deden, we hebben alleen een hogere pet op van onszelf en ons “innovatieve” denken. Het fundament van het denken zelf en het communiceren met elkaar, is nog immer hetzelfde. Tenzij men de stelling neemt dat Ceasar via MSN en email zijn rijk beter in de hand had kunnen houden. Wat men voor het gemak tegenwoordig lijkt te vergeten, is dat niets de fysieke aanwezigheid tijdens communiceren kan vervangen. Kinderen leren niets van de deelcommunicatie die MSN of bijvoorbeeld facebook is. Het is slechts een mager verlengstukje van het echte communiceren, het elkaar in de ogen kijken en de ander aanvoelen. Ook deze 2.0 gedachte duwt ons als samenleving verder naar het individualisme. Het individu wordt weer belangrijker geacht dan het geheel zoals de schoolklas. De groep. Vraagt de huidige generatie “lecturers” zich wel eens af hoe ze zelf gekomen zijn waar ze zich nu bevinden? snelle praatjes die vaak weinig wol hebben als je dieper doorgraaft. Er zijn maar weinig echt grote denkers, vreemd dat je toch elke week wel een seminar kunt bezoeken waar weer een expert je gaat vertellen hoe de wereld in elkaar steekt. Ik krijg meer en meer behoefte aan een seminar over boerenverstand. Ik denk dat mensen er nog dik voor zouden betalen ook.

    Het frapante in het clipje van de basisschool is vooral de opmerking dat we kinderen moeten voorbereiden op dat waar we nu nog geen weet van hebben. Het onbekende…Zoals we dus in de jaren 70 geen weet hadden van: Harde schijven, processorsnelheden, windows, linux, CD’s, DVD’s, Blueray, MP3, MP4, bluetooth, Wlan, routers, boordcomputers, mobieltjes, afstandbedieningen, wasdrogers, internet, en…moet ik nog even doorgaan? Onze generatie is niet uniek, de komende generatie ook niet. Het zijn slechts variaties op een thema, die met dezelfde basis dezelfde mogelijkheden hebben. De menselijke geest is flexibel. Zelf heb ik (35) nooit achter een PC gezeten op school, zelfs niet in het voortgezet onderwijs. Toch heb ik een weblog, zit ik op facebook, linkedin, MSN, flickr, de hele lijst. Leer ik er iets van? Jazeker. Dat mensen slecht alleen kunnen zijn, dat iedereen elkaar probeert te bereiken, dat niemand meer een boek leest, en vooral deze generatie waarschijnlijk een grotere sociale leemte zal kennen dan alle andere tevoren. Lijkt me verstandiger dat te voorkomen, in plaats van dat we ze via 2.0 onderwijs helemaal het fysieke isolement induwen.

    Ugh ;-)
    Eric.

  7. Jacqueline van der Loo op 16 november 2008 om 11:50 uur

    Allereerst: dank voor al jullie prikkelende reacties.

    @Marcel: het mag van mij ook anders heten. Ik ben onwijs benieuwd hoe jij deze verandering ‘echt’ benoemd. Dus als je je beelden nog formuleren wilt, heel graag :-)

    @Ferry: leuk om te lezen. Ben het (uiteraard) helemaal met je eens.

    Als je verder mee wilt denken, ik heb obv de discussie hier een wiki ingericht voor diegene die het leuk vindt om mee te (blijven) praten, te delen etc. Mocht je willen, check ook: http://hutspot.wikiland.nl/odw2.0/index.php/Hoofdpagina

    Kan natuurlijk ook hier :-)

  8. Jacqueline van der Loo op 16 november 2008 om 12:54 uur

    @ Dré: dank voor je uitgebreide antwoord. Erg prikkelend. Hartstikke leuk.

    Ik denk zeker dat er (althans voor sommige) sprake moet zijn van structuur, richting en sturing. Ik geloof niet in het loslaten en dan zien we het wel-principe. Waar ik wel voor pleit is om structuur, richting en sturing in coproductie (leerling en omgeving) vorm te geven, afhankelijk van de behoefte van het individu (zeker in het beroeps- en hogeronderwijs) en rekeninghoudend met de ontwikkeling van het individu (leeftijd, ervaring, achtergrond etc.). Dus niet een opgelegde structuur, gedreven door het aanbod en de kaders van de onderwijsinstelling. Waarbij je het ‘goed’ doet als je binnen de marges valt. Ik geloof er niet in dat we daarmee, zoals jij zo mooi formuleert, leren onze kwaliteiten maximaal te benutten. Ik geloof dat we daarmee middelmatigheid creëren (van alles een ‘6′). Op het moment dat je als student-af het werkende leven in stapt, in onze kennisintensieve economie, wordt er direct beroep gedaan op ‘uitzonderlijk’ zijn, die kwaliteiten bij jezelf vinden die juist buiten de gemiddelde ‘marges’ vallen. En dat uitzonderlijk zijn, heb je nog niet geleerd te waarderen, te voeden, te onderhouden. Je weet nog niet op welke manier jij die omgeving kunt creëren die voor jou werkt. Je weet, misschien, wat voor jou werkt binnen de (veelal beperkte) ruimte die je van de onderwijsinstelling hebt gekregen. Dat kan veel beter volgens mij.

    Het tweede gedeelte van jouw tweede alinea klinkt prachtig. Het zou mooi zijn als docenten de rol (kunnen) pakken die je daar beschrijft. En uiteraard zijn daar uitzonderingen die de regel bevestigen. Met jouw opsomming in het eerste gedeelte ben ik het niet eens. Juist wat jij daar zegt over ‘docenten die hen vertellen wat belangrijk is om te weten en waar ze dat kunnen vinden’, daar heb ik mijn twijfels bij. Ook ik heb meegemaakt (en maak nog dagelijks mee met jonge starters) wat het betekent om een docent te hebben die verteld wat belangrijk is om te weten. Dat leidt tot afwachtendheid (’wanneer doe ik het nu eigenlijk goed?’), tot het ‘inperken’ van creatief denken (’zeg maar wat ik doen moet’), en niet tot werelds denken en weerbaarheid zoals je dat verwoordt. Waarom de docent die dat moet doen? Waarom niet een omgeving die lijkt op de omgeving waar de leerling straks ook in terecht komt? Een combinatie van mede-leerlingen, voor de leerling belangrijke mensen buiten de school, een ‘meester’ in de zin van (vak)professional en inderdaad iemand in de rol van begeleider (de docent) die, want daar ben ik het van harte mee eens, de leerling ‘helpt hoe ze het op waarde kunnen inschatten en hoe ze deze kennis vervolgens zinvol kunnen gebruiken’. En het vinden van de kennis? Dat is een kwaliteit van de digital natives die in hoge mate het succes in hun werk in een kennisintensieve omgeving bepaalt en waar zij in uitgedaagd, geprikkeld en gestimuleerd moeten worden. Niet ‘voorgeschreven’. Bovendien zijn zij daar in mijn optiek veel beter, sneller en slimmer in dan wij. En spelregels van die nieuwe digitale wereld? Die kennen wij ook niet, die veranderen, die maak je zelf, die zijn telkens anders (afhankelijk van je community). Daar mee leren omgaan, niet onzeker van worden en jezelf een plek in geven is wat hen helpt in mijn optiek.

    Verdwazing en verdwaling als dagelijkse modus lijkt mij niet goed ;-) Maar de mogelijke oorzaak waarvan jij zegt dat die daaraan ten grondslag ligt is tevens wel waar we mee moeten leren omgaan, steeds sneller, steeds jonger. Wat ik graag zou zien is dat de opleidingsperiode de leerling begeleidt in het steeds beter kunnen omgaan met die wereld vol kennis en ‘verdwazing en verdwaling’. Door jezelf staande te leren houden in die wereld. En te gaan zien als mogelijkheden-wereld, waarin je een manier vindt om met unieke talenten (die je langzaamaan ontdekt) een waardevolle bijdrage te leveren. En dat betekent zoveel mogelijk introduceren van die wereld in de opleidingsperiode. Aangepast bij de ontwikkelingsfase van kind naar volwassene; waarbij de rol van docent en ’school’ verschuift van aanleren naar het faciliteren van het leren. En daarmee een minder grote kloof, vervaging van de overgang van de opleidingsperiode naar de werkperiode.

  9. Jacqueline van der Loo op 16 november 2008 om 13:27 uur

    @ Han: zwemtraining aan 9 tot 12 jarigen, dat lijkt mij een vrolijke bedoening :-)

    Ik denk zeker dat wanneer je ze één keer vrij laat om te doen wat ze willen, het een chaos wordt en dat ze het zelfs onprettig vinden. Ze zijn niet gewoon ermee om te gaan, een normale reactie op ‘anders dan anders’. Dat wil naar mijn mening niet zeggen, dat je het niet meer moet doen. Of, zoals jij zegt, de strenge trainer nodig hebt om het lekker overzichtelijk te maken.

    Zonder zicht te hebben op hoe jouw training eruit ziet, wil ik toch een schot voor de boeg doen :-)

    Ze zijn wellicht aan de jonge kant, maar ik ben wel benieuwd wat er gebeurt als je een aantal trainingen (niet eenmalig) met hen samen zou inrichten (mocht je dat gedaan hebben, dan ben ik benieuwd naar je ervaringen). Waarbij je samen bedenkt wat ‘goed leren zwemmen eigenlijk inhoudt’ (wat wil je dan kunnen?) Waarbij iedereen zelf kan bedenken wie hem/haar waarbij helpt (de goeie, de minder goeie en op andere onderdelen weer andersom bijvoorbeeld) En ze mee laat denken over de vormen waarin ze kunnen trainen of misschien wel waar jullie trainen.

    Mijn hypothese zou zijn dat ze (uiteindelijk) beter leren zwemmen, een sterkere binding met de groep ervaren, elkaar leren helpen en beter door hebben waar ze zelf goed in zijn.

    En wat dat meten betreft. Ik ben het helemaal met je eens. Meten zoals jij dat verwoordt, om vooruitgang bij jezelf te meten, lijkt mij prima. Als je dan ook nog eens van te voren nadenkt over van wie jij het belangrijk vindt om te horen wat zij ervan vonden, vind ik het helemaal mooi. Ik zou willen dat dat meer gebeurt. Echter, meten ten opzichte van een standaard gemiddelde is naar mijn mening eenzijdig en leidt niet 1-op-1 tot ‘excelleren’. Als je de ambitie hebt om de volgende ‘de Bruyn’ of “van den Hoogenband’ te worden dan stimuleert het om te kijken naar de prestaties van andere (con)collega’s. Als je het vooral belangrijk vindt om te weten of je zelf stapjes vooruitzet, dan is meten tov je eigen scores interessant. Als je voornamelijk mee doet om onderdeel van een club te zijn, dan is het belangrijk om te meten in hoeverre je je happy voelt binnen deze groep. Als je zwemt omdat je ouders het belangrijk vinden is het handig te meten of je ouders ‘ blij’ zijn.
    Met andere woorden: toetsing of meting in onderwijs/opleiding is prima. De eenzijdigheid van toetsing (en ook in wie toetst) ten opzichte van een standaard gemiddelde (meestal een 1.0-cijfer:-)) laat een hoop kwaliteiten die door degene die leert misschien wel belangrijk worden gevonden maar die niet worden gemeten, onberoerd en onzichtbaar. Daarmee halen wij er volgens mij niet uit wat erin zit.

  10. Jacqueline van der Loo op 16 november 2008 om 14:06 uur

    @ Remko: ik kan me voorstellen dat er allerlei vragen naar boven komen, bij mij ook :-) Ik zal proberen wat meer duidelijkheid te geven waar het wat mij betreft over gaat.

    Als ik het over onderwijssysteem heb, dan bedoel ik de manier waarop wij educatie inrichten. Daaronder valt ook de onderverdeling die we maken in onderwijstypen: basisonderwijs, voortgezet onderwijs, mbo, hbo, universiteit. Die onderverdeling komt voort uit de manier waarop je naar ontwikkeling en opleiding kijkt, wat wij belangrijk vinden dat kinderen kunnen tegen de tijd dat ze volwassen zijn en deel gaan nemen aan het arbeidsproces (het werkende leven zeg maar). Blijkbaar denken wij dat het totaal aan onderwijstypen/opleidingen dat we nu hebben, de ruimte geeft aan alle individuen in onze maatschappij om zich voor te bereiden op een plek (baan) die waarde toevoegt aan onze samenleving.
    Ik denk dat een onderverdeling in onderwijstypen helpt om keuzes te maken in wat bij je past en waar je je vak van wilt maken. De manier waarop we dat inrichten (de principes waarop) zijn naar mijn idee nog teveel uitingen van een vorig tijdperk, het industriële. We zitten nu midden in een kennisintensieve, belevingseconomie waar andere uitgangspunten, drijfveren in zitten. Mijn pleidooi is dat we het onderwijs daar meer op moeten laten aansluiten.

    Uiteraard moeten we daarnaast rekening houden met de ontwikkelingsfasen van kind naar volwassene. In het basisonderwijs is het belangrijk een aantal basale dingen die leven in onze maatschappij mogelijk maken, worden aangeleerd (taal, rekenen, klok kijken, creativiteit etc.) Naarmate je ouder wordt is het belangrijk te ontdekken wat jij zou kunnen bijdragen aan de maatschappij, wat jouw kwaliteiten zijn, wat ‘zin’ geeft aan jouw werkende bestaan. Die ontwikkeling zou ook zichtbaar moeten zijn in het totaal aan onderwijs dat wij inrichten.

    Uiteraard zit er verschil tussen scholen. De ene is inderdaad, zoals jij dat zegt, de andere niet. Dat is nu precies wat ik bedoel. In extreme zin betekent het dat de mogelijkheden die je als individu hebt voor een groot deel worden beïnvloed door de onderwijsinstelling die je treft. In mijn optiek zou dat anders moeten en kunnen zijn. De technologische en maatschappelijke veranderingen geven ons ook de mogelijkheid om voorbij de grenzen van de onderwijsinstelling te kijken, als het om ontwikkeling en leren gaat. De afhankelijk van één onderwijsinstelling (school) hoeft dus niet meer zo groot te zijn.

    En tja; de spijker op zijn kop wat mij betreft, als je zegt dat de school een aantal andere functies bekleedt naast het leren. Het is een ontmoetingsplek, een sociale omgeving en, zoals jij formuleert, een plek waar je je kroost kwijt kunt. Die functies zijn misschien wel heel belangrijk, maar dan pleit ik er voor een omgeving te maken waar die functies ook hoogtij vieren, mits je daarvoor kiest. Dat betekent wederom, maatwerk op basis van de individu en zijn/haar omgeving. ‘Scholen’ (of misschien heet het dan wel anders) die bestaan vanuit het sociale-, opvoedkundige- of ‘opvang’-principe en waar je ervoor kiest om je kind daar heen te sturen. Waarvan je dan ook mag verwachten dat wat er tussen die muren gebeurt gericht is op de reden dat je je kind erheen stuurt. En niet kinderen die ‘opgehokt’ worden, met als excuus dat ze aan het leren zijn en dat leersucces gekoppeld is aan 850 aangeboden uren of 1040 uren aanwezig zijn.

    Ik zeg dus niet: schaf al die schoolgebouwen maar af.
    Ik zeg wel: richt omgevingen in die passen bij de ‘functies’ die we belangrijk vinden (sociaal, opvang, leren etc.) en richt die zo in dat individuen in staat gesteld worden, met diverse vormen van hulp, uit zichzelf te halen wat er in zit. En in deze tijd vraagt dat andere dingen (van ons, van de hulp en van de leerlingen) en hebben we andere mogelijkheden om dat te doen, dan bijvoorbeeld 40 jaar geleden.

    Wat mij betreft moeten we het lef hebben om daar ook gehoor en gevolg aan te geven.

  11. Jeroen op 16 november 2008 om 17:37 uur

    @Eric: Er wordt niet gesuggereerd dat het volledige onderwijs via een beeldscherm moet gaan plaats vinden. Zou ook niet moeten, ben ik met je eens. Toch vind ik je betoog ook wat bekrompen, alsof alles dat via een beeldscherm komt slecht is. Dat is natuurlijk ook niet zo. Wat jij nu zegt, zei men “vroeger” ook over boeken en de televisie. Kritische houding is prima, maar wees ook constructief en open. Feit is wel dat de maatschappij medialiseert. Enige opvoeding en onderwijs op dat gebied is wel gewenst.

    Over het onderwijssysteem wat we hier 2.0 noemen; bestaat iets dergelijks al niet? Niet alles is zo “klassiek” zoals hier wordt geschetst. Ik denk even aan Montessori-onderwijs, Vrije School en Iederwijs Scholen. Zelf heb ik ook Communication and Multimedia Design gestudeerd in Leeuwarden die werkt met dit onderwijsprincipe. Wat een bevrijding was dat, vergeleken met het frontaal klassiek onderwijs die ik eerder heb gekregen. Dat heeft me alleen maar geremd.

    @Remko: schoolgebouwen zullen er nog wel zijn. Ze krijgen alleen een andere functie of/en worden anders gebruikt. Het is heus niet zo dat alles via beeldschermen gaat in de toekomst. Daar gaat “onderwijs 2.0″ niet om. Inderdaad een ongelukkige term.
    Ik vraag me eerder af of het wel zo’n goede ontwikkeling is dat ouders hun kinderen overal maar dumpen (crèches, scholen, opvangcentra enz), omdat zij het zo druk hebben met oa werken. En dan vervolgens s’avonds als ze de kinderen eens zien ze zo erg verwennen (want tja.. dan is het “quality-time” en dan durf je geen nee te zeggen). Lijkt mij niet pedagogisch verantwoord, maar het is helaas wel een trend die je ziet.

  12. Eric op 16 november 2008 om 19:12 uur

    @Jeroen:

    Ik zeg ook niet dat alles slecht is wat digitaal of via een beeldscherm verloopt. Ik zeg alleen dat digitaal maar een stukje gereedschap is, een verlengstuk, dat je als zodanig moet gebruiken, en dat we niet moeten onderschatten in hoeverre kinderen het als “alles” zien, als “hun wereld” en denken dat dit DE wijze van communiceren is. Iemand zal ze aan het verstand moeten brengen dat dit niet de echte leefwereld is, maar een verlengstuk. Dat je communicatie altijd bij voorkeur face to face doet, en niet via MSN. Niemand bereid kinderen voor op de tekortkomingen van het digitale. Dit mis ik steeds in dit soort betogen. Al dat ik naar voren zie komen is hoe belangrijk het digitale tijdperk is en dat daar de focus op moet liggen, terwijl ik denk dat het juist andersom is. Het digitale tijdperk is iets van onze kinderen, en zij weten als geen ander daarin de weg te vinden. Dat hoef je ze niet te onderwijzen, dat kunnen ze prima op eigen houtje (of we dat willen of niet). Helaas raken ze de weg in de echte wereld wat kwijt zo lijkt het af en toe. Hier komt het onderwijs om de hoek kijken in mijn belevenis.

    Voor wat betreft je opmerking over “bekrompenheid”; ik realiseer me terdege dat ik hem nogal hard en cynisch inkopte. Mijn reactie werd mede gedreven door de erbarmelijke staat van het onderwijs hedentendage. Ik maak me kwaad over mensen die weer met het zoveelste innovatieve onderwijs idee aankomen terwijl we het onderwijs de laatste 20 jaar vakkundig om zeep hebben geholpen. Heb je wel eens met een 18 jarige gepraat die op het MBO zit? De algemene kennis die deze groep jong volwassenen heeft is om te janken. Feitelijke kennis is van een erg laag niveau. We moeten ons afvragen of we niet eerst eens orde op zaken moeten stellen voor we aan de zoveelste verandering gaan beginnen.

  13. interessante tekst over veranderingen die nodig zijn in het onderwijs van karelschiepers.be op 25 november 2008 om 23:01 uur

    [...] Onderwijs 2.0: Een ware transformatie – Frankwatching – Annotated [...]

  14. op ActiefLeren.be (weekly) van karelschiepers.be op 30 november 2008 om 01:34 uur

    [...] Onderwijs 2.0: Een ware transformatie – Frankwatching – Annotated [...]

  15. Erno Mijland van ernomijland.com op 8 januari 2009 om 09:43 uur

    Ideeën over eigentijds onderwijs vind je ook in ‘Nu leren voor morgen’, een boek met 25 interviews met deskundigen uit verschillende hoeken. Ook oprichter van deze website – Frank Janssen – komt aan het woord. Verder o.a. Adjiedj Bakas, Doekle Terpstra, Mathieu Weggeman… Meer informatie vind je op http://tinyurl.com/8dbgq6

Schrijf een reactie


Opmaak uitschakelen