Vanuit je cv denken heeft lang gewerkt, tot nu
Je kunt vandaag alles goed doen in je carrière en toch vastlopen. Logische stappen zetten. Je cv versterken. Verstandig kiezen. Dat werkte lang. Maar in een arbeidsmarkt waarin rollen sneller veranderen dan functietitels, werkt die logica steeds minder goed.
Veel professionals beoordelen hun volgende stap nog steeds met één dominante vraag: klopt het op papier? Die vraag lijkt rationeel. In werkelijkheid kan hij ontwikkeling remmen.
Wanneer logica richting vervangt
Een logisch carrièrepad suggereert vooruitgang: van A naar B naar C. In evaluaties en sollicitaties wordt samenhang vaak gezien als bewijs van consistentie en ambitie. Maar logica kijkt per definitie achteruit. Ze toetst een nieuwe stap aan wat er al was.
Richting daarentegen gaat over wat nog niet ontwikkeld is. Een stap kan perfect aansluiten op je ervaring en tegelijk weinig toevoegen aan je groei.
De cognitieve vertekening achter het lineaire pad
Onderzoek naar besluitvorming laat zien dat mensen achteraf samenhang construeren in gebeurtenissen die vooraf veel minder voorspelbaar waren. Deze hindsight bias zorgt ervoor dat loopbanen logisch lijken wanneer we erop terugkijken.
Die terugbliknorm nemen we mee naar voren: we verwachten dat keuzes vooraf al coherent zijn. Dat is zelden realistisch. Betekenis ontstaat vaak pas na beweging.
Cv-denken: vooruitkijken via het verleden
Cv-denken vertaalt zich in vragen als:
- Sluit dit logisch aan?
- Kan ik dit straks goed uitleggen?
- Past dit binnen mijn profiel?
Het cv fungeert daarmee als stuurmiddel. Maar een cv is een registratie achteraf, geen ontwikkelstrategie. Wie vooruit blijft redeneren vanuit het verleden, beperkt zichzelf tot variaties op wat al bekend is.
Ontwikkeldenken: sturen op leerwaarde
De alternatieve vraag is niet: is dit logisch? Maar: wat ontwikkel ik hier wat ik nu nog niet beheers?
Dat kan vakinhoudelijk zijn (nieuwe expertise, verbreding van domeinkennis), maar vaak zit de grootste groei in vaardigheden die je huidige rol nog niet van je vraagt.
Denk aan:
- Strategisch denken in plaats van operationeel uitvoeren
- Beïnvloeden zonder formele macht
- Zichtbaarheid en positionering
- Besluitvorming onder onzekerheid
- Verantwoordelijkheid dragen voor richting
Ontwikkeling gaat daarmee minder over functietitels en meer over gedrags- en competentieniveau.
Hoe formuleer je een ontwikkelvraag?
Een ontwikkelvraag is concreter dan een ambitie en breder dan een functiewens. Het helpt je om niet te sturen op titels, maar op groei. Je formuleert zo’n vraag niet in één keer goed. Het ontstaat door gericht te kijken naar waar je nu staat en waar nog rek zit.
Gebruik daarvoor deze vier invalshoeken:
1. Waar zit geen rek meer in mijn huidige rol?
Welke taken gaan je moeiteloos af? Waar leer je weinig nieuws meer? Dit is vaak een signaal dat je hier bent uitgegroeid.
2. In welke situaties voel ik spanning én nieuwsgierigheid?
Ontwikkeling zit zelden in comfort. Let op momenten die je spannend vindt, maar die je ook aantrekken. Daar ligt vaak groei.
3. Welke vaardigheid ontwijk ik structureel?
Denk aan zichtbaarheid, lastige gesprekken voeren of richting pakken. Wat je ontwijkt, is vaak precies wat je te ontwikkelen hebt.
4. Welke ervaring zou achteraf bepalend kunnen blijken?
Stel jezelf de vraag: waar zou ik over drie jaar blij mee zijn dat ik dit ben aangegaan, ook als het nu nog niet logisch voelt?
Als je deze vragen beantwoordt, ontstaat er vanzelf een ontwikkelrichting. Die hoef je nog niet te vertalen naar een functietitel.
Een ontwikkelvraag kan dan bijvoorbeeld worden:
- ‘Ik wil leren om strategisch invloed uit te oefenen in plaats van alleen uit te voeren’
- ‘Ik wil ervaren of ik energie krijg van eindverantwoordelijkheid’
- ‘Ik wil mijn expertise toepassen in een andere context om breder te leren kijken’
Zie het niet als een definitief antwoord, maar als een werkhypothese. Iets wat je in de praktijk gaat toetsen. De functie volgt vaak pas daarna.
Richting als resultaat, niet als startpunt
Richting ontstaat zelden in abstracte reflectie alleen. Ze wordt zichtbaar in de praktijk: in projecten, tijdelijke rollen en nieuwe verantwoordelijkheden. Beweging genereert informatie. Die informatie maakt duiding mogelijk. Pas daarna ontstaat samenhang.
Tot slot
De valkuil is niet dat professionals verkeerde keuzes maken. De valkuil is dat zij keuzes te lang blijven beoordelen op verklaarbaarheid. Een loopbaan hoeft vooraf niet sluitend te zijn om achteraf samenhangend te worden.
Misschien is de relevantere vraag daarom niet of je volgende stap logisch is. Maar of hij je ontwikkelt op een manier die je huidige rol nog niet doet.
Dat oogt minder lineair. En is vaak precies wat richting geeft.