Mastercourse Social media & AI Banner

Maak een gewoonte van slimmer werken, ook in je team!

Maak een gewoonte van slimmer werken, ook in je team!

Je herkent dit vast bij jezelf na een drukke periode of aan het begin van het jaar; “Ik ga nu echt mijn conditie verbeteren” of “eindelijk die laatste kilo’s kwijtraken”. Maar herken je het ook in je team? In januari, of na een druk project, is er even meer energie. Iemand zegt: “We gaan het nu echt slimmer doen.” Je wil het jaar goed beginnen, maar toch zit je drie weken later weer in hetzelfde patroon. Hoe kan dat, terwijl iedereen het wél meent? Voornemens en doelen realiseren met minder moeite en minder stress. Niet door harder te werken, maar door betere gewoonten te ontwerpen.

In sessies met teams zien we het vaak. Het probleem is zelden kennis, maar gedrag dat automatisch wordt. Je kunt een nieuw plan maken, maar als de gewoonten hetzelfde blijven, trekt het oude systeem je terug. Dus de echte vraag is: welke gewoonten houden ongewenste patronen in stand?

In ons eerdere Frankwatching-artikel over neerwaartse spiralen gaat het over het herkennen van patronen die samenwerking onder druk zetten. Ook laten we zien hoe je die patronen samen in kaart brengt, zodat er een gedeeld beeld ontstaat van wat er echt speelt. Dit artikel gaat over de vervolgvraag: hoe houd je een verbeteractie of interventie vol? Hoe maak je van ‘we gaan dit anders doen’ een gewoonte, een teamritueel?

We gebruiken daarvoor de ontwerp-logica uit gedragsonderzoek. Een gewoonte ontstaat of verandert als drie dingen kloppen:

  • Een duidelijke aanleiding
  • Een heel klein gedrag (een piepkleine stap)
  • Een beloning die je snel voelt

Als dit klopt, heb je veel minder discipline nodig. Dan helpt het ontwerp je.

Slim combineren voor slimmer werken

Waarom lukt het dan toch vaak niet? Teams beginnen meestal te groot. Je plant op een rustige dag, met veel motivatie. Alleen: motivatie komt in golven. En als de druk stijgt, schiet je sneller terug in de automatische stand.

Volgens B.J. Fogg van het Stanford Persuasive Technology Lab kun je doelen in je leven bereiken met juist heel weinig wilskracht. Hij beschrijft in Tiny Habits dat heel klein gedrag (een piepkleine stap), gekoppeld aan een vaste situatie, veel sneller ‘blijft plakken’.

Kelly McGonigal legt in The Willpower Instinct uit waarom stress en vermoeidheid je zelfbeheersing onder druk zetten.  In een team zie je dat als: meer haast, meer ad hoc, meer discussie, minder afronden. Bijvoorbeeld: je spreekt “We ronden elk agendapunt af met één volgende stap en één eigenaar’, en drie weken later is dat weer verdwenen. Juist het slim combineren van hun aanbevelingen gaat jou en je team helpen om slimmer te werken.

Daarom werken we in dit artikel in twee stappen:

  1. Eerst leg ik een poster met 9 bouwstenen, als samenvattende spiekbrief, uit op individueel niveau. Dat is het meest herkenbaar en het snelst te testen.
  2. Daarna vertaal ik dezelfde bouwstenen naar teams, zodat je er een klein, vast teamritueel van kan maken.

Gewoontes slimmer werken, bouwstenen.

Tip! De poster kun je onderaan dit artikel via een link downloaden.

Hoe je de poster gebruikt

We maken het praktisch: je krijgt eerst een simpel ontwerp voor één gewoonte bij jezelf, en daarna vertalen we dat naar één vast teamritueel. Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Kies na de uitleg één gewoonte die op de korte termijn het meeste rust geeft.

Voor jezelf: een gewoonte die je werkdag lichter maakt, bijvoorbeeld overzicht houden.
Voor je team: een gewoonte, een ritueel om sneller af te stemmen en de afronding duidelijker maakt.

Lees de uitleg in deze volgorde. Die volgorde is logisch en houdt je bij de kern:

A. Begrijp waarom je terugvalt.
B. Ontwerp een gewoonte die echt uitvoerbaar is.
C. Versterk je ‘verstandige ik’ met hoeksteen-gewoonten.
D. Visualiseer je verbeterde zelf, versie 2.0.
E. Maak het ’terugval-proof’.
F. Volgende stap m.b.v. een workshop format en AI prompt.

1. Begrijp waarom je terugvalt (A)

“De motivatie golf”

De motivatiegolven

Bron: World of minds

Motivatie komt in golven. Als de golf inzakt, is volhouden lastig. Nieuwe gewoonten aanleren en slechte afleren doe je niet tijdens de “golf toppen”. Zie de grafiek met op de y-as de hoeveelheid motivatie en op de x-as de tijd.

Misschien herken je dit met je goede voornemens aan het begin van het jaar? Je bent van plan elke week weer drie keer naar de sportschool te gaan. De eerste weken lukt dat en dan na een tijdje niet meer. “Te druk”. “Nu even niet”. “Geen zin”.

Ofwel je kan de motivatie niet opbrengen om te gaan. Sommigen lukt het om het later weer op te pakken. Je kunt motivatie niet altijd ‘aanzetten’. Veel mensen denken “Straks doe ik het wel”. Maar ‘straks’ wordt vaak weer nu.

Misschien probeer je het nog een derde keer maar dan denk je: “Dit lukt me gewoon niet”. Fogg zegt: “Stop met plannen die alleen werken op je beste dag. Ontwerp iets dat ook werkt als je moe bent”. Je probeert immers iets te doen wat relatief veel motivatie kost. Je probeert op de toppen van ‘de motivational wave’ te surfen; de lijn A, die door de toppen van de grafiek (motivatie golven) loopt. De kans dat je afhaakt is dan heel hoog.

Motivatie is volgens Fogg, en andere onderzoekers, te vergelijken met de werking van een spier; deze raakt ook vermoeid als je ‘m intensief gebruikt. Dat effect zie je vooral in de grafiek bij lijn A. Soms hoog, soms helemaal weg.

Waarom dit belangrijk is?
Veel plannen worden gemaakt als de motivatie hoog is. Maar je moet het ook kunnen doen als de motivatie laag is. Dat geldt voor jou. En dat geldt voor je team.

Zo herken je dit in het echt:

  • Jij: op maandag maak je een strak plan. Op donderdag is het druk en verdwijnt het plan naar de achtergrond.
  • Wat je hiermee doet (persoonlijk): ontwerp je gewoonte voor je drukste dag. Niet voor je beste dag. 
Voorbeeld: niet “vanaf nu elke dag 1 uur focus”, maar “na het opstarten van mijn laptop schrijf ik 3 bullets op: wat moet vandaag echt af?”
  • Team: in een goede week lukt het om af te stemmen. In een drukke week gaat iedereen weer “even snel zelf”.
  • Wat je hiermee doet (in teams): ontwerp een mini ritueel dat ook werkt als iedereen gehaast is. 
Voorbeeld: niet “we gaan beter samenwerken”, maar “we eindigen elke meeting met 1 besluit en 1 volgende stap”.

Motivatie komt in golven. Ontwerp zo klein dat het ook werkt als de golf laag is of nog moet beginnen. Maak het zo klein dat je er geen nee tegen kan zeggen. Dus de vraag wordt: hoe ontwerp je een gewoonte die zo klein is dat je hem ook doet als je weinig zin hebt?

“Nieuwe gewoonten”

Nieuwe gewoonten leer je door gedrag in hele kleine stukjes op te breken. Een gewoonte bestaat uit aanleiding, gedrag en beloning. Volgens Fogg is de oplossing in het tandenflos voorbeeld dat je begint direct na het tandenpoetsen met het flossen, maar alleen van je vier voortanden.

AGB-mechanisme

Bron: Word of minds

De aanleiding, het tandenpoetsen, heb je al als gewoonte aangeleerd en het gedrag (je voortanden flossen) dat je koppelt, is een zo klein gedrag (een piepkleine stap) dat je er geen nee tegen kan zeggen.

Bedenk een beloning die bij jou past. Voor de een is dat een lijstje bijhouden hoe vaak het is gelukt en dit in het zicht houden. Voor de ander is het “yes” tegen jezelf zeggen. Als je het minimaal drie weken volhoudt, is de kans groot dat de piepkleine stap, het kleine gedrag, na een week of drie à vier, een nieuwe gewoonte is geworden.

Volgens Fogg is het belangrijk dat je die eerste weken niet nog meer tanden gaat flossen omdat je het al zo goed volhoud, dan wordt het meer een opgave en weer lastig vol te houden. Juist als alleen het flossen van je vier voortanden na circa drie weken een gewoonte is geworden, heb je het moment bereikt om op te schalen en doe je bijvoorbeeld ook je ondertanden.

Na wéér drie á vier weken; je hele bovengebit en zo verder. Bij het opschalen moet je de volgende stap ook weer piepklein houden. Bijvoorbeeld alleen je vier ondertanden.

De aanleiding kan ook een ‘visual clue’ zijn. Dus in plaats van een koppeling aan een andere gewoonte kan je ook iets in het zicht plaatsen. Bijvoorbeeld je hardloopschoenen naast je bed, zodat als je opstaat je ze gelijk ziet. Dat triggert om je hardloopspullen klaar te leggen om voor of na je werk gelijk een rondje te gaan hardlopen.

Waarom is dit ook belangrijk is teams? Teams praten vaak in ambities. Maar een gewoonte is gedrag dat je kunt herhalen. En herhalen lukt alleen als je klein begint.

De kern in één zin

Een gewoonte ontstaat of verandert pas als je het gedrag vaak genoeg herhaalt. Daarom moet het klein zijn.

  • Wat je hiermee doet (persoonlijk): maak het zó klein dat het bijna niet kan mislukken. Voorbeeld: “Na het openen van mijn laptop schrijf ik 1 zin: wat is vandaag klaar?”
  • Wat je hiermee doet (in teams): maak het zó klein dat niemand het “extra werk” vindt. Voorbeeld: “Na elke meeting zetten we 1 zin in de agenda: ‘Besluit: …”.

Merk op dat de grafiek op de verticale as begint boven nul. Het gebied wat onder dat startpunt begint (rond lijn B) is het gebied waar ‘altijd’ motivatie is. Dit is het gebied om (een heel klein) nieuw gedrag te starten en minimaal drie weken vol te houden tot het een gewoonte wordt.

” Je verstandige ik”

Volgens diverse wetenschappers en auteurs kun je je wilskracht vergroten, zonder al te veel moeite. Enerzijds door een aantal omgevingsvariabelen gunstig te stemmen zoals stress verminderen, en anderszijds door gewoonten zo te ontwerpen dat ze rekening houden met hoe ons brein vaak werkt.

Waarom dit belangrijk is? 
Als het rustig is, kies je makkelijker ‘verstandig’. Als het druk is, wint vaak de korte termijn. Het vooraf en bewust ontwerpen van gewoonten in rustige tijden helpt je in drukke tijden met stress.

  • Wat je hiermee doet (persoonlijk): maak je “ik wil” klein en concreet.
    Voorbeeld: “Ik wil vandaag 1 ding afronden, zodat ik met rust afsluit.”
  • Wat je hiermee doet (in teams): maak jullie “ik wil” samen concreet, ook al is het maar 1 zin.
    Voorbeeld: “Wij willen minder ad hoc. Daarom sluiten we elke week 1 open eindje af.”

Er zijn drie gebieden ontdekt in het buitenste deel van je hersenen aan de voorzijde (de prefrontale cortex), die een belangrijke rol spelen bij wilskracht. Neurowetenschappers hebben, volgens McGonigal, deze gebieden een simpele naam gegeven; het ‘doen’-, ‘niet doen’-, en het ‘ik wil’-gebied.

Gebieden ‘doen’ en ‘niet doen’ zijn de twee kanten van je zelfbeheersing en bepalen samen met gebied ‘ik wil’ je wilskracht. Hierbij is gebied ‘ik wil’ de plek waar wordt bijgehouden wat je echt wil op de langere termijn en wat je waarden en principes zijn. Je zou die drie gebieden in je prefrontale cortex kunnen zien als ‘je verstandige ik’.

Volgens Robert Sapolsky is de belangrijkste taak van ‘je verstandige ik’ om je te helpen de ‘moeilijkere zaken’ te gaan doen. Ofwel tegenwicht bieden aan een heel ander gebied in de hersenen dat veel dieper ligt. Dit gebied noemen ze ‘het impulsieve zelf’ en zit in je zogenaamde oerbrein of reptielenbrein.

Hier komen impulsen op, om direct iets te gaan doen. Zo krijg je een snelle beloning. Dit is niet voor niets een ontwerp principe voor bedrijven die (social media of gaming) apps bouwen. Zodra een hunkering vanuit dit ‘impulsieve zelf’ gebied opkomt, gaat je ‘verstandige ik’ aan het werk om de beslissing te nemen. Soms wint je ‘verstandige ik’, en soms wint je ‘impulsieve zelf’.

Een voorbeeld. Je wil afvallen. Iemand biedt cake aan. Je “verstandige ik” weet wat je wil op de lange termijn. Je “impulsieve zelf” wil nu beloning. 
In teams gebeurt dit ook. Je spreekt af: “we ronden elk punt af”. En toch schieten we vaak onder druk terug naar meer praten en minder besluiten.

2. Ontwerp een gewoonte die echt uitvoerbaar is (B)

“Impulsief vs. verstandig”

Je kunt een gewoonte nog zo slim ontwerpen. Als je druk voelt, ga je sneller op “automatisch”. Dan wint je korte termijn. Dat is niet zwak. Dat is menselijk. Kelly McGonigal laat in The Willpower Instinct zien dat stress en vermoeidheid je zelfbeheersing onder druk zetten. Je brein gaat dan sneller voor direct gemak.

In teams zie je hetzelfde: meer ad hoc, meer praten, minder afmaken. Het helpt als je dit herkent als een patroon. Dan kun je er ook iets op ontwerpen. Gebied ‘ik wil’ speelt dus een belangrijke positieve rol in de beheersing van impulsen.

Suzanne Segerstrom beweert een mechanisme te hebben ontdekt dat de invloed van gebied “ik wil” groter maakt. De noodzaak voor zelfbeheersing zet volgens Segerstrom een reeks van gecoördineerde veranderingen in ons brein en lichaam in werking die helpen om zelfdestructieve impulsen te beheersen.

Segerstrom beschrijft dit als: eerst pauze, dan een plan. Je lichaam zakt dan uit de stress-stand. Daardoor kun je weer kiezen wat je écht wil doen. In tegenstelling tot de ‘fight-or-flight’-reactie, verlaagt het juist je hartslag en houdt het je bloeddruk normaal en vertraagt het je ademhaling.

In plaats van je spieren te spannen en zuurstofopname vergroten (adrenaline) om te vechten of vluchten, zorgt dit mechanisme juist voor ontspanning. In deze kalmere ‘state of mind and body’ kun je volgens Segerstrom beter beslissingen nemen over interne bedreigingen; een impuls om iets te gaan doen waarvan je weet dat het niet goed voor je is.

Waarom je terugvalt onder stress

Segerstrom denkt dat dit een instinct is, een aangeboren gedragspatroon, dat is geëvolueerd in een systeem om ons te beschermen tegen ‘ongezond gedrag’. McGonigal noemt dit ‘The Willpower Instinct’. Dit ‘pauze & plan’-mechanisme treedt echter vaak niet in werking op momenten dat we het juist nodig hebben. Maar waarom dan niet?

3. Versterk je verstandige ik met hoeksteengewoonten (C)

McGonigal geeft aan dat stress het mechanisme van zelfbeheersing (en daarmee je wilskracht) saboteert. Angsten, depressies, eenzaamheid en zelfs chronische pijn zijn in verband gebracht met een lage zelfbeheersing.

Dit maakt het lastiger het ‘pauze&plan-mechanisme te activeren. Als je tot nieuw, beter gedrag wil komen, zijn er volgens B.J. Fogg een aantal ‘keystone-habits’ die je eerst je eigen moet maken om beter in staat te zijn om het mechanisme bewust in te schakelen.

Zeker als het nieuwe gedrag complex is. Bijvoorbeeld om af te vallen, te stoppen met roken (zie deze animatie).

In je werk kan je denken aan slimmer te gaan werken, je werk/leven balans te gaan verbeteren of een gezamenlijk reflectieritueel met je team invoeren. Volgens Fogg kun je beter eerst met de ‘hoeksteen gewoonten’ (individueel) beginnen, omdat je daarna meer ‘wilskracht voorraad’ hebt opgebouwd.

Figuur over wilskracht en hoeksteengewoonten

Bron: Word of minds

Slaap is een van de belangrijkste hoeksteen gewoonten, zo stelt McGonigal. Slaapwetenschappers noemen de toestand van structureel te weinig slaap krijgen, een ‘mild prefrontal dysfunction’. Een toestand vergelijkbaar met een beschadiging aan je prefrontale cortex (je ‘verstandige ik’).

Probeer eens, als je minder dan gemiddeld 7 uur per nacht slaapt, een paar weken minimaal 8 à 9 uur slaap per nacht te krijgen en ervaar of het inderdaad verschil maakt.

Sneller resultaat door een natuur-bezoekje

Volgens McGonigal krijg je direct meer wilskracht en versterk je je ‘pauze & plan’ mechanisme door een kort bezoekje aan de natuur (een parkje in de buurt, de duinen, et cetera) en door meditatie en/of ademhalingsoefeningen.

Tijdens mijn opleiding voor Qigong instructeur, heb ik een hele effectieve ademhaling om stress te verlagen geleerd, de Dan Tien ademhaling. Lees hieronder hoe die werkt. Maar het kan ook heel kort om direct effect te voelen. Probeer het volgende als je merkt dat je gejaagd wordt:

  • Adem 6 tellen in (probeer je buik uit te zetten niet je borstkas).
  • Houd 2 tellen je adem vast.
  • Adem 8 tellen rustig, regelmatig en langzaam uit.
  • Houd weer 2 tellen je adem vast.
  • Herhaal dit drie keer

Na een paar minuten is de kans groot dat je kalmer wordt, je meer ‘in control’ voelt en beter impulsief gedrag kan beheersen.

Probeer het 6-2-8-2 adem ritme eens met de volgende impuls die op je pad komt; een social media app erbij pakken, reageren op een pop-up in je scherm of snel een teambeslissing nemen in plaats van: “laten we het maar even platslaan, we moeten door.”

Diverse neurowetenschappers hebben volgens McGonigal geconstateerd dat zowel bij mensen die mediteren als bij mensen die veel bewegen de witte en de grijze hersenstof vergroot, en communicatie tussen de hersengebieden toeneemt. Als je denkt; “Ik ben te moe” stap dan juist wel op de stepper of ga een rondje stevig wandelen of hardlopen. De kans is groot dat energie en wilskracht daarna zijn hersteld.

  • Wat je hiermee doet (persoonlijk): ga niet vechten met je impulsieve zelf. Ontwerp eromheen.
    Voorbeeld: wil je minder scrollen? Leg je telefoon in een andere kamer als je gaat focussen. Dat is geen discipline. Dat is ontwerp.
  • Wat je hiermee doet (in teams): maak het moeilijker om in het oude patroon te schieten.
    Voorbeeld: wil je minder herhaling in vergaderingen? Zet aan het eind altijd dezelfde twee vragen op het scherm:
    1. Wat is besloten?
    2. Wie doet wat, en wanneer is het af?
      Tip: zet dit als vaste laatste minuut op de agenda. Dan wordt “afmaken” een gewoonte, ook als het druk is.

4. Je verbeterde zelf, versie 2.0 (D)

Deze tegel gaat over richting. Niet alleen: wat wil je stoppen. Maar vooral: wie wil je worden in je werk. Dit is belangrijk, omdat veel gewoonten mislukken op betekenis. Als het alleen ‘moeten’ is, haak je af. Als het past bij je identiteit (“deze manier voelt goed voor mij” of “zo werken wij hier graag samen”), dan wordt het makkelijker om vol te houden.

  • Wat je hiermee doet (persoonlijk): schrijf in één zin jouw “versie 2.0”.
    Voorbeeld: “Ik ben iemand die rustig afrondt, in plaats van steeds opnieuw begint.” Kies daarna één gewoonte die daarbij past.
  • Wat je hiermee doet (in teams): maak er een teamzin van. Eén zin die jullie herkennen.
    Voorbeeld: “Wij zijn een team dat afrondt, ook als het druk is.” Dat is geen posterpraat. Het is een toetssteen: past deze afspraak hierbij of niet? Als je dit een aantal keren doet zal je zien dat jullie een zogenaamde ‘code of conduct’ hebben gemaakt, een set van gedragsregels waar alle teamleden achter staan en zich ook aan houden.

Voor lastiger uitdagingen kun je ook een reeks minidoelen ontwerpen om tot nieuw gedrag te komen.

Persoonlijke mini privé-doelen:

  1. Mini-doel 1 is dan bijvoorbeeld: direct na het eten (a) zet ik alles klaar (g) zodat ik zo mijn bed in kan stappen (b).
  2. Mini-doel 2: als het belletje afgaat om 10.00 uur (a) poets ik mijn tanden (g) en ga ik even een ommetje maken, in de tuin of op het balkon zitten (b), kies er een die voor jou een goede beloning is).
  3. Mini-doel 3: na het tandenpoetsen (a) ga ik voor 10.30 uur naar bed (g) en lees ik nog even in een spannend boek (b). Het kiezen van de juiste aanleiding en beloning is hierbij dus cruciaal.

Persoonlijke minidoelen tijdens je werk:

  1. Een mini-doel tijdens je werk is dan bijvoorbeeld: elke dag kies ik een (belangrijk) gesprek (a) van niet meer dan 15 minuten (telefoon, persoonlijk, videogesprek) dat ik vervolgens noteer als handmatige mindmap, waarna ik er een foto van maak en per mail vraag of ik het zo goed heb begrepen (g), de feedback die ik krijg (“ja, klopt allemaal” of “nee, dit was ook belangrijk” of “mooie mindmap”) is dan mijn beloning (b).
  2. Mini-doel 2: als ik de krant in de bus zie liggen (a) oefen ik 15 minuten met snellezen (g) en zet ik elke dag in mijn agenda hoe het ging zodat ik ook een gevoel van progressie ervaar (b).
  3. Mini-doel 3: na de dagstart met mijn team (a) ga ik in 2 pomodoro’s (een pomodoro is een werkblokje van 25 minuten) een ‘zwaardere denktaak’ doen (g) en streep ik die van mijn lijst af (b).

Een reeks mini-doelen als teamritueel

Maak bijvoorbeeld van teamfrictie reeks mini-ontwerpen voor een teamritueel. 
Hier zijn drie voorbeelden die in veel teams voorkomen:

1. Minder losse eindjes na overleg

  • Aanleiding: laatste 2 minuten van elk overleg.
  • Gedrag: iemand leest hardop het besluit en de eigenaar voor.
  • Beloning: iedereen hoort hetzelfde, schrijft het op en hoeft niet te wachten op het verslag.

2. Minder ad hoc werk

  • Aanleiding: begin van de dag (of start van de week).
  • Gedrag: 3 prioriteiten zichtbaar maken op één plek (bovenaan de digitale agenda of bij de koffiemachine).
  • Beloning: minder ruis en minder “wat was ook alweer belangrijk”.

3. Minder discussie rond hetzelfde punt

  • Aanleiding: zodra iemand zegt “dit hadden we vorige keer ook”.
  • Gedrag: stop 30 seconden en stel één vraag: “wat hebben we vorige keer besloten”.
  • Beloning: terug naar feiten, minder herhaling, minder irritatie en vertaging.

5. Maak de kans op terugvallen kleiner (E)

Dit is de tegel waar het vaak misgaat. Niet omdat je ontwerp slecht is. Maar omdat je omgeving en je ritme het oude gedrag blijven “uitlokken”.

Op de poster staan meerdere ideeën, zoals:

  1. Bouw een “sociale controle” in: zorg dat anderen je gedrag kunnen zien, zodat je jezelf minder makkelijk laat verslappen.
  2. Snij vluchtwegen vooraf af: maak het lastig om terug te vallen in oud gedrag door verleidingen of uitwegen weg te nemen.
  3. Kijk uit voor “korting nu”: besef dat directe beloningen vaak zwaarder voelen dan langetermijnvoordelen en je keuze vertekenen.
  4. Beloon goed gedrag direct: koppel gewenst gedrag meteen aan iets positiefs, zodat het sneller blijft hangen.
  5. Gebruik het “pauze en plan” mechanisme: las bewust een korte stop in om na te denken voordat je automatisch reageert.
  6. Visualiseer je voortgang: maak zichtbaar wat je al hebt gedaan, zodat motivatie en focus toenemen.
  • Wat je hiermee doet (persoonlijk):kies één manier om terugval minder kans te geven.
    Voorbeeld: leg de riem van de hond klaar bij de deur naar de hal. Niet in de kast. 
Dat is een kleine verandering, maar je maakt het gedrag veel makkelijker.
  • Wat je hiermee doet (in teams): maak van “volhouden” ook een teamritueel. Iets dat terugkomt, zonder discussie. Slim ontworpen teamrituelen kunnen elkaar ook versterken, bijvoorbeeld:
    • 10 minuten per week: status op 1 gewoonte (groen, oranje of rood) en 1 blokkade weg.
    • 30 minuten per maand: wat houden we, wat stoppen we, wat maken we kleiner.
    • 1 keer per kwartaal: kiezen van 1 nieuwe gewoonte die de meeste rust geeft.

Houd het dus klein. Een team dat dit echt doet en weet vol te houden, wint meer dan een team dat een groot plan maakt en het niet volhoudt.

6. Volgende stap; poster ophangen, een team workshop met AI-prompt (F)

Als je tot hier hebt gelezen, heb je de kern al: je hoeft niet harder te werken. Je moet slimmer ontwerpen. Dat geldt voor jezelf. En het geldt net zo goed voor teams.

Wil je dit meteen gebruiken?

Download de poster als samenvatting, handig als spiekbrief maar ook om te delen met je team of op te hangen bij de koffiemachine.