jaarbeurs

Krijgen we ooit een basisinkomen? AI maakt deze vraag urgenter

Krijgen we ooit een basisinkomen? AI maakt deze vraag urgenter

De discussie over het basisinkomen is terug van (nooit echt) weggeweest, maar dit keer voelt het voor mij anders. Jarenlang was het vooral een interessant idee voor economen, denkers en idealisten. Nu zie ik het steeds vaker terugkomen in gesprekken over AI en de toekomst van werk. Dat is niet zo vreemd, want als technologie in hoog tempo complete functies, sectoren en zekerheden opschudt en vervangt, wordt de vraag bijna onvermijdelijk hoe we inkomen, werk en bestaanszekerheid opnieuw organiseren. In dit artikel duik ik in die vraag.

Een paar jaar geleden stond Rutger Bregman op mijn TEDx Maastricht event. Hij hield daar zijn inmiddels bekende pleidooi voor het basisinkomen. Een helder, goed onderbouwd en vooral hoopvol verhaal. Het ging over de gedachte dat we als samenleving iedereen een onvoorwaardelijke financiële basis kunnen geven.

Accepteer cookies

Een goed verhaal op het verkeerde moment

Ik weet nog goed hoe dat in de zaal voelde. Mensen waren geïnteresseerd, soms zelfs enthousiast, maar ik proefde ook iets afwachtends. Alsof het een sterk idee was, maar nog niet iets van nu, maar voor later. Voor beleidsmakers, voor denkers, voor een volgende fase van onze economie. En om eerlijk te zijn, dacht ik dat zelf toen eigenlijk ook.

Het basisinkomen voelde voor mij in die periode vooral als een theoretisch debat. Iets waar je eindeloos over kon praten, schrijven en discussiëren, maar wat nog best ver af stond van de dagelijkse realiteit van organisaties, markten en werk. Dat gevoel is bij mij de afgelopen jaren langzaam verschoven, en de laatste tijd zelfs behoorlijk snel.

Waar het onderwerp lange tijd relatief stil bleef, zie ik het nu ineens overal weer opduiken. Niet alleen in politieke discussies, maar ook in gesprekken met ondernemers, investeerders en techleiders. De afgelopen tijd heb ik voor best wat publieken gestaan, die AI niet meer positief als versterking zien, maar juist als vervanging voor hun baan. De vraag wat er met al die professionals moet gebeuren, waar nu al het werk grotendeels door AI wordt vervangen, komt steeds vaker terug. Het idee van een basisinkomen is dan ook niet nieuw, de wereld eromheen is dat wel.

Het idee bleef hetzelfde, de wereld er om heen niet

Waar automatisering vroeger vooral fysiek werk raakte, schuift het nu steeds verder op richting kenniswerk. Rollen waarvan we dachten dat ze ‘veilig’ waren, staan ineens ter discussie. Denk aan juristen, marketeers, developers, consultants. Niet omdat ze verdwijnen van de ene op de andere dag, maar omdat één persoon met de juiste tools ineens het werk van vijf kan doen.

Dit heb ik de afgelopen maanden echt vaak teruggehoord in gesprekken met leiders van de meest uiteenlopende organisaties. Van advocatenkantoren tot marketing-agencies. Bedrijven die geen junioren meer aannemen en teams die kleiner worden, maar productiever. Rollen die niet verdwijnen, maar wel dunner worden. Dat voelt voor velen nu nog niet als een schokgolf, maar meer als een langzaam verschuivende onderstroom.

Je hoort dit ook steeds explicieter benoemd worden. Techleiders als Elon Musk en Sam Altman praten openlijk over een toekomst waarin werk fundamenteel verandert en een vorm van basisinkomen bijna onvermijdelijk wordt.

Terug naar Bregman en zijn TED talk, waar het ging het over armoedebestrijding en sociale zekerheid. Anno 2026 gaat het steeds vaker over de vraag wat er gebeurt als werk zelf minder vanzelfsprekend wordt, als bron van inkomen. Precies daar komt het basisinkomen ineens weer terug op tafel. Niet als idealistisch experiment, maar als serieuze optie in een wereld die sneller verandert dan onze systemen kunnen bijhouden.

Gekleurde poppetjes.

Eerst even terug naar de basis

Basisinkomen wordt nog vaak gebruikt als containerbegrip, terwijl er in de praktijk allerlei varianten door elkaar lopen. In de meest zuivere vorm is een basisinkomen eigenlijk verrassend simpel. Het gaat om een vast bedrag dat iedere burger ontvangt; individueel, periodiek en zonder voorwaarden. Dus niet afhankelijk van je inkomen, niet gekoppeld aan werk en zonder sollicitatieplicht of controlemechanismen.

Maar deze simpele vorm roept best wel wat discussie op en daarom zie je deze niet vaak terug. In de praktijk zie je namelijk dat veel experimenten en beleidsvoorstellen afwijken van deze “pure” vorm. Denk aan varianten waarbij alleen bepaalde groepen geld krijgen (bijv. zwervers), of systemen die via belastingen worden verrekend. Ook negatieve inkomstenbelasting en gerichte inkomenssteun worden vaak in hetzelfde debat meegenomen, terwijl ze technisch net iets anders werken.

Toch draait de kern steeds om dezelfde vraag: wat gebeurt er als je mensen een financiële basis geeft, los van de vraag of ze werken? Want historisch gezien is dat idee helemaal niet zo nieuw als het soms lijkt. Denkers uit totaal verschillende hoeken hebben het ooit voorgesteld, van liberale economen tot sociale hervormers. Wat wel nieuw is, is de context waarin we die vraag vandaag stellen. Juist die context maakt dat het basisinkomen nu opnieuw serieus wordt genomen.

Van modellen naar mensen

Even los van alle theorieën en futuristische gedachten, is het natuurlijk veel interessanter om te kijken of het in de praktijk ook echt werkt. Wat mij meteen opvalt: het perfecte, “zuivere” basisinkomen bestaat eigenlijk nauwelijks in de echte wereld. De meeste experimenten zijn tijdelijk, gericht op specifieke groepen of met bedragen waar je niet volledig van kunt leven. Dat maakt het eerlijk gezegd soms lastig om harde conclusies te trekken. Tegelijk zie je wel duidelijke patronen terugkomen in verschillende studies.

Een van de meest bijzondere uitkomsten is wat het doet met mensen zelf. In Finland bijvoorbeeld kregen 2000 werkzoekenden 2 jaar lang een vast bedrag per maand, zonder voorwaarden. Het effect op werk was beperkt, maar deelnemers rapporteerden wel meer levensvoldoening, minder stress en minder bureaucratische druk.

Dat zie je nu ook op meerdere plekken terug. In Duitsland liet een meerjarig experiment zien dat mensen niet massaal stopten met werken, maar wel iets minder uren maakten en bewuster keuzes gingen maken. Tegelijk verbeterde hun mentale gezondheid en gevoel van regie.

Buiten de Europese grenzen

Ook buiten Europa zijn de effecten interessant om te zien. In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld in het Stockton, leidde een gegarandeerd inkomen tot minder financiële schommelingen en betere psychologische gezondheid. In ontwikkelingslanden zie je vaak nog sterkere effecten, zoals betere voeding, meer schooldeelname en hogere levenskwaliteit.

Wat mij daarin opvalt, is dat het debat vaak blijft hangen op één vraag: gaan mensen nog wel werken of thuis zitten op de bank Netflixen en gamen? Terwijl de data een breder beeld laat zien. Het gaat niet alleen over arbeid, maar ook over stress, gezondheid en de ruimte die mensen ervaren om keuzes te maken.

In Nederland hebben we geen volledig basisinkomen getest, maar wel iets wat er dicht tegenaan zit. Tussen 2017 en 2020 kregen zes gemeenten de ruimte om binnen de bijstand te experimenteren met meer vertrouwen en minder regels: Groningen, Tilburg, Utrecht, Wageningen, Deventer en Nijmegen.

De insteek verschilde per stad. In sommige gevallen werd de sollicitatieplicht losgelaten, in andere situaties mochten mensen meer bijverdienen zonder dat hun uitkering direct werd gekort. Soms lag de nadruk juist op intensievere begeleiding, maar dan zonder de gebruikelijke druk en controle.

Wat ik wel interessant vond, is dat de uitkomsten vaak tegen de intuïtie ingaan. In steden als Groningen en Nijmegen bleek dat het loslaten van verplichtingen niet leidde tot minder uitstroom naar werk. In Utrecht werd in bepaalde groepen zelfs een lichte toename gezien van mensen die parttime aan de slag gingen. Tegelijkertijd rapporteerden deelnemers in onder andere Tilburg en Wageningen minder stress en meer gevoel van regie over hun eigen leven.

Het algemene beeld dat hieruit naar voren komt, is dat minder controle niet automatisch leidt tot passiviteit. In veel gevallen zorgt het juist voor meer stabiliteit. Tegelijk waren de verschillen tussen de experimenten groot en de resultaten niet eenduidig genoeg om er direct landelijk beleid op te baseren.

Kan het ook op grote schaal?

De experimenten daar gelaten; zodra je het basisinkomen echt concreet probeert te maken, wordt het in mijn optiek pas echt interessant. Tot dat moment blijft het al snel hangen in filosofie, idealisme of juist angst. De echte vraag is natuurlijk niet alleen of het ooit nodig wordt, maar hoe zoiets er in een land als Nederland dan uit zou kunnen zien.

Maar daar wordt het debat wel echt een heel stuk ingewikkelder als we kijken naar hoe we alles in Nederland regelen. Want een basisinkomen klinkt simpel, maar zodra je het probeert in te passen in ons huidige stelsel van toeslagen, uitkeringen en belastingen, moet je echt zoveel complexe keuzes gaan maken. Is het een bedrag waar je echt van kunt leven, of slechts een deel? Krijgt iedereen hetzelfde (ook mensen met hoge inkomens)? Vervangt het bestaande regelingen of komt het erbovenop? Hoe voorkom je dat je aan de ene kant eenvoud wint… maar aan de andere kant precies het maatwerk verliest dat sommige groepen hard nodig hebben?

Nu denk ik dat dit juist in Nederland stiekem een fascinerende puzzel is. We hebben een van de meest ingewikkelde inkomenssystemen van Europa opgebouwd, met toeslagen, kortingen, uitzonderingen en terugvorderingen die voor veel mensen eerder stress (en affaires) opleveren dan zekerheid. Alleen al daarom snap ik goed waarom het idee van 1 eenvoudiger fundament zoveel aantrekkingskracht heeft.

Wat je trouwens wel vaak ziet, is dat het debat in Nederland vaak vastloopt op de vraag of het überhaupt betaalbaar is. Dat is logisch, maar ook wel te beperkt gedacht in mijn optiek. Want wat kost het huidige systeem ons eigenlijk (niet alleen in geld) maar ook in complexiteit, wantrouwen en gemiste kansen? Juist daar zou een basisinkomen iets kunnen veranderen. Niet als simpele oplossing, maar als fundamenteel andere manier om naar bestaanszekerheid te kijken.

Genoeg om niet te negeren

Er zijn genoeg redenen waarom het ook niet zou kunnen werken. Een echt basisinkomen is mega duur. Zodra je een bedrag kiest waar iemand daadwerkelijk van kan leven, lopen de kosten in Nederland snel op en ontkom je niet aan hogere belastingen of het vervangen van bestaande regelingen.

Daar komt iets anders bij; het klinkt simpel en eerlijk om iedereen hetzelfde bedrag te geven, maar in de praktijk betekent het ook dat je geld uitkeert aan mensen die het helemaal niet nodig hebben. Dat moet je dan via belastingen weer terughalen… waardoor het systeem minder elegant wordt dan het op papier lijkt.

In een tijd dat elke organisatie schreeuwt om personeel, zijn de effecten vanuit experimenten ook niet echt positief op het vlak van de productiviteit van onze workforce.
De meeste experimenten laten niet zien dat mensen massaal stoppen met werken, maar er zijn wel studies waarin het aantal gewerkte uren iets daalt. Dat hoeft natuurlijk niet per se slecht te zijn, maar op grote schaal kan het wel degelijk gevolgen hebben in sectoren die nu al onwijs veel gedoe hebben met het niet kunnen vervullen van vacatures.

Wat ik zelf misschien nog wel de interessantste kritiek vind (zeker in het AI-tijdperk) is of je met een basisinkomen echt iets oplost… of een scheve verdeling alleen draaglijker maakt? Die vraag verdient minstens zoveel aandacht als de belofte van het idee zelf.

What is next?

De kans dat Nederland morgen een volledig basisinkomen invoert lijkt me eerlijk gezegd klein. Daarvoor is het politiek nog te gevoelig, financieel te groot en inhoudelijk te complex. Tegelijk zie je wel dat het debat steeds minder abstract wordt. De roep om een eenvoudiger stelsel groeit, de (soms heftige) kritiek op toeslagen en terugvorderingen blijft en de vraag hoe we bestaanszekerheid organiseren in een economie met steeds meer technologie verdwijnt voorlopig niet meer.

Ik verwacht daarom eerder een tussenfase, dan een grote sprong. Meer experimenten met gerichte inkomensgaranties, meer discussie over negatieve inkomstenbelasting, meer versimpeling van bestaande regelingen en misschien uiteindelijk een model dat niet letterlijk een basisinkomen heet, maar er wel steeds dichter tegenaan schuurt. Juist in Nederland gebeurt dat vaker: grote systeemveranderingen komen hier meestal niet via revolutie, maar via een lange reeks ogenschijnlijk kleine stappen.

Wereldwijd zie je dat patroon eigenlijk ook. Finland, Duitsland, Wales, Stockton, Alaska, de Marshalleilanden: overal wordt op een andere manier getest wat er gebeurt als je mensen meer financiële zekerheid geeft. Soms als pilot, soms als dividend, soms als gerichte regeling. Het interessante is dat die initiatieven samen iets laten zien wat ik een paar jaar geleden nog veel minder sterk voelde: het basisinkomen is niet langer alleen een idee voor idealisten. Het is een serieuze beleidsroute geworden die steeds vaker op tafel komt zodra werk, technologie en bestaanszekerheid gaan schuiven.

Misschien is dat uiteindelijk ook de kern van deze hele discussie. De vraag is niet alleen of we ooit een basisinkomen krijgen. De veel interessantere vraag is of onze huidige systemen snel genoeg kunnen meebewegen met een wereld waarin werk, inkomen en waardecreatie steeds verder uit elkaar kunnen gaan lopen. Juist daarom vermoed ik dat dit debat de komende jaren niet kleiner wordt, maar alleen maar groter.