Van efficiëntiewinst naar strategische transformatie: de volgende AI-stap voor Nederland

Van efficiëntiewinst naar strategische transformatie: de volgende AI-stap voor Nederland

Nederlandse organisaties blijven achter in het benutten van AI als motor voor vernieuwing. Slechts elf procent van de Nederlandse bestuurders en directieleden neemt expliciet eigenaarschap voor technologische transformatie. Sterker nog: 29 procent wacht tot verandering onvermijdelijk is. Dat blijkt uit de Tech Reality Check 2026, een onderzoek van Conclusion onder 1.058 IT-beslissers in vier Europese landen (Nederland, Duitsland, Portugal en Spanje).

AI vooral ingezet voor efficiëntie
AI heeft in korte tijd een vaste plek gekregen in de dagelijkse werkpraktijk van organisaties, waarbij de technologie vooral wordt ingezet om bestaande processen sneller of efficiënter te maken. 74 procent van de respondenten in de vier onderzochte landen geeft aan AI vooral te gebruiken om efficiënter te werken, niet om fundamenteel anders te werken. Daarmee ligt de grootste uitdaging niet in toegang tot technologie, maar in leiderschap, vaardigheden en de bereidheid om processen en rollen daadwerkelijk anders in te richten. De tools zijn er, maar de organisatorische verandering blijft achter.

Nederland blijft achter in wendbaarheid
Voor Nederlandse organisaties is dat beeld extra scherp; van de onderzochte landen scoort Nederland op vrijwel alle dimensies van wendbaarheid het laagst. Waar in Nederland slechts elf procent van de bestuurders en directieleden expliciet eigenaarschap neemt voor technologische transformatie, ligt dat aandeel in Duitsland en Portugal bijna drie keer zo hoog: respectievelijk 31 en dertig procent. Ook de afwachtende houding van bestuurlijk Nederland (29%) is het hoogste percentage van de onderzochte landen. Daarmee blijft AI-adoptie in Nederland vaker steken in losse toepassingen en efficiëntiewinst, in plaats van uit te groeien tot een bredere verandering van processen, rollen en besluitvorming.

Beperkte AI-impact zichtbaar in resultaten
Die terughoudendheid is ook zichtbaar in de gerapporteerde opbrengsten van AI. Nederlandse organisaties rapporteren op vrijwel alle gemeten onderdelen de laagste of een-na-laagste scores. Zo noemt slechts dertig procent van de Nederlandse respondenten snellere of betere besluitvorming als opbrengst van AI, tegenover 64 procent in Duitsland. Ook bij dienstverlening blijft Nederland achter: 34 procent rapporteert betere dienstverlening aan klanten of burgers, tegenover 56 procent in Portugal.

Daarnaast ziet dertien procent van de Nederlandse respondenten nog helemaal geen merkbare AI-effecten. Ook dat is het hoogste percentage van alle onderzochte landen. Voor een land dat zichzelf graag als digitale koploper positioneert, is dat een kwetsbaar signaal.

Bastiaan Sjardin, AI officer bij Conclusion Intelligence: “AI creëert pas echte waarde als organisaties het niet alleen gebruiken om bestaande processen te versnellen, maar ook durven kijken naar hoe werk anders kan worden ingericht. In Nederland zien we dat de technologie wel beschikbaar is, maar dat leiderschap en eigenaarschap achterblijven. De volgende stap gaat niet over nóg meer experimenteren met tools, maar over richting geven: welke processen willen we veranderen, welke vaardigheden zijn daarvoor nodig en wie voelt zich verantwoordelijk voor de transformatie? Zonder dat eigenaarschap blijft AI vooral een optimalisatielaag bovenop de bestaande organisatie.”

Dit bericht is geplaatst op ons open Business channel en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.