Hoe zorg je voor regie in je CMS, als AI inmiddels alles kan maken?
Met AI maak je in korte tijd een ontwerp, teksten en zelfs een werkende website. Dat lijkt het CMS overbodig te maken. Het tegenovergestelde gebeurt. Hoe goedkoper en sneller productie wordt, hoe belangrijker een systeem wordt dat bewaakt wat klopt, wie verantwoordelijk is en wat AI wel en niet mag doen.
AI bouwt de website en daarna begint het echte werk
Stel je voor: een onderwijsinstelling wil haar website vernieuwen en het volledige opleidingsaanbod opnieuw presenteren. Met Claude Design worden in een gesprek verschillende ontwerpen verkend. Daarna maakt AI een eerste paginastructuur, schrijft teksten voor scholieren en ouders en bouwt een inschrijfformulier. Nog dezelfde middag staat er iets dat er overtuigend uitziet.
Maar na die eerste middag begint het echte werk. Want, een toelatingseis verandert, een docent vertrekt. Of de open dag krijgt een nieuwe datum. Dezelfde informatie staat inmiddels ook in een app, een e-mailcampagne en een AI-assistent. Ondertussen heeft een collega nog drie varianten van de tekst gemaakt.
AI kan een website maken. Een CMS moet zorgen dat de informatie daarna actueel, consistent en betrouwbaar blijft.
Een website maken is een eenmalige prestatie. Een website en alle informatie erachter betrouwbaar houden is een doorlopend proces. Het CMS is daarom geen rem op AI. Het is de voorwaarde om AI op grotere schaal te kunnen gebruiken zonder de grip te verliezen.
Wie bewaakt wat klopt?
Dat AI websites en software kan bouwen, is inmiddels uitgebreid aangetoond. Op Frankwatching verschenen recent onder meer artikelen over bouwen met AI zonder te kunnen programmeren, over een website die volledig met AI is gemaakt en over de verschuiving van klikken naar vragen stellen. Die ontwikkelingen vormen het vertrekpunt voor een volgende vraag: wie bewaakt binnen een organisatie welke informatie klopt, wie erover mag beslissen en welke handelingen AI zelfstandig mag uitvoeren?
Tijdens CMS Summit 2026 in Frankfurt kwam precies die vraag in verschillende sessies terug. Niet de productie van content wordt het grootste probleem, maar de betrouwbaarheid en beheersing ervan. Hoe meer AI kan maken en uitvoeren, hoe belangrijker een duidelijke controlelaag wordt.
De voorbeelden in dit artikel komen bewust uit CMS’en die ik vanuit mijn eigen werk goed ken. Met Xperience by Kentico en Umbraco werk ik al jaren. Plate Delta heb ik recent uitgebreid onderzocht en vergeleken. Daardoor kan ik hun ontwikkelingen plaatsen naast de dagelijkse praktijk van redacties, marketeers en digitale teams.
Zonder contentmodel automatiseer je vooral je eigen chaos
Veel organisaties beginnen bij een nieuwe website nog altijd met de sitemap: welke pagina’s hebben we nodig en hoe hangen die in het menu? Dat is logisch, maar een sitemap vertelt alleen waar informatie staat. Ze vertelt niet wat die informatie betekent.
Een sitemap beschrijft waar informatie staat. Een contentmodel beschrijft wat die informatie ís.
Neem opnieuw het opleidingsaanbod. De opleidingsnaam, duur, locatie, startdatum, toelatingseisen, contactpersonen en open dagen horen bij elkaar. Als al die informatie als losse tekst over verschillende pagina’s wordt verspreid, sluipen verschillen er snel in. De ene pagina noemt september als startmoment, een andere spreekt over het najaar. Een telefoonnummer wordt op vier plekken aangepast en op de vijfde vergeten.
Daarom zijn relaties tussen content geen technisch detail, maar een voorwaarde voor betrouwbare communicatie. Een docent kan gekoppeld zijn aan meerdere opleidingen. Een open dag hoort bij een locatie. Een opleiding valt binnen een vakgebied en heeft een bepaald niveau. Door die verbanden vast te leggen, hoeft informatie niet telkens opnieuw te worden overgetypt. Een wijziging aan de leidende bron werkt door op alle plekken waar die informatie wordt gebruikt.
Taxonomie en metadata
Taxonomie brengt daar orde in. Dat klinkt technisch, maar het is in feite een gezamenlijke woordenlijst. Noemen we iemand een patiënt, cliënt of bezoeker? Valt een opleiding onder techniek, IT of digitale technologie? Zonder vaste begrippen gaan afdelingen, zoekmachines en AI-systemen ieder hun eigen interpretatie gebruiken.
Metadata legt vast wat je aan de voorkant niet altijd ziet:
- Wie is eigenaar van de informatie?
- Wanneer is ze voor het laatst gecontroleerd?
- Voor welke doelgroep en welk kanaal is ze bedoeld?
- Hoe lang blijft ze geldig?
Met schema.org kan een organisatie daarnaast expliciet aangeven of iets bijvoorbeeld een evenement, product, persoon, vacature, behandeling of opleiding is. Zo kunnen redacties verouderde content signaleren en hoeven zoekmachines en AI-systemen minder te raden naar de betekenis.
De Nederlandse leverancier Plate legt met zijn CMS Plate Delta sterk de nadruk op dit vraagstuk. De kern van hun benadering is dat je contentchaos voorkomt waar die ontstaat: tijdens het schrijven en modelleren. Content wordt niet opgesloten in één pagina, maar als gestructureerde bouwsteen beheerd en opnieuw gebruikt.
AI maakt content snel. Contentrelaties, taxonomie en metadata maken haar betrouwbaar en herbruikbaar.
Die structuur hoort redacteuren niet in de weg te zitten. Een goed CMS regelt haar grotendeels achter de schermen, terwijl schrijven aan de voorkant prettig en herkenbaar blijft.
Het CMS bepaalt wat AI mag weten, wijzigen en doen
Stel dat een AI-assistent opmerkt dat een pagina over een medische behandeling verouderd lijkt. De assistent kan een nieuwe tekst voorstellen, de belangrijkste vragen van patiënten toevoegen en tegelijk een knop aanbieden om een afspraak te plannen. Technisch kan dat in één vloeiende handeling. Bestuurlijk zijn het drie verschillende beslissingen.
Voor een taalfout is weinig risico. Een nieuwe uitleg over hersteltijd vraagt controle door een medisch expert. Het daadwerkelijk boeken van een afspraak raakt ook beschikbaarheid, persoonsgegevens en toestemming. Dezelfde AI mag daarom niet overal dezelfde vrijheid krijgen.
De belangrijkste AI-vraag is niet meer: kan het? De belangrijkste vraag is: mag het, op basis waarvan en onder wiens verantwoordelijkheid?
Betrouwbaarheid ontstaat niet door aan het einde nog één keer op ‘goedkeuren’ te klikken. Ze moet in het hele proces zijn ingebouwd. Het begint bij een leidende bron en duidelijke contentrelaties. Daarna moeten eigenaar, status, laatste controledatum en wijzigingsgeschiedenis bekend zijn. Vervolgens bepalen rollen en rechten wie iets mag aanpassen, wie moet meekijken en wanneer AI alleen een voorstel mag doen.
Ook moet zichtbaar blijven wat de AI precies heeft veranderd en waarop het voorstel is gebaseerd. Een redacteur moet een wijziging kunnen begrijpen, weigeren en zo nodig terugdraaien. Bij handelingen zoals publiceren, boeken of bestellen hoort bovendien een logboek, zodat later is na te gaan wat er is gebeurd en met welke toestemming.
Vertrouwen organiseren
In de presentatie over Machine Experience tijdens CMS Summit werd die betrouwbaarheid heel concreet gemaakt. Een machine heeft niet alleen de tekst nodig, maar ook informatie over de auteur, de beheerder, de status, de laatste controle en de wijzigingsgeschiedenis. CMS Critic beschreef het CMS in dezelfde context als een coördinatielaag, een controlepunt voor governance en een plek waar de herkomst van content wordt gevalideerd. De term Confidence Management System vat die verschuiving mooi samen: het gaat niet alleen om content beheren, maar om vertrouwen organiseren.
Dat zie je ook terug in Xperience by Kentico, het CMS en digitale ervaringsplatform waarmee ik het langst werk. De Content Strategist gebruikt een vastgelegde contentstrategie als leidraad voor tone of voice, doelgroep, stijlregels en terminologie. Rollen en rechten bepalen wie die strategie mag bekijken of aanpassen, en wijzigingen worden pas opgeslagen nadat de gebruiker daar toestemming voor geeft.
Menselijke controle betekent daarbij niet dat iemand iedere komma moet goedkeuren. Een voorstel voor metadata of een eerste vertaling heeft een ander risico dan medische, juridische of financiële informatie. De mate van vrijheid moet passen bij de mogelijke gevolgen. De mens hoeft dus niet in iedere stap te zitten, maar moet wel de grenzen bepalen en de controle kunnen overnemen wanneer dat nodig is.
AI maakt content goedkoop, menselijk oordeel wordt de schaarse waarde
AI kan vertalen, samenvatten, een tekst eenvoudiger maken en varianten schrijven voor verschillende doelgroepen. Dat haalt veel handwerk weg. Het gevaar is dat we succes vervolgens gaan meten in aantallen: meer pagina’s, meer campagnes en meer varianten.
Meer content is geen bewijs van betere marketing. Wanneer iedereen onbeperkt kan produceren, ontstaat al snel een dikke laag keurige, maar inwisselbare teksten. In het Engels wordt dat AI slop genoemd. In gewoon Nederlands: een hoop content waar niemand echt op zat te wachten.
De marketeer wordt regisseur
Dat verandert de rol van de marketeer. Die hoeft niet langer iedere tekst zelf te schrijven of iedere stap in een campagne handmatig in te stellen. De rol wordt die van regisseur: doelen bepalen, grenzen stellen, uitzonderingen beoordelen en ingrijpen wanneer het systeem de verkeerde kant op beweegt.
Voor een onderwijsinstelling kan AI bijvoorbeeld signaleren dat scholieren na een open dag niet verdergaan met hun inschrijving. In de zorg kan het laten zien dat patiënten blijven zoeken omdat informatie over een behandeling verspreid of te ingewikkeld is. AI maakt het patroon zichtbaar en bereidt een verbetering voor. De mens bepaalt of de conclusie klopt en of de wijziging past bij de doelgroep, het merk en de verantwoordelijkheid van de organisatie.
Bij het open-source CMS Umbraco zie je dezelfde verschuiving. Umbraco biedt met Umbraco AI een Copilot met agents aan die binnen de context en rechten van het CMS werken. Een marketeer kan campagnebeelden voor Black Friday uploaden met de prompt: ‘Voeg deze foto’s toe aan de Black Friday-campagne.’ De agent start via Umbraco Automate een vaste workflow die alt-teksten en SEO-bijschriften maakt, de beelden in de juiste map plaatst en de eigenaar van die map waarschuwt.
De kracht zit niet in één slimme tekstbewerking, maar in het veilig uitvoeren van een herkenbare marketingtaak. De workflow is vooraf ingericht, de agent gebruikt de context en bevoegdheden uit het CMS en de marketeer houdt zicht op de uitkomst.
Daardoor krijgen redacteuren en marketeers juist meer vrijheid. Ze hoeven minder te weten van de technische inrichting achter personalisatie, zoekoptimalisatie of een klantreis. Ze kunnen in gewone taal vragen stellen en zich richten op de bedoeling: begrijpt iemand de informatie, komt diegene verder en past de ervaring bij wat de organisatie wil uitstralen?
Als AI gaat handelen, moet het CMS de grenzen bewaken
Dat AI niet alleen informatie leest, maar ook handelingen op websites kan uitvoeren, zie je terug in de ontwikkeling van WebMCP. WebMCP is een voorstel voor een open webstandaard waarmee een website expliciet kan aangeven welke handelingen een AI-agent kan gebruiken. Zo kan een formulier worden aangeboden om een supportvraag in te dienen of kan een website een functie beschikbaar maken om te zoeken, te navigeren of gegevens op te halen. De agent krijgt daarbij een duidelijke beschrijving van wat zo’n handeling doet en welke informatie ervoor nodig is.
WebMCP is nog experimenteel. Het voorstel wordt ontwikkeld binnen de W3C Web Machine Learning Community Group en is geen officiële W3C-standaard. Chrome test de API inmiddels via een origin trial. Dat maakt WebMCP juist interessant voor deze discussie: het laat zien dat websites naast informatie ook steeds explicieter kunnen aangeven welke acties een AI-agent namens een gebruiker kan uitvoeren.
Daarmee wordt de vraag achter de schermen belangrijker:
- Welke handelingen bied je aan?
- Welke informatie mag daarbij worden gebruikt?
- En wanneer moet de gebruiker eerst toestemming geven?
WebMCP regelt die keuzes niet voor een organisatie. De browser en de website kunnen wel beperkingen en bevestigingsmomenten inbouwen, bijvoorbeeld bij gevoelige acties zoals een aankoop. Voor organisaties blijft dus de vraag bestaan wie bepaalt welke informatie betrouwbaar is, welke rechten gelden en wanneer menselijke goedkeuring nodig is. Precies daar past het CMS in dit verhaal als controlelaag voor content en de regels eromheen.
Het CMS hoeft daarbij niet altijd het scherm te zijn waarin de marketeer werkt. Een AI-assistent kan een actie starten, terwijl het CMS op de achtergrond de betrouwbare content, eigenaarschap en publicatieregels levert en andere bedrijfssystemen hun eigen rechten en controles toepassen.
Het CMS hoeft niet altijd in beeld te zijn om de controlelaag achter kennis en acties te blijven.
Publiceren is het begin van de controle
In veel redacties voelt publiceren nog als het eindpunt. De pagina staat live, dus de taak kan worden afgevinkt. Maar juist na publicatie wordt zichtbaar of de content werkt en betrouwbaar blijft:
- Vinden bezoekers hun antwoord?
- Haken ze af?
- Blijven dezelfde vragen terugkomen bij de klantenservice?
- Wordt de informatie correct opgepikt door zoekmachines en AI-systemen?
- Klopt de pagina over zes maanden nog steeds?
Een CMS moet die signalen terugbrengen naar de redactie. Niet als nog een dashboard vol grafieken, maar als concrete hulp: deze pagina is mogelijk verouderd, hier spreken twee bronnen elkaar tegen, bezoekers lopen op dit punt vast of deze informatie wordt vaak gezocht maar nog niet goed beantwoord.
Dan wordt publiceren het begin van een verbetercyclus. AI bereidt een wijziging voor, de redacteur beoordeelt die en het systeem meet daarna of de aanpassing echt hielp. Zo gaat de aandacht niet naar zoveel mogelijk productie, maar naar content die aantoonbaar duidelijker, bruikbaarder en betrouwbaarder wordt.
Contentproductie is geen resultaat. Het resultaat is dat iemand verder komt op basis van informatie die klopt.
Waarom we juist nu een CMS nodig hebben
Als een organisatie haar kennis, relaties, bevoegdheden en mogelijke acties goed beheert, kan dezelfde basis worden gebruikt voor een webpagina, een persoonlijk antwoord in een AI-assistent of een handeling die via een technologie als WebMCP wordt gestart. Het kanaal verandert, maar de behoefte aan een betrouwbare bron en duidelijke spelregels niet.
Dus hebben we nog een CMS nodig als AI hele websites kan bouwen? Juist dan. Niet alleen om pagina’s te publiceren, maar om ervoor te zorgen dat mensen en machines kunnen vertrouwen op de informatie en veilig kunnen handelen binnen de grenzen die de organisatie heeft bepaald.
Hoe makkelijker het wordt om content te maken en acties uit te voeren, hoe belangrijker het CMS als controlelaag wordt.